website metrics

 

  Menu

 

 

  Waarom?

 

  Geschiedenis

  indeling:

   Kano

   Kodokan

   Butokukai

   Judolegenden

   Nederlands judo

 

  Mind over Muscle

 

  Seiryoku Zenyo

  toepassingen:

     deugd

     orde

     strategie

     beheersing

     volharding

     kuzushi

    

  Jita Kyoei

  toepassingen:

     opvoeding

     respect        

     beschaving

     sportiviteit

     de 'dō'

     

  Judo-praktijk

  indeling:

     sport ?

     kata

     kumi-kata

     shiai

     arbitrage

     kinderjudo

     studie

     herbronning

 

  Koppelingen

 

  E-Cards

 

 

 

 

  

 

Volharding. Judo trainen is door de zure appel heenbijten

 

 

Volharding is een belangrijke deugd. Voor judo onmisbaar. Net als bij andere sporten vraagt het discipline en toewijding om niet alleen te beginnen, maar ook te eindigen als kampioen. Aangezien judo een levensweg is, vraagt het volharding tot het laatste toe. Tot de dood ons scheidt. Ook als dat het bittere eind lijkt te zijn. Eerst trainen in de dojo door de pijn heen. Later trainen in alle tegenslagen van het leven. Tegenslagen die de mens overigens niet bespaard blijven als ze stoppen met judo...

 

Dit is het stevige menu:

1) Judopak te koop - als nieuw (een inleiding op het thema)

2) Ukemi - de harde weg van Jigoro Kano zelf

3) Kangeiko - en de Kodokan hardheid

4) Trainingstips en het goede van toernooien.

5) Self-help. Inspiratie vanuit de Victoriaanse tijd voor Jigoro Kano

 

"Ook daarom draagt Judo veel bij tot karaktervorming: tegenwoordigheid van geest, zelfbeheersing, moed, hardheid tegen zichzelf, respect tegen over anderen." (Sportschool van de Pol, Helmond)

 


 

 

1. Judopak te koop - als nieuw

 

Veel wordt gezegd over judo en karaktervorming. Wat in onze tijd een belangrijk item mag zijn. Want slapheid is eigen aan generaties die alles in de schoot geworpen lijken te krijgen. Wie kent niet de uitdrukking 'patatgeneratie'? Wikipedia noemt het: "Het woord werd in de jaren tachtig gelanceerd door voetbalcoach Leo Beenhakker. Hij was van mening dat het voetballers als Richard Witschge en Brian Roy aan voldoende vechtlust ontbrak. Deze generatie was de eerste die opgroeide in een welvarend en modern Nederland. De jeugd hoefde geen strijd te leveren om haar vrijheid te veroveren." De patatgeneratie is inmiddels al weer bijna zelf vader en moeder geworden - en wat hebben we nu?

 

Helaas heeft ook het judo een probleem met de moderne gamende generatie Hyves-kids. Kijk maar eens op Marktplaats.nl hoeveel judopakken er worden aangeboden "Nauwelijks gebruikt". Van judoka's die het na enkele lessen al weer voor gezien houden?

 

Zo bijzonder is dat overigens niet voor onze tijd. Jigoro Kano vertelt in zijn memoires over een zestienjarige jongen, een stoere vent, die bij de eerste lessen alleen maar zat te janken en naar huis wilde. Ook Kano kon teleurgesteld toezien hoe kinderen zijn judo weer verlieten. (vgl. Judo Memoirs p.44)

 

"Sweat more in training so you bleed less in battle" (zweet meer tijdens de training zodat je minder bloedt in het gevecht), zegt de Australische judokampioen Liam Yokoyama (geboren 1995!) op zijn website. Dat is de andere kant van de medaille. Er zijn ook jongens die zichzelf keihard in de houdgreep willen nemen en met doorzettingsvermogen kampioen worden. Kampioen? Is dat het uiteindelijke doel van judo? Nee. Maar één van de goede elementen van shiai is wel degelijk dat het de deelnemers leert om dóór te gaan als het pijn begint te doen. De medaille kan het spel-element zijn om te leren te winnen van jezelf en van de tegenslagen van het leven. (zie hieronder ook bij 4.) Dan is het opvoedkundig een middel om te leren door de zure appel heen te bijten. Niet te schrikken van zweetdruppeltjes en spierpijn... het is niet erg om te vallen, als je maar weet hoe je moet opstaan.

 

 

   naar boven

 

 


 

 

2. Ukemi - de harde weg van Jigoro Kano zelf

 

Toen ik begon met jujutsu, werd er nog geen advies gegeven aan de judoka hoe ze konden vermijden pijn te hebben vanwege de ruigheid en het vele vallen tijdens de dagelijkse trainingssessies. We wilden de technieken leren op een stevige manier: onze spieren gebruiken in lichamelijke posities en situaties die in het normale dagelijks leven zeldzaam zijn. Daarom deden de volgende morgen alle gewrichten van mijn lichaam zoveel pijn dat ik nauwelijks uit bed kon komen, laat staan om op te staan en te lopen. Ondanks dat ongemak ging ik toch door met dagelijks trainen en sloeg ik nooit een dag over. Vaak moest ik bijna hinken om naar de dojo te komen. (Jigoro Kano, Judo Memoirs, p.5)

We kunnen dit stukje van Kano's leven goed karakteriseren met 'ukemi' - vallen en opstaan.

Als je bij de oefening vanaf het begin alleen maar denkt aan winnen, zul je nooit in staat zijn om te winnen. Om de kracht te ontwikkelen om op een dag te kunnen winnen, moet je eerst tevreden zijn om je te oefenen in langdurig verliezen. (Mind over Muscle, p.138)

Jigoro Kano wist waar hij het over had. Toen hij begon met judo was hij een klein mannetje, licht van gewicht. en hij werd gepest. Hij wilde jujutsu doen omdat hij hoorde dat op die manier mensen konden winnen van vechters die veel groter en zwaarder waren. Zijn enige kans om van de pesterijen af te komen.

 

Onder mijn medeklasgenoten waren er die lichamelijk zwak waren, en daarom werden zij overheerst door de sterkere en grotere jongens. The zwakkeren waren gedwongen de sterkeren te dienen. Aangezien ik een van de zwaksten was, werd ik de boodschappenjongen van de sterken. (...) Echter, destijds was ik - hoewel niet ziekelijk - tamelijk zwak. In algemene schoolprestaties kon ik goed meekomen met mijn klasgenoten, maar vaker werd ik door hen behandeld met minachting. Sinds jonge leeftijd  werd daarom mijn interesse gewekt als ik hoorde spreken over jujutsu, een methode van vechten waarbij iemand met minder kracht een tegenstander kan overwinnen die lichamelijk krachtiger is. (Judo Memoirs. p. 1-2)

 

Maar leren vechten was niet meteen leren werpen.

In die dagen waren de leermethoden nogal verschillend van wat we tegenwoordig doen. Eén methode die ik me goed herinner was vooral die op de dag waarop Fukuda me steeds opnieuw op de mat gooide. Ik wilde mezelf meteen hernemen en vroeg hem hoe hij de worp deed. Hij zei alleen maar "val opnieuw aan!" wat ik deed en weer werd ik geworpen. Ik keek hem aan en herhaalde mijn vraag. Fukuda zei alleen "Kom op!" en weer werd ik geworpen. Toen schreeuwde hij: "Denk je jujutsu te leren door elke keer uitleg te krijgen? Val weer aan!" En weer gooide hij me op de mat. Door die methode leerde hij me wat de ervaring was van het gevoel om uit balans te raken en te worden geworpem met die speciale techniek. Als ik me goed herinner was de techniek die ik die dag leerde sumi-gaeshi. (Judo Memoirs p. 4-5)

Dit was slechts een voorbeeld van een lange weg die Kano moest gaan, in elke jujutsu stijl die hij probeerde, totdat hij in Kito-Ryu bij meester Iikubo leerde om de principes van kuzushi toe te passen. Nadat hij dat principe werkelijk onder de knie had en Iikubo zelf had geworpen, stopte deze met randori met Kano en benoemde hem tot leraar in Kito jujutsu (vgl. Judo Memoirs, p.37)

 

De weg naar jujutsu - en in het verlengde daarvan naar Kodokan judo - loopt via de persoonlijke ontdekking van het gevoel van balans en balansverstoring. Dat gevoel kan een judoka alleen maar ontwikkelen door ervaring. En dat is nog steeds zo. Die ervaring van meesterschap wordt geleerd door heel lang oefenen, en héél veel vallen. Niet voor niets dat judo soms nog steeds zo saai kan lijken als het bestaat uit duizenden uchi-komi. Waarom steeds opnieuw diezelfde beweging leren? Alleen zo krijg je het gevoel. Waarom steeds opnieuw vallen? Wie niet valt, kan ook niet werpen. Judo is interactie van techniek, en spelen met elkaars balans. Wie judo wil leren, moet eerst ukemi leren. Niet alleen om veilig te vallen. Meer omdat vallen erbij hoort. Langdurig. Dag in dag uit. Kano heeft het zo moeten leren. Elke judoka moet het zo leren.

 

Wie een hekel heeft aan vallen, zal nooit leren opstaan. Alleen wie dat volhoudt, gaat zelf ook goed werpen. Les één van judo...

Ukemi moet in judo op de eerste plaats staan en elke les opnieuw worden geoefend, ongeacht graad of leeftijd. Een concertpianist zal elke dag urenlang toonladders spelen op de piano voordat hij een stuk muziek zal beginnen te spelen. Dat zal een levenslange oefenschool zijn, ongeacht de pianist.

 

Mike Hanon, Judoforum 26-8-2008

 

Oefen uren en uren. Maak de tatami tot je vriend. Negeer de pijn in de armen en ontspan je in je ukemi. Neem een heet bad als je thuis komt...

Mike Hanon, Judoforum 13-4-2008

 

Een getuigenis van vallen en opstaan:

Voor beginnelingen (ongeveer tot 2e kyu), is ukemi vaak iets wat ze begrijpen als iets wat je nodig hebt als je verliest. En als er iets is wat beginnelingen in judo niet willen, dan is het verliezen.

Ik herinner me van lang geleden, toen ik als kind aan mijn vader vertelde dat ik judo wilde gaan doen, dat hij me zei dat ik dan eerst moest leren hoe ik moest vallen. Ik dacht dat hij gek was. Ik was niet geinteresseerd in vallen! Als er iets was, dan was het vooral dat ik onoverwinnelijk zou zijn, en niet om te leren omgaan met verliezen, zoiets als vallen!
Als je dan gaat beginnen met judo, leer je inderdaad dat je moet vallen. Ik haatte het. Terwijl iedereen randori deed, was ik aan het proberen deze domme valoefeningen te doen, en zoals gewoonlijk: als ik dan nieuwe praktische vaardigheden wilde leren, mislukte ik daarbij volkomen. De jongen die samen met mij was begonnen, was al verder dan ik na één enkele les! Ukemi was voor mij een noodzakelijk kwaad.
Toen ik 2e kyu was veranderde ik van club, herinner ik me. Als een 2e kyu voelde ik me redelijk gevorderd temidden van andere mensen in mijn nieuwe club. Toen we onze zenpo kaiten deden, riep een senior zwarte band ten overstaan van de hele klas, dat mijn ukemi niet goed was. Ik voelde me zo vernederd dat ik niets liever wilde dan het hele jaar trainen om hem regelmatig te verslaan. Nu was ik de winnaar en hij de verliezer!
Zoals je kunt zien... het bovenstaande geeft wat inzicht in het gekwetste ego van een kind en een beginneling. Ik verschilde van niemand anders, en ik was razend om te winnen, anderen te verslaan, de beste te zijn en mijn ego op te poetsen. Dat was niet omdat ik slecht was, in feite had ik goede redenen (waarover ik niet zal uitwijden) om bezorgd te zijn over mijn ego.
Pas later leerde ik dat in Japan zelfs senior sensei van het soort Kotani soms de hele tijd in de dojo niets anders deden dan ukemi. Ik leerde dat ukemi een essentieel onderdeel van judo is, en dat het niets te maken heeft met verliezen. Maar het meest van alles leerde ik dat ik fout was geweest, al die tijd, maar dat dit niet betekende dat ik moest wanhopen, maar alleen dat mij meer dan genoeg ruimte gegeven werd om te groeien.

 

Cichorei Kano, Judoforum 28-6-2008.

 

  naar boven

 

 


 

 

3. Kangeiko - en de Kodokan hardheid

 

Kangeiko (寒稽古) was een traditie die door Jigoro Kano werd opgenomen in de Kodokan:

Het Kodokan gebruik om jaarlijks een maand lang een mid-winter training (Kangeiko) te doen, was aangevuurd door de Kami Niban-cho dojo. Deze gewoonte, die bestond bij de aanhangers van de oude gevechts- en culturele kunsten, was grotendeels in onbruik geraakt tijdens de Meiji Restauratie. Ik besloot echter deze Kangeiko-traditie weer tot leven te wekken, om bij de studenten een geest van doorzettingsvermogen te cultiveren, zowel lichamelijk als geestelijk, om niet alleen de hardheid van de mid-winter te vedragen, maar ook verder, om ze aan te moedigen dezelfde geest te bewaren als ze met andere moeilijkheden in het leven geconfronteerd worden. Ik hield de Kangeiko voor het ontbijt, van 4 tot 7 uur 's morgens, gedurende een periode van dertig opeenvolgende dagen. (Judo Memoirs p.30)

 

Dat wilde dus zeggen: judo in de sneeuw. 3 uur per dag, 30 dagen lang. Niets voor watjes.

In die oude dagen werd van je verlangd dat je na je trainingsarbeid je kletsnatte pak buiten hing, zogenaamd om te... 'drogen'. Je kon het alleen weer binnen brengen als het de hele nacht buiten was gweest en stijf bevroren was. Je werd geacht het te ontdooien door hard te trainen. Nou, dat was leuk. *
*P.S.: ze zeiden er niet bij al die die jongens uiteindelijk arthritis hadden voor ze 50 waren - of erger...

 

Cichorei Kano, Judoforum 24-11-2008, als antwoord op Liam die graag eens een Kangeiko in de Kodokan wil meemaken...

 

De Kangeiko was een soort symbool voor de ijzeren discipline die in de Kodokan verder ook heel straf was. Buiten de trainingssessies had Kano van het begin af aan een strakke dagorde, die bestond uit vroeg opstaan en vroeg naar bed. En corvee. Het was een echte kostschool. Van de judoka werd verwacht dat ze zelf schoonmaakten. Het enige dat ze niet zelf hoefden te doen, was koken. En verwarming was niet nodig...

Ik geloofde dat een gedisciplineerd regime een uitstekende methode is voor karakterontwikkeling en dat alle regels die ik invoerde een middel waren tot dat doel. De reden voor zo'n spartaanse levensstijl was de volgende. Mijn opa van vaders kant had eens les gegeven aan de hogepriester van Jomyo-In, een boeddhistische tempel in Tokyo. Vanwege die band deed de hogepriester soms een beroep op mijn vader. Ik had bij die gelegenheid ook de kans om Jomyo-In te bezoeken. Daarbij viel me op dat het dagelijks regime van de monniken in de tempel streng was. De monniken mochten maar één maaltijd per dag gebruiken. Ze stonden op om 4 uur elke morgen, om de dagelijkse oefeningen te doen. Dat betekende ook: het schoonmaken van de binnenkant van de tempel, en alle bladeren in de tuin opharken. Dat schoonmaakproces was zo grondig, dat de oude tempel en de voorhoven er altijd schoon en opgeruimd uitzagen, alles wat nodig was, stond ordelijk op zijn plaats, en er werd goed voor gezorgd. Ik realiseerde me al snel welke voordelen dat zou kunnen hebben voor de karakterontwikkeling van mijn studenten en ik nam dezelfde gebruiken van vroeg opstaan en corvee dan ook over. (Judo Memoirs, p.33-34)

 

Kano gebruikte als inspiratie voor zijn Kodokan dus de spirit van de oorspronkelijke dojo: de boeddhistische kloosterdisciplines. Maar niet omdat hij in het judo een soort Boeddhisme wilde promoten. Uiteindelijk past dit gedeelte over volharding en discipline geheel in het gedeelte over Seiryoku Zenyo. Orde en deugd kan alleen worden gecreëerd door volharding en training. Elke dag opnieuw de juiste keuzes maken. En tegen de eigen neiging tot wanorde en gemakzucht vechten. Opstaan uit een warm bed in een koude zaal is een keuze tegen het comfort van je lichaam en de luiheid. Hard werken voor het huishouden schept orde - en orde is altijd efficient. Luiheid en wanorde betekenen dat de mogelijkheden van de dag en het lichaam niet optimaal worden benut en zo wordt energie verspild. Energie die je nodig hebt voor de training...

Iets wat de meeste mensen moeilijk begrijpen is, dat het bereiken van vertrouwen en een geest van tevredenheid - die kan voortkomen uit het beheersen van de judo-vaardigheden - pas bereikt kunnen worden na lange jaren van inspannende oefening tegen sterke tegenstanders. Net als in het geval van traditionele jujutsu-training. Iemand die dat goed wil beheersen moet er op voorbereid zijn om harde training te ondergaan. Ik ondervond zelf zo'n regime tijdens mijn eigen jujutsu-training, en ik denk dat het me beter voorbereidde om les te geven, en mijn eigen leerlingen meer discipline en motivatie bij te brengen in het judo. (Judo Memoirs p. 73)

 

Maar de de gedisciplineerde oefening heeft ook een sterke psychologische en opvoedkundige waarde. Hoe kan het ook anders:

In mijn manier van denken, zijn de studenten die wat aggressief of ruziezoekend van natuur zijn, waardevol als objecten van studie als het gaat over de psychologie van judoka. De studie naar het gedrag van zulke woeste typen is een belangrijk gebied van onderzoek. Verrassend genoeg was het voor mij persoonlijk niet zo'n groot probleem om ze feitelijk meer geneigd te maken zichzelf op te voeden. Aan de andere kant waren er anderen die wat gereserveerd waren, meer studieus, en volhardend in hun judo training, waarbij het niet altijd een gemakkelijke taak was om ze te maken tot goede wedstrijdjudoka.

Als we kijken naar de duizenden die hebben getraind in de Kodokan in al die jaren, zijn er maar een paar die soms gewelddadig of dwars waren, die ook misdaden hebben begaan. De grote meerderheid van de Kodokan leden is samengesteld uit alle geledingen van de samenleving. Daarmee is gezegd, dat als we allen die verkeerde dingen deden zouden hebben weggestuurd van de Kodokan, ze niet blootgesteld waren geweest aan de goede invloeden van de meerderheid van de gezagsgetrouwe leden. Daarom geloof ik dat hun aantal en dus hun illegale activiteiten alleen maar zouden zijn toegenomen. Terwijl deze mannen trainden in de Kodokan, kregen ze niet alleen morele training van hun leraren, maar ook scherpe reprimandes als zij één van de Kodokan regels overtraden. De allerergste schenders van de regels werden ofwel geschorst of weggestuurd van de Kodokan, of ze werden niet meer toegelaten tot promotie-examens. Zulke sancties waren effectief om hun wangedrag te beperken en ik geloof dat deze maatregelen een grote impact hadden om hen te veranderen. Vanwege hun regelmatige contact met de Kodokan leden, kregen deze mannen over het algemeen (of tot op zekere hoogte) minstens adequate begeleiding om een een braaf leven te leiden. (Judo Memoirs p. 73-74)

 

 

 

   naar boven

 

 


 

 

4. Trainingstips en het goede van toernooien

 

 

Wat moeten we hier aan toevoegen? Enkele trainingstips:

 

Stomvervelende dingen doen.

Wat Mike Hanon zegt, geldt voor pianospelen en alle sporten: als voorbereiding op het echte werk moet er eerst heel veel vervelend werk worden gedaan. Toen ik vroeger piano speelde, moest ik ook toonladders leren tot ik erbij neerviel. En oefenen uit een boek van een componist die niet toevallig ook Hanon heette... Stomvervelend, maar je leerder er wel vingervlug piano spelen mee. Een judoka moet daarom ook niet alleen een warming up doen zoals alle sporters, maar ook ukemi tot hij er letterlijk bij neervalt. En uchi-komi tot hij alle techniek-aanzetten wel kan dromen. En dan blijft er misschien ook nog wat tijd over voor het leuke van randori. Waarbij dat overigens alleen leuk is, omdat er eerst geoefend is hoe je dat goed moet doen. Met duizend uchi-komi en duizend keer vallen...

 

Kata leren.

Ook zoiets wat de meeste judoka niet willen. Het gaat toch om winnen? Nou, lees dan nog maar eens het menu 'kata' van Mitesco. Wie goed judo wil doen, móet kata leren. En wie kata wil leren, moet eigenlijk een veel hardere noot zijn dan de judoka die snel randori wil leren. Kata is taai. En van wat taai is, leer je vaak meer en later heb je daar plezier van. Zoals ik met muziek plezier heb gehad van Hanon (en met judo van die andere Hanon...)

 

Negeer de pijn.

Judo is niet iets voor huilebalken. Toch hoef je ook geen macho te zijn om judoka te zijn. Beter niet zelfs. Wel moet je tegen een stootje kunnen. Mijn sensei vroeg me na de eerste keer dat ik opnieuw de mat betrad: "En? Veel spierpijn gehad?" Toen ik zei dat het wel meeviel, antwoordde hij: "Jammer, dan moeten we vandaag er harder tegenaan."  Wat hij nog steeds zegt, elke keer. Het is niet erg als je zo stevig traint dat je dat de volgende dag nog voelt. Blessures zijn wat anders, en serieuze medische complicaties moeten ook serieus worden behandeld. Maar nergens staat dat je met wat bandages niet kunt trainen. Ik ken een juduka wier knie helemaal wordt getaped als ze traint. Doorzetten. Ook als het wat pijn doet. Spieren worden pas warm als ze belast worden. En wat belast wordt, voel je. Dat geldt zeker voor judo omdat daar alle spieren belast worden - als het goed is.

 

Toernooien.

Jazeker, ondanks de kritische houding van Mitesco ten aanzien van toernooien (zeker als jonge kinderen voor niets anders meer trainen) zijn toernooien een prima leerschool. Om vol te houden en ervoor te gáán. Nergens is een judoka zo eenzaam en helemaal op zichzelf teruggeworpen als op de tatami in een spannende wedstrijd. Niet voor niets dat veel judoka daar een spanning over blijven voelen, elke keer weer. Helemaal alleen... daar komen alle menselijke overlevingsinstincten bij elkaar en de drive om dan te winnen (wat moet in shiai) met mooi judo (wat altijd moet bij judo) maakt het beste in iemand los. Wie die spanning uithoudt en daarin groeit naar een volwassen houding, is ook klaar voor het toernooi van het leven. Toernooien doen, is jezelf veel ontzeggen. Trainen, op gewicht blijven, tijd vrijmaken, hobbies als alcohol en uitgaan opzij zetten. Allemaal goede uitdagingen die je grenzen verleggen. Alleen de echte volhouders worden ook de winnaars...

 

 

Sweat more in training so you bleed less in battle. (Liam Yokoyama)

 

 

  naar boven

 

 


 

 

5. Self-help. Inspiratie vanuit de Victoriaanse tijd voor Jigoro Kano

 

 

Kano leerde zijn jujutsu bij de oude meesters van zijn tijd. Een harde leerschool. Toch was zijn pedagogische aanpak niet alleen gebaseerd op de traditionele gevechtskunsten van Japan. Kano was een syncretist die allerlei gedachten met elkaar vermengde en vooral ook geinteresseerd was in invloeden vanuit het Westen. In andere menu's van deze Mitesco-webpagina kun je lezen over de invloeden van het utilitarisme en liberalisme van John Stuart Mill en Herbert Spencer. Daarnaast was hij een aanhanger van de sociale evolutieleer van Charles Darwin. Dat alles smeedde Kano samen tot één opvoedkundig ideaal, samen met de tradities van zijn vaderland.

 

Eén bijzonder boek mag wel genoemd worden als een belangrijk boek uit Kano's tijd. Het gaat om het boek Self-Help van de Engelse schrijver en opvoeder Samuel Smiles. Het werd gepubliceerd in hetzelfde jaar als Darwin's Origin of the Species en John Stuart Mill's On Liberty. Waar het bij Darwin ging om de aanpassing van iemand aan zijn omgeving en daarin de vooruitgang van het leven lag (sociaal en biologisch)  en Mill een samenleving tekende op basis van vrijheid en algemeen nut, benadrukte Smiles een wereld waarin de mens als individu overwint op basis van pure wilskracht en volharding. Self-Help was niet zo filosofisch als de werken van de andere twee, maar heeft wel nog steeds zijn invloed in alle boeken die geschreven worden over onderwerpen als "wees zelf verantwoordelijk voor je eigen geluk." In veel Victoriaanse families was Self-Help het tweede boek na de BIjbel...

 

Smiles geloofde dat Self-Help universeel geldig was: geloven dat volharding en keihard werken de belangrijkste elementen zijn voor succes. In de tijd waarin de mens werkelijk geloofde dat de vooruitgang onbeperkt was (de tijd van Smiles, Mill, Spencer en Darwin was de tijd van de eerste grote industrialisatie, wat ook in het Meiji-tijdperk van Japan doordrong) ontstonden ook deze denkpatronen dat met hard werken de hele wereld gered zou worden. Smiles schreef:

Niet door eminent talent wordt succes verzekerd bij alles wat wordt nagestreefd, maar wel doelgerichtheid. Niet de kracht om iets te bereiken, maar de wil om te werken met volle energie en volharding.

 

De deugden van matigheid (tegen alle drugs, verslaving en verspilling), orde en discipline (zoals Kano nasteefde in de Kodokan) en boven alles geduld (om steeds opnieuw jezelf te overwinnen) zijn de instrumenten om de wil te trainen, en dagelijks de goede keuzes te maken en die vol te houden. Zo ontstaat karakter.

"De grootste dingen, gedachten, ontdekkingen, uitvindingen, zijn gewoonlijk gerijpt in harde omstandigheden, vaak overdekt met zorgen, en uiteindelijk gevestigd met moeilijkheden."

 

"Het gevecht van het leven is in de meeste gevallen, bergopwaarts gaan. En om te winnen zonder strijd, zou mischien oneervol zijn. Als er geen moeilijkheden zijn, is er geen succes. Als er niets is om voor te vechten, zou er niets zijn om te realiseren."

 

Deze woorden zijn niet van Jigoro Kano, maar van Samuel Smiles. Nil volentibus arduum. Niets is moeilijk voor wie maar wil.

Judo, een weg van taai volhouden.

 

 

 

   naar boven

 

 

 

 

klik om te reageren

op mitesco 

       

Dese site is geoptimailseerd voor gebruik

door MS IE7 of Mozilla Firefox 2.x

Resolutie 1024x728 pixels.

© MITESCO.NL  2008-2009

Alle rechten voorbehouden.