Menu
Waarom?
Geschiedenis
indeling:
Kano
Kodokan
Butokukai
Judolegenden
Nederlands judo
Mind over Muscle
Seiryoku Zenyo
toepassingen:
deugd
orde
strategie
beheersing
volharding
kuzushi
Jita Kyoei
toepassingen:
opvoeding
respect
beschaving
sportiviteit
de
'dō'
Judo-praktijk
indeling:
sport
?
kata
kumi-kata
shiai
arbitrage
kinderjudo
studie
herbronning
Koppelingen
E-Cards

|
Opvoeding - het ideaal
van Jigoro Kano
Het principe van de jita kyoei is een groots ideaal, maar Jigoro
Kano besefte dat een wereld van vrede en harmonie niet zomaar te
realiseren is. Japan had in Kano's tijd met mensen te maken die voor een
belangrijk deel vastzaten in oude tradities, en van zichzelf uit weinig
beschaafd waren.
Kano hield aan de ene kant vast aan de tradities van zijn land, en was
ook een echte patriot, die zijn judo graag in dienst wilde stellen van
de bloei van zijn vaderland. Aan de andere kant was hij een vernieuwer
die al in 1889 een reis naar Europa ondernam om met name de moderne
methoden van opvoeding te bestuderen en - zoals een Japanner betaamt -
deze ideeën te kopieren en op een Japanse manier efficient toe te
passen. De ideeën van Kano over opvoeding zijn dus een synthese van puur
Japanse en westerse elementen.
Op deze pagina: de eerste volledige Nederlandse vertaling van
"de bijdrage
van judo aan de opvoeding" door Jigoro Kano.
Zie op deze pagina, bij punt 4.
1. De betekenis van
opvoeding
De
Kano-biograaf Andreas Niehaus verwoordt de betekenis van de opvoeding
aldus:
Opvoeding heeft bij Kano
tot taak, het menselijk gedrag op alle onderdelen van zijn bestaan zó
bij te sturen, dat het voor hem tot nut wordt - en wel voor de
afzonderlijke mens als gemeenschapswezen in zijn onlosmakelijke band
met de samenleving, de natie en de staat. Opvoeding moet de kinderen
er op voorbereiden, om op basis van hun talenten en mogelijkheden, de
rol die ze van nature hebben in de samenleving, op zich te nemen. Een
opvoeding in deze geest leidt dus uiteindelijk tot het doel van de
ontwikkeling van de samenleving, of de staat. (Niehaus, p.146)
De
gedachte achter Kano's opvoedingsleer was afkomstig van de utilitarist
Herbert Spencer (zie hoofdmenu 'jita kyoei') wiens boek Education:
Intellectual, Moral and Physical uit 1861 reeds in 1880 in het
Japans vertaald was. Kano hield consequent vast aan die drie elementen
van Spencer die hij op verschillende plaatsen duidelijk uiteenzet. Het
klinkt in onze oren misschien vreemd, maar lichamelijke opvoeding als
evenwaardig element van opvoeding beschouwen, was in het klassieke
Japanse en confucianistische denken, nog ongewoon. Intellectuele
en morele opvoeding kreeg de voorrang op iedere vorm van lichamelijke
ontwikkeling. De onderlinge
samenhang van de drie belichten, was iets nieuws.
Zonder fundamentele
intellectuele, morele en lichamelijke opvoeding is er geen hogere
opvoeding mogelijk. De algemene opvoeding is in de hogere ingebed. Het
is vergelijkbaar met een schip, dat een grote lading transporteert.
Heeft men een goede motor, zal hij snel kunnen varen. Voor de
richting, en bij problemen, hangt het echter helemaal van de kwaliteit
van de stuurman af. Bij de mensen is het net zo. Kennis en ervaring
zijn nodig om zich niet in de richting te vergissen. Heeft iemand in
een leidinggevende positie geen kennis van de moraal, en alleen oog
voor zijn eigen voordeel, dan zal de schade die hij de wereld
berokkent, groter zijn naarmate hij meer kennis heeft vergaard.
(Jigoro Kano, 1913, KJT, 6,91)
naar boven
2. De betekenis van judo
voor de opvoeding
Omdat judo veel meer is dan alleen maar een sportief ideaal of een
bewegingsleer, maar een 'weg', is judo ook geschikt om een complete
bijdrage te leveren aan de opvoeding van mensen.
Vanaf het eerste begin heb
ik judo in drie delen onderverdeeld: rentai-ho, shobu-ho,
en shushin-ho. Rentai-ho verwijst naar judo als
lichamelijke oefening, terwijl shobu-ho judo als gevechtskunst
aanduidt. Shushin-ho is de cultivering van wijsheid en deugd,
maar ook de studie en toepassing van de judoprincipes in het dagelijks
leven. Ik heb daarom geëist dat de judoka hun lichamen zouden
ontwikkelen op de ideale manier, dat ze zouden uitblinken in de
gevechten, en voortgang zouden maken in wijsheid en deugd, en de
judogeest levend houden in het dagelijks leven. (Kano, 1888)
Verder zien we zijn leer in de uitgebreide uiteenzetting "de bijdrage
van judo aan de opvoeding", zie op deze pagina, bij punt 4.
Een uitstekend boek daarover is :
"Leben und Werk Kanô Jigôros (1860 - 1938): Ein Forschungsbeitrag zur
Leibeserziehung und zum Sport in Japan" door Andreas Niehaus, Würzburg:
Ergon Verlag 2003, 382 pagina's. Een must voor wie echt verder wil komen
met de leer van Jigoro Kano, en ook goed Duits leest.
Praktisch: maak judo kinderlijker voor kinderen en volwassener voor volwassenen.
De
indruk kan echter ontstaan dat judo in ons land een kindersport is. Kijk eens
in de sportscholen en let op de trainingstijden. Hoeveel groepen voor
seniorenjudo zijn er in verhouding tot de jeugdgroepen? Hoeveel
toernooien boven 20 jaar zijn er, in verhouding tot toernooien in -12,
-15, -17 en -20? Kunnen volwassenen niet meer judoën of is de fut er na
de puberteit al uit? Is dat normaal?
(On)volwassenheid
Judo is een van de beste opvoedkundige hulpmiddelen om balans te vinden.
Jigoro Kano stimuleerde het jeugdjudo vanuit het doel van lichamelijke
opvoeding. Al deed hij meer dan 'kinderjudo'
en werd er ook meteen flink les gegeven in deugden en principes. Al was
dat wel in Japan, een land wat overgedisciplineerd is en zeer
gezagsgetrouw. Zo voelen de meeste vrijgevochten Nederlandse kinderen
het zelf (helaas) niet - kúnnen ze misschien ook niet dankzij de
opvoeding thuis en hun fase van ontwikkeling. Toch is jeugdjudo goed en
belangrijk, al was het maar om orde te scheppen in de chaos van de
kinderzielen.
Maar iets anders is de mentaliteit waarmee we kinderen opvoeden. Moeten
we kinderen bij het sporten niet altijd "hun spel teruggeven" als
volwassenen zelf te veel van de kinderen verlangen? Mitesco schudt nogal
eens zijn hoofd als hij webpagina's van jonge judoka bekijkt. Nog geen
twaalf jaar en al totaal gefocust op prijzen en winnen. Ach. Noem
een kind van 10 jaar oud (die nog bijna niets begrepen kan hebben van
judoprincipes) toch geen 'wedstrijdjudoka'. Dan til je het kind over het
paard van wat judo is: geen wedstrijdje, maar een levensweg. Jong
verkeerd geleerd, is oud verkeerd gedaan. Of meestal: niet meer gedaan.
Laat een kind toch eerst groeien in spel, techniek en mentaliteit. Zet
een kind niet aan de gewichtenmachine! Belast een kind niet met een
prestatiedrang die het nog niet aankan, zelfs niet als het kind zelf
zegt dat te willen. Bescherm de kindertijd! Anders gaat het doel van
judo verloren en is de hele opvoeding tot judoka mislukt. En ze stoppen
bijna allemaal, hoor - er zijn héél weinig kinderen mentaal zó sterk dat
ze de onvermijdelijke verliezen met hun puberende geest aankunnen. Zeker
als de sportschool ze niet begeleidt in echte judo-mentaliteit en het
uitgaansleven lonkt.
Wedstrijden zijn voor het
zelfbeeld van kinderen wat suiker is voor tanden. De meeste mensen
verliezen in competitieve ontmoetingen en het is duidelijk waarom dat
twijfel schept in henzelf. Winnen bouwt geen karakter in een 7-jarige,
het laat een kind slechts tijdelijk schitteren. Studies tonen aan dat
gevoelens van eigenwaarde afhankelijk maakt van externe
feedback-bronnen, ten gevolge van competitie. Je waarde wordt wat je
gepresteerd hebt. Of erger: de eigenwaarde van je kind wordt evenredig
aan het aantal mensen dat je hebt verslagen.
Sensei PTNippon, Makoto
Judoforum 17-12-2008
Meer hierover in het menu 'kinderjudo'.
naar boven
3. De toepassing voor de
judoka in onze tijd
Opvoeding voor judoka is een veelzijdig gebeuren. In de dojo's is het
merendeel van de judoka jong. Kinderen en jong-volwassenen zitten
sowieso nog in een opvoedings- en onderwijsomgeving. Volwassenen denken
misschien al welopgevoed te zijn en menen misschien geen verdere
opvoeding meer nodig te hebben.
Mis. judo is per se een 'weg' wat betekent: levenslang veranderen en
bijschaven om een meer perfecte mens te worden.
In
de geest van judo is dat: Jika no Kansei ! = streef naar
perfectie als totale mens.
Judoka worden in de lijn van Jigoro Kano (en Herbert Spencer) opgevoed
op drie verschillende niveau's:
a. Intellectueel
De
grote veranderingen in opvoeding beginnen altijd met het inzicht. In het
judo betekent dat, wat in het menu 'strategie' wordt weergegeven:
opvoeden tot jukuryo danko - zorgvuldig nadenken en slagvaardig
handelen. U vindt dat ook terug in "de bijdrage
van judo aan de opvoeding", bij punt 4
In
het kader van de jita kyoei, en toegepast op de grote idealen van
de verbetering van de mensheid betekent dat:
-
Kennis opbouwen en kritisch nadenken: tijdens en buiten het
judo-onderricht worden de judoka gestimuleerd om kritisch te denken
en vragen te stellen. De judoka leren dat ze niet zomaar een mening
moeten geven, maar eerst gedegen kennis moeten verwerven voor ze tot
een oordeel overgaan.
-
Vooroordelen, stereotypen en discriminatie: tijdens de judoles
is iedereen gelijk, het enige onderscheid is op het niveau van de
techniek. De sensei kan helpen om vooroordelen tegenover anderen te
herkennen bij zichzelf en de anderen, en hen wijzen op het gevaar van
discriminatie, verharding en vooroordelen.
-
Praten en luisteren. Het is onvermijdelijk dat er rondom de
judomat ook conflicten ontstaan. Een goede sensei leert dat judoka
in de dojo een ontspannen en veilige sfeer vinden waarin ze kunnen
verwoorden wat ze ervaren en voelen. Zo ontstaat een leermoment van
naar elkaar luisteren, zodat conflicten kunnen worden uitgepraat
zonder elkaar te omlaag te halen, verbaal te vernederen of belachelijk
te maken. De moderne en harde onderlinge omgangsvormen worden niet in
de dojo toegepast en er wordt ook geleerd waarom.
-
Toepassen. Alle intellectuele vermogens goed gebruiken om zo te
komen tot verantwoorde keuzes en beslissingen.
b. Moreel
Morele opvoeding betekent dat er niet neutraal wordt gekeken naar hoe de
judoka zich gedragen, maar dat er waarden worden overgedragen die in
het kader van het judo universeel zijn. Jita kyoei betekent
altijd: geluk voor iedereen, door een goede interactie. En nooit tegen
het principe van seiryoku zenyo ingaan.
-
De waarde van het anders-zijn. De trainer zal de judoka
helpen om de rijkdom te waarderen van de diversiteit van mensen, en ze
leren om zich te verplaatsen in de positie van medejudoka die anders
zijn, doen of zijn. Gemengde groepen waarin bijvoorbeeld ook
G-judoka meedoen, zijn in dat opzicht geweldig om te leren met
mensen om te gaan. Iedereen heeft eigen zijn talenten en beperkingen
en dat brengt de judoka tot solidariteit en aanvaarding van
gelijkheid.
-
Respect en onderlinge verbondenheid. Zie daarvoor ook het
aparte menu 'respect'. Judoka hebben 'rei', eerbied voor
elkaar en de sensei die de traditie van het judo overdraagt. Dat
vraagt een gevoel van respect, wat alleen kan als men een diepere
verbondenheid kan beleven zich kan inleven in een ander. Er wordt op
de mat ook niet gepest of getreiterd.
-
Rechten en plichten, vrijheden en verantwoordelijkheden.
Vrijheid lijkt ons land wel onbegrensd te zijn. Jigoro Kano was een
voorstander van sterke discipline. Een judoka weet wat de regels van
de dojo zijn. Dat geldt voor de gewone regels van hygiene, maar ook
voor de 'hygiene' onderling en buiten de dojo: rechten en plichten
zijn noodzakelijk om een gezonde samenleving voor iedereen te
garanderen. Dat vraagt actieve inzet voor deugden als moed en
gerechtigheid.
-
Maatschappij-visie. Judoka mogen zich bewust zijn van de rol
die ze hebben in hun omgeving. Een trainer stimuleert betrokkenheid en
solidariteit met elkaar en en de rest van de wereld.
-
Beheersing in morele zin: Een Judoka ziet in dat woede en
opgewondenheid verspilling van energie is.
c. Lichamelijk
Een judoka is vanuit de welopgevoede geest altijd in balans met zijn
lichaam. Dat betekent dat de geest sterker is dan zijn spieren. Op de
mat laat een judoka zich nooit gaan. Fysiek geweld is uitgesloten. En op
straat wordt al helemaal geen stoer gedrag getolereerd.
Lichamelijke opvoeding is een breed spectrum aan bewegingen - zie de
lange tekst van Jigoro Kano hieronder.
Maar in het kader van de jita kyoei is het:
-
Agressie- en geweldbeheersing. Een judoka leert inzicht te
verwerven in zijn eigen driften, de impulsen van agressie en geweld in
zijn leven. Judoka leren altijd hun woede en kracht te beheersen
(zie menu 'beheersing') en de energie op een opbouwende manier te
gebruiken.
-
Weerbaarheid. Een judoka is gespecialiseerd in de juiste
verhouding tussen aanval en verdediging. Hij is niet bang, kan tegen
een stootje en voelt zich zeker in situaties waarin geweld kan
dreigen. Hij is zichzelf, maar altijd met respect voor de ander.
-
Conflicthantering. In de dojo wordt ook geleerd om met
conflicten en geschillen om te gaan. Geweld is maar een van de vele
mogelijke manieren om op conflicten te reageren. Vaardigheden om op
een geweldloze manier conflicten op te lossen kunnen zeker door het
judo worden geleerd en toegepast. Dat geldt voor conflicten op
persoonlijk vlak, of binnen een groep, maar ook een bredere visie op
de gemeenschap, op nationaal of internationaal vlak. Sommige
judoka
zijn ook militair en judo wordt ook binnen politie-opleidingen
geleerd. Daar is het een ideale manier om vanuit de kern te streven
naar vrede en harmonie, door aangepaste omgang met agressie.
naar boven
4. De bijdrage van judo aan
de opvoeding. Door Jigoro Kano.
De volgende bijdrage werd door Jigoro Kano
gehouden bij gelegenheid van de eerste internationale judo-Zomerschool
in augustus 1932. De indeling in paragrafen is door Mitesco aangebracht
om de leesbaarheid te bevorderen. Inhoudsopgave met hyperlinks:
1. Inleiding: jūjūtsu
2. Lichamelijke opvoeding
3. Systemen van lichamelijke opvoeding
4. judo als opvoedingsmethode
a. Het lichamelijke stadium van judo
b. Het intellectuele stadium van judo
c. Het morele stadium van judo
d. Het emotionele stadium van judo
5. Samenvatting en conclusie
1. Inleiding: jūjūtsu
Het doel van deze tekst is,
u in hoofdlijnen uit te leggen wat judo is. In onze riddertijd waren er
veel militaire oefeningen zoals schermen, boogschieten, speerwerpen enz.
Een daarvan werd jūjūtsu genoemd, een training waarin alles bij elkaar
kwam, voornamelijk bestaande uit de kunsten van het gevecht zonder
wapens, waarbij echter bij gelegenheid wel dolken, zwaarden en andere
wapens gebruikt werden. De aanvalssoorten waren meestal werpen, slaan,
wurgen, stoten of trappen van de tegenstanders, de tegenstander op de
grond houden, armen of benen van de tegenstander buigen, om pijn of een
breuk te veroorzaken. Het gebruik van zwaarden en dolken werd ook
geleerd. We hadden ook talrijke manieren om ons tegen zulke aanvallen te
verdedigen. Die oefeningen bestonden in hun eenvoudigste vorm zelfs al
in ons mythologische tijdperk. Maar het systematische onderricht, als
een kunst, gaat pas 350 jaar terug in de tijd.
In mijn jeugd oefende
ik deze kunst bij drie uitstekende meesters uit die tijd. Ik had groot
voordeel van die studie en dat leidde er toe dat ik erover nadacht om me
nog serieuzer met dit onderwerp bezig te gaan houden. In 1882 begon ik
een eigen school en ik noemde die de Kodokan. Kodokan betekent
letterlijk: een school om de weg te studeren, en 'de weg' betekent dan:
een levensideaal. Ik noemde het onderwerp van wat ik leerde
judo in plaats van jūjūtsu. In de eerste plaats zal ik u de betekenis
van deze woorden uitleggen. Ju bekent zachtheid of 'meegeven'. Jitsu:
een kunst of praktijk, en Do: weg of principe. jūjūtsu betekent
dus: kunst of praktijk van zachtheid of meegeven om uiteindelijk de
overwinning te behalen; terwijl judo betekent: de weg of het principe
van hetzelfde.
2. Lichamelijke opvoeding
Kan dit principe worden
toegepast op andere onderdelen van de menselijke activiteit? Ja, hetzelfde
principe kan worden toegepast op de vooruitgang van het menselijk
lichaam, om het sterk, gezond en nuttig te maken, en zo vormt het de
lichamelijke opvoeding. Het kan ook worden toegepast op de groei van
intellectuele en morele vermogens, en op die manier vormt het de
geestelijke en morele opvoeding. Het kan tegelijkertijd worden toegepast
op de voortgang van voedingspatronen, kleding, huisvesting, sociale
interactie, en methoden van zakendoen - aldus is het een fundament voor
de studie en training van het leven. Ik gaf dit alles-doordringende
principe de naam "judo". Dus, judo, in zijn vollere betekenis, is een
studie en methode om geest en lichaam te trainen, zowel in het beheersen
van het leven en zaken.
judo kan dus - in één van
zijn betekenissen - geoefend worden met aanval en verdediging als zijn
belangrijkste onderwerp. Voordat ik begon met de Kodokan, werden deze
aanval- en verdedigingsfasen van het judo alleen geoefend in Japan onder
de naam jūjūtsu, soms ook "Tai-Jitsu" genoemd, wat betekent: de kunst
om het lichaam te besturen, of "Yawara", het zachtmoedige
management. Maar
ik kwam tot het besef dat de studie van het alles-doordringende principe
belangrijker is dan alleen maar de oefening van jūjūtsu, omdat het echte
begrip van het principe iemand niet alleen in staat stelt het toe te
passen op alle fasen van het leven, maar dat het ook dienstig is voor de
studie van de jūjūtsu-kunst zelf.
Men kan niet alleen op de
manier van mijn persoonlijke ontwikkeling komen tot het begrijpen van dit principe.
Iemand kan dezelfde conclusie ook trekken door de filosofische
interpretatie van de dagelijkse dingen en zaken, of door abstracte
filosofische redenering. Maar op het moment dat ik judo begon te leren,
meende ik dat het aanbevelenswaardig zou zijn om hetzelfde traject te
gaan als ik ben gegaan, omdat op die manier het lichaam van de
leerlingen gezond, sterk en nuttig kan worden. Tegelijkertijd kon ik de
leerlingen helpen om geleidelijk dit zo belangrijke principe te vatten. Om die
reden begon ik met het lesgeven in judo met de training in randori en
kata.
Randori, wat betekent "vrije
oefening", wordt beoefend onder de omstandigheden van een echte
wedstrijd. Het behelst het werpen, wurgen, tegen de grond drukken, en de
armen of benen buigen. De twee vechters mogen iedere methode gebruiken
zolang ze elkaar geen pijn doen, en gehoorzamen aan de regels van het
judo wat betreft de etiquette, wat essentieel is voor het goed
functioneren.
Kata, wat letterlijk "vorm"
betekent, is een formeel systeem van voorgeprogrammeerde oefeningen,
inclusief slaan, trappen, stoten, etc., overeenkomstig de regels
waarvan iedere vechter op voorhand precies weet wat de tegenstander gaat
doen. De overblijvende slag-, stoot- en traptechnieken worden geleerd
in Kata en niet in Randori, omdat als ze werden gebruikt in Randori er
vaak gevallen van letsel zouden voorkomen. terwijl als ze in Kata worden
geleerd er geen verwondingen optreden, omdat alle aanvallen en
verdedigingen vooraf vastgelegd zijn. Randori kan worden beoefend op
verschillende manieren. Als het onderwerp eenvoudig is: training van de
methoden van aanval en verdediging, zal de aandacht speciaal uitgaan
naar de training om zo efficient mogelijk te werpen, de buigen of te
verdraaien, zonder speciale verwijzing naar de ontwikkeling van het
lichaam of de geestelijke en morele cultuur. Randori kan echter ook
worden beoefend met de lichamelijke opvoeding als het belangrijkste
onderwerp. Naar aanleiding van wat ik al eerder zei, zal alles idealiter
worden uitgevoerd volgens het principe van "seiryoku zenyo."
3. Systemen van
lichamelijke opvoeding
We
zullen zien hoe het bestaande systeem van lichamelijke opvoeding de test
zal doorstaan. Als we athletiek als geheel nemen, kan ik het niet helpen
dat ik denk dat ze niet de ideale vorm van lichamelijke opvoeding is,
omdat elke beweging niet gekozen is voor een “allround” ontwikkeling van
het lichaam, maar om een of ander doel te bereiken. En verder, omdat men
over het algemeen speciale attributen nodig heeft en soms ook een hele
groep mensen die er aan moeten deelnemen, kunnen we zeggen dat athletiek
geschikt is als training voor selecte groepen of personen, maar niet als
middel om de lichamelijke conditie van een hele natie vooruit te laten
gaan.
Dit is ook waar voor boksen,
worstelen en allerlei vormen van militaire oefeningen die overal ter
wereld worden gepraktiseerd. Mensen kunnen dan natuurlijk vragen: "is
gymnastiek dan geen ideale vorm van nationale lichamelijke training?"
Daarop kan ik antwoorden dat zij een ideale vorm van lichamelijke
opvoeding is, omdat zij zijn uitgevonden voor een all-round ontwikkeling
van het lichaam en niet noodzakelijk speciale toestellen nodig hebben,
of bijzondere deelnemers. Maar gymnastiek komt enkele heel belangrijke
dingen tekort die essentieel zijn voor de lichamelijke opvoeiding van
een hele natie. De tekorten zijn:
1. Verschillende gymnastiekbewegingen
hebben geen betekenis en wekken van nature geen enkele speciale
interesse op.
2. Er kan geen secundair nut
worden afgeleid van hun training.
3. Het verkrijgen van "vaardigheden"
(ik gebruik het woord 'vaardigheid' in een speciale betekenis!) kan niet
worden verkregen of gezocht bij gymnastiek en enkele andere oefeningen.
Vanuit dit korte overzicht
van het hele veld van lichamelijk opvoeding, kan ik zeggen dat er op dit
moment nog geen ideale vorm is uitgevonden die voldoet aan de
noodzakelijke voorwaarden van zo'n lichamelijke opvoeding.
Deze ideale vorm kan
alleen voortkomen uit een studie die gebaseerd is op maximale
efficientie. Teneinde al deze voorwaarden of vereisten te vervullen,
moet er een systeem worden uitgevonden, dat allereerst de all-round
ontwikkeling van het lichaam beoogt, zoals ook in het geval van gymnastiek.
Verder moeten de bewegingen een betekenis hebben, opdat zij kunnen
worden beoefend met interesse. Nogmaals, de activititeiten moeten op
zich niet veel ruimte, speciale kleding of uitrusting vergen. Verder
moeten ze kunnen worden beoefend, zowel individueel als in een groep.
Dat zijn de voorwaarden voor een bevredigend systeem van lichamelijke
opvoeding voor een hele natie. Elk systeem dat deze vereisten succesvol
kan omarmen, kan, voor het eerst worden gezien als een programma van
lichamelijke opvoeding, gebaseerd op het principe van maximale efficientie.
Ik heb dit onderwerp
lange tijd bestudeerd en ik ben erin geslaagd het te verdelen in twee
vormen, waarvan men kan zeggen dat ze aan alle eisen voldoen. De ene
vorm is, wat ik noem, de "representatieve vorm". Dat is een
manier om ideeën, gevoelens, en verschillende bewegingen van natuurlijke
objecten te tonen door de bewegingen van benen, lichaam en nek. Dansen
is er een voorbeeld van, maar dansen is oorspronkelijk niet ontworpen
met lichamelijke opvoeding als doel, en kan daarom niet beschouwd worden
als iets wat aan de eisen voldoet. Maar het is mogelijk om speciale
soorten dansen uit te vinden, passend bij personen van verschillend
geslacht, geestelijke en lichamelijke omstandigheden, en gemaakt om
morele ideeën en gevoelens uit te drukken. Op die manier kan samen met
de cultivering van de geestelijke kant van het volk, het lichaam zich
ook ontwikkelen op een manier die bij iedereen past.
Deze "representatieve vorm"
is, naar ik meen, op de een of andere manier in gebruik in Amerika en Europa.
U kunt zich voorstellen wat ik bedoel, en daaromz al ik er niet verder
op ingaan.
4. judo als opvoedingsmethode
a. Het lichamelijke
stadium van judo
Er is een andere vorm, die ik noem: de "vorm
van aanval en verdediging." Daarbij heb ik verschillende methoden
van aanval en verdediging gecombineerd, zodanig dat het resultaat zal
leiden tot de harmonieuze ontwikkeling van het hele lichaam. Gewone
methoden van aanval en verdediging zoals die in het jūjūtsu worden
geleerd, kunnen niet ideaal worden genoemd voor de ontwikkeling van het
lichaam. Daarom heb ik ze vooral gecombineerd opdat ze aan de
noodzakelijke voorwaarden voldoen om het lichaam harmonieus te
ontwikkelen. Dat heeft twee doelen: (1) lichamelijke ontwikkeling, en (2) training
in de gevechtsmethode. Aangezien elk volk moet voorzien in een nationale
verdediging, moet elke burger zichzelf kunnen verdedigen. In deze tijd
van Verlichting, wil niemand een ander meer voorbereiden op aggressie
tussen landen, of geweld tegen individuele burgers. Maar verdediging in
kwesties van gerechtigheid en menselijkheid, mogen nooit worden
verwaarloosd door een volk of individu.
Deze methode van
lichamelijke opvoeding in de vorm van aanval en verdediging, zal ik
laten zien door een klein praktikum. Die is verdeeld in twee soorten
oefeningen. De ene is een individuele oefening en de ander is een
oefening met een tegenstander (zoals getoond).
Uit wat ik heb uitgelegd en wat ik heb laten zien door de oefening, hebt
u ongetwijfeld begrepen wat ik bedoel met lichamelijke opvoeding,
gebaseerd op het principe van maximale efficientie. Hoewel ik sterk
bepleit dat de lichamelijke opvoeding van een heel land moet worden
geleid door dat principe, wil ik tegelijkerijd niet zeggen dat er weinig
nadruk zou moeten liggen op athletiek en andere vomen van
gevechtsoefening. Hoewel die niet zo geschikt zijn als
lichamelijke opvoeding voor een heel land, hebben ze wel hun eigen
waarde voor een cultuur, groep, of personen, en ik wil ze op geen enkele
manier ontmoedigen, vooral Randori in judo.
Een van de grote
waarden van Randori
is gelegen in de overvloed aan bewegingen en wat dat betekent voor de
lichamelijke ontwikkeling. Een andere waarde is, dat elke beweging een
doel heeft en wordt uitgevoerd met een spirit, terwijl in gewone
gymnastiek-oefeningen de bewegingen geen betekenis hebben. Het doel van
de systematische lichamelijke training in judo is niet alleen om het
lichaam te ontwikkelen, maar ook om iemand in staat te stellen lichaam
en geest perfect te beheersen, en het voor te bereiden op elke
noodsituatie, of dat nu een ongelik is, of een aanval door anderen.
Ofschoon een oefening
bij het judo
over het algemeen wordt uitgevoerd tussen twee personen, zowel in Kata
als in Randori,
en in een ruimte die speciaal voor dat doel is ingericht, is dat toch
niet altijd nodig. Het kan worden uitgevoerd door een groep, of een
enkele persoon, op een speelplaats, of in een gewone kamer. Mensen
denken dat vallen tijdens Randori vergezeld gaat van pijn en soms zelfs
gevaar. Maar een korte uitleg van de manier waarop iemand geleerd wordt
te vallen, zal ze doen verstaan dat er helemaal geen pijn of gevaar
dreigt.
b. Het intellectuele
stadium van judo
Ik zal nu verdergaan
met te spreken over het intellectuele stadium van judo. Mentale training
kan in het judo zowel door Kata worden geoefend, als door een wedstrijd
tussen twee personen die alles gebruiken wat er in hen is, en die
gehoorzamen aan de voorgeschreven regels van het judo. Beide partijen
moeten altijd wakker en oplettend zijn, en op zoek gaan naar zwakke
punten van de tegenstander, klaar om aan te vallen wanneer de
gelegenheid zich voordoet. Die geestelijke houding leidt tot het
verzinnen van manieren om aan te vallen, en dat maakt de leerling
ernstig, oprecht, geconcentreerd, voorzichtig en weloverwogen in alles
wat hij doet. Tegelijkertijd wordt iemand getraind om snel te besluiten
en meteen te handelen, omdat tijdens Randori iemand snel beslist en
accuraat handelt, of hij mist de kans om ofwel aan te vallen of te
verdedigen. [ noot Mitesco: zie ook menu 'strategie' ]
Nogmaals, tijdens Randori
kan geen enkele deelnemer op voorhand zeggen wat zijn tegenstander gaat
doen, dus moet iedereen voorbereid zijn op een onverwachte aanval door
de ander. Wie gewend is aan deze soort van geestelijke gesteltenis, zal
zichzelf ontwikkelen tot een hoog niveau van mentale kalmte, of balans.
Uiteoefening van de macht over aandacht en observatie, in de sportschool
of de trainingsruimte, zal zo'n natuurlijk overwicht ontwikkelen dat die
van groot nut is in het alledaagse leven.
Om manieren te
bedenken om een tegenstander te verslaan, is het beheersen van de macht
van het voorstellingsvermogen, het bedenken en beoordelen, onmisbaar. En
die kracht wordt ontwikkeld tijdens Randori. Nogmaals, de studie van Randori is
de studie van de relatie die op zowel lichamelijk als geestelijk niveau
bestaat tussen twee strijdende partijen. Er kunnen honderden waardevolle
lessen worden getrokken uit deze studie, maar ik zal me tevreden stellen
door enkele voorbeelden te geven.
In Randori leren we
de judoka altijd te handelen volgens het fundamentele principe van
judo [seiryoku zenyo], ongeacht of zijn tegenstander
lichamelijk zwakker is en gemakkelijk kan worden overwonnen door een
beetje kracht. Als de judoka tegen het principe handelt, zal de
tegenstander nooit overtuigd zijn van zijn nederlaag, hoeveel brute
kracht er ook tegen hem is gebruikt. Het is niet nodig om duidelijk te
maken dat de manier om iemand te overtuigen in een discussie nooit
gelegen is in het forceren van overwicht, noch van macht, noch van
kennis, maar om hem te overtuigen volgens de onbetwistbare regels van
de logica. De les is dat overtuiging, niet dwang, effectief is. Dat is
zó totaal waardevol in het gewone leven, en dat kunnen we leren van
Randori.
Ook leren we de judoka,
als hij zijn toevlucht neemt tot een trucje om te winnen, hij alleen
zoveel kracht mag toepassen als absoluut nodig voor dat doel. We
waarschuwen hem tegen te veel of te weinig uitoefening van kracht. Er
zijn heel wat gevallen bekend waarbij mensen mislukten in wat ze
ondernamen, simpel omdat ze te ver gingen, niet wisten wanneer ze
moesten ophouden, en vice versa.
Om nog een ander
voorbeeld te noemen: we leren tijdens Randori de leerling, om als hij
tegenover een tegenstander staat die totaal opgewonden is, de
overwinning te behalen, niet door hem met man en macht te weerstaan,
maar door met hem te spelen tot de meeste woede en opwinding vanzelf is
weggeëbd.
Het nut van deze
houding in de alledaagse omgang met anderen is evident. We weten
allemaal dat niemand iets kan bereiken met gezond verstand, als een
ander zo opgewonden is en niet meer bij zinnen is tegenover ons. Alles
wat we dan moeten doen in zo'n situatie is wachten totdat de
hartstochten vanzelf zijn bedaard. Al deze leerervaringen kunnen we
opdoen tijdens het uitoefenen van Randori. Hun toepassing op het gedrag
van alledaagse omstandigheden is een zeer interessant studie-onderwerp
en waardevol voor de intellectuele training van jonge mensen.
Ik zal mijn verhaal
over de intellectuele fase van het judo afsluiten door kort te verwijzen
naar de verstandelijke middelen om kennis en het intellectuele vermogen
te laten toenemen. Als we goed onze samenleving observeren, zien we
overal de manier waarop we als een gek onze energie besteden aan het
verwerven van kennis. Maar geeft onze omgeving altijd de beste
mogelijkheden? Maken we altijd de beste keuzes inzake boeken,
tijdschriften en kranten die we lezen? Merken we niet dat we vaak de
energie die we zouden kunnen besteden aan het verwerven van waardevolle
kennis, verspillen aan het verzamelen van kennis die bevooroordeeld is,
niet alleen in zichzelf maar ook ten opzichte van de hele samenleving?
Nog los van het
verwerven van nuttige kennis, moeten we ijveren voor het bevorderen van intellectuele
vermogens, zoals de herinnering, aandacht, observatie,
beoordelingsvermogen, conceptueel denken, voorstellingsvermogen,
etc. Maar dat moeten we niet doen op een willekeurige manier, maar in
overeenstemming met psychologische wetten, zodat de verbinding tussen de
vermogens in onszelf goed in harmonie zijn. Alleen door trouw het
principe van maximale efficientie te volgen, dat wil zeggen: judo,
kunnen we het punt bereiken waarop we verstandelijk onze kennis en
intellectuele vermogens kunnen laten groeien.
c. Het morele stadium van judo
Ik zal nu spreken over
het morele stadium van judo. Het is niet mijn bedoeling daarbij te
spreken over de morele discipline die we aan de studenten opleggen in de
oefenruimte, zoals het nakomen van de normale regels van etiquette,
moed, volharding, vriendelijkheid, respekt voor anderen, onpartijdigheid
en fair play, wat al zo wordt benadrukt in de athletieksport over
de hele wereld. De training van het judo
heeft een speciale morele traditie in Japan, omdat judo, samen met
andere gevechtsoefeningen, werd beoefend door onze Samurai, die een hoge
standaard van eer hooghielden, de geest die ons is doorgegeven door het
onderricht in de kunst. In dit verband wil ik u graag uitleggen hoe het principe
van maximale efficientie ons helpt bij het bevorderen van moreel gedrag.
Soms is iemand heel erg gemakkelijk op te winden en snel kwaad om niks.
Opgewonden raken is een onnodige verspilling van energie, en heeft geen
enkel voordeel voor iemand. Het beschadigt jezelf en anderen. Een judoka
moet zulk gedrag vermijden.
Iemand kan soms
ook helemaal vol zijn van teleurstelling, treurig zijn en geen moed meer
hebben om iets te doen. Voor zo iemand kan judo betekenen dat hij gaat
zoeken wat het beste is wat hij in de gegeven omstandigheden kan doen.
Gek genoeg is zo iemand volgens mij, in dezelfde positie als iemand die
op het toppunt van zijn succes is. In beide gevallen is er maar één weg
om te gaan, namelijk: wat hij na rijp beraad het beste kan doen op dat
moment. Zo kan het leren van judo iemand vanuit de diepste
teleurstelling en geestelijke verlamming brengen tot een staat van
bruisende activiteit en stralende hoop voor de toekomst.
Hetzelfde geldt
voor mensen die ontevreden zijn. Ontevreden mensen raken in een
pruilerige en bokkige gemoedstoestand en geven anderen de schuld van hun
eigen falen, zonder op te letten op zichzelf. judo laat zulke mensen
begrijpen dat zulk gedrag tegen het principe van maximale efficientie
is, terwijl de trouwe toewijding aan dat principe ze meer opgewekt
maakt. Op die manier is het leren van judo, op heel verschillende
manieren, dienstbaar aan de verspreiding van moreel juist gedrag.
d. Het emotionele stadium
van judo
Tenslotte wil ik nog
een paar woorden wijden aan het emotionele stadium van het judo. We zijn
ons allemaal bewust van de prettige gevoelens die de oefeningen opwekken
in onze zenuwen en spieren,
en we hebben ook plezier van het verkrijgen van vaardigheden, bij het
gebuik van onze speren, en ook door het gevoel van superioriteit over
anderen in de wedstrijd. Maar behalve deze genoegens is er ook een
liefde voor schoonheid en verrukking uit te destilleren, als we kunnen
waarnemen hoe mooi gedrag is en hoe fraai bewegingen worden uitgevoerd,
ook als we dat bij anderen zien. De oefening daarin, samen met het
plezier dat we ondervinden als we bewegingen zien die verschillende
ideeën uitdrukken, vormt wat we noemen het emotionele of esthetische
stadium van het judo. Ik geloof dat u al heeft ingezien wat voor soort
iets judo eigenlijk is, in tegenstelling tot het jūjūtsu van de feodale
tijden.
5. Samenvatting en conclusie
Dan wil ik nu in een
verkorte vorm neerleggen wat ik heb gezegd, het kan als volgt worden
samengevat:
judo is een studie en training
van geest en lichaam, maar ook het managen van iemands leven en zaken.
Door het diepgaand bestuderen van de verschillende methoden van aanval
en verdediging raakte ik er van overtuigd dat ze allemaal afhangen van
de toepassing van het ene alles doordringende principe: "wat je ook
doet, het kan het beste worden bereikt door het hoogste of maximale
efficiente gebruik van geest en lichaam voor dat doel". Zoals dit
principe toegepast wordt op de methoden van aanval en verdediging en zo
jūjūtsu
vormt, zo vormt hetzelfde principe,
toegepast op de lichamelijke, mentale en morele cultuur, alsook op de
manieren van leven en het zakendoen, de studie van- en training in deze
dingen.
Op het moment dat de
echte betekenis van dit principe wordt verstaan, kan het worden
toegepast op alle stadia van het leven en de activiteiten, en de mens in
staat stellen om het hoogste en meest verstandige leven te leiden. Dat
ware begrip van het principe wordt niet noodzakelijkerwijs bereikt door
de training in de methoden van aanval en verdediging, maar ik kwam zelf
wel op het idee door de training van deze methoden. Ik maakte genoemde
wedstrijdtraining en de training voor de ontwikkeling van het lichaam
tot het normale middel om dit principe te realiseren.
Dit principe van maximale
efficientie vraagt, wanneer ze wordt toegepast om het sociaal leven te
ontsluiten of te vervolmaken, net als in het geval waarbij het wordt
toegepast op de samenhang van geest en lichaam of in de wetenschap van
aanval en verdediging, in de eerste plaats orde en harmonie tussen haar
leden, en dit kan alleen worden bereikt door wederzijdse hulp en
toegeeflijkheid, wat leidt tot wederzijds geluk en welzijn.
Het uiteindelijke doel
van het judo is daarom, om in de geest van de mens een geest van respect
voor het principe van maximale efficientie en van wederzijds geluk en
welvaart in te brengen, wat hem er toe brengt om die zo toe te passen
dat de hij individueel en collectief de hoogste staat van volmaaktheid
kan bereiken, en tegelijkertijd het lichaam kan ontwikkelen in de kunst
van aanval en verdediging.
Als we de huidige
situatie van de samenleving in de hele wereld goed bekijken, zien we,
ofschoon de moraal in alle vormen (godsdienstig, filosofisch en
traditioneel) zou moeten bijdragen aan het gedrag van mensen in de
samenleving en de wereld beter zou moeten maken, het
tegenovergestelde. We zien afgunst, ruzies, ontevredenheid op alle
niveaus, van hoog tot laag. We hebben mensen hygiene geleerd en goede
manieren op school, van kindsbeen af, maar we hebben nog steeds niet
geleerd wat de regels zijn van schoon en hygiënisch samenleven, van
ordelijk leven.
De huidige staat van de samenleving
laat zien dat we iets missen, wat, als het aan het licht komt en
algemeen wordt erkend, de samenleving opnieuw kan vormen en meer geluk
en tevredenheid kan brengen voor de wereld.
Dit is het onderricht in de leer
van maximale efficientie
en van wederzijds geluk en welvaart.
Ik wil daarmee niet zeggen dat onze tijd
eerzame morele voorschriften en levenswijzen aan de kant zou moeten
zetten. Integendeel, laat die voorschriften en aanwijzingen worden
gerespecteerd zoals gebruikelijk was, maar in aanvulling daarop zeg ik:
ons principe van
maximale efficientie en van wederzijds
geluk en welvaart zou daar altijd
bovenuit moeten stijgen. Dit zeg ik met
een zeker gevoel, want in deze tijd van kritiek en nieuwe ideeën, moet
iedere leer, als ze effect wil hebben, een diepere achterliggende
motivatie hebben. We horen iemand die nadenkt niet zeggen vandaag de
dag: "Omdat ik geloof in dit of dat, moet jij daar ook in geloven",
of: "omdat ik die en die conclusie heb getrokken op grond van mijn eigen
redenering, moet jij tot dezelfde conclusie komen." Alles wat we geloven
moet gebaseerd zijn op feiten of motieven waar geen normaal mens aan kan
twijfelen. Niemand kan toch twijfelen aan de waarde van het principe
"wat je ook doet, het
kan het beste worden bereikt door het hoogste of maximale efficiente
gebruik van geest en lichaam voor dat doel."
Nogmaals, niemand kan ontkennen dat alleen door te streven naar
wederzijds geluk en welzijn, ieder lid van de samenleving verre kan
blijven van onenigheid en ruzie, en in vrede en voorspoed kan leven. Is
het niet vanwege dit universele inzicht in deze feiten dat mensen er toe
zijn gekomen om zoveel te spreken over efficientie en wetenschappelijk management
en dat overal deze dingen worden aangeprezen? In aanvulling daarop: het
principe van geven en nemen is meer en meer de bepalende factor geworden
in het leven van alle mensen. Is het niet vanwege dit principe van
wederzijds geluk en welzijn dat erkend werd door de Vergadering van alle
Naties en de Grote Wereldmachten, dat we zijn gekomen tot het
verminderen van maritieme en militaire bewapening? Deze bewegingen zijn
dus een impliciete erkenning van de schreeuwende behoefte aan efficient
en wederzijds geluk en welzijn. De opvoedkundige krachten van elk land
waarin judo een prominente plaats zou kunnen innemen, moeten dat
verspreiden.
naar boven

|
klik om te reageren
op mitesco |
 |
|
Dese site is geoptimailseerd
voor gebruik
door MS IE7 of Mozilla
Firefox 2.x
Resolutie 1024x728 pixels.
©
MITESCO.NL
2008-2009
Alle rechten voorbehouden.
|
|
|