Menu
Waarom?
Geschiedenis
indeling:
Kano
Kodokan
Butokukai
Judolegenden
Nederlands judo
Mind over Muscle
Seiryoku Zenyo
toepassingen:
deugd
orde
strategie
beheersing
volharding
kuzushi
Jita Kyoei
toepassingen:
opvoeding
respect
beschaving
sportiviteit
de
'dō'
Judo-praktijk
indeling:
sport
?
kata
kumi-kata
shiai
arbitrage
kinderjudo
studie
herbronning
Koppelingen
E-Cards

|
Rei -
礼
- Respect voor
de waarde van elke mens
Eén van de grondtrekken van judo is, dat elke mens ten diepste
geëerbiedigd moet worden als mens. Elke mens heeft een unieke
waardigheid, en bijbehorende grondrechten. judo is een brede levensweg
die leidt naar het hogere doel van een betere mensheid.
 |
judo = een weg waardoor elke mens gerespecteerd wordt in de waarde die
hij heeft |
Eerbied voor de menselijke persoon veronderstelt de eerbiediging van het
principe: Iedereen moet zijn naaste, zonder uitzondering, als een 'ander
ik' beschouwen en daarbij vooral zorg dragen voor diens leven en voor de
noodzakelijke middelen voor een menswaardig bestaan. Geen enkele
wetgeving kan uit eigen kracht de angsten, de vooroordelen, de houdingen
van hoogmoed en egoïsme doen verdwijnen die het vormen van werkelijk
broederlijke gemeenschappen belemmeren. Zulke gedragingen houden slechts
op door de naastenliefde, die in elke mens een "naaste", een broeder of
zuster ziet. Naastenliefde is oorspronkelijk een christelijke notie,
maar ook jita kyoei in de perfectie. Jigoro Kano leerde dat van
zijn moeder, en bracht het later zelf in de praktijk.
Voor en na de
judo-oefening of bij een wedstrijd, buigen de judoka naar elkaar.
Buigen is een uitdrukking van dankbaarheid en respect. In feite
bedank je de tegenstander dat hij je de gelegenheid geeft je
techniek te verbeteren.
Jigoro Kano
1. Jita Kyoei en Rei
|
Zolang we als mensen leven, zijn menselijke relaties belangrijk. Als
respect en liefde voor de medemens afwezig zijn, zijn we net dieren.
Zodoende is de de buigingsetiquette bij judo belangrijk. Maar het is
méér dan etiquette.
Zoals het karakter (rei) oorspronkelijk aangeeft (zie
afbeelding rechts) symboliseert de linkerhelft de goden, en de
rechterhelft het religieus offer. In een rurale samenleving werd een
offer aan de goden opgedragen bij het eind van de oogst, als dank en
om te bidden om goddelijke bescherming. Deze klassieke praktijk heet
rei. Tegenwoordig is het een element van gelijkheid en
respect ten opzichte van de mensheid en de grondwet. |
礼 |
Rei wordt gegeven ten overstaan van mensen met een hogere rang,
maar ook die met een lagere rang en gelijken. Wat je echter vooral
serieus moet vasthouden is de rei ten overstaan van wat het oog
niet kan zien, dat wil zeggen: de algemene geest, de ki. Het is
belangrijk dat deze laatste vorm van rei in de dojo over een
lange tijdsperiode wordt aangeleerd. Deze rei is ook verwoord in
de term omoiyari
(bedachtzaamheid) van Confucius. Sympathie voor anderen en hen geen
overlast bezorgen is de echte geest van rei. Zo bezien is rei
dus ook de basis voor de geest van
Jita Kyoei. (uitleg van rei door
Shinichi Oimatsu)
Rei is dus een houding die in het hart moet zitten. Dat noemen
we 'eerbied'. Wie alleen aan de buitenkant de ander respecteert, heeft
geen respect. Een mens moet voor hem altijd 'heilig' zijn,
onaantastbaar in waardigheid en rechten.
Wat hoort daar nu bij, in de dojo en daarbuiten?
1. Zachtmoedigheid tegenover de ander. Een judoka geeft nooit
toe aan de verleiding om zijn medejudoka louters als tegenstanders
te bekijken. Wie in zijn denken die houding aanneemt, probeert dat ook
in de praktijk te brengen. Een ander moet op de tatami tegen
een stootje kunnen, daar zijn de ukemiwaza voor bedoeld en de
mat zelf geeft ook een beetje mee. Maar wat veel jongeren spannend
vinden, namelijk een ander zo hard mogelijk te werpen, is én niet
nodig én niet respectvol. Natuurlijk moet er getraind worden om in
randori en shiai wat te kunnen voorstellen, maar dat kan
ook op een manier waarbij je je steeds de vraag stelt: doe ik de ander
werkelijk geen pijn, heb ik echt de kans op blessures actief
bestreden? Een judoka kent zijn eigen lichaam, weet hoe kracht en
kwetsbaarheid hand-in-hand gaan. Dan ben je eerder voorzichtig dan
roekeloos. Voor jezelf en anderen. Mitesco blijft herhalen wat Jigoro
Kano overal benadrukt: judo is soepel, en nooit overdreven krachtig.
In het vervolg daarop kunnen we zeggen: judo is zachtmoedig voor de
ander, nooit overdreven hard. Het is tegen het principe van
seiryoku zenyo, maar ook tegen het respect voor het lichaam van de
ander.
Buiten de dojo is een judoka ook een voorbeeld van zachtmoedigheid
(zie ook menu 'beschaving'). Wie aan judo doet, hoeft zich niet stoer
te gedragen naar anderen en zal zijn gevechtstechnieken uiteraard
nooit toepassen 'in het wild' tenzij hij zichzelf wettig moet
verdedigen. Een judoka is dus juist geen vechterstype, maar iemand die
opkomt voor anderen, vooral voor de zwakken. Een echte judoka zou in
de bres moeten springen als mensen gepest, geïntimideerd of vernederd
worden door anderen. Niet bang om het voortouw te nemen in zachtheid,
als mensen hard zijn tegen elkaar. Een echte judoka is voor de duvel
niet bang. Wetend dat ze hem toch niets maken, staat hij sterk in de
verdediging van de waarde van elke medemens. Dáár vecht hij voor -
zonder wapens en vuisten, maar met zijn hart.
2. Openheid voor het goede in de ander. In elke medejudoka zit
dezelfde spirit als in jou. Niet iedereen is natuurlijk even goed of
prettig in de omgang. Er zijn nu eenmaal mensen met een onaangenaam
karakter. Er zijn andere judoka die bij de beoefening van techniek
rotgeintjes uithalen. Een echte judoka gaat dan niet met gelijke munt
terugbetalen. Wie zelf wel respect heeft, zoekt niet naar de negatieve
kanten van de ander, maar naar wat er wel aan goede eigenschappen te
vinden is. In elk mens zit iets goeds en iets kwaads en wie begrip kan
opbrengen voor de kwaliteiten en schaduwzijden van zichzelf en de
medemens, kan groeien naar perfectie. In dat licht zal een judoka:
Niet oordelen over de ander.
Nederlanders hebben hun mening gauw klaar. 'Ik zeg wat ik denk
en ik doe wat ik zeg.' Kortom: we denken wat over een ander, flappen
het er meteen uit en doen wat we denken. Terwijl wijze mensen eerder
zullen zeggen: 'tel tot tien voor je iets zegt.' Een judoka is
slagvaardig, weet situaties te beoordelen met de snelheid van het
licht, maar blijft voorzichtig in wie de ander is als mens. Daarin
is hij juist weer beheerst en terughoudend. Hij heeft geen
vooroordeel over mensen, van welk ras, geslacht, of voorkeur ze ook
zijn. Maar ook geen na-oordeel waarop iemand kan worden vastgepind.
Zachtmoedigheid en respect zit van binnen. In een judohart is geen
plaats voor etiketten die niet meer loslaten.
Niemand afschrijven. Zoals
hij openstaat naar nieuwe technieken, leergierig en flexibel is op
de mat, zo is hij dat ook naar de medejudoka. Niet alleen iemands
techniek door oefening kan opeens vooruitgaan, maar ook iemands
karakter. judo is opvoeding. Stel dat degene die je normaal niet
graag mag, zich geleidelijk verbetert. Moet je iemand dan blijven
vastpinnen op gedrag wat je denkt te kennen? Een judoka is sportief,
staat altijd weer op na een val, maar helpt ook anderen weer opstaan
na een geslaagde worp. Wie na een toernooiwedstrijd de ander een
hand weigert, is wel heel vals. Maar moeten we dat niet ook in ons
hart blijven doen: alle medejudoka van harte een hand geven, wie
ze ook zijn, wat ze ook doen? Er is morgen weer een nieuwe
wedstrijd, een nieuwe kans, een nieuwe uitdaging om te groeien op de
weg die judo heet.
2. Het evenwicht tussen
respect voor jezelf en de anderen
Het probleem bij eerbied en respect is heel vaak de verhouding tussen
je eigen zelfbeeld en dat van anderen. Er zijn mensen die te veel van
zichzelf houden, maar er zijn er ook die niet genoeg van zichzelf
houden. Hoewel elke mens in principe dezelfde waardigheid heeft, is de
waarneming van eigenwaarde heel verschillend. Het is een kwestie van
het zoeken en vinden van je innerlijke balans. Alleen in het evenwicht
ten opzichte van jezelf vind je geluk en de kans om jezelf te
perfectioneren.
-
Wie te veel van zichzelf houdt, wordt
egoïstisch, verwaand, arrogant - hij overschat zijn eigen waarde
-
Wie te weinig van zichzelf houdt, wordt
bang, gesloten, onzeker - hij onderschat zijn eigen waarde
In beide gevallen ontstaat er ook een scheefgroei in de verhouding tot
andere mensen. Mensen met een te groot of te klein gevoel voor
eigenwaarde, worden beiden gesloten - zij het op een andere manier. De
houding ten opzichte van de medemens is respectievelijk verpletterend
en vernederd.
judo is een uitstekende manier om je eigenwaarde meer in evenwicht te
brengen. Voorwaarde is wel dat er wordt voldaan aan de regels van
respect en sportiviteit zoals die bij judo moeten worden geleerd.
Het evenwicht in eigenwaarde leert respect. Zoals bij alle vormen van
balans in judo, is ook eigenwaarde een kwestie van niet te veel en
niet te weinig. Eigenwaarde ontstaat alleen als degene die judo oefent
zijn hart wil openen. Zonder die wil om in balans te komen, is alles
bij judo (en daarbuiten) tot mislukken gedoemd. Als die wil er wel is,
werkt het mechanisme tussen judoka als volgt:
-
Judoka met een te groot ego openen
zich voor de ander en leren dat ze door de anderen worden
gerespecteerd en gewaardeerd omwille van wie ze zijn, zonder op een
voetstuk te worden geplaatst. Door hun nederlagen worden ze wat
nederiger en eenvoudiger en ervaren ze dat ze niets meer waard zijn
dan anderen. De oprechte vriendschap van andere judoka overwint de
houding van superioriteit en opschepperij. Gaandeweg worden ze meer
en meer zichzelf.
-
Judoka met een te klein ego openen
zich en voelen dat ze door de anderen worden gerespecteerd en
gewaardeerd omwille van wie ze zijn, zonder te worden vernederd.
Door hun successen worden ze gestimuleerd en ervaren ze opnieuw dat
ze de moeite waard zijn. De oprechte vriendschap van andere judoka
overwint de angst voor fysieke en geestelijke aanraking. Gaandeweg
worden ze meer en meer zichzelf.
Als de balans van eigenwaarde meer en meer hersteld wordt, groeit er
ook een verbondenheid met elkaar, die ervoor zorgt dat de judoka de
ander evenveel respecteert en waardeert als hij zichzelf waardeert.
Pas als die geestelijke weegschaal in evenwicht is, ontstaat er een
evenwicht in de groep. Iedereen vult elkaar aan, en er is altijd
respect voor elkaars zwakke en sterke kanten. Deze gelijkwaardigheid
is de diepere basis voor sportiviteit in de dojo en vrede tussen
mensen in de samenleving.
Juist dit punt van evenwicht in eigenwaarde is buitengewoon actueel,
in de dojo en daarbuiten. Helaas leven er in onze samenleving veel
mensen, jongeren en ouderen, die in hun leven niet de juiste feedback
hebben gekregen van hun omgeving. In gezinnen met problemen worden
kinderen vaak het kind van de rekening. De juiste omgang met elkaar in
de thuissituatie leert een kind op een natuurlijke manier om te gaan
met waardering en gewaardeerd-worden. Op jongere leeftijd en in de
puberteit is de juiste feedback van groot belang om later het
evenwicht als volwassene te kunnen vinden. Helaas krijgen veel
kinderen te weinig positieve liefde en waardering, door verwaarlozing
of onvermogen van degenen die de feedback zouden moeten geven. Dat
slaat vaak diepe wonden. Gevolg: kinderen zoeken de feedback óf bij
anderen, óf in zichzelf. Als ze bij anderen zoeken, leeftijdsgenoten
of bekenden, krijgen ze tenminste nog wat interactie. Wel is het
risico op onevenwichtigheid groter, omdat er geen constante in zit en
er meestal minder liefde is. Er blijft een stuk funamentele
onzekerheid over. Kinderen kunnen heersers worden of overheerst
worden. Maar als kinderen zich opsluiten in hun eigen gevoelens, kan
er helemaal geen balans ontstaan. Meestal worden deze kinderen extreem
gesloten en kunnen ze steeds moeilijker omgaan met de medemensen. De
reactie die ze daarop krijgen, is negatief en dat maakt ze nog
geslotener. Een neerwaartse spiraal.
judo is een uitstekende weg om eigenwaarde te ontwikkelen en mensen te
openen voor elkaar in liefde en respect. Wel moeten judoka - zeker
trainers en volwassenen - tegenwoordig ontzettend opletten hoe de
groep onderling functioneert en hoe individuele judoka zich
ontplooien of niet. Respect en eerbied leren vraagt soms ook: judoka
leren zichzelf te ontdekken en te respecteren.
3. Vrijheid en menselijke
waardigheid
Een belangrijk element van respect in de lijn van jita kyoei is
de verhouding tussen menselijke waardigheid en vrijheid. Een mens heeft
een eigen vrijheid. Die vrijheid zit ingebakken in wie de mens is als
persoon. Hij heeft een fundamentele vrijheid om keuzes te maken en met
zijn verstand te leren welke keuzes goed zijn en kwaad. (zie daarvoor
ook de menu's 'deugd' en 'orde'.)
Helaas is het zo dat veel mensen die vrijheid wel hebben, maar niet
kunnen uitoefenen.
-
Van binnen missen mensen soms de vrijheid door scheefgroei in
opvoeding, achterstanden, manipulatie of verwaarlozing, waardoor ze
slaaf worden van verkeerde gewoontes en opvattingen - en ook onvrij
gaan denken.
-
Van buiten missen mensen soms de vrijheid door relaties met anderen,
mechanismen, of politieke systemen die hun vrijheid praktisch
belemmeren, terwijl ze van binnen anders zouden willen. Ze blijven
vrij denken, maar kunnen het niet meer uitvoeren.
Onderdeel van jita kyoei is: bevrijding van mensen. Mensen hebben
het recht om hun eigen waardigheid te beleven en vrije mensen te zijn.
Judoka vechten binnen en buiten de dojo om mensen die waardigheid te
laten beleven. Initatieven als 'Judo for Peace' (zie in het menu
'koppelingen' of de link van onderstaand plaatje) helpen om mensen over
de grenzen van landen en dictaturen heen, in conflictsituaties (Kosovo,
Afghanistan), zichzelf te hervinden: "Respect voor elke individuele
persoon en intercultureel begrip is het leidende doel voor alle
deelnemers aan het project. Bij vredesoperaties is het nodig om respect
te hebben voor alle personen die betrokken zijn, en de verschillende
cultuur en geschiedenis aan alle kanten van een conflict."
Judoka die hun grenzen verleggen naar de hele wereld, worden in hun
judo-oefeningen vanzelf open en vredelievend als ze dankbaar leren zijn
voor de vrijheid die zelf wel hebben. Maar als ze een open geest hebben,
stimuleert dat besef ze om keihard te vechten voor de vrijheid en
waardigheid van andere mensen, dichtbij of ver weg.
Judo for peace: Fight for
freedom and better way of living ...

naar boven
4. Concrete punten en
aanbevelingen
a. Het beeld van 'tegenstander'.
Het zou beter zijn om de woorden 'tegenstander' en 'tegenpartij' zoveel
mogelijk te vermijden. Begin daarmee in je denk- en spraakgebruik. Bij
judo is de ander altijd een mens die je met respect en zachtmoedigheid
wilt behandelen. In hem zit dezelfde judospirit als in jou. Het denken
in harde termen van vijandschap, partijen en tegengestelde krachten is
helemaal tegen de idee van de jita kyoei. Als je de ander in je
hart al tegenstander noemt, ga je het op de tatami ook zo voelen
en er naar handelen. Zeker voor moderne mensen die toch al zo moeilijk
kunnen loskomen van ik-gerichtheid, prestatiedwang en
concurrentiedenken, is omdenken van vijandschap naar vriendschap een
goede therapie. Judoka die verwond zijn in hun eigenwaarde moeten
bovendien niet het gevoel krijgen dat de anderen 'tegen' hen zijn. judo
is toch ook een opvoedkundig ideaal? Nou dan. Sommige sportscholen
spreken al over 'partner'. Dat is een prima keuze. Maar rei
zit wel van binnen en dat moet je eerst voelen.
Kodokan judo als
pedagogisch systeem leert niet op de eerste plaats het 'tegenover' van
een resultaatgericht wedstrijdgebeuren. Het leert veel meer het
'met-elkaar', het inordenen in de bestaande situatie. Het leert, dat
ontwikkelende kennis en vaardigheid alleen samen, alleen in verbinding
met de ander te bereiken is. Daarbij leert het traditionele Kodokan
judo ook – in tegenstelling tot sportjudo – dat overwinning of
nederlaag niet echt belangrijk zijn. Winst of verlies zijn middelen,
die bij een correct gebruik helpen om de moeilijkheden van
zelfwaarneming, zelfreflectie, zelfkennis en de daaruit voortvloeiende
eigen opvoeding meester te worden. Daarin ligt de ware, pedagogische
waarde van het Kodokan judo.
Tom Herold, Duitsland
b. Positieve aandacht voor de ander.
In het menu 'sportiviteit' (punt 3) vinden we een tekst van Jigoro Kano
over het principe van 'de ander tegemoet komen'. Bij randori,
training of wedstrijd mag de nadruk nooit liggen op winnen ten koste van
alles. Hoe de ander is, moet de judoka zorgvuldig waarnemen en ernaar
handelen. Tref je een judoka die sterker en vaardiger is dan jezelf, zul
je veel leren van je waarschijnlijke nederlaag. Maar tref je iemand die
zwakker en minder gevorderd is dan jezelf, zul je misschien winnen, maar
ook leren om daarop niet trots te worden. Tijdens het gevecht mag het
nooit zo zijn dat je de ander vernedert of zijn eigenwaarde breekt.
Sterker nog, Jigoro Kano leert dat je de zwakkere partij eerst de kans
moet geven om ook waza te proberen.
Naar de mens vertaald betekent die houding, dat mensen die in balans
zijn met zichzelf de plicht hebben opvoedkundig bezig te zijn en de
zwakheden van de ander te ontzien. Sterkte wordt vooral getoond in een
moreel sterk karakter. Als alle judoka in hun hart de overtuiging
hebben dat ze de andere judoka in de dojo principieel willen helpen om
gelukkig te worden en zichzelf te ontdekken in hun positieve kanten,
wordt er recht gedaan aan de anderen. Zo ontstaat er op een natuurlijke
manier vriendschap en verbondenheid.
c. Integreer groepen
In sommige judoclubs wordt ontzettend de nadruk gelegd op de
'wedstrijdselectie', en maakt men ook aparte webpagina's over de
'wedstrijdgroep'. Het woord zegt het al: een selecte groep die extra
apart wordt genomen om goed te kunnen scoren bij de toernooien. Extra
conditietraining, extra techniek, extra hard werken. Het is natuurlijk
allemaal nodig om toernooien te winnen en het bouwt ook mentaliteit en
doorzettingsvermogen op. Dat kan positief uitwerken, afhankelijk van hoe
de trainers het aanpakken. Maar het wordt soms wel heel erg oppassen dat
de wedstrijdjudoka in zo'n geval nog 'gewoon' kunnen blijven omgaan
met degenen die niet geselecteerd zijn, of die dat niet willen. Bij
training en zelfs randori zou de onderlinge verhouding ontspannen
moeten blijven, het principe van meegeven en -buigen moeten blijven
gelden, maar ja... wie verder wil komen, traint liever met iemand die
dezelfde drijfveer en niveau heeft. Dat kan ook een scheiding brengen in
één en dezelfde judoclub.
Het kan ook anders. Er zijn ook sportscholen waar groepen zijn die
werken aan totale integratie. Mitesco kent een groep waar een aantal
G-judoka samen traint met senioren en jongere wedstrijdjudoka. Sámen
trainen. Dus niet alleen de ene groep aan de ene kant van de dojo, en de
andere aan de andere kant. Die groep zou nou op een aparte webpagina
moeten komen, als teken van wat judo zou moeten zijn! Het vraagt
wat om mensen met een beperking net zo veel plezier in de sport te geven
als kampioenen. Volgens Mitesco kun je echter in judo pas een échte
kampioen zijn als je volop ruimte geeft aan de ander. Respect. Wie zo
werkt aan
jita kyoei bouwt een judo-familie. Dan heb je principieel alleen
maar winnaars...
d. Doe meer samen dan trainen en
wedstrijden.
Veel sportscholen hebben behalve de activiteiten in de dojo nog andere
initiatieven om de groep sterker te maken. Sommige sportscholen hebben
zelfs zo'n sterke familiesfeer dat judoka geen afscheid willen nemen
tegen de tijd dat ze oud en stijf worden. Sommige 'judofamilies' worden
zo sterk dat judoka het er voor over hebben om heel wat kilometers te
maken voor een training. Een goed teken.
Het zou goed zijn als sportscholen en judoclubs veel harder zouden
werken aan een familiesfeer. Dat is meer dan de obligate barbecue voor
de zomervakantie, of een judokamp voor de jongere judoka - al moeten
we de waarde daarvan niet onderschatten. Opvoedkundig waardevolle
organisaties als Scouting hebben dezelfde aanpak. Het werkt goed voor de
groep en de ontwikkeling van de individuele deelnemers in de groep. Het
verlegt grenzen en helpt judoka hun eigenwaarde meer te ontdekken. Het
is ontspanning voor kinderen uit sociaal-zwakkere gezinnen. Allemaal
geweldig.
Maar er kan nog veel meer
worden gedaan!
|
Wie bij de koppelingen leest over de
judoschool Tomita in Rome (helaas mensen: in het Italiaans!), ziet
dat daar jaarlijks een 'Peter Pan Judotoernooi wordt georganiseerd.
De opbrengst en organisatie van de Trofeo di Judo "Peter
Pan" komt geheel en al ten goede aan de Associazione Peter
Pan die zich geheel richt op de hulp aan kinderen met kanker en
hun families in het ziekenhuis Ospedale Bambin Gesù.
Waarom zien we bij Nederlandse judoclubs
nou niet zulke intitiatieven?
Overal in de samenleving zie je
sponsoracties. Scholen voeren actie voor kinderen en projecten waar
ook ter wereld. Kinderen dansen bij SBS op het ijs voor
Zuid-Afrikaanse kinderen. Allerlei instanties verbroederen of
verzusteren zich met caritatieve werken, in eigen land of
buitenland. En judoclubs? Wie heeft er een vriendschapsband en/of
uitwisselingsproject met een judoclub elders in de wereld?
Als er één sport zou zijn waar
verbroedering, actie, hulpverlening etc. hoog in het vaandel zou
moeten staan, is het wel judo. Geen enkele andere sport kent de
wereldvrede en ontplooiing van de mensen als doelstelling. Geen
sport is zo serieus als levensweg als judo.
Zou het zo moeilijk zijn om ter plaatse
of landelijk sponsortoernooien of andere acties te organiseren met
grote namen, nobele doelen, en flinke bijdragen van bedrijven en
instanties? Voor de judoka is het ook zó belangrijk om te leren
niet alleen voor zichzelf of de eigen club te denken, maar in de
eerste plaats aan anderen. Om niet alleen te focussen op eigen
sterkte, maar open te staan voor de zwakte van anderen? Bij Tomita
in Rome is het aspect van respect en openheid naar de noodlijdende
medemens geen vraag, maar een gegeven. Wanneer volgt judominnend
Nederland? |
 |

Vereniging Peter Pan Onlus - de vriend van kinderen met kanker
naar boven

|
klik om te reageren
op mitesco |
 |
|
Dese site is geoptimailseerd
voor gebruik
door MS IE7 of Mozilla
Firefox 2.x
Resolutie 1024x728 pixels.
©
MITESCO.NL
2008-2009
Alle rechten voorbehouden.
|
|
|