Menu
Waarom?
Geschiedenis
indeling:
Kano
Kodokan
Butokukai
Judolegenden
Nederlands judo
Mind over Muscle
Seiryoku Zenyo
toepassingen:
deugd
orde
strategie
beheersing
volharding
kuzushi
Jita Kyoei
toepassingen:
opvoeding
respect
beschaving
sportiviteit
de
'dō'
Judo-praktijk
indeling:
sport
?
kata
kumi-kata
shiai
arbitrage
kinderjudo
studie
herbronning
Koppelingen
E-Cards

|
Sportiviteit en Shiai - judoka vechten voor vrede, niet om te winnen
Indeling van deze pagina (klik op de
tekstregels):
1. Problemen met het wedstrijdelement ?
2. Sportiviteit: respect en
het doel niet verliezen
3. Sportiviteit volgens jita kyoei: de ander tegemoet komen
1. Problemen met het
wedstrijdelement ?
"Als je wint, schep niet op
over je overwinning. Als je verliest, word dan niet ontmoedigd." (Jigoro
Kano)
Wie luistert naar sommige judoka of coaches ontmoet nogal eens wat
frustratie. Vooral op het niveau van de
wedstrijden. Hoewel dr.Kano ons leert dat frustratie en woede
verspilling van energie is (en dus helemaal tegen de seiryoku zenyo
is - zie menu 'beheersing') wordt er aan de rand van de tatami en
thuis na de wedstrijd heel wat gekankerd. Dat maakt meer kapot dan je
lief is.
|
Er
lijkt opnieuw een tweedeling te groeien, zoals die in de tijd van de
grondlegger ook al bestond overigens. Een scheiding tussen:
Maar wie moedigt ze aan?
Wie leert judoka om vooral (alleen maar) prijzen te willen winnen?
Er zijn heel wat judoka en teams die na een toernooi teleurgesteld
naar huis zijn gegaan, omdat ze niet beoordeeld werden op de echte
judokwaliteit van hun hart en hun techniek. Er zijn nog te vaak
winnaars die als verliezers naar huis gaan en die alleen hun eigen
trots in de bekerkast kunnen zetten.
Die frustratie maakt de motivatie om met plezier te blijven judoën -
en judo als een mooie levensweg te beleven - niet sterker.
|
 |
Veel judoka doen daarom geen wedstrijden (meer). Het motiveert wel
om ergens helemaal voor te gaan, maar als je het leuk wilt houden,
kan dat ook of soms beter zonder toernooien.
Nu is het verlies van een toernooi op zich geen ramp, want bekers en
medailles eindigen altijd op zolder in een doos, terwijl judospirit
blijft. Maar het gaat om het principe. De principes (edele doelen van
judo) ontbreken helaas nogal eens omdat ze zijn ingeruild voor
resultaatgericht judo. Door dat harde competitie-element kunnen zelfs
goede judoka en sportscholen worden meegesleurd in de neerwaartse
spiraal. Jigoro Kano zegt daarover:
De judoka doen vandaag
de dag niet genoeg moeite om de doelen van het judo te bereiken, en
leggen veel te veel nadruk op sterk-worden en winnen in de competitie,
wat in feite meer middelen zijn dan doelen. Daarmee is niet gezegd dat
er geen inherente waarde is in het sterk-worden, maar het is in eerste
instantie vooral nodig om een hoger doel te bereiken.
Kort gezegd zijn er drie problemen, die uit
elkaar voortvloeien:
-
Het ik-gerichte en concurrerende denken van de samenleving staat haaks
op de echte judospirit (jita kyoei), maar is wel een motor voor
prestatiegericht wedstrijdjudo.
-
Het wedstrijdelement kan de judoka verharden, en eist een (te) grote
nadruk op spierontwikkeling, zelfs tegen de seiryoku zenyo in.
Dit verandert het zachte en soepele element van judo in de richting
van gefixeerde en harde krachttoeren.
-
Die krachtige manier van judo verandert de toepassing van technieken
op een manier die vaak wel heel sterk ingaat tegen de principes van
seiryoku zenyo.
zie voor een uitgebreidere analyse, met commentaar en
aanbevelingen, ook het menu 'shiai'.
naar boven
2. Sportiviteit: respect en
het doel niet verliezen
Jigoro Kano was de eerste Japanner die in 1909 werd uitgenodigd om in
het Internationaal Olympisch Comite plaats te nemen. De internationale
Olympische Beweging was een heroprichting van de oorspronkelijke Griekse
Olympische gedachte. Een romantisch ideaalbeeld van een harmonieuze
wereld. De Franse baron Pierre De Coubertin (1863-1937) was degene die
deze gedachte heeft uitgewerkt.
Het NOC*NSF vertegenwoordigt in Nederland nog steeds die gedachte, en
schrijft op haar
website o.a.: “Olympisme is een
levensfilosofie, die de kwaliteiten van lichaam, wilskracht en geest
verheft en met elkaar combineert. Door sport te vermengen met cultuur en
educatie, stimuleert olympisme een manier van leven die gebaseerd is op
plezier in inspanning, de educatieve waarde van 'goed voorbeeld doet
goed volgen' en respect voor universele ethische principes. Olympisme
stelt sport in dienst van een evenwichtige ontwikkeling van mensen. Op
die manier hoopt het bij te dragen aan een vreedzame wereld, waarin
menselijke waardigheid voorop staat. (...) Het Olympisch vuur
symboliseert de eeuwige strijd van de mens om tot eenheid en
verbondenheid te komen.”
Het zal niemand verbazen dat Jigoro Kano met name die gedachte kon
combineren met zijn idealen van de jita kyoei. Ook het symbool
van de Olympische Spelen, de bekende vijf ringen die door elkaar zijn
geweven, zijn symbool van de hele wereld, de vijf werelddelen. Ook dit
symbool werd in 1913 door Pierre de Coubertin ontworpen en voor het
eerst gebruikt bij de Antwerpse Spelen in 1920.
Geheel in overeenstemming met de judofilosofie is het Olympisch Motto:
“niet het winnen maar het deelnemen, zoals het in het leven niet
begonnen is om te veroveren, maar om het leveren van goede strijd'.
Sportiviteit bestaat uit twee elementen:
-
fair play: respect voor regels en personen (algemeen)
-
doelen niet verliezen (zie boven, de olympische gedachte en algemeen
het denken van het judo)
(Wat sportiviteit in het algemeen inhoudt, is ook heel goed te lezen op
wikipedia, in een prima bijdrage!)
|
 |
Fair Play
Algemeen wordt er, ook via alle sportbonden, veel aandacht gegeven aan
de verbinding tussen sportiviteit en respect. Wij verwijzen bij de
koppelingen ook naar de webpagina van de Nederlandse Christelijke Sport
Unie (NCSU), die vol staat met onderwerpen in deze geest.
Er worden op allerlei beleidsniveau's nota's geschreven en acties
georganiseerd met betrekking tot fair play. Wij nemen het volgende
over van de webpagina sport.nl van het NOC*NSF.
|
Met Fair Play bedoelen
we 'sportieve en eerlijke sportbeoefening'. Daarbij is dus aandacht
voor de wijze waarop met spelregels wordt omgegaan en hoe met
anderen wordt omgegaan tijdens de beoefening van de
sport(wedstrijden). We willen daarbij vooral waken voor een te brede
invulling van het begrip.
Het Fair Play-beleid past
binnen een breder beleid dat gericht is op het bevorderen van
sportiviteit en respect in de sport. Dit gaat verder dan alleen
datgene wat tijdens wedstrijdsituaties gebeurt. Ook de wijze waarop
ouders aan de lijn staan, de tegenstanders worden ontvangen, de
toeschouwers aanmoedigen en het taalgebruik in de club valt onder de
aandacht van Sportiviteit & Respect. Inkadering van Fair Play in een
breder beleid sluit aan bij de praktijk en de vragen die daaruit voort
komen.
Bij Fair Play-bevordering richten we ons op een drietal
aandachtsgebieden. De keuze is op deze thema's gevallen omdat ze (1)
duidelijk bijdragen aan een sportievere beoefening van de sport in
diverse wedstrijdvormen en (2) er voor deze thema's veel vraag vanuit
de sport zelf c.q. de bonden is.
1) Omgang met regels (willen en kunnen houden aan regels)
-
geschreven regels: je
houden aan de spelregels en eventuele clubregels
-
ongeschreven regels: je
houden aan de 'gedragsnormen' die niet altijd beschreven zijn
-
aanpassen van regels:
als je daarmee Fair Play kunt bevorderen
2) Omgang met anderen
-
het gedrag t.o.v.
anderen: medesporters, tegenstanders, scheidsrechter, ..
-
het effect van jouw
gedrag op anderen: jouw (negatieve) gedrag heeft (negatieve) invloed
op anderen
3) Gelijkheid van kansen
Organisaties in de sport kunnen zorgen voor gelijkheid van kansen,
bijvoorbeeld door een zo eerlijk mogelijke competitie-indeling of het
als de accommodatie ongelijke kansen biedt, de wedstrijd aanpassen.
Dit algemene beleid toegepast op judo
betekent met name:
-
Wedstrijdregels consequent toepassen. Er is nu vaak heel veel kritiek
op de arbitrage. Dat mag natuurlijk alleen aan de zijlijn en achteraf.
Want één van de elementen is van fair play is ook: respect voor de
scheidsrechter, óók als die er gruwelijk naast zit. Maar de indruk kan
nu ontstaan dat er héél veel kan (regels dus niet consequent worden
toegepast) en als er dan wel een keer gestraft wordt, de judoka dat
niet verdraagt. Het is als in het verkeer. iedereen rijdt te hard, en
die éne die dan gepakt wordt na zoveel gedogen, schiet uit zijn slof
tegen oom agent. Fair play zit 'm dus zowel in de speler als de
arbitrage. En de derde aanbeveling onder 1) mag best betekenen: JBN,
kijk nog eens goed... (zie voor onze ideeën voor de arbitrage ook menu
'judo als sport', 2d)
-
Omgang met anderen moet uitgaan van
rei. Het individuele van judo als sport, mag nooit ontaarden in
individualisme of zelfs egoïsme. Ook individuele sporten doe je samen,
tenzij je gaat squashen of hardlopen in je eentje. Maar anders
betekent het altijd: afstemmen op anderen. En zeker in de lijn van de
judoprincipes gaat dat respect nog veel dieper (zie ook menu
'respect') Sommige judoka hebben ook niet in de gaten dat een hogere
kyu ook een voorbeeldfunctie mag hebben. Een bruine band die zich
regelmatig laat gaan of zijn eigen winst voorop stelt, moet die band
eigenlijk snel weer inleveren. judoka met een eigen webpagina mogen
zich soms best realiseren wat voor voorbeeld ze geven. Mitesco
betwijfelt bijvoorbeeld of het nu zo'n fijn sportief getuigenis is,
als hij leest dat een
ichikyu-wedstrijdjudoka van een bekende sportschool op zijn
webpagina vol trots vertelt dat hij na de weging lekker veel is gaan
eten, waarbij foto's van de overvloedige maaltijd worden getoond. Of
een judopagina waar een stel bruine en zwarte banden van een
succesvolle sportschool het respect voor anderen toont door op een rij
te gaan staan met hun blote achterste naar de camera. Puberaal gedrag
natuurlijk, maar de vraag is of deze pubers wel beseffen dat op een
judopagina zulke onsportieve en onvolwassen streken geen goed
voorbeeld van judospirit zijn...
-
Punt 3 van de aanbeveling lijkt bij
judo wel mee te vallen, omdat de gewichtsklassen zo strak zijn. De
loting klopt wel. Maar sommige judoka zouden zich wel mogen afvragen
of ze wel uitkomen in de gewichtsklasse die ze écht hebben, of dat ze
het moment van weging manipuleren door vooraf extra af te vallen.
Spieren, vet en gewicht hebben een zekere samenhang als het gaat over
krachtmeting. Wie extra vocht afdrijft, is niet alleen dom en ongezond
bezig, maar ook onsportief.
Doelen niet uit het oog verliezen
Jigoro Kano kan niet genoeg benadrukken dat de doelen van judo nooit
liggen in louter sportieve prestaties, krachtsexplosies en winnen van
toernooien. Het doel is de jita kyoei, zoals het menu al
aangeeft. Sportviteit is onderdeel van de jita kyoei, een middel
om het doel te bereiken. Nog één keer dan om het nooit meer te vergeten:
De judoka doen vandaag
de dag niet genoeg moeite om de doelen van het judo te bereiken, en
leggen veel te veel nadruk op sterk-worden en winnen in de competitie,
wat in feite meer middelen zijn dan doelen. Daarmee is niet gezegd dat
er geen inherente waarde is in het sterk-worden, maar het is in eerste
instantie vooral nodig om een hoger doel te bereiken.
"Meedoen is belangrijker dan winnen." (Pierre de Coubertin)
Fair play en Olympische traditie
Op een website over de
"Olympic spirit" (multimedia.olympic.org) vonden we deze prima uitleg
van de geschiedenis die Jigoro Kano overnam:
Fair play is een westerse
notie. Zijn wortels gaan terug tot de middeleeuwen, de ridderperiode.
Ridders werden geacht te leven volgens een gedragscode (chivalry)
welke betekende, militaire, sociale en religieuze
veantwoordelijkheden. Hier zijn enkele voorbeelden:
• nooit een ongewapende
tegenstander aanvallen;
• zelf-discipline tonen;
• moedig zijn in woord
en daad;
• wreek de
aangevallenen; verdedig de zwakken en onschuldigen;
• laat nooit een vriend
vallen;
• houd je woord en blijf
trouw aan je principes;
• heb goede manieren,
respecteer de wetten van bezit, gastvrijheid, gezag en vrouwen;
• wees trouw aan God, de
vorst, zijn koningschap en zijn 'code'; heb respect voor autoriteit
en de wet;
• wees genereus en
gastvrij voor vreemdelingen;
• vermijd trots,
ontucht, valse eden en oplichting.
De
overdracht van deze waarden ging door in in de ontwikkeling van
sporten in de 19e eeuw, bij de
aristocraten en de heren
die de opvolgers waren van de ridders. Deze mensen waren amateurs, met
genoeg geld om niet te hoeven werken. Ridderlijke waarden, ingebed in
de vertegenwoordigers van deze sociale klasse, werden aldus belangrijk
in de beoefening van de de sport die ze speelden. Op Britse
colleges, was sport een deel van het opvoedingsprogramma, samen met de
morele waarde die ermee samenhingen, zoals fair play. Pierre de
Coubertin was vooral onder de indruk daarvan gedurende zijn reisjes
naar Engeland en Noord Amerika. Het herinnerde hem aan de riddergeest,
en hetzelfde deed hem inzien welk potentieel er in de sport gelegen
was als opvoedingsprogramma.
“In onze visie, het
Olympische ideaal is het concept van een streke fysieke cultuur
gebaseerd op de geest van het ridderschap - welke je hier [in
Engeland] zo prettig noemt “fair play,” en ook van toepassing
op het esthetische idee van de zorg voor wat mooi en gracieus is.”.
Pierre de Coubertin, in:
Selected Writings, p. 588
Dat zou de mentaliteit
moeten zijn voor een judoka, een echte sportsman, altijd fair
spelend. Het was ook een van de grote invloeden op Jigoro Kano, de
opvoeder, via zijn contacten met De Coubertin, om het concept van
Jita Kyoei uit te vinden, en de Kodokan Culture Association
(Kodokan Bunkakai).
Een goed voorbeeld:
Op
zaterdag 28.6.08, was de stad Haifa in Israel de gastheer voor het
Internationale "Cadets Judo for Peace Tournament". Ik ontmoette en
sprak met judo coaches en jonge atleten van over de hele wereld -
Jordanie, Palestina, Montenegro, Kosovo en Georgie om er maar een
paar te noemen. De atmosfeer was elektrisch-geladen, mensen kwam
samen vanuit werelddelen die maar een paar kilometer van elkaar
vandaan wonen, maar in werelden die door politici en haatdragende
mensen uit elkaar worden gehouden. En in die hal vochten ze,
verloren en wonnen er sportief, en schudden handen. Dr. Kano zou
trots zijn geweest.
Als judo coach doe ik er alles aan om bij mijn leerlingen
integriteit, eer en respect te vestigen voor ieders naaste. dat is,
zo voel ik, is belangrijker dan medailles.
T.Baron, Israel
naar boven
3. Sportiviteit volgens
jita kyoei: de ander tegemoet komen
Jigoro Kano leert echter nog een sportiviteit die verder gaat. Als de
ander als judoka nooit een tegenstander is, maar een medemens die met
respect wordt behandeld, probeer je je ook positief te verplaatsen in de
ander. Goed kijken wie de ander is, is niet alleen nodig om hem adequaat
te kunnen overweldigen, maar ook om hem tegemoet te kunnen komen.
Wie terugkijkt naar de uiteenzetting over het principe van ki en
aiki (zie menu 'Seiryoku zenyo') begrijpt dat bij judo jouw
innerlijke energie harmonie zoekt met die van de ander (aiki).
Het gevecht is geen tegenover-elkaar, maar een weg naar elkaar toe. Dat
is voor veel andere sporters een onbegrijpelijke benadering, maar voor
judoka helemaal waar. judo is ten diepste
toenadering, terwijl de technieken zouden suggereren dat er juist
een scheiding ontstaat in werpen en winnen. Alleen wie judo nog verstaat
als geweld, kan dat verkeerd begrijpen. Maar als judo te maken heeft met
ki, vrede en welzijn, dan betekent dat ook in de sportieve beleving:
elkaar tegemoet komen.
In je alledaagse praktijk, maar ook in de
competitie, krijgt een toernooi wat binnenkort gaat plaatsvinden, alle
aandacht, terwijl de geest van judo op de achtergrond raakt. Hoewel
het een moment kan zijn waar je trots op kunt zijn, is competitie
tussen scholen niet het uiteindelijke doel van de studie en oefening
van judo. Studenten moeten judo niet oefenen omwille van de
competitie, maar meer om in staat te zijn een groter doel in het leven
te behalen. Daarom is competitie tussen scholen en teams niet een
doel, maar meer een middel om een een meer nobel doel te bereiken.
Op deze manier is het
helaas nogal eens het geval in de competitie tussen judoclubs: gebruik
makend van verschillende vuile trucs, of louter rondrennen om zo te
proberen aan je tegenstander te ontsnappen en niet te verliezen, is
niet in overeenstemming met de geest van judo. Als judoka een
toernooi hebben tegen andere judoka of scholen, moeten zij hun
tegenstanders zo veel mogelijk tegemoet komen, en als ze de
overwinning behalen als het resultaat van superieure vaardigheden, is
dat de echte overwinning.
Als je bijvoorbeeld een
nuttig boek hebt dat je voor jezelf houdt en aan niemand laat zien, of
een klasgenoot is ziek en jij laat hem je aantekeningen van de les
niet zien, moet je niet trots zijn als jij een beter examenresultaat
hebt. Op dezelfde manier is het in een competitie. Als je je trots
voelt omdat je gewonnen hebt door je tegenstander niet de kans te
geven, heb je niet beantwoord aan de geest van judo. Zover als
mogelijk moet je een tegenstander tegemoet komen en hem toestaan je
waza vrij op je te proberen. Als je niet wint door meer superieure
waza te gebruiken, of door zijn waza tegen hem te
gebruiken, kun je niet zeggen dat je echt hebt gewonnen. (Mind over
Muscle, p.132-133)
Jigoro Kano gaat hiermee heel erg ver. Het betekent zoveel als: je kunt
alleen maar echt winnen, als je de ander óók de kans geeft om te winnen.
Met overmacht winnen van iemand die nooit van jou zou kunnen winnen, is
geen kunst en in het slechtste geval een teken van lafheid. Als de ander
zo veel zwakker is, dat hij niet van je kan winnen, moet je hem wel
eerst de gelegenheid bieden het beste van zijn waza te laten zien
en hem niet meteen wegvegen. De enige overwinning volgens Kano is de
superioriteit van de techniek. Als die beter is, dan zúl en móet je
winnen.
Natuurlijk zal Jigoro Kano benadrukken dat je je best moet doen om te
winnen, al ziet hij het als een misser om "geobsedeerd te zijn door de
directe overwinning." Beter is het volgens hem om de technieken zo
perfect te leren, dat je door vallen en opstaan kunt leren om echt goed
te worden, en zelfs sterkere tegenstanders door waza te laten
struikelen over hun eigen onbalans. (vgl. Mind over Muscle, p. 136-137.)
Waar komt het dus op neer? Sportief gedrag in de
dojo is:
-
Kies sterkere tegenstanders, want daardoor leer je met vallen en
opstaan te winnen door techniek en niet door kracht - door zo te
handelen leer je sterkere tegenstanders op den duur door superieure
techniek te verslaan.
-
Kom een zwakkere tegenstander tegemoet, zodat hij kan leren van jou
dat techniek belangrijker is dan kracht - geef hem de kans zijn
vaardigheid tegenover jou te laten bewijzen en als zijn techniek beter
zou zijn dan jouw kracht: erken dan je terechte nederlaag.
-
Maak van de competitie in geen geval een krachtmeting en gebruik nooit
en te nimmer methoden die niet overeenkomen met de geest van judo.
-
Maak van de competitie geen hoofdzaak. Winnen is niet de medaille,
maar de zege van de perfectie - wat het hogere doel van judo helder
houdt.
-
Gun een ander zijn overwinning - als hij technisch goed of beter is,
is het dik verdiend.
-
Moedig anderen aan om het beste uit zichzelf te halen en stimuleer
perfecte techniek overal om je heen.
zie voor een uitgebreider commentaar ook de menu's onder 'judo-praktijk'.

naar boven

|
klik om te reageren
op mitesco |
 |
|
Dese site is geoptimailseerd
voor gebruik
door MS IE7 of Mozilla
Firefox 2.x
Resolutie 1024x728 pixels.
©
MITESCO.NL
2008-2009
Alle rechten voorbehouden.
|
|
|