website metrics

 

  Menu

 

  Waarom?

 

  Geschiedenis

  indeling:

   Kano

   Kodokan

   Butokukai

   Judolegenden

   Nederlands judo

 

  Mind over Muscle

 

  Seiryoku Zenyo

  toepassingen:

     deugd

     orde

     strategie

     beheersing

     volharding

     kuzushi

    

  Jita Kyoei

  toepassingen:

     opvoeding

     respect        

     beschaving

     sportiviteit

     de 'dō'

     

  Judo-praktijk

  indeling:

     sport ?

     kata

     kumi-kata

     shiai

     arbitrage

     kinderjudo

     studie

     herbronning

 

  Koppelingen

 

  E-Cards

 

 

 

 

 

  

 

Orde houden - de verstandigheid van Seiryoku zenyo

 

 

Orde houden in het leven, betekent dat er geen energie verspild wordt aan nutteloze handelingen. Waar chaos heerst, moet veel meer moeite worden gedaan om iets te doen of te organiseren. Probeer maar eens afspraken te maken met mensen zonder agenda. Probeer maar eens een pen te vinden op een bureau wat al in geen weken is opgeruimd. Probeer maar eens een boek te vinden in een bibliotheek die niet logisch is ingedeeld. Probeer maar eens de weg te zoeken zonder borden of wegwijzers. Probeer maar eens een judowedstrijd te houden zonder wedstrijdregels. Probeer maar een een dojo te runnen zonder discipline en etiquette-regels.

 

Het lijkt wel leuk om in alles helemaal vrij te zijn, maar zonder orde kan niemand leven. Alles wat je wilt doen is veel ingewikkelder en kost nodeloos veel energie. Orde en seiryoku zenyo horen dus helemaal bij elkaar.

 

Als mensen zich altijd bewust zijn van wat ze doen, stellen ze een standaard op voor de toekomst, gebaseerd op het doen van wat goed voor henzelf en de samenleving is. Ze kunnen hun gedrag te allen tijde ordenen, en ze kunnen altijd tevreden zijn met hun leven. (Mind over Muscle p.81)

 

Orde houden heeft meerdere facetten:

  • weten wat goed en kwaad is

  • de juist maat van alles houden

  • discipline : de sensei en de dojo

 


 

 

1. Weten wat goed en kwaad is

 

Jigoro Kano legt een duidelijk verband tussen intellectuele en morele opvoeding. Waarom? Natuurlijk moet de judoka eerst heel veel kennis opdoen, voor hij die kan toepassen. Wie niets weet over judoprincipes, leert geen enkele simpele worp zoals het hoort. Zo is het hele leven. Wie niets weet over principes van goed en kwaad, kan ze ook niet toepassen. Wie niet logisch heeft leren nadenken, kan nooit consequent handelen als het gaat over goed en kwaad. Intellectuele training is opvoeden tot logisch nadenken. Wie orde weet te scheppen in zijn denken, kan daarna orde scheppen in zijn doen.

 

Jigoro Kano zegt zelf (we citeerden het eerder):

Aan de ene kant is morele opvoeding een kwestie van kennis. Dat wil zeggen, het is nodig om met je verstand (intellectueel) te weten wat goed is en wat kwaad is. Het is ook nodig om het vermogen op te bouwen om onderscheid te kunnen maken tussen goed en kwaad in verschillende complexe situaties. Dus is het nodig om de vaardigheid te onderwijzen die vaststelt wat goed en kwaad is, en onderscheid wat goed is en wat verkeerd. (Mind over Muscle p.68)

Wat goed en kwaad is, wordt ingegeven door de rechtvaardigheid (zie ook menu: 'deugd'). Samengevat is de jita kyoei de algemene norm van wat een judoka en mens moet doen en laten. Het welzijn van allen is het hoogste doel op aarde. Het moeilijke is om zuiver te onderscheiden wat wel en niet in overeenstemming is met dat doel. Daar heb je de verstandigheid bij nodig. Want wat is nou goed of kwaad? Heel vaak is dat een subtiele afweging van korte- en langetermijnbelangen, de keuze tussen een groter of kleiner kwaad, of het absolute verbod om dingen te doen. Intellectuele training helpt om de dilemma's die onvermijdelijk ontstaan, de baas te worden.

 

Twee voorbeelden:

 

In het groot. Na de Tweede Wereldoorlog was bijvoorbeeld de vraag: is de wereldvrede gediend geweest met het beëindigen van de oorlog? Ja. Waren de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki een goed middel? Immers, alleen daardoor kon Japan op de knieën worden gedwongen. Degenen die militair actief zijn, of de verschrikkingen van de oorlog hebben meegemaakt, zullen dat sneller beamen dan jongeren die nooit oorlog hebben gekend. Was de atoombom een goed of kwaad middel? Was de berekening op basis van slachtoffers wel reeël? Was het geen groter kwaad dat de wereld nadien in angst voor atoomwapens terecht is gekomen, nu we weten wat die dingen uitrichten? Op al die morele grote vragen is na 60 jaar nog geen antwoord. Zo ingewikkeld is dat.

 

In het klein. Bij een judotoernooi kan bijvoorbeeld de vraag zijn, of het goed of kwaad is om een tegenstander die zichtbaar opgefokt en kwaad is, te laten struikelen over zijn eigen gedrag. Want immers, al is de ander mentaal kuzushi, het is de vraag of hij zal leren een beter mens te worden door hem snel te vernederen of door de scheidsrechters te laten bestraffen. Wat is dan goed of kwaad? Op lange termijn lijkt het goed dat hij een lesje krijgt te leren. Op korte termijn bestaat echter het gevaar voor oververhitting, blessureleed of onsportief gedrag. Een goede judoka zal al die overwegingen in een snelle beslissing laten meewegen, om tot een keuze te komen die bijdraagt en vrede en welzijn voor de ander. Ook dat kan al knap ingewikkeld zijn.

 

Deugden helpen de mens om de juiste beslissing te maken. Als je al vaker verstandig en rechtvaardig hebt gekozen, heb je immers ervaring. Dan is je verstand al zekerder en scherp in de afwegingen. Herhaald goed kiezen, helpt om steeds goed te kiezen.

 

Over de deugden van verstandigheid en rechtvaardigheid valt het volgende samen te vatten:

De verstandigheid (ook wel prudentie of voorzichtigheid genoemd) is de deugd die de praktische rede in staat stelt in alle omstandigheden het werkelijk goede te ontwaren en de juiste middelen te kiezen om het tot stand te brengen. De voorzichtigheid is de "juiste regel tot handelen" schrijft Thomas van Aquino in navolging van Aristoteles. Ze mag niet verward worden met schuchterheid of vrees, en ook niet met dubbelhartigheid of veinzerij. Ze wordt auriga virtutum (leidsvrouw van de deugden) genoemd: ze leidt de andere deugden door hun te wijzen op regel en maat. Dankzij deze deugd kunnen wij zonder dwalen de morele principes toepassen op de concrete gevallen en overwinnen wij de twijfels omtrent bet goede dat gedaan en het kwade dat vermeden moet worden.

De rechtvaardigheid is de morele deugd die bestaat in de voortdurende en vaste wil om iedereen te geven waar ze recht op hebben. Rechtvaardigheid ten opzichte van de mensen leidt ertoe de rechten van ieder te eerbiedigen en in de menselijke verhoudingen de harmonie tot stand te brengen die de rechtschapenheid bevordert ten opzichte van de personen en het algemeen welzijn.

 

 

naar boven

 


 

 

2. De juiste maat in alles

 

Jigoro Kano noemt het voorbeeld van "ijver". Ijver is niet altijd alleen maar goed, al denken veel mensen dat je nooit ijverig genoeg kunt zijn. Kano noemt als voorbeeld, dat je als je mentaal of fysiek vermoeid bent, niet ten koste van alles moet doorzetten, omdat je daar ziek van kunt worden, of gewond kunt raken in ombeheersbare omstandigheden. Daarom geldt:

Je moet de goede dingen selecteren en daarin ijverig zijn. Maar als je ijverig bent op een onverantwoordelijke manier, zul je heel veel inzet geven aan iets wat niet zo zinvol is, en de energie die je ook aan iets beters had kunnen geven wordt verspild. Je moet daarom zorgvuldig kiezen of je ijver wel passend is. Zelfs als we doen wat we denken dat het beste is, is iets overdrijven vaak schadelijk. Als studenten lang opblijven om een boek te lezen, omdat hun leraren of ouders of hun omgeving vinden dat ze dat moeten lezen, is dat zeker ijverig. Maar het is ook slecht voor hun gezondheid om zo lang te lezen. Ijver is goed, maar je moet ook ijverig zijn in gematigdheid, tot een verantwoord niveau.

Als je het zo bekijkt, kun je niet zomaar zeggen dat iets wat met ijver is gedaan, dús goed is. Er moet altijd een helder en absoluut principe gelden, dat is: seiryoku zenyo. Dat betekent dat je niet jezelf moet forceren in ijver. Aan de andere kant moet je de dingen ook niet half doen, of zonder structuur. Je moet er niet zoveel inspanning in stoppen, dat je niets anders meer kunt doen. Je moet eerst een beeld van seiryoku zenyo in je geest vaststellen, en op basis daarvan vastleggen hoe ijverig je wilt zijn. Zelfs in iets wat iedereen toch onvoorwaardelijk als iets goed ziet, zoals het besparen van geld, is seiryoku zenyo essentieel om succes te hebben. (Mind over Muscle p. 78-79)

Kortom: ijver - en eigenlijk alle deugden - moeten worden geordend door het verstand. We zouden het ook kunnen samenvatten door enkele duidelijke elementen op een rijtje te zetten:

  • gematigd in alles: niet te slap, niet te enthousiast

  • nadenken bij wat je doet, afwegen of het zinvol en doelmatig is

  • je eigen grenzen bewaken, fysiek en pychisch

  • veelzijdig blijven in je inspanning

  • evenwicht houden in je energiegebruik.

Dat is de juiste maat van alles. Een maat die niet noodzakelijk in het midden ligt, maar aangepast is aan ieders mogelijkheden.

Een ander voorbeeld van Jigoro Kano is de juiste maat van eten en drinken in relatie tot je inzet:

Toewijding aan seiryoku zenyo betekent ook dat je er naar streeft om onzelfzuchtig te ijveren voor het goede in de samenleving. Er is echter een groot maar. Als je werkt voor het goede is het geen probleem om af en toe een maaltijd daarvoor op te offeren, maar onregelmatig gaan eten omwille van dat doel, is niet goed. Want, vanuit het principe van seiryoku zenyo, moet je precies zoveel eten als je nodig hebt. Dus als het vanwege de eisen van het werk, of omwille van jezelf, anderen of de samenleving nodig is, kun je een keer een maaltijd overslaan, maar nooit overdreven. (Mind over Muscle p.80.)

Uit dit alles blijkt dat toewijding belangrijk is, maar dat de judoprincipes ook helpen om elke vorm van overdrijving te vermijden. Helaas moeten sommige judoka dat ook ter harte nemen. Prestaties zijn op zich niet verkeerd, maar er is zeker in ons land méér te beleven dan alleen judotraining. Dr. Kano zou ons kunnen leren dat judo een middel is, maar het doel is groter. Wie geen sociaal leven meer overhoudt omdat judo alles bepaalt, heeft iets niet helemaal begrepen. De investeringen die sommige wedstrijdjudoka bijvoorbeeld doen om in een bepaalde gewichtsklasse te kunnen blijven uitkomen, kan in sommige gevallen de balans van het lichaam ten opzichte van de heftige drijfveren helemaal verstoren. Dan is de vraag of de wedstrijdresultaten niet te veel worden benadrukt in relatie tot de eisen die een lichaam mag stellen qua energiebelasting en voeding. 

 

In het gewone leven is deze toepassing van het juiste evenwicht net zo interessant. Elke lezer, judoka of niet, zou zich een spiegel voor mogen houden waarin hij/zij in de spiegel kan kijken als het gaat over zijn drijfveren:

  • Ongemotiveerdheid is vreselijk, want dat schept slapheid, luiheid, wanorde, chaos - en veel energie wordt niet gebruikt waar hij voor nodig is.

  • Overgemotiveerdheid is ook vreselijk, want dat schept overspannenheid, stress, perfectionisme en eenzijdigheid - en veel energie wordt evenmin gebruikt waar hij voor nodig is.

Beide vormen van motivatie missen orde. De orde van seiryoku zenyo blijft in alles helder onderscheiden wat de middelen en doelen zijn, welke bedoelingen wij erbij moeten hebben, en wat een evenwichtig gebruik van de principes op de techniek betekenen. Orde en verstand bij alles zijn de basis voor een deugdzaam leven dat in balans blijft.

 

 

Als we de huidige situatie van de samenleving in de hele wereld goed bekijken, zien we, ofschoon de moraal in alle vormen (godsdienstig, filosofisch en traditioneel) zou moeten bijdragen aan het gedrag van mensen in de samenleving en de wereld beter zou moeten maken, het tegenovergestelde. We zien afgunst, ruzies, ontevredenheid op alle niveaus, van hoog tot laag. We hebben mensen hygiene geleerd en goede manieren op school, van kindsbeen af, maar we hebben nog steeds niet geleerd wat de regels zijn van schoon en hygiënisch samenleven, van ordelijk leven.

 

(Jigoro Kano: The Contribution of Judo to Education)

 

 

naar boven

 


 

3. Discipline: de sensei en zijn dojo

 

 

Sensei ni rei !

 

Jigoro Kano had altijd groot respect voor degenen die hem hadden ingewijd in het ju-jitsu. Niet voor niets. Het is voor een Japanner ondenkbaar om degenen die de principes van de gevechtskunst te hebben doorgegeven, niet te eren. Het kenmerkende van de sensei is juist, dat hij een levensleraar is. Wat wij moderne judoka beschouwen als een soort trainer of coach, is voor de Japanse traditie te beperkt.

 

Wij noemen Jigoro Kano vaak de O Sensei, de grote Sensei. Hij was leraar en opvoeder in de breedste zin. Leraren staan in Japan in hoog aanzien. Dat hoort bij de cultuur van Japan; ze zijn bijna vergelijkbaar met de samurais en de edelen. Een leraar hoort met het grootste respect bejegend te worden. In Japan zou je je leraren dus ook nooit met "jij" aanspreken.

 

Fatsoen en beleefdheid zijn is in de Japanse cultuur sowieso ingebakken. Macht en posities waren volgens Confucius een "mandaat van de Hemel". Een leider heeft een mandaat van de goden, en dat moest hij waarmaken. De ondergeschikten zijn onvoorwaardelijke gehoorzaamheid verschuldigd, tenzij bleek dat hij die niet waardig was. De confucianistische normen waren zeer streng, hadden iets van een vader-kind-relatie. In Japan wordt deze regel nog meer opgevolgd als in China, de bakermat van Confucius. Zelfs in bedrijven is deze houding van gehoorzaamheid nog overal te voelen. Wij westerlingen begrijpen daar niet alles van.

 

Als wij dus de sensei groeten bij de training, en eer geven aan de leraar (sensei ni rei) bij het groeten, beleven wij dat anders. Voor ons is de sensei iemand die we gewoonlijk wél bij de voornaam aanspreken, zoals alle leraren.

 

Discipline

 

Vanuit de klassieke budoprincipes was discipline een gewone zaak. Gehoorzaamheid, eerbied voor de tradities en voorgangers werd door niemand betwijfeld.

Als je nu op het internet zoekt naar de relatie tussen judo en discipline, vind je bijna niets wat verbinding heeft met die tradities. De moderne sensei is niet degene die iets oplegt, en al helemaal niet de gehoorzaamheid eist die de Japanners er onder verstaan. Ook de dangraden van een sensei liggen niet vast. Traditioneel moest een echte leraar toch wel minstens de 5e of 6e dangraad bezitten. Tegenwoordig is de eerste dangraad voldoende en natuurlijk een certificaat van de trainerscursus van de Judobond. Met het idee van een echte levensleraar heeft het allemaal niets meer te maken. judo is geen levensweg meer, lijkt het wel, maar een sport. De sensei is een democratische sportinstructeur geworden.

 

De discipline in de dojo is dan ook meer een regeling van etiquette geworden. Discipline meer iets van 'zelf-discipline'. Toch is er best iets goeds te zeggen. Neil Ohlenkamp geeft een goede samenvatting, op het judoforum:

Zoals studenten vooruitgang boeken in het judo, ontwikkelen zij ook van een vorm van zelf-discipline dat niet alleen helpt in het judo, maar ook in het hele leven. Tegelijk wordt dit doorgegeven aan de nieuwkomers in de dojo die dit leren door het goede voorbeeld. De sensei en ouderejaars studenten zetten de toon in alles. Zodra de sfeer van de dojo is gevestigd, zullen de meeste nieuwelingen proberen zich in te passen, en dat noemen we discipline. Een ongedisciplineerde persoon in een goed gerunde judodojo moet je er zo uit kunnen pikken.

Veel rituelen die we doen in de dojo helpen bij het bouwen van een serieuze atmosfeer en dat bevordert een goede discipline, met inbegrip van gelijkheid in kleding, opstelling, buigen, enz. Een van de dingen die ik graag zie in mijn dojo is dat judoka hard werken. Een geweldig hulpmiddel voor het bouwen van discipline is een stevige training, wat leidt tot vooruitgang en innerlijke beloningen zoals het plezier van judo. Het stoort me nog steeds om judoka te zien praten tijdens uchi-komi en ik zal hen dan aanmoedigen om harder te trainen. Ik geef er de voorkeur aan om me te concentreren op de positieve voordelen van een goede discipline, in plaats van de regels. Als u probeert om het beste in mensen naar boven te halen, zullen ze op een natuurlijk manier meer gedisciplineerd worden.

Het is zeer zelden nodig om meer discipline van buitenaf op een student toe te passen, maar het is natuurlijk dat een sensei autoriteit moet kunnen uitoefenen indien nodig. Iedereen kan een keer over de schreef gaan, maar dan moet hij weer terug in het gareel. Dat is ook een leermogelijkheid en zelfbeheersing is ook een essentieel onderdeel van judo.

 

Van Jigoro Kano werd gezegd: "Als judoleraar schijnt hij heel menselijk te zijn geweest, hoewel iemand ook eens heeft geschreven dat hij een strenge meester was die door de dojo (club) liep, en die iedereen die niks deed aanspoorde om op te staan en actief te gaan trainen. Een andere student merkte op dat hij zich scherp herinnerde dat de klas soms heel druk en chaotisch was, en dat de sensei vaak moeite had om ze stil te krijgen." (R.W. Smith, zie 'judogeschiedenis.n3t.nl)

 

Toch moeten we zeker voor de Nederlandse situatie zeggen: zonder in militaire structuren te willen denken, zijn veel judoka tegenwoordig wel erg vrij. Een beetje meer discipline was soms wel wenselijk, ook omdat het judo en de omgangsvormen er zeer mee gediend zijn.

 

 

Dojo-discipline

 

Er zijn op heel veel internetpagina's allerlei regels voor de dojo. Hier geven we een paar algemene:

1.) Bij het betreden of verlaten van de tatami, wordt een staande groet gebracht (ritsu rei).

2) In de dojo heeft iedereen kortgeknipte nagels (handen en voeten). en sieraden (kettingen, piercings, ringen, oorbellen etc.) worden afgedaan.

3.) Buiten de tatami altijd slippers aan, niet met blote voeten naar de WC of de douche.

4.) Tijdens de training niet meer spreken dan noodzakelijk.

5.) Bij het wisselen van trainingspartner, altijd groeten naar elkaar.

6.) Nooit zonder te vragen de tatami verlaten.

7.) Nooit eten of drinken op de tatami.

8.) Opletten wat wat de leraar vertelt en voordoet!

9.) Respect voor de trainingspartner (uke) .

10.) De judogi is altijd schoon, netjes en heel.

Bij shiai zijn er de wedstrijdreglementen, waarover door de arbitrage wordt gewaakt...

 

 

Reigi en Reishiki

 

Een Nederlandse judoka heeft daarover op Judoforum.nl een prima stuk geschreven.

 

Het lijkt erop dat in de huidige dojo héél véél zaken die "vroeger" heel gebruikelijk waren verdwenen zijn....

Eén ervan is een correcte naleving van Reigi en Reishiki. Goed moment om daar eens wat dieper in te duiken dacht ik zo!

Voor velen onder ons zijn de regels hieronder volstrekt gebruikelijk, voor sommigen onder ons niet.
Denk erbij na, dat vooral als je ergens anders te gast bent, je de gastheer of de daar aanwezige judoka behoorlijk kunt teleurstellen of zelfs beledigen als je niet conform deze regels handelt.

Algemeen
In het "moderne" wedstrijdjudo wordt voornamelijk gekeken naar efficiëncy en het resultaat. Daarbij zien we, dat door tal van oorzaken de traditionele dojo (waarover straks méér) heeft plaatsgemaakt voor de gemeentelijke sporthal of dojo, of gemeenschappelijke ruimten die met andere gebruikers moeten worden gedeeld. Als je daar nog bij op telt de "erosie" die bij de yudansha is opgetreden tengevolge van het uitsluitend door middel van sportresultaten behalen van Dan-graden, is alles bijéén gemakkelijk te snappen waarom zaken als reishiki méér en méér naar de achtergrond verdwijnen.
Dat is een zéér slechte ontwikkeling. Een correcte naleving van reigi en reishiki is van het grootste belang zoals ik hieronder zal gaan proberen uitéén te zetten en verder toe te lichten.

Onder reigi kunnen de gedragsregels worden verstaan zoals die in de dojo gelden. De juiste inrichting van de dojo heeft zéker óók met reishiki te maken, zodat wij dáár mee beginnen. Daarnaast is het groeten van belang in een correcte toepassing van reishiki, dus dat zal ik daarná gaan behandelen. Tot slot zal ik een opsomming geven van de regels zoals die in correct reigi een plaats moeten vinden.

De Dojo
Wij moeten niet vergeten, dat wanneer wij naar een judo club lopen we géén les vragen van de club. Of de vereniging. Wij vragen nog steeds les van een Sensei. De dojo is dan ook van de Sensei op het moment dat er les wordt gegeven. De Sensei komt niet naar ons om te vragen of wij les van hem willen. Néé, wij komen naar hém, en vragen of hij ons les wil geven. Van oudsher is het zó, dat de Sensei een morele verplichting heeft zijn studenten of leerlingen les te geven in exact dezelfde technieken waarin hij zélf werd onderwezen door zijn Sensei. Daarin schuilt voor een deel ook het verschil met een "normale" school: de primaire functie van de dojo is de continuïteit van het judo te waarborgen. Die Sensei is dan ook niet verplicht om leerlingen toe te laten indien hij dat niet wenselijk acht. Van oudsher was het dan ook een eer om tot een bepaalde dojo te worden toegelaten daar de Sensei kennelijk van mening was dat je een aanwinst voor de dojo zou kunnen zijn. Daar tegen over stonden dan wel een reeks van verplichtingen van de leerling. Voor een deel worden die verplichtingen vorm gegeven door reigi en reishiki.

De dojo was traditioneel een ruimte die specifiek was ingericht om les te geven in judo, en te trainen in judo. Het is een plek waar we naartoe gaan om op een serieuze manier aan judo te doen, en niet een plek waar we al kauwgum kauwend en met een MP3 speler op het hoofd schreeuwend en kletsend naar binnen wandelen. Vanaf het moment dat we de dojo betreden schakelen we over op een andere gemoedstoestand, waarin we ons kunnen concentreren op het aankomende judo onderricht. We "maken ons hoofd leeg", zorgen voor de juiste kleding, en concentreren ons op datgene wat gaat komen.

De dojo is een ruimte die traditioneel volgens regels is ingericht. Bij de ingang van de dojo hangt traditioneel een zogenaamde "Nafuda-kake". Dat is een bord met daarop alle namen van de leden van de dojo. Uiteraard staan de hoogst gegradueerden bovenaan, en volgen zo op volgorde de rest van de leerlingen. Dat is al iets dat meestal al niet meer wordt aangetroffen.....

Kamiza
Daarnaast is de dojo in te delen in diverse ruimten. Zo is er een ruimte voor de Kamiza. Dit is een ruimte van eer, waar de VIP's traditioneel gezeten waren. De Kamiza is de belangrijkste plek in de dojo. Bij officiële gelegenheden is hier plaats voor de hoogst gegradueerde Dan-houders in de dojo. Judoka mogen in géén geval in de dojo met hun rug naar de Kamiza staan! Tevens mogen zij nooit plaatsnemen in de Kamiza ruimte. Een judoka dient zich er altijd van te vergewissen dat hij als het maar even kan dient te voorkomen dat hij met zijn rug naar de Kamiza staat. Het is uitsluitend de hoogst gegradueerde Sensei in de dojo toegestaan met zijn rug naar de Kamiza te gaan staan.
In de Kamiza ruimte vinden we ook een plek waar bijvoorbeeld de beeltenis van de stichter van het judo, Kano Jigoro Shihan, kan hangen. Deze plaats noemen we ook wel "Shomen" en dient het vérst van de toegangsdeur gelegen te zijn. Het is zéér ongebruikelijk om beeltenissen in de Shomen te plaatsen van personen die nog onder de levenden zijn.

Joseki
De tweede plek binnen de dojo als het gaat om de "belangrijkheid" is de "Joseki". Als de instructeur lager gegradueerd is dan kudan, dient hij of zij gezeten te zijn aan de rechterkant van de Kamiza in het daarvoor bestemde Joseki-gedeelte. Alléén gelijk gegradueerden zitten in dit gedeelte! De Sensei mag andere tenminste shodan gegradueerden uitnodigen plaats te nemen aan zijn linkerzijde. Niemand lager gegradueerd dan Kudan mag tijdens het begin of het eind van de les met zijn rug ooit naar de Kamiza zitten!

Shimoseki
Dit is de derde plek in de dojo die van belang is. Alle Mudansha (leerlingen onder de graad van shodan) zijn hier gezeten. Deze plek is gelegen tegenover de plaats voor de Joseki. Hier zitten de leerlingen op volgorde van rang, waarbij de hoogste rang het dichtste bij de Kamiza zit. Bij gelijke rang kan senioriteit een rol spelen indien hier een significant verschil in zit. De meest belangrijke leerling, die dus het dichtst bij de Kamiza zit, heeft een rol bij het groeten.

Van belang voor wáár precies de diverse delen van de dojo zich bevinden is de toegangsdeur. Als deze (van boven gezien) in een dojo rechts zit, dan is de Kamiza uiterst links, dus het vérst gelegen van de toegangsdeur. Zo vindt je de laagst gegradueerden het dichtst bij de toegangsdeur in de buurt, en de hoger gegradueerden steeds verder weg van de toegangsdeur. De reden daarvoor is een historische: als vroeger de dojo door vijanden werd aangevallen, werd iedereen geacht zich voor de Kamiza op te offeren: deze Kamiza werden tot het uiterste beschermd waarbij éérst de minst belangrijke leden van de dojo tussen de vijand en de Kamiza stonden, en zo verder.....

Vijanden hebben we niet echt meer in de dojo, maar het is nog steeds uitgangspunt om de dojo conform deze traditionele regels in te richten.

In de dojo dient een ruimte te zijn voor de tatami waar de zori kunnen worden geplaatst. Niemand in de dojo wandelt buiten de tatami rond met straatschoeisel of op blote voeten. Altijd dienen zori te worden gedragen binnen de dojo en buiten de tatami! De zori dienen dus niet rond te slingeren wanneer we op de tatami zijn, maar in de daarvoor bestemde plaats te staan naast de tatami.

Groeten
1) Bij binnenkomst van de dojo maak je een staande buiging of "Ritsu-Rei" bij de entrée. Als het goed is, kijk je dan dus naar de Kamiza, naar het portret van Kano Jigoro Shihan.
2) Voor het betreden van de tatami maak je een staande buiging of "Ritsu-Rei" en je neemt daarna je plaats in op de mat in "Seiza", en niet in "Anza" tenzij je dat wordt opgedragen. Je begint niet vast op eigen houtje met oefeningen, warming up, ukemi, of wat dan ook, totdat de Sensei de les geopend heeft!
3) Bij het begin van de les zorgt iedereen ervoor dat hij in "Seiza" gezeten is op de plek die ik hierboven heb beschreven. De senior judoka in het shimoseki gedeelte geeft op aangeven van de Sensei het commando: "Kamiza Ni" en wacht dan een respectvolle tijd in stilte. Gedurende die tijd zullen de leerlingen zich gereedmaken (naar links gericht en kijkend naar Kamiza) en houden tot het groeten. Dit duurt ergens tussen minimaal 5 en maximaal 10 seconden. In die tijd zitten we niet ongeduldig om ons heen te kijken of gekke bekken te trekken tegen onze vrienden op de mat. We maken ons gereed om ons respect te betuigen aan de Kamiza! Dezelfde leerling vervolgt dan met het commando "Rei". Daarop maakt iedereen op de mat een Seiza naar de Kamiza.
4) Om het respect voor Kamiza te benadrukken dient hierna opnieuw een pauze te volgen van tussen 5 en 10 seconden. Daarna pas gaan we door met het groeten naar de Sensei toe. Dezelfde senior judoka in het shimoseki gedeelte geeft het commando "Sensei ni", waarbij alle shimozeki zich richten naar de joseki en andersom. Daarna volgt het commando "Rei", en zowel Sensei als leerlingen groeten in Zarei tegelijkertijd.
5) Dit zelfde protocol herhaalt zich bij het sluiten van de les, maar dan éérst gericht naar de Sensei, en tot slot, als laatste, naar de Kamiza.
6) Ná het groeten vlieg je niet zomaar overeind en rent weg! Je blijft zitten totdat éérst de Sensei staat. Daarna staan de Yudansha op, en pas dan de Shimozeki.
7) Naarmate je te maken krijgt met méér senior Sensei of Kamiza, blijft de techniek van de buiging gelijk, maar kan de diepte waarop je buigt toenemen als je de juiste mate van respect wilt tonen. In de traditionele beleving van het groeten werkt dit zo en wordt door betrokkenen zeker op prijs gesteld.


Reigi

Gedrag in- en rond de kleedkamer
1) De kleedkamer is de plek waar kleding netjes dient te worden opgeruimd, niet de dojo en zéker niet de tatami!
2) Blijf van andermans kleding en artikelen in de kleedkamer af, ook als het "in de weg" ligt;
3) Slinger je kleding niet maar zo in de kleedkamer neer of rond, maar hang het ordelijk en bij elkaar weg;
4) De kleedkamer ligt vaak dicht bij de dojo: maak er géén herrie en verstoor de lessen die gaande zijn niet;
5) De kleedkamer is geen "vrijbuiters gebied" in de dojo: ook dáár gelden de regels van reigi;
6) Straatschoeisel blijft in de kleedkamer achter als je de dojo inloopt;
7) Zorg voor een schone en onbeschadigde gi!
8) Zorg ervoor dat je fris en schoon in de dojo verschijnt, met verzorgde én geknipte nagels aan vingers en tenen;

Gedrag in de dojo en op de tatami
1) Voer de protocollen voor het groeten steeds uit zoals hierboven beschreven. Een buiging maken in het judo heeft NIETS maar dan ook NIETS te maken met religie, zoals je soms hoort. Het is een uiting van respect waarmee je onder andere aangeeft óók zorg voor de ander te dragen met wie je traint.
2) Wandel niet vóór de Sensei langs zonder je te verexcuseren ingeval het tóch niet anders kan;
3) Concentreer je bij de training op je partner en bij de les op de Sensei en niet op anderen of mensen naast de tatami;
4) Praat niet door de Sensei's uitleg héén, heb je vragen, wacht dan tot hij uitgesproken is;
5) Ben je het met de Sensei niet eens, stel dan een vraag en plaats géén opmerking;
6) In de dojo wordt niet gegeten en gedronken, er wordt géén kauwgum gekauwd, roken is uit den boze;
7) De dojo is een plaats voor concentratie, niet voor muziek;
8) Transpireer je overmatig, zorg dan voor een kleine handdoek buiten de tatami, veeg je hoofd etc niet af aan je judogi.

De Judogi
1) Draag tijdens de lessen en trainingen ten allen tijde een witte of kleurloze gi, en géén blauwe!
2) Tijdens competitie is het dragen van een blauwe gi toegestaan of verplicht gesteld op aanwijzing van de wedstrijdorganisatie;
3) Dames mogen onder hun gi tijdens de lessen of trainingen een wit t-shirt dragen, géén gekleurde!
4) Heren dragen onder hun gi tijdens de lessen of trainingen géén t-shirt, tenzij bepaalde huidaandoeningen of andere belangrijke redenen zich daartegen verzetten, doch dan in overleg met de Sensei.

Gedrag naar hoger gegradueerden
1) Als hoger gegradueerden je advies bieden, luister dan en neem het zo mogelijk ter harte;
2) Gedraag je respectvol naar hoger gegradueerden;
3) Stel vragen aan hoger gegradueerden of de Sensei als je iets niet begrijpt;
4) Indien je een hoger gegradueerde of zelfs de Sensei de dojo ziet schoonmaken of zwaar werk ziet doen, help hem dan.

Gedrag van hoger gegradueerden naar lager gegradueerden
1) Draag de inhoud van de reigi regels uit naar de lager gegradueerden;
2) Geef geen les aan minder gegradueerden (daar is de Sensei voor) maar begeleidt ze wél;
3) Voorkom en corrigeer onveilige situaties en situaties waarin laakbaar gedrag van lager gegradueerden wordt aangetroffen.

Zitten
Zoals je uit de hierboven beschreven protocollen al had begrepen, is het zitten op de mat tevens aan regels gebonden. Je hangt nooit "maar ergens wat rond", dus niet languit met je benen en hangen op je uitgestrekte armen naar achter toe bijvoorbeeld. Dit wordt in traditionele dojo als uiterst respectloos opgevat. Je zit in Seiza. Daarnaast kan de Sensei je aangeven dat je ook in Anza mag zitten. Ik ga er even vanuit dat iedereen wel weet wat het verschil is, anders wordt dit artikeltje een encyclopedie...... 

Aanspreken van de instructeur
De instructeur wordt altijd aangesproken als "Sensei" en vervolgens met zijn achternaam. De voornaam wordt NOOIT gebruikt. Traditioneel wordt echter alleen een tenminste godan gegradueerde instructeur als Sensei aangesproken. In Europa had je vroeger niet veel godan gegradueerden, dus daar werd altijd de term Sensei gebruikt voor de meest senior instructeur, doch wel tenminste in de rang van shodan!
Indien er meerdere instructeurs zijn, wordt uitsluitend de meest senior instructeur aangesproken als Sensei.

Het bovenstaande is denk ik een goede basis voor iedere dojo. ...
Bedenk, dat reigi één van de hoekstenen van het judo is. Het bestemd de dojo immers als een serieuze plaats voor oefening en les, en heeft mede als doel conflicten te vermijden of te hanteren, en de veiligheid in de dojo te dienen, en daarmee alles bij elkaar het plezier van jou en je partner in judo!
 

"Mro sandan"  Judoforum.nl, 5-10-2009

 

 

 

 

naar boven

 

klik om te reageren

op mitesco 

       

Dese site is geoptimailseerd voor gebruik

door MS IE7 of Mozilla Firefox 2.x

Resolutie 1024x728 pixels.

© MITESCO.NL   2008-2009

Alle rechten voorbehouden.