Ondanks wat sommigen op andere websites beweren, moeten we vaststellen
dat Jigoro Kano een voorstander was van
shiai, zelfs op Olympisch niveau, alleen... met als hoger doel de
jita kyoei - de verbroedering en vriendschap van alle volkeren via
de judoweg (ook het Olympisch ideaal, zie menu 'sportiviteit). Maar toch
zijn er problemen met het wedstrijdelement (zie hieronder) Want hoe dan ook
staat vast - waar je ook leest in zijn geschriften - dat het toernooi
voor Kano niet het belangrijkste was. Wel de balans in alles, met een
hoger doel.
De wedstrijd bestond al in
Japan, sinds onheuglijke tijden. Maar de wedstrijdvormen die we nu
zien, zijn uit het buitenland geďmporteerd. In het buitenland heeft
Engeland (dat kun je op oude voorbeelden wel zien) wedstrijden ook als
deel van de cultuur en de samenleving beschouwd. Men verbond de
wedstrijden in ieder geval met een hogere moraal (dotoku) en richtte
de aandacht daarop, door de wedstrijden het gedrag te verbeteren.
Derhalve zijn wedstrijden waarbij geen zedelijke opvoeding (dokusei no
kanyo) voorop staat, in verhouding minder waard. (Kano, 1925,
KJT8,248)
Het moderne wedstrijdjudo is misschien soms op een hele bepaalde manier kuzushi
in het eenzijdige
hoofdaccent. Niet alleen het moderne judo overigens. Kano zelf zegt
daarover al:
Een van de redenen voor
het verval van het judo zoals dat vandaag de dag wordt beoefend is,
dat er allereerst het hedendaagse judo in toenemende mate competitief
van natuur is. Wedstrijden waren aanvankelijk geďntroduceerd als een
middel om bij de studenten een grotere interesse voor judo training op
te wekken. (Jigoro Kano, Judo Memoirs, p.38.)
Maar het diepere doel is ook aanwezig. Het
positieve van de wedstrijden moeten we ook benadrukken. Op Judoforum.com
vond Mitesco een geweldige uiteenzetting van een Sensei met de nick
'Hanon'. Als je dat leest, krijg je positief zin in wedstrijden. Het is
Jigoro Kano, gecombineerd met moderne psychologische inzichten:
In judo is onze partner de
belangrijkste persoon die we hebben. Waarom? Wel, iedere keer als we
shiai doen, en willen winnen door een ippon, en we zo
doen, werken we al oefenend aan het nut/de voortgang van onszelf. Het
echte doel van shiai is om onszelf te trainen en de
lichamelijke handeling is meer het middel wat we daarvoor gebruiken.
Echter, onszelf goed bekijken in een spiegel kan ook beangstigend
zijn, en verder kijken dan we kunnen zien, laat ons zien we we zijn.
Steeds als we shiai doen, kijken we in een fysieke spiegel en
in die spiegel zien we we wie zijn. Shiai is de arena waar we
angst en vrees, en twijfel aan onszelf in de ogen kijken, maar ook
bouwen aan ons zelfbeeld, zelfvertrouwen, zelf-respect en respect voor
de ander. Steeds als we shiai doen, zijn we daar in eerste
instantie om een gevecht te winnen of te verliezen, maar in feite doen
we iets veel belangrijkers: we trainen de geest en - natuurlijk - het
lichaam.
Ik kan niet voor anderen spreken, maar als ik terugdenk aan de keren
dat ik mezelf ben tegengekomen op de tatami in een shiai...
voor mij was het zelden iets van wat ik mijn partner kon doen, maar
hoe ik de gevoelens van angst en vrees kon beheersen. Ik ben zo bang
geweest voor wedstrijden, dat ik bijna flauwviel op het toilet. Als ik
toen was gegaan, was ik niet de chap geweest die ik nu ben. Ik
ben doorgegaan en heb de angst in de ogen gekeken. Ik vocht en
verloor, en ik vocht opnieuw tot ik begon te begrijpen dat het ergste
dat kan gebeuren is: te verliezen. Mezelf aankijken was altijd het
meest slopende deel van shiai voor mij.
De focus van judo is om te werken aan "wereldvrede", zo zegt de
Shihan [Kano] zelf. Dat klinkt vreemd in eerste instantie en dat
moet ook. judo is een werk in uitvoering en je kunt nooit het
voltooide product (onszelf) zien, tenzij je het werk voltooid hebt.
Sommige dingen kun je niet uitleggen met woorden, die móet je gevoeld
en ervaren hebben.
Om op de tatami te staan, tegenover duizend mensen, en een
partner aan te kijken van wie je weet dat hij gaat proberen je op de
tatami te leggen of je arm te klemmen of je te wurgen, is
griezelig. Het is de meest eenzame plaats in de wereld en de druk is
net zo groot als het gelegenheid en de psychologische ontwikkeling van
de deelnemers. De sensei T.P.Leggett schreef eens dat een top judoka
uit zijn tijd shiai meer vreesde dan de dood.
Het is zo onwaar dat degene die wint altijd degene is die fysiek de
sterkste is. Het is zo vaak een combinatie van fysieke capaciteiten en
psychologische kracht, en innelijk zelfvertrouwen dat die dag wint.
We streven ernaar onze partner nooit pijn te doen. Onze partner is
onze vriend en onze weg om zelf een betere persoon te worden. We
gebruiken elkaar om elkaars jita kyoei, ons wederzijdse geluk
en nut te ontwikkelen; nadat we de vaardigheden geleerd hebben en ze
toegepast hebben door shiai, kunnen we ze gebruiken in ons
dagelijks leven.
Sociale interactie is iets als een verbaal randori en soms een
verbaal shiai. We gebruiken countertechnieken, we maken
combinaties als we een punt hebben, we leren om te domineren maar op
een niet-confronterende manier, en nemen de standpunten van de anderen
in overweging. Dat zijn judo-vaardigheden op het hoogste niveau.
Judoka leren hoe breekbaar het lichaam is en gaan niet zomaar het
gevecht aan alsof dat het laatste is. Maar als judo ooit voorbereidt
op een gevecht, kunnen we onze zenuwen en emoties beheersen en zijn we
niet bang voor lichamelijk contact, en zijn we getraind om iemand pijn
te doen zonder hem pijn te doen.
Mike, 'Hanon-sensei',
Judoforum 20-4-2008
Shiai kan de
judoka dus helpen om meer en meer zichzelf te ontdekken en juist
tegenstellingen te leren overwinnen. Heel opbouwend dus. Mits op de
juiste manier beleefd. En daar zitten een paar problemen.
Wie luistert naar sommige judoka of coaches ontmoet echter nogal eens wat
frustratie. Vooral op het niveau van de
wedstrijden. Hoewel dr.Kano ons leert dat frustratie en woede
verspilling van energie is (en dus helemaal tegen de seiryoku zenyo
is) wordt er aan de rand van de tatami en thuis na de wedstrijd
heel wat gekankerd. Dat maakt meer kapot dan je lief is. Frustratie
maakt de motivatie om met plezier te blijven judoën - en judo als een
mooie levensweg te beleven - niet sterker. Veel judoka doen helemaal
geen wedstrijden (meer). Het motiveert wel om ergens helemaal voor te
gaan, maar als je het leuk wilt houden, kan dat ook of soms beter zonder
toernooien.
Wat is er aan de hand? Drie problemen,
scherp gesteld:
a. Ik-gericht judo : het
probleem van de mentaliteit
b. Verdedigend judo : het probleem van gebogen
tachiwaza
c. Krachtig judo : het
probleem dat alles
tairyokuwaza
wordt
a. Ik-gericht judo :
het probleem van de mentaliteit
Er
lijkt opnieuw een tweedeling te groeien, zoals die in de tijd van de
grondlegger ook al bestond overigens. Een scheiding tussen:
judoka die sportief en onzelfzuchtig de ander tegemoet komen (zie
menu 'sportiviteit', nr. 3 voor wat we daarmee bedoelen)
ik-gerichte judoka die judo doen voor het winnen en persoonlijke
prestaties. ('sportjudo')
Dat laatste wordt steeds meer een probleem.
Maar wie moedigt ze aan? Wie leert judoka om vooral (alleen maar)
prijzen te willen winnen? Wie leert een judoka om de ander zijn winst
níet te gunnen? Er zijn heel wat judoka en teams die na een toernooi
teleurgesteld naar huis zijn gegaan, omdat ze niet beoordeeld werden op
de echte judokwaliteit van hun hart en hun techniek. Er zijn nog te vaak
winnaars die als verliezers naar huis gaan en die alleen hun eigen trots
in de bekerkast kunnen zetten.
Nu
is het verlies van een toernooi op zich geen ramp, want daar leer je van
en bekers eindigen uiteindelijk op zolder in een doos, terwijl
judospirit blijft. Maar het gaat om het principe. We kunnen voorkomen
dat Jigoro Kano zich bij elk toernooi bijna moet omdraaien in zijn graf.
Want de principes (edele doelen van judo) ontbreken helaas steeds meer
omdat ze zijn ingeruild voor hard, resultaatgericht judo. Of
'koka-judo', waarbij de judoka heel berekenend zo min mogelijk
uitvoeren, risicomijdend judo beoefenen door niet te judoën. (Nee, dat
is géén seiryoku zenyo!)
Door dat eenzijdige competitie-element kunnen zelfs goede judoka en
sportscholen worden meegesleurd in een neerwaartse spiraal. Dood- en
doodzonde. Want judo is zoveel meer! Daarom ook zoveel nadruk op de
andere punten in het menu links.
Het ideaal van jita kyoei laat natuurlijk geen egocentrische
mentaliteit toe. judo is nooit een middel om je eigen ego te verheffen,
maar wel om je eigen leven te perfectioneren ten dienste van de
mensheid. Maar dat judo-ideaal staat op gespannen voet met een heersende
mentaliteit in de hele wereld! Die wereld van hardheid en concurrentie
is de tatami opgeslopen... en dat kán het mooie judo verpesten
als we niet samen werken aan de idealen.
De judoka doen vandaag
de dag niet genoeg moeite om de doelen van het judo te bereiken, en
leggen veel te veel nadruk op sterk-worden en winnen in de competitie,
wat in feite meer middelen zijn dan doelen. Daarmee is niet gezegd dat
er geen inherente waarde is in het sterk-worden, maar het is in eerste
instantie vooral nodig om een hoger doel te bereiken.
Jigoro Kano
"Een egocentrische mentaliteit is nooit aanvaardbaar."
Kyuzo MIfune
"Als je wint, schep niet op
over je overwinning. Als je verliest, word dan niet ontmoedigd."
Jigoro Kano
Het is niet belangrijk om
beter te zijn dan iemand anders, maar om beter te zijn dan gisteren.
Jigoro Kano
Ze hebben de prikkel uit
het Ippon judo gehaald. Nu is het "koka-judo": verdien een
koka en houd die vast gedurende de wedstrijd. In feite worden
sommige judoka er op getraind om dat expres zo te doen. Koka
en yuko waren bedoeld als tie breakers. Men ging er van
uit dat je ging voor de ippon, niet de goedkope overwinning van
een koka-overwinning, en minstens niet expres. Zo maakt het
sportificeren van het judo, het winnen ten koste van alles, de kunst
kapot.
"Mr. Roosevelt" (USA) in
2005
b. Verdedigend judo : het probleem van
gebogen tachiwaza
Mitesco vraagt zich wel eens af: Wie is er ooit begonnen met het "staand
judo" te vervangen door "gebogen judo"? Nee, het is niet de schuld van
de Russen, al hebben zij wel invloed gehad op het wedstrijdjudo. Maar
het gebogen staan is in Japan ontstaan - Jigoro Kano trad er immers al
tegen op. Het is zelfs hém niet gelukt het uit te bannen.
Wel eens kritisch gekeken naar een wedstrijd of 'mooie' actiefoto's?
Zijn sommige dames en heren zo respectvol naar elkaar dat ze de formele
ritsurei nog even willen overdoen? Waarschijnlijk niet. Of is het
een vorm van verdediging? Tasten ze razendsnel af in hoeverre de ander
kuzushi is via kumi-kata of door een soort verdedigende
houding aan te nemen, gebogen en met de benen zo ver mogelijk van de
ander verwijderd?
Wie stevig rechtop wil blijven staan en zich zó verdedigt, of wie de
ander recht in de ogen wil kijken om zó na een snelle kumi-kata
de worp in te zetten, lijkt bij het moderne wedstrijdjudo bijna
kansloos. De gemiddelde judoka kiest niet voor het open vizier, maar
voor de kracht van een afstandelijke verdediging. En dat betekent: niet
rechtop staan, niet in de natuurlijke lichaamshouding blijven, maar met
je beenspieren 'balans' vinden zoals die bij het oorspronkelijke judo
natuurlijk onmogelijk is: voorover gebogen.
Het is nergens voor nodig. De verdedigende houding van de oude
meesters zat in de soepelheid van heupen en benen. Van Kyuzo Mifune
werd gezegd, dat randori met hem was als "vechten tegen een
spook. Je valt aan en hij is er niet meer." Er zijn nog genoeg
foto's en zelfs video's van de houding die de oude judoka aannamen
(zie youtube, menu 'koppelingen').
Jigoro Kano léért het ook gewoon in zijn
boek 'Kodokan judo' (blz. 37-38) De foto van Kano en Mifune rechts
laat het precies zien: zo hoort het volgens Kano.
Als je echt goed bent, durf je dus ook
rechtop te blijven als je snel genoeg bent. Wie zich verdedigend
buigt, is gewoon niet goed genoeg. Die is vast en zeker sterk, maar
durft blijkbaar niet aan te vallen. Hij kán dat ook niet meer, in
die houding. Maar is dat judo? Willen we dat?
Nu
is dat allemaal niet zo nieuw. Jigoro Kano zag het in zijn tijd al
gebeuren. Hij schreef:
Als je bang bent voor het
risico om te verliezen, moet je aanvallend zijn, waza proberen
en hard trainen. Als je dat doet, zul je niet langer judoën in een
gefixeerde eenrichtingshouding, of je heupen naar beneden brengen, of
je voorover buigen in een defensieve houding, zoals ik dat al te vaak
zie in deze dagen. (Mind over Muscle, p. 138-139, citaat uit 1936.)
De houding waarbij de
judoka zijn bovenlichaam voorover buigt en zijn armen de hele tijd
strak uitstrekt, is verre van ideaal. Normaal gesproken moet iemand
zijn lichaam niet strak houden als hij in een natuurlijke houding
staat, omdat het de vrije en snelle beweging van zijn nek,
bovenlichaam, armen en benen beperkt. De ideale houding is die, welke
de judoka in staat stelt om meteen een vloeiende inpuls te geven aan
al zijn lichaamsbewegingen. (Jigoro Kano, Judo Memoirs, p. 39.)
Onvoorstelbaar toch? We zijn dik zeventig jaar verder en hebben het nog
niet begrepen... Niets watervlugge souplesse (ju) maar gespierde
onbuigzaamheid. En toch weten we het, er staat gewoon in de (goede)
handboeken hoe het moet:
De ideale houding om
judoworpen uit te voeren is een natuurlijke houding, rechtop, met de
knieën licht gebogen, het hoofd midden boven de heupen en de voeten
onder de heupen en op schouderbreedte. Kijk niet naar uw voeten, maar
naar uw tegenstanders middel of daarboven. Bewegingen met de heupen
verraden de bedoeling van uw tegenstander beter dan zijn voeten of
handen, waarmee vaak schijnbewegingen worden gemaakt. In de ideale
judohouding kunt u vrij bewegen en bent u stabiel en in balans. Als u
rechtop staat, kunt u het strijdveld overzien, voorkomt u dat u wordt
gedomineerd en heeft u de maximale vrijheid om zo nodig spontaan te
reageren. Een overmatig defensieve, voorovergebogen houding wordt
bestraft omdat deze actie tegenhoudt. (Neil Ohlenkamp, Handboek
blz.47)
Bijkomend voordeel van rechtopstaand en offensief judo is,
dat er sneller gescoord wordt, en dat is goed voor de seiryoku zenyo.
Niet buiten adem en toch gewonnen, geen energie verspild met eindeloos
duwen en trekken. Hoe komen weer terug bij het ideaal: soepele beweging,
een wonderschone kumi-kata, een aanval en meteen een paar
renraku- of
kaeshiwaza, een worp die zit en indien nodig nog een fraaie snelle
techniek op de grond? Jigoro Kano heeft het allemaal al eens gezien...
Op deze manier is het
helaas nogal eens het geval in de competitie tussen judoclubs: gebruik
makend van verschillende vuile trucs, of louter rondrennen om zo te
proberen aan je tegenstander te ontsnappen en niet te verliezen, is
niet in overeenstemming met de geest van judo. [...] Als ze echter de
overwinning behalen als het resultaat van superieure vaardigheden, is
dat de echte overwinning.
Jigoro Kano, in 1920
Gelukkig zijn de nieuwe wedstrijdregels van de IJF per 1 januari 2010
een steun de rug voor iedereen die rechtopstaand judo belangrijk vindt.
Letterlijk: een duw in de rug - RECHTOP!
c. Krachtig judo : het
probleem dat alles tairyoku-waza (体力技)
wordt
Hoeveel judoka staan er op hun sterke benen voorover gebogen aan de
ander te trekken en te duwen, tot ze als freestyle-worstelaars de ander
puur op kracht uit balans kunnen krijgen en met veel spektakel door de
lucht kunnen laten vliegen? Nou, misschien mogen we dát dan wel de
schuld van 'de Russen' noemen...? Het is meer "самбо"
(Sambo).
Maar de fundamentele vraag is en blijft : is goede waza het
gevolg van spierballen, of gaat het om de soepele techniek? Wie alle
onderdelen van het Mitesco-menu heeft gelezen, weet het antwoord.
Soepelheid en brute kracht zijn tegenpolen. Elastiek is soepel, sterk en
meebewegend, maar niet star. Toch zie je zelfs al op het niveau van de
jeugd dat het steeds meer gaat om spierkracht.
Zijn de armworpen dus het toppunt van judo? Nee. We praten daarbij
natuurlijk niet over een mooie tai-otoshi. Maar wel over al die
worpen waarbij judoka via allerlei staaltjes domme kracht op hun
achterste of zijde kunnen landen. Ze scoren wel puntjes. Zeker het
populaire 'beentjes pakken'. Ashi-te-gari en van alle waza
de kuzure-versie. In gewoon Nederlands: gooien en smijten. Wie
durft er hardop te zeggen dat het moderne wedstrijdjudo soms meer op
worstelen begint te lijken? Sambo in tachi-waza? Of BJJ in
ne-waza? Geen judo dus. Het wordt allemaal tairyoku-waza
- letterlijk: spierkrachttechniek.
Hoe tast je tegenwoordig af wanneer de ander
kuzushi is? Met je handen? Dan moeten die wel op de normale plaats
aangrijpen want anders voel je niets. Of maakt het toch niet meer uit
omdat kuzushi een variant van spierzwakte en slappe knieën is
geworden? Leer je kuzushi
te vermijden op de
tatami of aan de apparaten?
Je
ziet het ook terugkomen in ne-waza. Waren al die technieken
oorspronkelijk niet bedoeld waren om te controleren: beheerst en
beweeglijk, alleen krachtig waar nodig en tot het laatst respectvol?
Neil Ohlenkamp zegt niet voor niets: "Houdgrepen zijn een van de
zachtaardigste vaardigheden in judo." Dat is dus iets anders dan
grappling: sleuren, smakken, pletten, afklemmen en aftikken. Is
het niet één voordeel van het min-12-judo dat armklemmen en verwurgingen
niet toegestaan zijn? Zou dat een reden kunnen zijn waarom de armklemmen
met de nieuwste regels pas bij de -20 mogen? Dan moet je noodgedwongen wel je toevlucht nemen
tot een ouderwetse houdgreep die toch minstens 20-25 seconden moet
zitten na een geslaagde worp. Juist ja: controleren door flexibele
techniek en balans op de grond, in plaats van te winnen door brute
kracht of opgave. Het kan niet waar zijn dat er judoka na een
kansetsu-waza meteen door kunnen lopen naar de ehbo. Je zou bijna
zeggen: word weer als onschuldige kinderen: niet verpest door
powerlifting, maar nog gewoon watervlug op de benen en de grond zoals
een kind kan zijn. En ook nog zonder bloemkooloren.
Na het zien van een
judotoernooi riep Kano de deelnemers bijeen en zei: “Jullie vechten
als jonge stieren die de horens kruisen, ik heb geen enkele waardige
of verfijnde techniek gezien vandaag. Ik heb nooit iemand geleerd om
op deze manier Kodokan judo te doen. Als jullie alleen maar denken aan
winnen door brute kracht, zal dat het einde van mijn judo zijn.”
(citaat uit
Hajime-magazine)
Voor de beginnelingen zijn
de echte technieken in elk geval te moeilijk. Daarom kunnen mensen,
die van nature sterk zijn, ook met meer of minder moeilijke
technieken, alleen door de inzet van spierkracht de overwinning
behalen. Als de beginneling bij deze methode niet streng in de hand
wordt gehouden, gaat hij wennen aan een training waarbij hij de worpen
niet aanleert, en alleen nog onnodige kracht inzet. U ziet dat men bij
deze methode zijn kracht kan vormen, maar volgens de wetten van het
echte judo kan men dit niet als training betitelen.
Jigoro Kano in : Judo over
het algemeen en zijn waarde voor de opvoeding, 1889, KJT2.
Commentaar van Tom Herold (Duitsland): “Wie het huidige sportjudo
onbevooroordeeld kritisch bekijkt, wie wedstrijden en randori
met aandacht bekijkt, moet vaststellen dat wat daar gebeurt, volledig
overeenstemt met de door Kano afgewezen kracht-methode overeenkomt. Ik
laat het aan iedereen over om daaruit de juiste conclusies te
trekken.”
Een voorbeeld van wat we daarmee dan bedoelen, kun je bijvoorbeeld
hieronder zien (zelfs op judoforum.com waren er mensen geschokt...) :
d. Het probleem van de
wedstrijden
Het probleem is waarschijnlijk de eenzijdige
nadruk op het
wedstrijdelement. Zoals gezegd, Jigoro Kano was een voorstander van
shiai, zelfs op Olympisch niveau, alleen... met als hoger doel de
jita kyoei - de verbroedering van mensen en volkeren onderling via
de judoweg. Zoals de Olympische gedachte van Pierre de Coubertin (zie
menu 'sportiviteit') judo is nooit bedoeld als medogenloze competitie!
In de eenzijdigheid zit de onbalans.
Hoe dan ook staat vast - waar je ook leest in zijn geschriften - dat het
toernooi voor Kano niet het belangrijkste was. Wel de balans in alles,
met een hoger doel. Het moderne judo is op een hele bepaalde manier
kuzushi: hoofdaccent op wedstrijd en -training, tweede accent op
randori en techniek, derde accent op conditie- en krachttraining en
misschien nog een beetje kata - als je dat nodig hebt voor je
danexamen. Nou, je hoeft geen expert te zijn om te weten dat die
accentverhouding zéker niet is wat Jigoro Kano voorstond.
In je
alledaagse praktijk, maar ook in de competitie, krijgt een toernooi
wat binnenkort gaat plaatsvinden, alle aandacht, terwijl de geest van
judo op de achtergrond raakt. Hoewel het een moment kan zijn waar je
trots op kunt zijn, is competitie tussen scholen niet het
uiteindelijke doel van de studie en oefening van judo. Studenten
moeten judo niet oefenen omwille van de competitie, maar meer om in
staat te zijn een groter doel in het leven te behalen. Daarom is
competitie tussen scholen en teams niet een doel, maar meer een middel
om een een meer nobel doel te bereiken.
(Jigoro Kano, Mind over
Muscle, p.132)
Wat te denken van die nadruk op kracht- en conditietraining? Wie de hele
dag door in totale balans leeft, al zijn ledematen traint in goede
oefeningen, heeft per se een topconditie - niet alleen in de armen en
benen, maar een algehele soepelheid. Maar laten we eerlijk zijn:
judoka willen gewoon sterk zijn en dat moeten ze ook wel om te kunnen
presteren tegen anderen die dat ook zijn. Zo fokt iedereen elkaar op.
Maar is het ook goed? Judoka moeten hoogstens aan de apparaten om
blessures te voorkomen of ontstane blessures na te behandelen. Maar
verder? Alleen al het feit dat judoka zoveel aandacht geven aan extra
lichaamstraining buiten de gewone warming-up, zegt iets over de
onbalans. De angst om te verliezen maakt ze helemaal gek! Wie zijn
gezond boerenverstand gebruikt, zegt: doe toch normaal. Hou het huisje
bij het schuurtje. Ju, soepelheid is belangrijker dan kracht.
Wie een beetje begrijpt wat de grote sensei leert, snapt dan ook
waar de frustraties vandaan komen... zoals bij alles: uit onbalans!
Kracht toepassen is nodig - overdreven kracht is onbalans. Wedstrijdjudo
is goed - overdreven nadruk op wedstrijd is onbalans.
Kort samengevat zijn er dus drie problemen,
die uit elkaar voortvloeien:
Het ik-gerichte en concurrerende denken van de samenleving staat haaks
op de echte judospirit (jita kyoei), maar is wel een motor voor
prestatiegericht wedstrijdjudo.
Het wedstrijdelement kan de judoka verharden, en eist een (te) grote
nadruk op spierontwikkeling, zelfs tegen de seiryoku zenyo in.
Dit verandert het zachte en soepele element van judo in de richting
van gefixeerde en harde krachttoeren.
Die krachtige manier van judo verandert de toepassing van de principes
rond aanval en verdediging en de technieken op een manier die vaak wel
heel sterk ingaat tegen de principes van
seiryoku zenyo.
Zoals ik al vaak uitgelegd
heb, is judo een weg, die een grote mate van universaliteit in zich
draagt. In de overvloed aan toepassingen zijn er verschillende
invalshoeken, bijvoorbeeld vanuit de gevechtskunst, vanuit het
standpunt van de lichamelijke opvoeding, met betrekking tot de
cultivering van verstand en deugd, en er zijn methoden om judo op de
belangen van het alledaagse leven te betrekken. Wedstrijdsport is een
soort van sport, waarin het om het gevecht tot de overwinning gaat.
Dat draagt in zich een natuurlijke oefening van het lichaam. Het is
ook een systeem van morele cultuur. Als wedstrijdsport die lijn volgt,
heeft het grote resultaten voor de geestelijke en lichamelijke
oefening, daarover kan men geen misverstand laten bestaan.
Maar de inhoud van de
wedstrijdsport is simpel en zeer begrensd, terwijl de inhoud van het
het judo zeer complex en breed is. Wedstrijdsport draagt maar een
klein deel van het judo in zich. Natuurlijk kan men judo als een
simpele wedstrijdsport beschouwen, en voor sommigen is dat genoeg.
Maar de volledige, totale inhoud van het judo kan zo niet worden
weergegeven. Men kan wel vinden dat men in onze dagen de intentie
heeft, judo zo op te zetten dat het compatibel is met de richtlijnen
van de wedstrijdsport, maar men mag niet vergeten wat de werkelijke
essentie van het judo is en waarin die gelegen is.
Jigoro Kano
Wie in het gevecht ervaren
zijn, worden nooit kwaad. Wie in het overwinnen ervaren zijn, worden
niet bang.
Daarom winnen de wijzen voor
ze vechten, terwijl de dommen vechten om te winnen.
Zhuge Liang (181–234)
In de wedstrijd gaat het om
winnen.
In een wedstrijd wordt een
kunstmatig conflict opgeroepen van overwinning en nederlaag.
Dat is echter, zoals Kano
zelf aangeeft, op de lange duur contraproductief.
Mitesco herhaalt wat ook al gezegd is onder het kopje 'respect' in het
menu. Denk niet in termen van 'tegenstanders'. Begin met het zuiveren
van je denk- en spraakgebruik. Bij judo is de ander altijd een mens die
je met respect en zachtheid wilt behandelen. In hem zit dezelfde
judospirit als in jou. Het denken in harde termen van vijandschap,
partijen en tegengestelde krachten is helemaal tegen de idee van de
jita kyoei. Mitesco leest bijvoorbeeld ook wel eens hoe sommige
(jonge) judoka elkaar afmaken op webpagina's als judogalery4all.
Tenenkrommend respectloos. Totaal tegen de geest van het judo.
Bovendien: als je de ander in je hart al steeds 'tegenstander' noemt, ga
je het op de tatami ook zo voelen en er naar handelen. Dan krijg
je anti-judo met alleen een formele buiging alvorens de genadeklap wordt
uitgedeeld. Zeker voor moderne mensen die toch al zo moeilijk kunnen
loskomen van ik-gerichtheid, prestatiedwang en concurrentiedenken, is
omdenken van vijandschap naar vriendschap een goede therapie. judo is
toch ook een opvoedkundig ideaal? Nou dan. Sommige sportscholen spreken
al over 'partner'. Prima keuze. Maar rei
zit wel van binnen en dat moet je eerst voelen. Lees daarom ook wat het
Mitesco-menu nog meer heeft over respect!
Kodokan judo als
pedagogisch systeem leert niet op de eerste plaats het 'tegenover' van
een resultaatgericht wedstrijdgebeuren. Het leert veel meer het
'met-elkaar', het inordenen in de bestaande situatie. Het leert, dat
ontwikkelende kennis en vaardigheid alleen samen, alleen in verbinding
met de ander te bereiken is. Daarbij leert het traditionele Kodokan
judo ook – in tegenstelling tot sportjudo – dat overwinning of
nederlaag niet echt belangrijk zijn. Winst of verlies zijn middelen,
die bij een correct gebruik helpen om de moeilijkheden van
zelfwaarneming, zelfreflectie, zelfkennis en de daaruit voortvloeiende
eigen opvoeding meester te worden. Daarin ligt de ware, pedagogische
waarde van het Kodokan judo.
Tom Herold, Duitsland.
In judo is onze partner de
belangrijkste persoon die we hebben. Waarom? Wel, iedere keer als we
shiai doen, en willen winnen door een ippon, en we zo
doen, werken we al oefenend aan het nut/de voortgang van onszelf.
(...) Onze partner is
onze vriend en onze weg om zelf een betere persoon te worden. We
gebruiken elkaar om elkaars jita kyoei, ons wederzijdse geluk
en nut te ontwikkelen.
Mike, 'Hanon-sensei',
Judoforum 20-4-2008
De mensen zijn rivalen in
de wedstrijd, maar één van geest en vrienden door hun ideaal in de
uitoefening van hun sport en nog meer in het dagelijks leven.
Jigoro Kano
Gelukkig kent Mitesco ook jonge judoka die buiten het toernooi
inderdaad elkaars vrienden zijn. Het wordt alleen tijd dat iedereen die
aan judo doet, het zo gaat beleven.
Mitesco blijft met Jigoro Kano kritisch staan tegenover de
overbenadrukking van spierkracht in het moderne westrijdjudo. Natuurlijk
moeten judoka in zekere mate sterk zijn om de technieken te kunnen
uitvoeren, maar de spieren moeten daarvoor in de eerste plaats
soepel zijn. Starre spierbundels zijn veel
blessuregevoeliger en iets te veel kracht op een ander uitoefenen
verhoogt het risico op blessures bij de ander. Dus, alleen al omwille
van het principe dat de judoka nooit pijn of letsel mag worden
toegebracht, is de juiste maat van spierkracht een must. Nog los van het
basisprincipe van seiryoku zenyo.
De
echte judospirit is niets anders dan de zachte en ijverige vrije
geest. judo is gefundeerd op de flexibele daden van lichaam en geest.
Het woord flexibel betekent echter nooit zwakheid, maar meer iets als
aanpassingsvermogen en geestelijke openheid. Zachtheid overwint altijd
macht.
Kyuzo Mifune
Zoals we al hebben uitgelegd op de pagina over kuzushi, behelst
het principe van ju twee dingen:
Meegeven. Als een ander je aanvalt, ga je die aanval niet tegen met
dezelfde kracht of tegenstand. Je valt zelf ook nooit te heftig aan,
want de ander doet als het goed is met jou hetzelfde: meegeven. Ju
is een strategie, weten we het nog? Op die manier wordt de energie
van de aanval geneutraliseerd en omgezet in de energiestroom van de
tegenaanval door jezelf. De energie die in de eigen (tegen)aanval
wordt gestoken zal in normale gevallen niet veel groter zijn dan de
opgevangen energie van de aanval door de ander.
Alleen weerstand bieden indien nodig. Er zijn situaties waarbij even
tegenkracht moet worden ingezet. Maar dat is een zeer kort, afgebakend
moment, wat alleen wordt toegepast als het niet anders kan. Meteen als
die weerstand effect heeft gehad, wordt weer teruggegschakeld naar het
principe van meegeven.
Aan de buitenkant is soms moeilijk om het
onderscheid te maken tussen technieken die wel of niet ju
zijn. Het verschil zit hem ook niet in de techniek zelf, maar in de
manier waarop deze wordt uitgevoerd.
Voorbeeld: tomoe-nage. Als uke tegen tori
aanduwt, laat tori zich vallen, trekt hem over zich heen door
zijn been onder het zwaartepunt van uke te zetten en hem te
werpen. De duwbeweging kan rechtstreeks van uke komen (als
actie) of na een duw door tori (als reactie). Maar het feit dat
de kracht van uke komt, en hij daardoor kuzushi wordt,
maakt de toepassing een ju-techniek, zacht. Als tori uke
op volle kracht over zich heentrekt tijdens kumi-kata, zonder
duw van uke, noemen we het geen zachte techniek meer. Het
eerste is dus wel goed ju-do, het tweede is niet ju,
hooguit effectief.
(andere voorbeelden in het menu 'kuzushi'.)
Om
van judo weer een zachte weg te maken
volgens het principe van ju, moet er dus heel goed worden
opgelet, bij training en randori. Bij uchikomi en training
ligt het begin. Technieken moeten worden geoefend vanuit het principe
van
ju. Dat wil zeggen: geen enkele worp wordt ingezet zonder eerst de
kracht van uke te benutten. Niet meteen kumi-kata
spelen en dan pats! werpen. Nee, eerst de impuls van uke,
de tegenreactie waardoor uke kuzushi
wordt, en dán pas de techniek. In randori moet dit vervolgens
snel kunnen worden toegepast. De trainers moeten dan goed opletten of de
toepassing ju is of niet. Ook durven ingrijpen als ze te veel
krachttoeren zien.
Als dat wordt toegepast in de dojo kan het ook in het
toernooi binnendringen. Het mooie zal zijn
dat juist in de toepassing van ju
zal blijken dat wie het te sterk speelt, op achterstand komt. Wie te
veel kracht gebruikt zal volgens het principe van
ju en
kuzushi leren dat diezelfde kracht ook tegen hem kan worden
gebruikt. Te veel gespannen spierbundels maken - zoals het woord
gespannen al zegt - minder flexibel en juist het meegeven en precies
afstemmen van de juiste energie is een kwestie van niet te veel kracht.
Wie te sterk is kan zich moeilijker beheersen dan wie gewoon, natuurlijk
is.
Mooi judo is dus niet overdreven krachtig, maar wel snel en soepel. We
wéten dat eigenlijk allemaal wel, maar de vraag is: zijn we er mee bezig
en leren we het echt aan? Tijdens
randori
of shiai zijn we alles weer vergeten - zo lijkt het wel.
Laten we onszelf niet wijsmaken dat het daar allemaal te snel gaat.
Onzin. Goede techniek is snel en ongrijpbaar als een waterval. Sommige
judoka zijn zo geconcentreerd op winnen, dat ze vergeten te kijken en
tactisch te vechten. Daar moet een andere concentratie voor in de plaats
komen: opletten of wat je doet wel ju-do is.
Dan worden ook de nuttige wedstrijden weer mooi JUDO !