website metrics

 

  Menu

 

  Waarom?

 

  Geschiedenis

  indeling:

   Kano

   Kodokan

   Butokukai

   Judolegenden

   Nederlands judo

 

  Mind over Muscle

 

  Seiryoku Zenyo

  toepassingen:

     deugd

     orde

     strategie

     beheersing

     volharding

     kuzushi

    

  Jita Kyoei

  toepassingen:

     opvoeding

     respect        

     beschaving

     sportiviteit

     de 'dō'

     

  Judo-praktijk

  indeling:

     sport ?

     kata

     kumi-kata

     shiai

     arbitrage

     kinderjudo

     studie

     herbronning

 

  Koppelingen

 

  E-Cards

 

 

 

 

 

  

 

Shiai - wedstrijdjudo

 

 

Indeling van deze pagina (klik op de tekstregels):

1. Shiai - het positieve van wedstrijden

2. Shiai - in de weerbarstige werkelijkheid

3. Vrijmoedige aanbevelingen

a. zuiver je geest van concurrentiedenken

b. maak van judo weer 'ju'-do

 

    Zelf toernooi-organsisatie? Download gratis de software

voor een prachtig elektronisch scorebord.

Zie de banner onderaan deze pagina.

 


 

 

1. Shiai. Het positieve van wedstrijden.

 

 

Ondanks wat sommigen op andere websites beweren, moeten we vaststellen dat Jigoro Kano een voorstander was van shiai, zelfs op Olympisch niveau, alleen... met als hoger doel de jita kyoei - de verbroedering en vriendschap van alle volkeren via de judoweg (ook het Olympisch ideaal, zie menu 'sportiviteit). Maar toch zijn er problemen met het wedstrijdelement (zie hieronder) Want hoe dan ook staat vast - waar je ook leest in zijn geschriften - dat het toernooi voor Kano niet het belangrijkste was. Wel de balans in alles, met een hoger doel.

De wedstrijd bestond al in Japan, sinds onheuglijke tijden. Maar de wedstrijdvormen die we nu zien, zijn uit het buitenland geďmporteerd. In het buitenland heeft Engeland (dat kun je op oude voorbeelden wel zien) wedstrijden ook als deel van de cultuur en de samenleving beschouwd. Men verbond de wedstrijden in ieder geval met een hogere moraal (dotoku) en richtte de aandacht daarop, door de wedstrijden het gedrag te verbeteren. Derhalve zijn wedstrijden waarbij geen zedelijke opvoeding (dokusei no kanyo) voorop staat, in verhouding minder waard. (Kano, 1925, KJT8,248)

 

Het moderne wedstrijdjudo is misschien soms op een hele bepaalde manier kuzushi in het eenzijdige hoofdaccent. Niet alleen het moderne judo overigens. Kano zelf zegt daarover al:

Een van de redenen voor het verval van het judo zoals dat vandaag de dag wordt beoefend is, dat er allereerst het hedendaagse judo in toenemende mate competitief van natuur is. Wedstrijden waren aanvankelijk geďntroduceerd als een middel om bij de studenten een grotere interesse voor judo training op te wekken. (Jigoro Kano, Judo Memoirs, p.38.)

Maar het diepere doel is ook aanwezig. Het positieve van de wedstrijden moeten we ook benadrukken. Op Judoforum.com vond Mitesco een geweldige uiteenzetting van een Sensei met de nick 'Hanon'. Als je dat leest, krijg je positief zin in wedstrijden. Het is Jigoro Kano, gecombineerd met moderne psychologische inzichten:

In judo is onze partner de belangrijkste persoon die we hebben. Waarom? Wel, iedere keer als we shiai doen, en willen winnen door een ippon, en we zo doen, werken we al oefenend aan het nut/de voortgang van onszelf. Het echte doel van shiai is om onszelf te trainen en de lichamelijke handeling is meer het middel wat we daarvoor gebruiken. Echter, onszelf goed bekijken in een spiegel kan ook beangstigend zijn, en verder kijken dan we kunnen zien, laat ons zien we we zijn. Steeds als we shiai doen, kijken we in een fysieke spiegel en in die spiegel zien we we wie zijn. Shiai is de arena waar we angst en vrees, en twijfel aan onszelf in de ogen kijken, maar ook bouwen aan ons zelfbeeld, zelfvertrouwen, zelf-respect en respect voor de ander. Steeds als we shiai doen, zijn we daar in eerste instantie om een gevecht te winnen of te verliezen, maar in feite doen we iets veel belangrijkers: we trainen de geest en - natuurlijk - het lichaam.


Ik kan niet voor anderen spreken, maar als ik terugdenk aan de keren dat ik mezelf ben tegengekomen op de tatami in een shiai... voor mij was het zelden iets van wat ik mijn partner kon doen, maar hoe ik de gevoelens van angst en vrees kon beheersen. Ik ben zo bang geweest voor wedstrijden, dat ik bijna flauwviel op het toilet. Als ik toen was gegaan, was ik niet de chap geweest die ik nu ben. Ik ben doorgegaan en heb de angst in de ogen gekeken. Ik vocht en verloor, en ik vocht opnieuw tot ik begon te begrijpen dat het ergste dat kan gebeuren is: te verliezen. Mezelf aankijken was altijd het meest slopende deel van shiai voor mij.

De focus van judo is om te werken aan "wereldvrede", zo zegt de Shihan [Kano] zelf. Dat klinkt vreemd in eerste instantie en dat moet ook. judo is een werk in uitvoering en je kunt nooit het voltooide product (onszelf) zien, tenzij je het werk voltooid hebt. Sommige dingen kun je niet uitleggen met woorden, die móet je gevoeld en ervaren hebben.
Om op de tatami te staan, tegenover duizend mensen, en een partner aan te kijken van wie je weet dat hij gaat proberen je op de tatami te leggen of je arm te klemmen of je te wurgen, is griezelig. Het is de meest eenzame plaats in de wereld en de druk is net zo groot als het gelegenheid en de psychologische ontwikkeling van de deelnemers. De sensei T.P.Leggett schreef eens dat een top judoka uit zijn tijd shiai meer vreesde dan de dood.

Het is zo onwaar dat degene die wint altijd degene is die fysiek de sterkste is. Het is zo vaak een combinatie van fysieke capaciteiten en psychologische kracht, en innelijk zelfvertrouwen dat die dag wint.

We streven ernaar onze partner nooit pijn te doen. Onze partner is onze vriend en onze weg om zelf een betere persoon te worden. We gebruiken elkaar om elkaars jita kyoei, ons wederzijdse geluk en nut te ontwikkelen; nadat we de vaardigheden geleerd hebben en ze toegepast hebben door shiai, kunnen we ze gebruiken in ons dagelijks leven.

Sociale interactie is iets als een verbaal randori en soms een verbaal shiai. We gebruiken countertechnieken, we maken combinaties als we een punt hebben, we leren om te domineren maar op een niet-confronterende manier, en nemen de standpunten van de anderen in overweging. Dat zijn judo-vaardigheden op het hoogste niveau.

Judoka leren hoe breekbaar het lichaam is en gaan niet zomaar het gevecht aan alsof dat het laatste is. Maar als judo ooit voorbereidt op een gevecht, kunnen we onze zenuwen en emoties beheersen en zijn we niet bang voor lichamelijk contact, en zijn we getraind om iemand pijn te doen zonder hem pijn te doen.

 

Mike, 'Hanon-sensei', Judoforum 20-4-2008

 

Shiai kan de judoka dus helpen om meer en meer zichzelf te ontdekken en juist tegenstellingen te leren overwinnen. Heel opbouwend dus. Mits op de juiste manier beleefd. En daar zitten een paar problemen.

 

naar boven

 

 


 

 

2. Shiai - in werkelijkheid.

zie ook menu: 'sportiviteit'

 

Wie luistert naar sommige judoka of coaches ontmoet echter nogal eens wat frustratie. Vooral op het niveau van de wedstrijden. Hoewel dr.Kano ons leert dat frustratie en woede verspilling van energie is (en dus helemaal tegen de seiryoku zenyo is) wordt er aan de rand van de tatami en thuis na de wedstrijd heel wat gekankerd. Dat maakt meer kapot dan je lief is. Frustratie maakt de motivatie om met plezier te blijven judoën - en judo als een mooie levensweg te beleven - niet sterker. Veel judoka doen helemaal geen wedstrijden (meer). Het motiveert wel om ergens helemaal voor te gaan, maar als je het leuk wilt houden, kan dat ook of soms beter zonder toernooien.

 

Wat is er aan de hand? Drie problemen, scherp gesteld:

a. Ik-gericht judo :        het probleem van de mentaliteit

b. Verdedigend judo :   het probleem van gebogen tachiwaza

c. Krachtig judo :         het probleem dat alles tairyokuwaza wordt  

 

 

a. Ik-gericht judo : het probleem van de mentaliteit

 

 

Er lijkt opnieuw een tweedeling te groeien, zoals die in de tijd van de grondlegger ook al bestond overigens. Een scheiding tussen:

  • judoka die sportief en onzelfzuchtig de ander tegemoet komen (zie menu 'sportiviteit', nr. 3 voor wat we daarmee bedoelen)

  • ik-gerichte judoka die judo doen voor het winnen en persoonlijke prestaties. ('sportjudo')

Dat laatste wordt steeds meer een probleem. Maar wie moedigt ze aan? Wie leert judoka om vooral (alleen maar) prijzen te willen winnen? Wie leert een judoka om de ander zijn winst níet te gunnen? Er zijn heel wat judoka en teams die na een toernooi teleurgesteld naar huis zijn gegaan, omdat ze niet beoordeeld werden op de echte judokwaliteit van hun hart en hun techniek. Er zijn nog te vaak winnaars die als verliezers naar huis gaan en die alleen hun eigen trots in de bekerkast kunnen zetten.

 

Nu is het verlies van een toernooi op zich geen ramp, want daar leer je van en bekers eindigen uiteindelijk op zolder in een doos, terwijl judospirit blijft. Maar het gaat om het principe. We kunnen voorkomen dat Jigoro Kano zich bij elk toernooi bijna moet omdraaien in zijn graf. Want de principes (edele doelen van judo) ontbreken helaas steeds meer omdat ze zijn ingeruild voor hard, resultaatgericht judo. Of 'koka-judo', waarbij de judoka heel berekenend zo min mogelijk uitvoeren, risicomijdend judo beoefenen door niet te judoën. (Nee, dat is géén seiryoku zenyo!)

 

Door dat eenzijdige competitie-element kunnen zelfs goede judoka en sportscholen worden meegesleurd in een neerwaartse spiraal. Dood- en doodzonde. Want judo is zoveel meer! Daarom ook zoveel nadruk op de andere punten in het menu links.

 

Het ideaal van jita kyoei laat natuurlijk geen egocentrische mentaliteit toe. judo is nooit een middel om je eigen ego te verheffen, maar wel om je eigen leven te perfectioneren ten dienste van de mensheid. Maar dat judo-ideaal staat op gespannen voet met een heersende mentaliteit in de hele wereld! Die wereld van hardheid en concurrentie is de tatami opgeslopen... en dat kán het mooie judo verpesten als we niet samen werken aan de idealen.

 

De judoka doen vandaag de dag niet genoeg moeite om de doelen van het judo te bereiken, en leggen veel te veel nadruk op sterk-worden en winnen in de competitie, wat in feite meer middelen zijn dan doelen. Daarmee is niet gezegd dat er geen inherente waarde is in het sterk-worden, maar het is in eerste instantie vooral nodig om een hoger doel te bereiken.

Jigoro Kano

 

"Een egocentrische mentaliteit is nooit aanvaardbaar."

 

Kyuzo MIfune

 

 

"Als je wint, schep niet op over je overwinning. Als je verliest, word dan niet ontmoedigd."

 

Jigoro Kano

 

Het is niet belangrijk om beter te zijn dan iemand anders, maar om beter te zijn dan gisteren.

 

Jigoro Kano

 

 

Ze hebben de prikkel uit het Ippon judo gehaald. Nu is het "koka-judo": verdien een koka en houd die vast gedurende de wedstrijd. In feite worden sommige judoka er op getraind om dat expres zo te doen. Koka en yuko waren bedoeld als tie breakers. Men ging er van uit dat je ging voor de ippon, niet de goedkope overwinning van een koka-overwinning, en minstens niet expres. Zo maakt het sportificeren van het judo, het winnen ten koste van alles, de kunst kapot.

 

"Mr. Roosevelt" (USA) in 2005

 

 

b. Verdedigend judo :  het probleem van gebogen tachiwaza  

 

 

Mitesco vraagt zich wel eens af: Wie is er ooit begonnen met het "staand judo" te vervangen door "gebogen judo"? Nee, het is niet de schuld van de Russen, al hebben zij wel invloed gehad op het wedstrijdjudo. Maar het gebogen staan is in Japan ontstaan - Jigoro Kano trad er immers al tegen op. Het is zelfs hém niet gelukt het uit te bannen.

 

Wel eens kritisch gekeken naar een wedstrijd of 'mooie' actiefoto's? Zijn sommige dames en heren zo respectvol naar elkaar dat ze de formele ritsurei nog even willen overdoen? Waarschijnlijk niet. Of is het een vorm van verdediging? Tasten ze razendsnel af in hoeverre de ander kuzushi is via kumi-kata of door een soort verdedigende houding aan te nemen, gebogen en met de benen zo ver mogelijk van de ander verwijderd?

 

Wie stevig rechtop wil blijven staan en zich zó verdedigt, of wie de ander recht in de ogen wil kijken om zó na een snelle kumi-kata de worp in te zetten, lijkt bij het moderne wedstrijdjudo bijna kansloos. De gemiddelde judoka kiest niet voor het open vizier, maar voor de kracht van een afstandelijke verdediging. En dat betekent: niet rechtop staan, niet in de natuurlijke lichaamshouding blijven, maar met je beenspieren 'balans' vinden zoals die bij het oorspronkelijke judo natuurlijk onmogelijk is: voorover gebogen.

 

Het is nergens voor nodig. De verdedigende houding van de oude meesters zat in de soepelheid van heupen en benen. Van Kyuzo Mifune werd gezegd, dat randori met hem was als "vechten tegen een spook. Je valt aan en hij is er niet meer." Er zijn nog genoeg foto's en zelfs video's van de houding die de oude judoka aannamen (zie youtube, menu 'koppelingen').

 

Jigoro Kano léért het ook gewoon in zijn boek 'Kodokan judo' (blz. 37-38) De foto van Kano en Mifune rechts laat het precies zien: zo hoort het volgens Kano.

 

Als je echt goed bent, durf je dus ook rechtop te blijven als je snel genoeg bent. Wie zich verdedigend buigt, is gewoon niet goed genoeg. Die is vast en zeker sterk, maar durft blijkbaar niet aan te vallen. Hij kán dat ook niet meer, in die houding. Maar is dat judo? Willen we dat?

 

 

Nu is dat allemaal niet zo nieuw. Jigoro Kano zag het in zijn tijd al gebeuren. Hij schreef:

Als je bang bent voor het risico om te verliezen, moet je aanvallend zijn, waza proberen en hard trainen. Als je dat doet, zul je niet langer judoën in een gefixeerde eenrichtingshouding, of je heupen naar beneden brengen, of je voorover buigen in een defensieve houding, zoals ik dat al te vaak zie in deze dagen. (Mind over Muscle, p. 138-139, citaat uit 1936.)

 

De houding waarbij de judoka zijn bovenlichaam voorover buigt en zijn armen de hele tijd strak uitstrekt, is verre van ideaal. Normaal gesproken moet iemand zijn lichaam niet strak houden als hij in een natuurlijke houding staat, omdat het de vrije en snelle beweging van zijn nek, bovenlichaam, armen en benen beperkt. De ideale houding is die, welke de judoka in staat stelt om meteen een vloeiende inpuls te geven aan al zijn lichaamsbewegingen. (Jigoro Kano, Judo Memoirs, p. 39.)

Onvoorstelbaar toch? We zijn dik zeventig jaar verder en hebben het nog niet begrepen... Niets watervlugge souplesse (ju) maar gespierde onbuigzaamheid. En toch weten we het, er staat gewoon in de (goede) handboeken hoe het moet:

De ideale houding om judoworpen uit te voeren is een natuurlijke houding, rechtop, met de knieën licht gebogen, het hoofd midden boven de heupen en de voeten onder de heupen en op schouderbreedte. Kijk niet naar uw voeten, maar naar uw tegenstanders middel of daarboven. Bewegingen met de heupen verraden de bedoeling van uw tegenstander beter dan zijn voeten of handen, waarmee vaak schijnbewegingen worden gemaakt. In de ideale judohouding kunt u vrij bewegen en bent u stabiel en in balans. Als u rechtop staat, kunt u het strijdveld overzien, voorkomt u dat u wordt gedomineerd en heeft u de maximale vrijheid om zo nodig spontaan te reageren. Een overmatig defensieve, voorovergebogen houding wordt bestraft omdat deze actie tegenhoudt. (Neil Ohlenkamp, Handboek blz.47)

Bijkomend voordeel van rechtopstaand en offensief judo is, dat er sneller gescoord wordt, en dat is goed voor de seiryoku zenyo. Niet buiten adem en toch gewonnen, geen energie verspild met eindeloos duwen en trekken. Hoe komen weer terug bij het ideaal: soepele beweging, een wonderschone kumi-kata, een aanval en meteen een paar renraku- of kaeshiwaza, een worp die zit en indien nodig nog een fraaie snelle techniek op de grond? Jigoro Kano heeft het allemaal al eens gezien...

Op deze manier is het helaas nogal eens het geval in de competitie tussen judoclubs: gebruik makend van verschillende vuile trucs, of louter rondrennen om zo te proberen aan je tegenstander te ontsnappen en niet te verliezen, is niet in overeenstemming met de geest van judo. [...] Als ze echter de overwinning behalen als het resultaat van superieure vaardigheden, is dat de echte overwinning.

Jigoro Kano, in 1920

 

Gelukkig zijn de nieuwe wedstrijdregels van de IJF per 1 januari 2010 een steun de rug voor iedereen die rechtopstaand judo belangrijk vindt. Letterlijk: een duw in de rug - RECHTOP!

 

 

c. Krachtig judo : het probleem dat alles tairyoku-waza (体力) wordt

 

Hoeveel judoka staan er op hun sterke benen voorover gebogen aan de ander te trekken en te duwen, tot ze als freestyle-worstelaars de ander puur op kracht uit balans kunnen krijgen en met veel spektakel door de lucht kunnen laten vliegen?  Nou, misschien mogen we dát dan wel de schuld van 'de Russen' noemen...? Het is meer "самбо" (Sambo).

 

Maar de fundamentele vraag is en blijft : is goede waza het gevolg van spierballen, of gaat het om de soepele techniek? Wie alle onderdelen van het Mitesco-menu heeft gelezen, weet het antwoord. Soepelheid en brute kracht zijn tegenpolen. Elastiek is soepel, sterk en meebewegend, maar niet star. Toch zie je zelfs al op het niveau van de jeugd dat het steeds meer gaat om spierkracht.

 

Zijn de armworpen dus het toppunt van judo? Nee. We praten daarbij natuurlijk niet over een mooie tai-otoshi. Maar wel over al die worpen waarbij judoka via allerlei staaltjes domme kracht op hun achterste of zijde kunnen landen. Ze scoren wel puntjes. Zeker het populaire 'beentjes pakken'. Ashi-te-gari en van alle waza de kuzure-versie. In gewoon Nederlands: gooien en smijten. Wie durft er hardop te zeggen dat het moderne wedstrijdjudo soms meer op worstelen begint te lijken? Sambo in tachi-waza? Of BJJ in ne-waza? Geen judo dus. Het wordt allemaal tairyoku-waza  - letterlijk: spierkrachttechniek.

 

Hoe tast je tegenwoordig af wanneer de ander kuzushi is? Met je handen? Dan moeten die wel op de normale plaats aangrijpen want anders voel je niets. Of maakt het toch niet meer uit omdat kuzushi een variant van spierzwakte en slappe knieën is geworden? Leer je kuzushi te vermijden op de tatami of aan de apparaten?

 

Je ziet het ook terugkomen in ne-waza. Waren al die technieken oorspronkelijk niet bedoeld waren om te controleren: beheerst en beweeglijk, alleen krachtig waar nodig en tot het laatst respectvol? Neil Ohlenkamp zegt niet voor niets: "Houdgrepen zijn een van de zachtaardigste vaardigheden in judo." Dat is dus iets anders dan grappling: sleuren, smakken, pletten, afklemmen en aftikken. Is  het niet één voordeel van het min-12-judo dat armklemmen en verwurgingen niet toegestaan zijn? Zou dat een reden kunnen zijn waarom de armklemmen met de nieuwste regels pas bij de -20 mogen? Dan moet je noodgedwongen wel je toevlucht nemen tot een ouderwetse houdgreep die toch minstens 20-25 seconden moet zitten na een geslaagde worp. Juist ja: controleren door flexibele techniek en balans op de grond, in plaats van te winnen door brute kracht of opgave. Het kan niet waar zijn dat er judoka na een kansetsu-waza meteen door kunnen lopen naar de ehbo. Je zou bijna zeggen: word weer als onschuldige kinderen: niet verpest door powerlifting, maar nog gewoon watervlug op de benen en de grond zoals een kind kan zijn. En ook nog zonder bloemkooloren.

Na het zien van een judotoernooi riep Kano de deelnemers bijeen en zei: “Jullie vechten als jonge stieren die de horens kruisen, ik heb geen enkele waardige of verfijnde techniek gezien vandaag. Ik heb nooit iemand geleerd om op deze manier Kodokan judo te doen. Als jullie alleen maar denken aan winnen door brute kracht, zal dat het einde van mijn judo zijn.”                                     (citaat uit Hajime-magazine)

 

Voor de beginnelingen zijn de echte technieken in elk geval te moeilijk. Daarom kunnen mensen, die van nature sterk zijn, ook met meer of minder moeilijke technieken, alleen door de inzet van spierkracht de overwinning behalen. Als de beginneling bij deze methode niet streng in de hand wordt gehouden, gaat hij wennen aan een training waarbij hij de worpen niet aanleert, en alleen nog onnodige kracht inzet. U ziet dat men bij deze methode zijn kracht kan vormen, maar volgens de wetten van het echte judo kan men dit niet als training betitelen.

Jigoro Kano in : Judo over het algemeen en zijn waarde voor de opvoeding, 1889, KJT2.

 

Commentaar van Tom Herold (Duitsland): “Wie het huidige sportjudo onbevooroordeeld kritisch bekijkt, wie wedstrijden en randori met aandacht bekijkt, moet vaststellen dat wat daar gebeurt, volledig overeenstemt met de door Kano afgewezen kracht-methode overeenkomt. Ik laat het aan iedereen over om daaruit de juiste conclusies te trekken.”

 

Een voorbeeld van wat we daarmee dan bedoelen, kun je bijvoorbeeld hieronder zien (zelfs op judoforum.com waren er mensen geschokt...) :

 

 

d. Het probleem van de wedstrijden

 

Het probleem is waarschijnlijk de eenzijdige nadruk op het wedstrijdelement. Zoals gezegd, Jigoro Kano was een voorstander van shiai, zelfs op Olympisch niveau, alleen... met als hoger doel de jita kyoei - de verbroedering van mensen en volkeren onderling via de judoweg. Zoals de Olympische gedachte van Pierre de Coubertin (zie menu 'sportiviteit') judo is nooit bedoeld als medogenloze competitie! In de eenzijdigheid zit de onbalans.

 

Hoe dan ook staat vast - waar je ook leest in zijn geschriften - dat het toernooi voor Kano niet het belangrijkste was. Wel de balans in alles, met een hoger doel. Het moderne judo is op een hele bepaalde manier kuzushi: hoofdaccent op wedstrijd en -training, tweede accent op randori en techniek, derde accent op conditie- en krachttraining en misschien nog een beetje kata - als je dat nodig hebt voor je danexamen. Nou, je hoeft geen expert te zijn om te weten dat die accentverhouding zéker niet is wat Jigoro Kano voorstond.

In je alledaagse praktijk, maar ook in de competitie, krijgt een toernooi wat binnenkort gaat plaatsvinden, alle aandacht, terwijl de geest van judo op de achtergrond raakt. Hoewel het een moment kan zijn waar je trots op kunt zijn, is competitie tussen scholen niet het uiteindelijke doel van de studie en oefening van judo. Studenten moeten judo niet oefenen omwille van de competitie, maar meer om in staat te zijn een groter doel in het leven te behalen. Daarom is competitie tussen scholen en teams niet een doel, maar meer een middel om een een meer nobel doel te bereiken.

(Jigoro Kano, Mind over Muscle, p.132)

Wat te denken van die nadruk op kracht- en conditietraining? Wie de hele dag door in totale balans leeft, al zijn ledematen traint in goede oefeningen, heeft per se een topconditie - niet alleen in de armen en benen, maar een algehele soepelheid. Maar laten we eerlijk zijn: judoka willen gewoon sterk zijn en dat moeten ze ook wel om te kunnen presteren tegen anderen die dat ook zijn. Zo fokt iedereen elkaar op. Maar is het ook goed? Judoka moeten hoogstens aan de apparaten om blessures te voorkomen of ontstane blessures na te behandelen. Maar verder? Alleen al het feit dat judoka zoveel aandacht geven aan extra lichaamstraining buiten de gewone warming-up, zegt iets over de onbalans. De angst om te verliezen maakt ze helemaal gek! Wie zijn gezond boerenverstand gebruikt, zegt: doe toch normaal. Hou het huisje bij het schuurtje. Ju, soepelheid is belangrijker dan kracht.

 

Wie een beetje begrijpt wat de grote sensei leert, snapt dan ook waar de frustraties vandaan komen... zoals bij alles: uit onbalans! Kracht toepassen is nodig - overdreven kracht is onbalans. Wedstrijdjudo is goed - overdreven nadruk op wedstrijd is onbalans.

 

 

Kort samengevat zijn er dus drie problemen, die uit elkaar voortvloeien:

  • Het ik-gerichte en concurrerende denken van de samenleving staat haaks op de echte judospirit (jita kyoei), maar is wel een motor voor prestatiegericht wedstrijdjudo.

  • Het wedstrijdelement kan de judoka verharden, en eist een (te) grote nadruk op spierontwikkeling, zelfs tegen de seiryoku zenyo in. Dit verandert het zachte en soepele element van judo in de richting van gefixeerde en harde krachttoeren.

  • Die krachtige manier van judo verandert de toepassing van de principes rond aanval en verdediging en de technieken op een manier die vaak wel heel sterk ingaat tegen de principes van seiryoku zenyo.

 

Zoals ik al vaak uitgelegd heb, is judo een weg, die een grote mate van universaliteit in zich draagt. In de overvloed aan toepassingen zijn er verschillende invalshoeken, bijvoorbeeld vanuit de gevechtskunst, vanuit het standpunt van de lichamelijke opvoeding, met betrekking tot de cultivering van verstand en deugd, en er zijn methoden om judo op de belangen van het alledaagse leven te betrekken. Wedstrijdsport is een soort van sport, waarin het om het gevecht tot de overwinning gaat. Dat draagt in zich een natuurlijke oefening van het lichaam. Het is ook een systeem van morele cultuur. Als wedstrijdsport die lijn volgt, heeft het grote resultaten voor de geestelijke en lichamelijke oefening, daarover kan men geen misverstand laten bestaan.

Maar de inhoud van de wedstrijdsport is simpel en zeer begrensd, terwijl de inhoud van het het judo zeer complex en breed is. Wedstrijdsport draagt maar een klein deel van het judo in zich. Natuurlijk kan men judo als een simpele wedstrijdsport beschouwen, en voor sommigen is dat genoeg. Maar de volledige, totale inhoud van het judo kan zo niet worden weergegeven. Men kan wel vinden dat men in onze dagen de intentie heeft, judo zo op te zetten dat het compatibel is met de richtlijnen van de wedstrijdsport, maar men mag niet vergeten wat de werkelijke essentie van het judo is en waarin die gelegen is.

Jigoro Kano

 

 

Wie in het gevecht ervaren zijn, worden nooit kwaad. Wie in het overwinnen ervaren zijn, worden niet bang. 

Daarom winnen de wijzen voor ze vechten, terwijl de dommen vechten om te winnen.

 

Zhuge Liang (181–234)

 

 

In de wedstrijd gaat het om winnen.

In een wedstrijd wordt een kunstmatig conflict opgeroepen van overwinning en nederlaag.

Dat is echter, zoals Kano zelf aangeeft, op de lange duur contraproductief.

 

Tom Herold

 

 

naar boven

 

 


 

 

3. Aanbevelingen om het wedstrijdjudo weer mooi te maken

 

 

a. Zuiver je geest van concurrentiedenken.

zie ook menu: 'respect'

 

Mitesco herhaalt wat ook al gezegd is onder het kopje 'respect' in het menu. Denk niet in termen van 'tegenstanders'. Begin met het zuiveren van je denk- en spraakgebruik. Bij judo is de ander altijd een mens die je met respect en zachtheid wilt behandelen. In hem zit dezelfde judospirit als in jou. Het denken in harde termen van vijandschap, partijen en tegengestelde krachten is helemaal tegen de idee van de jita kyoei. Mitesco leest bijvoorbeeld ook wel eens hoe sommige (jonge) judoka elkaar afmaken op webpagina's als judogalery4all. Tenenkrommend respectloos. Totaal tegen de geest van het judo.

 

Bovendien: als je de ander in je hart al steeds 'tegenstander' noemt, ga je het op de tatami ook zo voelen en er naar handelen. Dan krijg je anti-judo met alleen een formele buiging alvorens de genadeklap wordt uitgedeeld. Zeker voor moderne mensen die toch al zo moeilijk kunnen loskomen van ik-gerichtheid, prestatiedwang en concurrentiedenken, is omdenken van vijandschap naar vriendschap een goede therapie. judo is toch ook een opvoedkundig ideaal? Nou dan. Sommige sportscholen spreken al over 'partner'. Prima keuze. Maar rei zit wel van binnen en dat moet je eerst voelen. Lees daarom ook wat het Mitesco-menu nog meer heeft over respect!

Kodokan judo als pedagogisch systeem leert niet op de eerste plaats het 'tegenover' van een resultaatgericht wedstrijdgebeuren. Het leert veel meer het 'met-elkaar', het inordenen in de bestaande situatie. Het leert, dat ontwikkelende kennis en vaardigheid alleen samen, alleen in verbinding met de ander te bereiken is. Daarbij leert het traditionele Kodokan judo ook – in tegenstelling tot sportjudo – dat overwinning of nederlaag niet echt belangrijk zijn. Winst of verlies zijn middelen, die bij een correct gebruik helpen om de moeilijkheden van zelfwaarneming, zelfreflectie, zelfkennis en de daaruit voortvloeiende eigen opvoeding meester te worden. Daarin ligt de ware, pedagogische waarde van het Kodokan judo.

Tom Herold, Duitsland.

 

In judo is onze partner de belangrijkste persoon die we hebben. Waarom? Wel, iedere keer als we shiai doen, en willen winnen door een ippon, en we zo doen, werken we al oefenend aan het nut/de voortgang van onszelf. (...) Onze partner is onze vriend en onze weg om zelf een betere persoon te worden. We gebruiken elkaar om elkaars jita kyoei, ons wederzijdse geluk en nut te ontwikkelen.

Mike, 'Hanon-sensei', Judoforum 20-4-2008
 

 

De mensen zijn rivalen in de wedstrijd, maar één van geest en vrienden door hun ideaal in de uitoefening van hun sport en nog meer in het dagelijks leven.

Jigoro Kano

 

Gelukkig kent Mitesco ook jonge judoka die buiten het toernooi inderdaad elkaars vrienden zijn. Het wordt alleen tijd dat iedereen die aan judo doet, het zo gaat beleven.

 

 

naar boven

 

 


 

b. Maak van judo weer "jū"-dō

zie ook menu: 'kuzushi', punt 4.

 

Mitesco blijft met Jigoro Kano kritisch staan tegenover de overbenadrukking van spierkracht in het moderne westrijdjudo. Natuurlijk moeten judoka in zekere mate sterk zijn om de technieken te kunnen uitvoeren, maar de spieren moeten daarvoor in de eerste plaats soepel zijn. Starre spierbundels zijn veel blessuregevoeliger en iets te veel kracht op een ander uitoefenen verhoogt het risico op blessures bij de ander. Dus, alleen al omwille van het principe dat de judoka nooit pijn of letsel mag worden toegebracht, is de juiste maat van spierkracht een must. Nog los van het basisprincipe van seiryoku zenyo.

De echte judospirit is niets anders dan de zachte en ijverige vrije geest. judo is gefundeerd op de flexibele daden van lichaam en geest. Het woord flexibel betekent echter nooit zwakheid, maar meer iets als aanpassingsvermogen en geestelijke openheid. Zachtheid overwint altijd macht.

Kyuzo Mifune

 

Zoals we al hebben uitgelegd op de pagina over kuzushi, behelst het principe van ju twee dingen:

  1. Meegeven. Als een ander je aanvalt, ga je die aanval niet tegen met dezelfde kracht of tegenstand. Je valt zelf ook nooit te heftig aan, want de ander doet als het goed is met jou hetzelfde: meegeven. Ju is een strategie, weten we het nog? Op die manier wordt de energie van de aanval geneutraliseerd en omgezet in de energiestroom van de tegenaanval door jezelf. De energie die in de eigen (tegen)aanval wordt gestoken zal in normale gevallen niet veel groter zijn dan de opgevangen energie van de aanval door de ander.

  2. Alleen weerstand bieden indien nodig. Er zijn situaties waarbij even tegenkracht moet worden ingezet. Maar dat is een zeer kort, afgebakend moment, wat alleen wordt toegepast als het niet anders kan. Meteen als die weerstand effect heeft gehad, wordt weer teruggegschakeld naar het principe van meegeven.

Aan de buitenkant is soms moeilijk om het onderscheid te maken tussen technieken die wel of niet ju zijn. Het verschil zit hem ook niet in de techniek zelf, maar in de manier waarop deze wordt uitgevoerd.

Voorbeeld: tomoe-nage. Als uke tegen tori aanduwt, laat tori zich vallen, trekt hem over zich heen door zijn been onder het zwaartepunt van uke te zetten en hem te werpen. De duwbeweging kan rechtstreeks van uke komen (als actie) of na een duw door tori (als reactie). Maar het feit dat de kracht van uke komt, en hij daardoor kuzushi wordt, maakt de toepassing een ju-techniek, zacht. Als tori uke op volle kracht over zich heentrekt tijdens kumi-kata, zonder duw van uke, noemen we het geen zachte techniek meer. Het eerste is dus wel goed ju-do, het tweede is niet ju, hooguit effectief.

             (andere voorbeelden in het menu 'kuzushi'.)

Om van judo weer een zachte weg te maken volgens het principe van ju, moet er dus heel goed worden opgelet, bij training en randori. Bij uchikomi en training ligt het begin. Technieken moeten worden geoefend vanuit het principe van ju. Dat wil zeggen: geen enkele worp wordt ingezet zonder eerst de kracht van uke te benutten. Niet meteen kumi-kata spelen en dan pats! werpen. Nee, eerst de impuls van uke, de tegenreactie waardoor uke kuzushi wordt, en dán pas de techniek. In randori moet dit vervolgens snel kunnen worden toegepast. De trainers moeten dan goed opletten of de toepassing ju is of niet. Ook durven ingrijpen als ze te veel krachttoeren zien.

 

Als dat wordt toegepast in de dojo kan het ook in het toernooi binnendringen. Het mooie zal zijn dat juist in de toepassing van ju zal blijken dat wie het te sterk speelt, op achterstand komt. Wie te veel kracht gebruikt zal volgens het principe van ju en kuzushi leren dat diezelfde kracht ook tegen hem kan worden gebruikt. Te veel gespannen spierbundels maken - zoals het woord gespannen al zegt - minder flexibel en juist het meegeven en precies afstemmen van de juiste energie is een kwestie van niet te veel kracht. Wie te sterk is kan zich moeilijker beheersen dan wie gewoon, natuurlijk is.

 

Mooi judo is dus niet overdreven krachtig, maar wel snel en soepel. We wéten dat eigenlijk allemaal wel, maar de vraag is: zijn we er mee bezig en leren we het echt aan? Tijdens randori of shiai zijn we alles weer vergeten - zo lijkt het wel. Laten we onszelf niet wijsmaken dat het daar allemaal te snel gaat. Onzin. Goede techniek is snel en ongrijpbaar als een waterval. Sommige judoka zijn zo geconcentreerd op winnen, dat ze vergeten te kijken en tactisch te vechten. Daar moet een andere concentratie voor in de plaats komen: opletten of wat je doet wel ju-do is.

 

Dan worden ook de nuttige wedstrijden weer mooi JUDO !

 

 

 

 

naar boven

(reclame)

 

 

 

 

平和 - heiwa - pax - peace - vrede 

Een kleine inspanning voor de vrede.

Laat het niet uitdoven!

 

 

 

 

klik om te reageren

op mitesco 

       

Dese site is geoptimailseerd voor gebruik

door MS IE7 of Mozilla Firefox 2.x

Resolutie 1024x728 pixels.

© MITESCO.NL  2008-2009

Alle rechten voorbehouden.