website metrics

 

  Menu

 

  Waarom?

 

  Geschiedenis

  indeling:

   Kano

   Kodokan

   Butokukai

   Judolegenden

   Nederlands judo

 

  Mind over Muscle

 

  Seiryoku Zenyo

  toepassingen:

     deugd

     orde

     strategie

     beheersing

     volharding

     kuzushi

    

  Jita Kyoei

  toepassingen:

     opvoeding

     respect        

     beschaving

     sportiviteit

     de 'dō'

     

  Judo-praktijk

  indeling:

     sport ?

     kata

     kumi-kata

     shiai

     arbitrage

     kinderjudo

     studie

     herbronning

 

  Koppelingen

 

  E-Cards

 

 

 

 

 

 

Strategie - de moed om scherp na te denken en te handelen

 

 

Strategie is iets dat je kunt leren van judo, maar ook van schaken en spellen als 'stratego'.

Het is een vaardigheid van het verstand met als doel: adequaat handelen.

Het is een kardinale deugd in de betekenis van 'moed' (zie: menu 'deugden'). Dat blijkt met name in de handeling.

Een judoka kan niet zonder, maar een mens in het gewone alledaagse leven evenmin.

Mitesco maakt de volgende indeling op basis van de leer van Jigoro Kano over jukuryo danko. Wat dat exact betekent, wordt duidelijk uit het hele verhaal.

 

Zorgvuldige voorbereiding:

  • Observatie

  • Herinnering

  • Voorstellingsvermogen

  • Anticipatie

  • Logica

  • Openheid

Slagvaardig handelen:

  • Besluiten

  • Uitvoeren

 


 

1. Zorgvuldige voorbereiding (jukuryo)

 

a. Observatie (kansatsu)

 

In judo en elke menselijke situatie is het ontzettend belangrijk om goed te kijken. Kuzushi in technische zin wordt vooral gevoeld, maar de rest (ook mentale kuzushi) is bijna altijd een kwestie van goed kijken, luisteren en analyseren. Mensen laten heel veel van zichzelf zien, ook zonder dat ze het zelf weten.

Mitesco heeft in zijn beroep de hele dag met mensen te maken, en moet vaak teksten schrijven of advies geven op basis van indrukken die (meestal) in crisissituaties worden waargenomen. In combinatie met wat je met mensen al eerder hebt meegemaakt (zie punt b) is het in veel gevallen in één oogopslag duidelijk wat de situatie is, of hoe iemand is aan de hand van zijn/haar leefomgeving. Hoe iemand zich kleedt, kijkt, zich beweegt, in combinatie met de natuurlijke leefomgeving, zegt meer dan een heel verhaal. Lichaamstaal spreekt meer dan woorden.

Mitesco kijkt veel naar beeldmateriaal, ook van judoka. Over het algemeen zijn een paar judofoto's van iemand voldoende om te weten met wat voor type judoka je te maken hebt. Hoe werkt dat? Dat weten we vaak zelf niet. We nemen waar in een flits, en op basis van aanwezig vergelijkingsmateriaal maak je bijna intuïtief een eigen beeld. Hoe vaker dat beeld blijkt te kloppen, hoe trefzekerder je gaat observeren. 

Op de tatami is die snelle observatie van eminent belang. Wie niet ziet wat de ander voor judoka is, hoe hij zich voelt of beweegt, mist het belangrijkste. Uit de blik, de manier van staan, de hand- en voetbewegingen verraadt de ander bijna altijd wat zijn innerlijke houding is. Je ziet een open geest, of verkramping, angst, overmoed, brutaliteit, kortom alles wat je nodig hebt om adequaat te reageren. Via de houding van de ander zie je ook wat hij doet, welke technieken hij toepast. Als het goed is past alles in het beeld.

Mitesco vergelijkt judo graag met het verkeer. In het verkeer moet een automobilist ontzettend goed kunnen kijken en in één oogopslag kunnen waarnemen waar gevaar schuilt of een snelle reactie nodig is. Wie niet scherp ziet, of zich verliest in details of onnutte reclameborden bekijkt, kan in één seconde een voetganger missen - of juist niet. Mitesco leerde vroeger van zijn rij-instructeur: als je in een straat wilt weten of er een spelend kind achter een geparkeerde auto zit, moet je niet speuren naar een kinderhoofdje, maar naar élke beweging. Zie je in de verte een bal rollen of zie je ergens iets bewegen onder een auto, dan hoef je het kind niet gezien te hebben om te weten dat het er is. 

Zo is het in heel het leven. De meeste dingen zie je bijna instinctief, in een flits. En meestal zie je ook dingen die je niet rechtstreeks ziet. Als je je maar bewust bent van die veelzijdige waarneming. En geconcentreerd bent. Zo zie je op de tatami de onzekerheid van iemands hart in een aarzelende voetbeweging, of de positionering van handen en voeten als hij staat. Je ziet in de beweging van de ogen iemands intentie. Je ziet een complete mentale balans of onbalans door schijnbaar onbenullige uiterlijke signalen. Je ziet welke bewegingen iemand maakt om een aanval of verdediging te maken. Een goede judoka ziet alles bij een ander, maar weet wat hij niet moet uitstralen om de ander niet hetzelfde inzicht te schenken.

Letterlijk: in-zicht: binnenkijken.

Bij randori en judotraining oefent men niet alleen, maar men moet de anderen ook observeren. Alleen dan kan men weten hoe men worpen effectief moet inzetten, of hoe men valt enzovoorts. Op die manier opletten en verschillende situaties zien, dat noem ik observatie. (Kano 1889, Over judo in het algemeen en zijn waarde voor de opvoeding, geciteerd in Niehaus, p.288 e.v.)

 

b. Herinnering en vergelijking (kioku)

 

Er is een spel en het heet 'memory'. Precies weten welke kaartjes met welke afbeelding waar liggen. Je kunt er jonge kinderen mee trainen, maar ook ouderen die dingen beginnen te vergeten. De meeste kaartspellen zijn gebaseerd op goed kijken én herinneren. Welke kaarten zijn er al uit? Welke moeten we nog verwachten? Wie zit te klaverjassen moet weten hoeveel troeven er nog in het spel zitten, en of de boer en de Nel er al uit zijn, voor hij zelf zijn aas werpt. Stratego is hetzelfde. Als je weet waar iemands rangen staan, en waar de bommen staan, loop je niet twee keer tegen de generaal aan en weet je meestal ook snel waar de vlag staat als je op zes vakjes drie bommen hebt getroffen. Allemaal een kwestie van goed onthouden.

In judo moet je op die manier ook waza leren. Kijken, herinneren en toepassen. Mitesco ziet vaak hoe moeilijk het is om een perfecte techniek perfect na te doen. Want hoe kun je elke beweging onthouden en ook nog soepel toepassen? Sommige gecompliceerde technieken lijken eenvoudig, maar één detail vergeten betekent dat de hele techniek mislukt. Kijken, analyseren en niets vergeten - dat is de basis voor alle toepassingen.

Er zijn heel veel foefjes om dingen te leren onthouden. 'Mnemotechniek' heet dat. Bij intellectuele studie zijn er legio mogelijkheden. Maar in praktische zaken moet het onthouden van de juiste volgorde of structuur een tweede natuur worden.

Vergelijken we het weer met autorijden. Sommige mensen rijden blind op hun navigatiesysteem. Mitesco vindt dat stupide. Alleen als je niet kunt kaartlezen of als het donker is, heeft dat zin. Veel beter is het om door observatie en herinnering te leren je te oriënteren na bestudering van een kaart. Maar ja, mensen onthouden niets meer. "Was het nu de vierde of de vijfde straat rechts?" Als je had gezien dat het de eerste straat na het parkje was, had je het beter kunnen onthouden. Hoe slim kun je zijn? Zoals je bij het leren van een tekst of taal aanknopingspunten zoekt, zo kun je dat in het verkeer ook. Wie alles laat voorzeggen door de juffrouw in zijn TomTom, gaat afleren om te kijken en te onthouden. Je kunt je ook trainen en alleen in bijzondere gevallen op hulpmiddelen terugvallen.

Wie veel heeft gezien of meegemaakt, en ook wat intellect heeft om indrukken goed op te slaan op de harde schijf van zijn geest, bouwt een schat aan kennis en herinnering op. Dat helpt om nóg beter te observeren, nóg meer te onthouden, en zo steeds te groeien in wijsheid en kennis.

Op dezelfde manier zie je ook of iemand veel leest. Mitesco moet soms opstellen van kinderen uit groep 8 lezen. Aan de taalfouten zie je hoeveel taalgevoel de kids hebben - hoe vaak ze een tekst hebben gelezen waar "hij vindt" ook met "dt" gespeld wordt. Wie veel leest, ziet op een gegeven moment intuïtief of iets juist gespeld is. Herinnering en toepassing.

Toegepast op judo. Wie de principes diepgaand bestudeert en aan de hand daarvan kijkt naar technieken van anderen en zichzelf, leert steeds beter elke minibeweging van elke techniek - vanuit zijn herinnering en kennis. Hij 'her-kent' letterlijk wat er gebeurt. Hij heeft het al eens eerder gezien en ziet het opnieuw. Wie met die kennis gewapend de mat opgaat, ziet ook in dezelfde beweging exact wat de ander voorheeft en doet. Het enige waar het hem dan nog in kan zitten is snelheid. Want tussen de observatie, de verbinding met de kennis, en de handeling, zit soms minder dan een seconde.

Bij de judotraining is het vooral in het begin nodig, om het geleerde op te volgen. Daarom moet men het geleerde in herinnering houden. Zo gebruikt men de capaciteiten van het geheugen op een veelzijdige manier en vormt men het verstand. (Kano, idem.)

 

c. Voorstellingsvermogen (sozo)

 

Observatie en herinnering bieden samen de mogelijkheid om conceptueel te kunnen denken. Dat wil zeggen: de opgeslagen beelden in nieuwe situaties plaatsen. Hoe werkt dat? Als je beelden opslaat in je herinnering, kun je daar ook abstracties van maken. Je maakt er algemeenheden van. Eén huis is een huis. Maar wie de hele dag huizen bekijkt, leert ook de kenmerken van een huis. Wie de kenmerken kent, kan studeren en ze gaan toepassen. Dan kun je met die kennis architect of aannemer worden.

Bordspellen als 'stratego' zijn dan dubbel leerzaam. Het leert niet alleen te onthouden, maar ook een systeem van aanval en verdediging te ontwerpen. Zoveel stukken en rangen zó ordenen dat je er een denkbeeldige tegenstander mee kunt verslaan. Judoka moesten ook maar een strategoclub in de sportschool oprichten.

Zo is het in het verkeer. Wie veel rijervaring heeft, kent zo ongeveer alle denkbare situaties. Hij kan zich dan voorstellen wat hij gaat aantreffen als hij naar Amsterdam gaat, en hoe hij op de grachten moet wringen. Maar ook weet hij wat de scherpte van een bocht op een rotonde is, zonder de meetkundige gegevens te weten. Hij kan het zich namelijk precies voorstellen. Hij ziet waarschuwingsbord J9 (rotonde), een bult voor zich, vier blauwe borden D1 (ook rotonde) op een zekere afstand van elkaar staan. Hij kent ook zijn snelheid, en kan zich meteen voorstellen hoe scherp de afslag is en hoe hard hij moet rijden. Test: kunt u als lezer zich nu voorstellen wat er op de borden J9 en D1 staat? Dat bedoelen we dus.

Bij judo kan de judoka met veel ervaring zich in de geest voorbereiden op waza. Als je bijvoorbeeld een ude garami vaak hebt geobserveerd, en je precies weet welke beweging je moet maken om met de ene hand de arm van de ander exact op de juiste plaats vast te pakken - en vooral waar je je eigen arm onder die van uke moet schuiven! -  kun je de hele greep in je geest ook maken, of hem bij wijze van spreken oefenen met de afvoerslang van de wasdroger...

        

 

 

d. Anticipatie (saki o tore)

 

Veel mensen zeggen dat Duitsers en Italianen zulke slechte automobilisten zijn. Generaliseren is nooit goed, maar vooruit. Toch rijden Duitsers graag wat harder (als ze nog geen strafpunten in 'Flensburg' hebben) en Italianen rijden wat minder volgens de regels. Maar ze hebben over het algemeen één ding gemeen. Ze anticiperen geweldig goed. En dus zijn het eigenlijk prima chauffeurs. Degenen die er kritiek op hebben, rijden zelf misschien wel slechter - of reageren zelf te laat en worden bang van het assertieve rijgedrag. Mitesco rijdt supergraag in genoemde landen. Hij weet namelijk dat, als hij met meer dan 130 km/u op de linkerbaan zit, die kleine bestelwagen rechts hem beslist gezien heeft en dus niet (zoals Nederlanders doen) plotseling naar links gaat komen. En als je rechts een wagen ziet die níet afremt voor een vrachtwagen vlak voor hem, mag je anticiperen op zijn inhaalmanoeuvre en daar niet door verrast worden. Je kijkt zelf zo ver voor- en achteruit als je kunt, en als anderen dat ook doen, kan iedereen veel beter meekomen zonder gevaar voor elkaars leven.

In judo kennen we het principe van saki o tore. Het betekent: gebruik je techniek vóór de ander hetzelfde doet. Het is niets anders dan anticiperen. Als je zorgvuldig observeert, zie je elke beweging van de ander. Als je een goede herinnering hebt, weet je bijvoorbeeld dat een zekere beweging meestal of altijd een voorbereiding voor een aanval is. Als je een goed voorstellingsvermogen hebt, kun je de techniek van de ander al helemaal voor je zien. Als je goed kunt anticiperen, heb je in één seconde beeld en conclusie helder en weet je uit je kennis van techniek en verdediging welke eigen worp of kaeshiwaza je klaar moet hebben en toepassen waar nodig. Eigenlijk zijn alle tegenaanvallen en overnames in judo een kwestie van anticiperen en meteen adequaat reageren. Dat het moderne wedstrijdjudo zo weinig mooie combinaties maakt, lijkt dan ook een kwestie van dezelfde Nederlandse mentaliteit als in het verkeer: niet kijken, niet nadenken, niet inzien, niet anticiperen. Doe maar wat. Nou, niet dus.

Judoka zouden misschien wat meer moeten gaan schaken. Schaken is de ultieme kunst van het anticiperen. Als een goede schaker niet meer dan vijf zetten vooruit kan denken, is hij zó schaakmat.

Anticiperen is: de kunst om je niet te laten verrassen. Op de tatami en daarbuiten.

 

 

e. Logica (gengo)

Als je probeert een bepaalde techniek uit te leggen, zal de luisteraar niet begrijpen wat je bedoelt tenzij je het logisch en helder uitlegt. Er zijn dingen die je en détail kunt uitleggen door een kata te laten zien, terwijl andere dingen zich niet lenen voor die methode. Sommige andere zaken moet je uitleggen in woord of geschrift. (Mind over Muscle p.116 / Niehaus p. 289)

Logica is de basis om iets te begrijpen. Behalve sommige vormen van kunst (die je moet voelen of niet) is van bijna alles te analsyeren en te beredeneren waarom iets zo is of niet. Ook taal is een exacte wetenschap.

Wie judotechniek bestudeert, moet de logica van het menselijk lichaam en de beweging onder de knie hebben. Er zijn bij goed judo geen technieken te bedenken die niet overeenkomen met de basisbeginselen van de logica. Niets is zomaar verzonnen. Logica van judotechniek blijkt als ze effectief is in de training. Handelen volgens de logische principes wordt verkregen door zorgvuldig na te denken en analyses toe te passen op alles wat wordt waargenomen en onthouden.

Logica stemt overeen met de waarheid van het universum, zou Kyuzo Mifune zeggen. Het element in judo, wat staat voor het natuurlijke, is deel van een objectieve waarheid. Wie de waarheid erkent en zoekt, legt de basis voor het juiste begrip van judo en alle beslissingen in het leven.

Of het nu gaat om autorijden, of spellen als stratego of schaken - zoals eerder genoemd; we zullen niet begrijpen wat we moeten doen als we niet een bepaalde logica toepassen. Elke strategie moet beantwoorden aan logische principes.

 

 

f. Openheid (tairyo)

 

Het principe van in judo betekent natuurlijk-zijn, maar ook open en flexibel. Wie zich vastlegt in zijn geest, kan niets meer leren. Aangezien judo een levensweg is, mag dat nooit het geval zijn. judo is levenslang leren en jezelf openstellen voor uitdagingen. Geen enkele techniek wordt ooit saai, omdat je zelf en degene met wie je hem toepast elke dag anders is. We kunnen nooit zeggen: dat ken ik al. Want we weten nooit genoeg, en hebben nooit genoeg ervaring.

Als we ons strategisch voorbereiden door waarneming, analyse en logische toepassing, kan onze herinnering ons ook hinderen in plaats van helpen. Het kan ons voorprogrammeren of een vooroordeel geven. We kunnen bijvoorbeeld een bepaalde judoka al jarenlang kennen, waardoor we weten dat hij gewoonlijk in situatie A techniek X toepast. Als we er dan zondermeer van uitgaan dat het ook nu zo is, en hij past techniek Y toe, worden we tijdens randori lelijk verrast en overrompeld.

Zo is het ook in het verkeer. Al rijden we de route van A naar B elke dag op dezelfde tijd, dan nog mogen we niet indutten, maar altijd scherp blijven en open naar veranderende situaties. Want vandaag kan er toevallig een fietser oversteken waar die anders nooit oversteekt, en die mag je niet over het hoofd zien.

En zo is het in het hele intermenselijk verkeer. Vooroordelen ten opzichte van medemensen zijn het hardnekkigste sociale obstakel in onze geest. Ze leiden niet alleen tot vormen van rassenhaat, maar zelfs in gezinnen en familieverhoudingen, of situaties op werk of school, tot onverklaarbare spanningen. Het generaliserende "hij/zij is zus of zo", pint mensen vast en berooft je van de vrijheid die je nodig hebt om in elke situatie opnieuw zuiver te kunnen observeren. Je ziet dingen die je zelf ziet, met je eigen gekleurde bril. Wie echter slecht ziet, trekt ook bijna altijd de verkeerde conclusies. Zo ontstaan de grootste tegenstellingen, die met een open blik en dialoog gemakkelijk kunnen worden voorkomen.

judo kan helpen om een ander open te benaderen en hem steeds opnieuw te ontdekken - zonder vooroordelen. Mede om die reden wordt judo nogal eens toegepast als gedragstherapie voor mensen die zich moeilijk kunnen openen, of zelfs bij vormen van autisme. Het is een natuurlijke () weg om los te komen uit fixaties of onbewuste angsten. Het is een weg van de praktijk, die gemakkelijker laat voelen wat openheid is, dan duizend fraaie woorden kunnen bereiken.

 

U boekt geen vooruitgang door wat al is bereikt, maar door te reiken naar wat nog te doen staat. Door wat u vandaag doet, kunt u morgen slagen. Dat is de waarde van oefening.

 

Breedheid van geest betekent dat je open staat voor nieuwe ideeën, maar ook dat je de mogelijkheid hebt om verschillende ideeën te ordenen zonder ze te vermengen met elkaar. Bij het oefenen van judo is dat belangrijk, omdat mensen (als ze niet meer open staan) vaak hun eigen kennis en opvattingen gaan verabsoluteren. Als er dan nieuwe ideeën zijn die veel beter zijn, aanvaarden ze die niet meer. Ze kunnen de waarde ook niet meer vaststellen, of zien of ze goed of slecht zijn.  (...) Of het nu je eigen idee is of dat van iemand anders, een oude of nieuwe theorie; als je wilt vaststellen of het goed of slecht is, moet je je eigen vooroordelen opgeven en je geest open houden voor je een oordeel kunt vellen. Open blijven staan naar nieuwe dingen is zo bezien het eerste element van breedheid van geest en noodzakelijk om vooruit te gaan. (Jigoro Kano: Mind over Muscle p.117)

 

 

Een goede judoka plant nooit zijn acties in het gevecht vooruit, maar zijn verstand is als een gepoetste spiegel die het hem mogelijk maakt om alles precies te voorzien wat er kan gebeuren. Hij toont zijn vrijheid in zijn bewegingen om met alle veranderingen klaar te komen. Deze geestelijke toestand en lichamelijke beweging worden 'sei' of stilte genoemd, en 'do' of beweging genoemd, soms worden ze 'jū' en 'go' of zachtheid en stoerheid, , 'in' en 'yo' of negatief of positief enz. genoemd.

Kyuzo Mifune

 

 

naar boven

 


 

 

2. Slagvaardig handelen (danko)

 

 

Alles op een rijtje gezet:

Als je een open geest hebt voor wat je zorgvuldig observeert, zie je iets wat je kunt plaatsen door het met je herinneringen te vergelijken. Je stelt je voor hoe het zal zijn als het beweegt volgens bepaalde logische principes en daar anticipeer je op door...

een duidelijke conclusie te trekken en daar naar te handelen. Jigoro Kano noemt dat principe jukuryo danko.(*)  Het is: besluitvaardig handelen na zorgvuldige beschouwing

  • Jukuryo = alles goed afwegen (de zes punten hierboven)

  • Danko = zonder uitstel handelen als je een beslissing hebt genomen (de twee punten hieronder)

Alles goed afwegen betekent: dat men een situatie goed inschat en voldoende moet onderzoeken, voor men handelt. Zonder uitstel handelen betekent: niet meer aarzelen, maar, wanneer men een besluit genomen heeft, dit onvervaard doorvoeren. (Kano, 1889, KJT2,129)

 

 

a. Besluiten

 

Sommige mensen kunnen geen besluiten nemen. Ze denken de openheid van geest te hebben om alles nog een keer te moeten overwegen, en nog zorgvuldiger te moeten bekijken. En nog eens. En misschien nog eens.

De dames en heren politici hebben daar ook een handje van - stellen liever een commissie in dan een knoop doorhakken. Maar er zijn ook mensen die wel willen verhuizen en er niet toe komen omdat aan elk huis wel iets mankeert. Of ze willen een nieuwe auto kopen, maar kunnen na stapels folders en eindeloze bezoeken met het hele gezin aan de autoboulevard nóg niet kiezen. Perfectie is iets om naar te streven, maar perfectionisme is een problematische geesteshouding. (Zoals bijna alle -ismen.)

judo kan mensen helpen om die aarzelingen te overwinnen. Want in randori en shiai heb je altijd met iemand anders te maken die zijn beslissingen wel neemt als jij die niet neemt. In wedstrijden vliegen de shido's je om de oren als je niet kunt beslissen en dus niets doet. judo leert bovendien om het hele proces van voorbereiden, beslissen en handelen snel uit te voeren. Want het hele proces van kuzushi, tai-sabaki, tsukuri, en kake voltrekt zich als het goed is in een flits. Dan heb je niet meer de tijd om langer na te denken, of de ander heeft jouw aarzeling gezien en als antwoord het proces net iets sneller voltrokken.

Besluiteloze judoka of andere twijfelaars zouden maar eens moeten gaan snelschaken: schaken met de klok erbij. Want leren besluiten is vooral een kwestie van durven kiezen. Ja, dat betekent ook: moed hebben om risico te lopen. Bij een potje snelschaken vliegen de stukken in het begin om je oren. Maar als je er in traint, word je beter en kom je steeds meer zonder verlies van vitale stukken uit de partij - tot je een keer zelf zo goed bent en de ander schaakmat zet. Besluitvaardigheid is ook: léren besluiten en leren van je fouten.

judo is in wezen hetzelfde. Wie vol moed randori binnengaat wordt de eerste tijd misschien voortdurend geworpen. Maar wie het maar lang genoeg volhoudt, wordt gaandeweg beter door groeiend inzicht en betere besluiten. Door vallen en opstaan ontstaat de vordering, als je maar kiest en doorzet - ook bij schijnbare langdurige tegenslag.

Om die reden ziet Mitesco het besluiten en handelen ook in relatie tot de kardinale deugd van moed. Mensen die geen keuze kunnen maken, zijn niet moedig maar laf. Alles steeds maar opnieuw willen overwegen is ook een kwestie van: geen risico willen lopen. Zo is het leven niet. Het gaat niet alleen om angstig zelfbehoud. Wie alles zeker wil weten, en altijd op safe speelt, doet niets en komt tot niets. Die krijgen een shido van het leven. Durf, moed, doorzettingsvermogen, volharding - het zijn allemaal deugden voor sterke mensen.

Judoka moeten moedige mensen zijn, die het risico durven lopen om geworpen te worden. Vandaag geworpen = vandaag geleerd en morgen beter. Wie vastbesloten is, gaat de uitdaging aan. Dat is moed. (zie ook menu 'volharding'.)

 

 

 

De kans om een techniek toe te passen, krijg je maar één keer en nooit weer.

Dus: gebruik hem zonder aarzeling

 

Kyuzo Mifune

 

先 を取る - saki o toru (het initatief nemen), eenvoudige woorden maar een moeilijk concept. In ieder geval is Judo pro-actief. Nage no Kata is daarbij een interessant voorbeeld. Is tori in een pro-actieve of re-actieve mentale staat? Dat is de sleutel. Mentaal, niet lichamelijk.

Paul Nogaki, Judoforum 6-7-2008

 

 

b. Uitvoeren

 

Moedige besluiten kun je nemen, maar het doen is het belangrijkste. Moed blijkt uit daden. Dat is bij judo zichtbaar. Iemand kan het nóg zo goed weten, maar of je slaagt in randori blijkt uit het handelen en het nemen van initiatief (sen), of je tot de kake komt. In het gevecht zijn er drie vormen van initiatief: go no sen (inititatief als reactie op het intitiatief van de ander), sen (gelijktijdig initiatief) en sen sen no sen (intitiatief voor de ander het neemt). Hoe het ook tot stand komt, wie het initiatief neemt, moet dat net zo resoluut en slagvaardig doen als het nemen van het besluit.

Moedig besluiten = moedig handelen. dat is de essentie van danko. Hoe meer ervaren iemand is, hoe gemakkelijker hij zal vertrouwen op zijn overweging, besluit en handeling.

Om die reden is judo zo geschikt als training in zelfvertrouwen. Zelfvertrouwen bouw je op en dat heb je niet na één les. Maar als iemand merkt dat hij vaker de juiste conclusies trekt uit observaties, en het doen op basis van het genomen besluit goed uitpakt, ontstaat vanzelf de situatie waarin hij meer gaat durven dan voorheen. Inderdaad, dat wordt een deugd - een deugd is immers een goede handeling die je vaker doet en die op die manier een tweede natuur wordt. Moed moet je hebben om te handelen, maar moed ontstaat ook na vaak adequaat gehandeld te hebben.

 

In relatie tot de moed om te handelen, moet ook weer de deugd van beheersing worden betrokken. Deugden hangen altijd samen. Moed kan ook 'overmoed' worden. Daarom noemt Jigoro Kano bij het bespreken van danko in één adem ook het principe tomaro tokoro o shire - weten wanneer je moet ophouden. Het juiste handelen is altijd een evenwicht tussen slagvaardigheid en terughoudendheid. Op de tatami leer je dat gaandeweg - in relatie tot de ander - door goed op te letten. judo kan ook op dat punt een levensles zijn, om balans te vinden in je handelen - net als op je voeten.

 

 

De hoeksteen van het judo is voor mij seiryoku zenyo. Seiryoku zenyo specificeert niet wanneer je pro-actief of reactief moet aanvallen. Omdat iemand eenvoudig zijn energie zo efficient mogelijk moet gebruiken. Ik denk dat dit precies is wat een groot judoka verheft boven de middelmaat. Een complex verstaan wanneer het gepast is om gedurfd aan te vallen of te wachten op de counter.

Gaijin Judoka, Judoforum juni 2008

 

 

 

 


 

 

3. Groei als mens

 

 

Wie zo handelt, weloverwogen, slagvaardig en moedig, ontwikkelt een zelfkennis die je hele leven meegaat. Door jezelf in je omgeving te kunnen plaatsen, je met de juiste maat te verdedigen en aan te vallen waar nodig, groei je in assertiviteit en bescheidenheid. Je bouwt er een strategische visie door op, moedig en deugdzaam. Je wordt een aangenaam mens, zachtmoedig en flexibel, maar ook sterk en principieel - altijd afgestemd op wat nodig is voor het bepaalde moment. Je benut je energie (seiryoku) altijd optimaal, omdat je het strategisch hebt kunnen plannen en toepassen. Dat geeft een vrijheid van geest die je iedereen zou toewensen.

 

judo helpt je om steeds te leren op die weg. Maar het wordt waargemaakt in wie je bent, en dat is in het gewone leven.

 

 

 

 

Als je de twee principes leert - jukuryo danko en tomaru tokoro o shire - en leert hoe je zo correct moet toepassen, zul je er groot voordeel van hebben, niet alleen bij judotraining, maar ook in je rol als lid van de samenleving. (Mind over Muscle  p. 121)

 

 

Om de overwinnig te behalen, moet je verplaatsen in de huid van je tegenstander. Als je jezelf niet begrijpt, zal je in alle gevallen verliezen. Als je jezelf kent, zul in de helft van de gevallen verliezen. Als je jezelf kent én je tegenstander, zul je in alle gevallen winnen.

Tsutomu Oshima

 

We hebben problemen omdat we we een van de drie essentiele middelen van de judo-pedagogie, de lezing/studie missen in het westerse judo sinds judo buiten Japan werd verbreid. Dit is begrijpelijk, omdat de lezingen vaak gegeven werden door Kanô zelf, en Kanô ondanks al zijn reizen nog steeds in Tôkyô woonde, en niet in het westen.

Het is echter nogal onrijmbaar voor mij, dat er hachidan-houders zijn die niet regelmatig lezen over judo. Ik zeg: lezen, en niet babbelen. Lezen met de bronnen die reflecteren op het juiste verstaan en studie. In Kanô Jigorô Taikei en Watanabe Ichirô in Shiryô. Meiji budô shi, worden cruciale filosofische en technische fundamenten van het jûdô uitgelegd, vooral de verschillende strategiën van tai-no-sen, sen-no-sen, sen-sen-no-sen, en go-no-sen.

Cichorei Kano, Judoforum 30-6-2008

 

 

Het verschil tussen kracht en moed

 

Je hebt kracht nodig om sterk te zijn.

Je hebt moed nodig om zachtmoedig te zijn.

 

Je hebt kracht nodig om jezelf te beschermen.

Je hebt moed nodig om je bescherming los te laten.

 

Je hebt kracht nodig om te overwinnen.

Je hebt moed nodig om je over te geven.

 

Je hebt kracht nodig om zeker te zijn.

Je hebt moed nodig om te kunnen twijfelen.

 

Je hebt kracht nodig om ergens in te passen.

Je hebt moed nodig om ergens buiten te staan.

 

Je hebt kracht nodig om de pijn van een vriend te voelen.

Je hebt moed nodig om je eigen pijn te voelen.

 

Je hebt kracht nodig om je gevoelens te verbergen.

Je hebt moed nodig om je gevoelens te laten zien.

 

Je hebt kracht nodig om misstanden te verdragen.

Je hebt moed nodig om misstanden te stoppen.

 

Je hebt kracht nodig om alleen te staan.

Je hebt moed nodig om op een ander te steunen.

 

Je hebt kracht nodig om lief te hebben.

Je hebt moed nodig om je te laten liefhebben.

 

Je hebt kracht nodig om te overleven.

Je hebt moed nodig om te leven.

 

 

 

 

(*) noot: Mind over Muscle p. 120-121.

 

naar boven

 


 

De sterkte is de morele deugd die in moeilijkheden standvastigheid en volharding verzekert in het streven naar het goede. Ze bevestigt het besluit aan de bekoringen te weerstaan en de struikelblokken in het morele leven te overwinnen. De deugd van sterkte maakt het mogelijk de angst te overwinnen, zelfs voor de dood en de beproeving en de vervolgingen te trotseren.

 

klik om te reageren

op mitesco 

       

Dese site is geoptimailseerd voor gebruik

door MS IE7 of Mozilla Firefox 2.x

Resolutie 1024x728 pixels.

© MITESCO.NL   2008-2009

Alle rechten voorbehouden.