|
Strategie
- de moed om scherp na te denken en te handelen
Strategie is iets dat je kunt leren van judo, maar ook van schaken en
spellen als 'stratego'.
Het is een vaardigheid van het verstand met als doel: adequaat handelen.
Het is een kardinale deugd in de betekenis van 'moed' (zie: menu
'deugden'). Dat blijkt met name in de handeling.
Een judoka kan niet zonder, maar een mens in het gewone alledaagse leven
evenmin.
Mitesco maakt de volgende indeling op basis van de leer van Jigoro Kano
over jukuryo danko. Wat dat exact betekent, wordt duidelijk uit
het hele verhaal.
|
Zorgvuldige voorbereiding:
-
Observatie
-
Herinnering
-
Voorstellingsvermogen
-
Anticipatie
-
Logica
-
Openheid
Slagvaardig handelen:
|
 |
1. Zorgvuldige voorbereiding
(jukuryo)
a. Observatie (kansatsu)
In
judo en elke menselijke situatie is het ontzettend belangrijk om goed te
kijken. Kuzushi in technische zin wordt vooral gevoeld, maar de
rest (ook mentale kuzushi) is bijna altijd een kwestie van goed
kijken, luisteren en analyseren. Mensen laten heel veel van zichzelf
zien, ook zonder dat ze het zelf weten.
Mitesco heeft in zijn beroep de hele dag met mensen te maken, en moet
vaak teksten schrijven of advies geven op basis van indrukken die
(meestal) in crisissituaties worden waargenomen. In combinatie met wat
je met mensen al eerder hebt meegemaakt (zie punt b) is het in veel
gevallen in één oogopslag duidelijk wat de situatie is, of hoe iemand is
aan de hand van zijn/haar leefomgeving. Hoe iemand zich kleedt, kijkt,
zich beweegt, in combinatie met de natuurlijke leefomgeving, zegt meer
dan een heel verhaal. Lichaamstaal spreekt meer dan woorden.
Mitesco kijkt veel naar beeldmateriaal, ook van judoka. Over het
algemeen zijn een paar judofoto's van iemand voldoende om te weten met
wat voor type judoka je te maken hebt. Hoe werkt dat? Dat weten we vaak
zelf niet. We nemen waar in een flits, en op basis van aanwezig
vergelijkingsmateriaal maak je bijna intuïtief een eigen beeld. Hoe
vaker dat beeld blijkt te kloppen, hoe trefzekerder je gaat observeren.
Op
de tatami is die snelle observatie van eminent belang. Wie niet
ziet wat de ander voor judoka is, hoe hij zich voelt of beweegt, mist
het belangrijkste. Uit de blik, de manier van staan, de hand- en
voetbewegingen verraadt de ander bijna altijd wat zijn innerlijke
houding is. Je ziet een open geest, of verkramping, angst, overmoed,
brutaliteit, kortom alles wat je nodig hebt om adequaat te reageren. Via
de houding van de ander zie je ook wat hij doet, welke technieken hij
toepast. Als het goed is past alles in het beeld.
Mitesco vergelijkt judo graag met het verkeer. In het verkeer moet een
automobilist ontzettend goed kunnen kijken en in één oogopslag kunnen
waarnemen waar gevaar schuilt of een snelle reactie nodig is. Wie niet
scherp ziet, of zich verliest in details of onnutte reclameborden
bekijkt, kan in één seconde een voetganger missen - of juist niet.
Mitesco leerde vroeger van zijn rij-instructeur: als je in een straat
wilt weten of er een spelend kind achter een geparkeerde auto zit, moet
je niet speuren naar een kinderhoofdje, maar naar élke beweging. Zie je
in de verte een bal rollen of zie je ergens iets bewegen onder een auto,
dan hoef je het kind niet gezien te hebben om te weten dat het er is.
Zo
is het in heel het leven. De meeste dingen zie je bijna instinctief, in
een flits. En meestal zie je ook dingen die je niet rechtstreeks ziet.
Als je je maar bewust bent van die veelzijdige waarneming. En
geconcentreerd bent. Zo zie je op de tatami de onzekerheid van
iemands hart in een aarzelende voetbeweging, of de positionering van
handen en voeten als hij staat. Je ziet in de beweging van de ogen
iemands intentie. Je ziet een complete mentale balans of onbalans door
schijnbaar onbenullige uiterlijke signalen. Je ziet welke bewegingen
iemand maakt om een aanval of verdediging te maken. Een goede judoka
ziet alles bij een ander, maar weet wat hij niet moet uitstralen om de
ander niet hetzelfde inzicht te schenken.
Letterlijk: in-zicht: binnenkijken.
Bij randori en
judotraining oefent men niet alleen, maar men moet de anderen ook
observeren. Alleen dan kan men weten hoe men worpen effectief moet
inzetten, of hoe men valt enzovoorts. Op die manier opletten en
verschillende situaties zien, dat noem ik observatie. (Kano 1889, Over
judo in het algemeen en zijn waarde voor de opvoeding, geciteerd in
Niehaus, p.288 e.v.)
b. Herinnering en vergelijking (kioku)
Er
is een spel en het heet 'memory'. Precies weten welke kaartjes met welke
afbeelding waar liggen. Je kunt er jonge kinderen mee trainen, maar ook
ouderen die dingen beginnen te vergeten. De meeste kaartspellen zijn
gebaseerd op goed kijken én herinneren. Welke kaarten zijn er al uit?
Welke moeten we nog verwachten? Wie zit te klaverjassen moet weten
hoeveel troeven er nog in het spel zitten, en of de boer en de Nel er al
uit zijn, voor hij zelf zijn aas werpt. Stratego is hetzelfde. Als je
weet waar iemands rangen staan, en waar de bommen staan, loop je niet
twee keer tegen de generaal aan en weet je meestal ook snel waar de vlag
staat als je op zes vakjes drie bommen hebt getroffen. Allemaal een
kwestie van goed onthouden.
In
judo moet je op die manier ook waza leren. Kijken, herinneren en
toepassen. Mitesco ziet vaak hoe moeilijk het is om een perfecte
techniek perfect na te doen. Want hoe kun je elke beweging onthouden en
ook nog soepel toepassen? Sommige gecompliceerde technieken lijken
eenvoudig, maar één detail vergeten betekent dat de hele techniek
mislukt. Kijken, analyseren en niets vergeten - dat is de basis voor
alle toepassingen.
Er
zijn heel veel foefjes om dingen te leren onthouden. 'Mnemotechniek'
heet dat. Bij intellectuele studie zijn er legio mogelijkheden. Maar in
praktische zaken moet het onthouden van de juiste volgorde of structuur
een tweede natuur worden.
Vergelijken we het weer met autorijden. Sommige mensen rijden blind op
hun navigatiesysteem. Mitesco vindt dat stupide. Alleen als je niet kunt
kaartlezen of als het donker is, heeft dat zin. Veel beter is het om
door observatie en herinnering te leren je te oriënteren na bestudering
van een kaart. Maar ja, mensen onthouden niets meer. "Was het nu de
vierde of de vijfde straat rechts?" Als je had gezien dat het de eerste
straat na het parkje was, had je het beter kunnen onthouden. Hoe slim
kun je zijn? Zoals je bij het leren van een tekst of taal
aanknopingspunten zoekt, zo kun je dat in het verkeer ook. Wie alles
laat voorzeggen door de juffrouw in zijn TomTom, gaat afleren om te
kijken en te onthouden. Je kunt je ook trainen en alleen in bijzondere
gevallen op hulpmiddelen terugvallen.
Wie veel heeft gezien of meegemaakt, en ook wat intellect heeft om
indrukken goed op te slaan op de harde schijf van zijn geest, bouwt een
schat aan kennis en herinnering op. Dat helpt om nóg beter te
observeren, nóg meer te onthouden, en zo steeds te groeien in wijsheid
en kennis.
Op
dezelfde manier zie je ook of iemand veel leest. Mitesco moet soms
opstellen van kinderen uit groep 8 lezen. Aan de taalfouten zie je
hoeveel taalgevoel de kids hebben - hoe vaak ze een tekst hebben gelezen
waar "hij vindt" ook met "dt" gespeld wordt. Wie veel leest, ziet op een
gegeven moment intuïtief of iets juist gespeld is. Herinnering en
toepassing.
Toegepast op judo. Wie de principes diepgaand bestudeert en aan de hand
daarvan kijkt naar technieken van anderen en zichzelf, leert steeds
beter elke minibeweging van elke techniek - vanuit zijn herinnering en
kennis. Hij 'her-kent' letterlijk wat er gebeurt. Hij heeft het al eens
eerder gezien en ziet het opnieuw. Wie met die kennis gewapend de mat
opgaat, ziet ook in dezelfde beweging exact wat de ander voorheeft en
doet. Het enige waar het hem dan nog in kan zitten is snelheid. Want
tussen de observatie, de verbinding met de kennis, en de handeling, zit
soms minder dan een seconde.
Bij de judotraining is het
vooral in het begin nodig, om het geleerde op te volgen. Daarom moet
men het geleerde in herinnering houden. Zo gebruikt men de
capaciteiten van het geheugen op een veelzijdige manier en vormt men
het verstand. (Kano, idem.)
c. Voorstellingsvermogen (sozo)
Observatie en herinnering bieden samen de mogelijkheid om conceptueel te
kunnen denken. Dat wil zeggen: de opgeslagen beelden in nieuwe situaties
plaatsen. Hoe werkt dat? Als je beelden opslaat in je herinnering, kun
je daar ook abstracties van maken. Je maakt er algemeenheden van. Eén
huis is een huis. Maar wie de hele dag huizen bekijkt, leert ook de
kenmerken van een huis. Wie de kenmerken kent, kan studeren en ze gaan
toepassen. Dan kun je met die kennis architect of aannemer worden.
Bordspellen als 'stratego' zijn dan dubbel leerzaam. Het leert niet
alleen te onthouden, maar ook een systeem van aanval en verdediging te
ontwerpen. Zoveel stukken en rangen zó ordenen dat je er een
denkbeeldige tegenstander mee kunt verslaan. Judoka moesten ook maar
een strategoclub in de sportschool oprichten.
Zo
is het in het verkeer. Wie veel rijervaring heeft, kent zo ongeveer alle
denkbare situaties. Hij kan zich dan voorstellen wat hij gaat aantreffen
als hij naar Amsterdam gaat, en hoe hij op de grachten moet wringen.
Maar ook weet hij wat de scherpte van een bocht op een rotonde is,
zonder de meetkundige gegevens te weten. Hij kan het zich namelijk
precies voorstellen. Hij ziet waarschuwingsbord J9 (rotonde), een bult
voor zich, vier blauwe borden D1 (ook rotonde) op een zekere afstand van
elkaar staan. Hij kent ook zijn snelheid, en kan zich meteen voorstellen
hoe scherp de afslag is en hoe hard hij moet rijden. Test: kunt u als
lezer zich nu voorstellen wat er op de borden J9 en D1 staat? Dat
bedoelen we dus.
Bij judo kan de judoka met veel ervaring zich in de geest voorbereiden
op waza. Als je bijvoorbeeld een ude garami vaak hebt
geobserveerd, en je precies weet welke beweging je moet maken om met de
ene hand de arm van de ander exact op de juiste plaats vast te pakken -
en vooral waar je je eigen arm onder die van uke moet schuiven! -
kun je de hele greep in je geest ook maken, of hem bij wijze van spreken
oefenen met de afvoerslang van de wasdroger...
d. Anticipatie (saki o tore)
Veel mensen zeggen dat Duitsers en Italianen zulke slechte
automobilisten zijn. Generaliseren is nooit goed, maar vooruit. Toch
rijden Duitsers graag wat harder (als ze nog geen strafpunten in
'Flensburg' hebben) en Italianen rijden wat minder volgens de regels.
Maar ze hebben over het algemeen één ding gemeen. Ze anticiperen
geweldig goed. En dus zijn het eigenlijk prima chauffeurs. Degenen die
er kritiek op hebben, rijden zelf misschien wel slechter - of reageren
zelf te laat en worden bang van het assertieve rijgedrag. Mitesco rijdt
supergraag in genoemde landen. Hij weet namelijk dat, als hij met meer
dan 130 km/u op de linkerbaan zit, die kleine bestelwagen rechts hem
beslist gezien heeft en dus niet (zoals Nederlanders doen) plotseling
naar links gaat komen. En als je rechts een wagen ziet die níet afremt
voor een vrachtwagen vlak voor hem, mag je anticiperen op zijn
inhaalmanoeuvre en daar niet door verrast worden. Je kijkt zelf zo ver
voor- en achteruit als je kunt, en als anderen dat ook doen, kan
iedereen veel beter meekomen zonder gevaar voor elkaars leven.
In
judo kennen we het principe van saki o tore. Het betekent:
gebruik je techniek vóór de ander hetzelfde doet. Het is niets anders
dan anticiperen. Als je zorgvuldig observeert, zie je elke beweging van
de ander. Als je een goede herinnering hebt, weet je bijvoorbeeld dat
een zekere beweging meestal of altijd een voorbereiding voor een aanval
is. Als je een goed voorstellingsvermogen hebt, kun je de techniek van
de ander al helemaal voor je zien. Als je goed kunt anticiperen, heb je
in één seconde beeld en conclusie helder en weet je uit je kennis van
techniek en verdediging welke eigen worp of kaeshiwaza je klaar
moet hebben en toepassen waar nodig. Eigenlijk zijn alle tegenaanvallen
en overnames in judo een kwestie van anticiperen en meteen adequaat
reageren. Dat het moderne wedstrijdjudo zo weinig mooie combinaties
maakt, lijkt dan ook een kwestie van dezelfde Nederlandse mentaliteit
als in het verkeer: niet kijken, niet nadenken, niet inzien, niet
anticiperen. Doe maar wat. Nou, niet dus.
Judoka zouden misschien wat meer moeten gaan schaken. Schaken is de
ultieme kunst van het anticiperen. Als een goede schaker niet meer dan
vijf zetten vooruit kan denken, is hij zó schaakmat.
Anticiperen is: de kunst om je niet te laten verrassen. Op de tatami
en daarbuiten.
e. Logica (gengo)
Als je probeert een
bepaalde techniek uit te leggen, zal de luisteraar niet begrijpen wat
je bedoelt tenzij je het logisch en helder uitlegt. Er zijn dingen die
je en détail kunt uitleggen door een kata te laten zien,
terwijl andere dingen zich niet lenen voor die methode. Sommige andere
zaken moet je uitleggen in woord of geschrift. (Mind over Muscle p.116
/ Niehaus p. 289)
Logica is de basis om iets te begrijpen. Behalve sommige vormen van
kunst (die je moet voelen of niet) is van bijna alles te analsyeren en
te beredeneren waarom iets zo is of niet. Ook taal is een exacte
wetenschap.
Wie judotechniek bestudeert, moet de logica van het menselijk lichaam en
de beweging onder de knie hebben. Er zijn bij goed judo geen technieken
te bedenken die niet overeenkomen met de basisbeginselen van de logica.
Niets is zomaar verzonnen. Logica van judotechniek blijkt als ze
effectief is in de training. Handelen volgens de logische principes
wordt verkregen door zorgvuldig na te denken en analyses toe te passen
op alles wat wordt waargenomen en onthouden.
Logica stemt overeen met de waarheid van het universum, zou Kyuzo Mifune
zeggen. Het element jū in judo, wat staat voor het natuurlijke,
is deel van een objectieve waarheid. Wie de waarheid erkent en zoekt,
legt de basis voor het juiste begrip van judo en alle beslissingen in
het leven.
Of
het nu gaat om autorijden, of spellen als stratego of schaken - zoals
eerder genoemd; we zullen niet begrijpen wat we moeten doen als we niet
een bepaalde logica toepassen. Elke strategie moet beantwoorden aan
logische principes.
f. Openheid (tairyo)
Het principe van jū in judo betekent natuurlijk-zijn, maar ook
open en flexibel. Wie zich vastlegt in zijn geest, kan niets meer leren.
Aangezien judo een levensweg is, mag dat nooit het geval zijn. judo is
levenslang leren en jezelf openstellen voor uitdagingen. Geen enkele
techniek wordt ooit saai, omdat je zelf en degene met wie je hem toepast
elke dag anders is. We kunnen nooit zeggen: dat ken ik al. Want we weten
nooit genoeg, en hebben nooit genoeg ervaring.
Als we ons strategisch voorbereiden door waarneming, analyse en logische
toepassing, kan onze herinnering ons ook hinderen in plaats van helpen.
Het kan ons voorprogrammeren of een vooroordeel geven. We kunnen
bijvoorbeeld een bepaalde judoka al jarenlang kennen, waardoor we weten
dat hij gewoonlijk in situatie A techniek X toepast. Als we er dan
zondermeer van uitgaan dat het ook nu zo is, en hij past techniek Y toe,
worden we tijdens randori lelijk verrast en overrompeld.
Zo
is het ook in het verkeer. Al rijden we de route van A naar B elke dag
op dezelfde tijd, dan nog mogen we niet indutten, maar altijd scherp
blijven en open naar veranderende situaties. Want vandaag kan er
toevallig een fietser oversteken waar die anders nooit oversteekt, en
die mag je niet over het hoofd zien.
En
zo is het in het hele intermenselijk verkeer. Vooroordelen ten opzichte
van medemensen zijn het hardnekkigste sociale obstakel in onze geest. Ze
leiden niet alleen tot vormen van rassenhaat, maar zelfs in gezinnen en
familieverhoudingen, of situaties op werk of school, tot onverklaarbare
spanningen. Het generaliserende "hij/zij is zus of zo", pint mensen vast
en berooft je van de vrijheid die je nodig hebt om in elke situatie
opnieuw zuiver te kunnen observeren. Je ziet dingen die je zelf ziet,
met je eigen gekleurde bril. Wie echter slecht ziet, trekt ook bijna
altijd de verkeerde conclusies. Zo ontstaan de grootste tegenstellingen,
die met een open blik en dialoog gemakkelijk kunnen worden voorkomen.
judo kan helpen om een ander open te benaderen en hem steeds opnieuw te
ontdekken - zonder vooroordelen. Mede om die reden wordt judo nogal eens
toegepast als gedragstherapie voor mensen die zich moeilijk kunnen
openen, of zelfs bij vormen van autisme. Het is een natuurlijke (jū)
weg om los te komen uit fixaties of onbewuste angsten. Het is een weg
van de praktijk, die gemakkelijker laat voelen wat openheid is, dan
duizend fraaie woorden kunnen bereiken.
U boekt geen vooruitgang
door wat al is bereikt, maar door te reiken naar wat nog te doen
staat. Door wat u vandaag doet, kunt u morgen slagen. Dat is de waarde
van oefening.
Breedheid van geest
betekent dat je open staat voor nieuwe ideeën, maar ook dat je de
mogelijkheid hebt om verschillende ideeën te ordenen zonder ze te
vermengen met elkaar. Bij het oefenen van judo is dat belangrijk,
omdat mensen (als ze niet meer open staan) vaak hun eigen kennis en
opvattingen gaan verabsoluteren. Als er dan nieuwe ideeën zijn die
veel beter zijn, aanvaarden ze die niet meer. Ze kunnen de waarde ook
niet meer vaststellen, of zien of ze goed of slecht zijn. (...)
Of het nu je eigen idee is of dat van iemand anders, een oude of
nieuwe theorie; als je wilt vaststellen of het goed of slecht is, moet
je je eigen vooroordelen opgeven en je geest open houden voor je een
oordeel kunt vellen. Open blijven staan naar nieuwe dingen is zo
bezien het eerste element van breedheid van geest en noodzakelijk om
vooruit te gaan. (Jigoro Kano: Mind over Muscle p.117)
Een goede judoka plant
nooit zijn acties in het gevecht vooruit, maar zijn verstand is als
een gepoetste spiegel die het hem mogelijk maakt om alles precies te
voorzien wat er kan gebeuren. Hij toont zijn vrijheid in zijn
bewegingen om met alle veranderingen klaar te komen. Deze geestelijke
toestand en lichamelijke beweging worden 'sei' of stilte genoemd, en
'do' of beweging genoemd, soms worden ze 'jū' en 'go' of zachtheid en
stoerheid, , 'in' en 'yo' of negatief of positief enz. genoemd.
Kyuzo Mifune
naar boven
2. Slagvaardig handelen (danko)
Alles op een rijtje gezet:
Als je een open geest hebt voor wat je zorgvuldig observeert, zie je
iets wat je kunt plaatsen door het met je herinneringen te
vergelijken. Je stelt je voor hoe het zal zijn als het beweegt volgens
bepaalde logische principes en daar anticipeer je op door...
een duidelijke conclusie te trekken en daar naar te handelen. Jigoro
Kano noemt dat principe jukuryo danko.(*) Het is:
besluitvaardig handelen na zorgvuldige beschouwing
Alles goed afwegen
betekent: dat men een situatie goed inschat en voldoende moet
onderzoeken, voor men handelt. Zonder uitstel handelen betekent: niet
meer aarzelen, maar, wanneer men een besluit genomen heeft, dit
onvervaard doorvoeren. (Kano, 1889, KJT2,129)
a. Besluiten
Sommige mensen kunnen geen besluiten nemen. Ze denken de openheid van
geest te hebben om alles nog een keer te moeten overwegen, en nog
zorgvuldiger te moeten bekijken. En nog eens. En misschien nog eens.
De
dames en heren politici hebben daar ook een handje van - stellen liever
een commissie in dan een knoop doorhakken. Maar er zijn ook mensen die
wel willen verhuizen en er niet toe komen omdat aan elk huis wel iets
mankeert. Of ze willen een nieuwe auto kopen, maar kunnen na stapels
folders en eindeloze bezoeken met het hele gezin aan de autoboulevard
nóg niet kiezen. Perfectie is iets om naar te streven, maar
perfectionisme is een problematische geesteshouding. (Zoals bijna alle
-ismen.)
judo kan mensen helpen om die aarzelingen te overwinnen. Want in
randori en shiai heb je altijd met iemand anders te maken die
zijn beslissingen wel neemt als jij die niet neemt. In wedstrijden
vliegen de shido's je om de oren als je niet kunt beslissen en dus niets
doet. judo leert bovendien om het hele proces van voorbereiden,
beslissen en handelen snel uit te voeren. Want het hele proces van
kuzushi, tai-sabaki, tsukuri, en kake voltrekt zich als
het goed is in een flits. Dan heb je niet meer de tijd om langer na te
denken, of de ander heeft jouw aarzeling gezien en als antwoord het
proces net iets sneller voltrokken.
Besluiteloze judoka of andere twijfelaars zouden maar eens moeten gaan
snelschaken: schaken met de klok erbij. Want leren besluiten is vooral
een kwestie van durven kiezen. Ja, dat betekent ook: moed hebben om
risico te lopen. Bij een potje snelschaken vliegen de stukken in het
begin om je oren. Maar als je er in traint, word je beter en kom je
steeds meer zonder verlies van vitale stukken uit de partij - tot je een
keer zelf zo goed bent en de ander schaakmat zet. Besluitvaardigheid is
ook: léren besluiten en leren van je fouten.
judo is in wezen hetzelfde. Wie vol moed randori binnengaat wordt
de eerste tijd misschien voortdurend geworpen. Maar wie het maar lang
genoeg volhoudt, wordt gaandeweg beter door groeiend inzicht en betere
besluiten. Door vallen en opstaan ontstaat de vordering, als je maar
kiest en doorzet - ook bij schijnbare langdurige tegenslag.
Om
die reden ziet Mitesco het besluiten en handelen ook in relatie tot de
kardinale deugd van moed. Mensen die geen
keuze kunnen maken, zijn niet moedig maar laf. Alles steeds maar opnieuw
willen overwegen is ook een kwestie van: geen risico willen lopen. Zo is
het leven niet. Het gaat niet alleen om angstig zelfbehoud. Wie alles
zeker wil weten, en altijd op safe speelt, doet niets en komt tot
niets. Die krijgen een shido van het leven. Durf, moed,
doorzettingsvermogen, volharding - het zijn allemaal deugden voor sterke
mensen.
Judoka moeten moedige mensen zijn, die het risico durven lopen om
geworpen te worden. Vandaag geworpen = vandaag geleerd en morgen beter.
Wie vastbesloten is, gaat de uitdaging aan. Dat is moed. (zie ook menu
'volharding'.)
De kans om een techniek toe
te passen, krijg je maar één keer en nooit weer.
Dus: gebruik hem zonder
aarzeling
Kyuzo Mifune
先 を取る - saki o toru
(het initatief nemen), eenvoudige woorden maar een moeilijk concept.
In ieder geval is Judo pro-actief. Nage no Kata is daarbij een
interessant voorbeeld. Is tori in een pro-actieve of re-actieve
mentale staat? Dat is de sleutel. Mentaal, niet lichamelijk.
Paul Nogaki, Judoforum
6-7-2008
b. Uitvoeren
Moedige besluiten kun je nemen, maar het doen is het belangrijkste. Moed
blijkt uit daden. Dat is bij judo zichtbaar. Iemand kan het nóg zo goed
weten, maar of je slaagt in randori blijkt uit het handelen en
het nemen van initiatief (sen), of je tot de kake komt. In
het gevecht zijn er drie vormen van initiatief: go no sen
(inititatief als reactie op het intitiatief van de ander), sen
(gelijktijdig initiatief) en sen sen no sen (intitiatief voor de
ander het neemt). Hoe het ook tot stand komt, wie het initiatief neemt,
moet dat net zo resoluut en slagvaardig doen als het nemen van het
besluit.
Moedig besluiten = moedig handelen. dat is de essentie van danko.
Hoe meer ervaren iemand is, hoe gemakkelijker hij zal vertrouwen op zijn
overweging, besluit en handeling.
Om
die reden is judo zo geschikt als training in zelfvertrouwen.
Zelfvertrouwen bouw je op en dat heb je niet na één les. Maar als iemand
merkt dat hij vaker de juiste conclusies trekt uit observaties, en het
doen op basis van het genomen besluit goed uitpakt, ontstaat vanzelf de
situatie waarin hij meer gaat durven dan voorheen. Inderdaad, dat wordt
een deugd - een deugd is immers een goede handeling die je vaker doet en
die op die manier een tweede natuur wordt. Moed moet je hebben om te
handelen, maar moed ontstaat ook na vaak adequaat gehandeld te hebben.
In
relatie tot de moed om te handelen, moet ook weer de deugd van
beheersing worden betrokken. Deugden hangen altijd samen. Moed kan ook
'overmoed' worden. Daarom noemt Jigoro Kano bij het bespreken van
danko in één adem ook het principe tomaro tokoro o shire -
weten wanneer je moet ophouden. Het juiste handelen is altijd een
evenwicht tussen slagvaardigheid en terughoudendheid. Op de tatami
leer je dat gaandeweg - in relatie tot de ander - door goed op te
letten. judo kan ook op dat punt een levensles zijn, om balans te vinden
in je handelen - net als op je voeten.
De hoeksteen van het judo
is voor mij seiryoku zenyo. Seiryoku zenyo specificeert niet
wanneer je pro-actief of reactief moet aanvallen. Omdat iemand
eenvoudig zijn energie zo efficient mogelijk moet gebruiken. Ik denk
dat dit precies is wat een groot judoka verheft boven de middelmaat.
Een complex verstaan wanneer het gepast is om gedurfd aan te vallen of
te wachten op de counter.
Gaijin Judoka, Judoforum
juni 2008
3. Groei als mens
Wie zo handelt, weloverwogen, slagvaardig en moedig, ontwikkelt een
zelfkennis die je hele leven meegaat. Door jezelf in je omgeving te
kunnen plaatsen, je met de juiste maat te verdedigen en aan te vallen
waar nodig, groei je in assertiviteit en bescheidenheid. Je bouwt er een
strategische visie door op, moedig en deugdzaam. Je wordt een aangenaam
mens, zachtmoedig en flexibel, maar ook sterk en principieel - altijd
afgestemd op wat nodig is voor het bepaalde moment. Je benut je energie
(seiryoku) altijd optimaal, omdat je het strategisch hebt kunnen
plannen en toepassen. Dat geeft een vrijheid van geest die je iedereen
zou toewensen.
judo helpt je om steeds te leren op die weg. Maar het wordt waargemaakt
in wie je bent, en dat is in het gewone leven.
Als je de twee principes
leert - jukuryo danko en tomaru tokoro o shire - en
leert hoe je zo correct moet toepassen, zul je er groot voordeel van
hebben, niet alleen bij judotraining, maar ook in je rol als lid van
de samenleving. (Mind over Muscle p. 121)
Om de overwinnig te
behalen, moet je verplaatsen in de huid van je tegenstander. Als je
jezelf niet begrijpt, zal je in alle gevallen verliezen. Als je jezelf
kent, zul in de helft van de gevallen verliezen. Als je jezelf kent én
je tegenstander, zul je in alle gevallen winnen.
Tsutomu Oshima
We hebben problemen omdat
we we een van de drie essentiele middelen van de judo-pedagogie, de
lezing/studie missen in het westerse judo sinds judo buiten Japan werd
verbreid. Dit is begrijpelijk, omdat de lezingen vaak gegeven werden
door Kanô zelf, en Kanô ondanks al zijn reizen nog steeds in Tôkyô
woonde, en niet in het westen.
Het is echter nogal onrijmbaar voor mij, dat er hachidan-houders zijn
die niet regelmatig lezen over judo. Ik zeg: lezen, en niet babbelen.
Lezen met de bronnen die reflecteren op het juiste verstaan en studie.
In Kanô Jigorô Taikei en Watanabe Ichirô in Shiryô.
Meiji budô shi, worden cruciale filosofische en technische
fundamenten van het jûdô uitgelegd, vooral de verschillende strategiën
van tai-no-sen, sen-no-sen, sen-sen-no-sen, en
go-no-sen.
Cichorei Kano, Judoforum
30-6-2008
Het verschil tussen
kracht en moed
Je hebt kracht nodig om
sterk te zijn.
Je hebt moed nodig om
zachtmoedig te zijn.
Je hebt kracht nodig om
jezelf te beschermen.
Je hebt moed nodig om je
bescherming los te laten.
Je hebt kracht nodig om
te overwinnen.
Je hebt moed nodig om je
over te geven.
Je hebt kracht nodig om
zeker te zijn.
Je hebt moed nodig om te
kunnen twijfelen.
Je hebt kracht nodig om
ergens in te passen.
Je hebt moed nodig om
ergens buiten te staan.
Je hebt kracht nodig om
de pijn van een vriend te voelen.
Je hebt moed nodig om je
eigen pijn te voelen.
Je hebt kracht nodig om
je gevoelens te verbergen.
Je hebt moed nodig om je
gevoelens te laten zien.
Je hebt kracht nodig om
misstanden te verdragen.
Je hebt moed nodig om
misstanden te stoppen.
Je hebt kracht nodig om
alleen te staan.
Je hebt moed nodig om op
een ander te steunen.
Je hebt kracht nodig om
lief te hebben.
Je hebt moed nodig om je
te laten liefhebben.
Je hebt kracht nodig om
te overleven.
Je hebt moed nodig om te
leven.
(*) noot: Mind over Muscle p. 120-121.
naar boven
De sterkte is de morele
deugd die in moeilijkheden standvastigheid en volharding verzekert in
het streven naar het goede. Ze bevestigt het besluit aan de bekoringen
te weerstaan en de struikelblokken in het morele leven te overwinnen.
De deugd van sterkte maakt het mogelijk de angst te overwinnen, zelfs
voor de dood en de beproeving en de vervolgingen te trotseren.

|
klik om te reageren
op mitesco |
 |
|
Dese site is geoptimailseerd
voor gebruik
door MS IE7 of Mozilla
Firefox 2.x
Resolutie 1024x728 pixels.
©
MITESCO.NL
2008-2009
Alle rechten voorbehouden.
|
|