Naast de grondlegger Kano Shihan, kende het judo natuurlijk grote
navolgers. De eerste onder hen was wel Kyuzo Mifune, waarvan sommigen
zelfs beweren, dat hij een groter judoka was dan Kano zelf. Wat niet
helemaal onzin is, omdat Kano een groot deel van zijn leven meer met
mensen zat te praten dan te vechten.
Maar er waren vele helden, legenden. Enkele willen we wel laten spreken
in dit verband. Het is een keuze, die niet wetenschappelijk onderbouwd
is. Wel gaat het om personen die met name van invloed zijn geweest op
het Europees en Nederlands judo.
Klik op de blauwe namen om naar de legenden te gaan:
Voor Kano was perfect judo
een middel van morele opvoeding; voor Mifune was het maken van judo
dat perfecter was dan perfect een doel in zichzelf; en voor Hirano
betekende een perfecte overwinning het opnieuw bedenken van sommige
principes.
De eersteklas meester Kyuzo Mifune
ontwikkelde het prachtigste judo, zoals dat sindsdien nooit meer
vertoond is. Hij bezat een buitengewone harmonie, waarin alles wat
aan de basis lag van de biomechanica van het judo samenkwam, de
schoonheid, de synchroniteit, de flexibiliteit, de kracht en de
elasticiteit, het ju.
Meester Mifune deed met groot gemal de
moeilijkste technieken uit de Gokyo no waza, toonde hun elegantie,
zijn doorwrochte kennis van de natuurwetten en dat alles met een
fysieke kracht, wat de toeschouwers verbaasd deed staan over deze
kleine man van slechts 1.64 groot en 46 kilo zwaar.
Dankzij de technologie van de video, kunnen we nog steeds genieten
van zijn uitmuntende techniek tijdens randori, al is het zwart-wit
en oud, nog steeds een genoegen om naar te kijken en het laat
overduidelijk zijn dat de meester Mifune is, al was hij toen al 60
jaar oud.
Hij werd geboren op 21 April 1983 in Kuji, bij Iwate, op het eiland
Honshu. Het schijnt dat hij een rusteloze, maar briljante jongeman was,
en zeven broers had.
Mifune begon al op jonge leeftijd met judo, en op 13-jarige leeftijd
deed hij het op de Middelbare school. Later in Tokyo studeerde hij aan
de universiteit van Waseda, waar hij het eerste contact had met de
Kodokan en Jigoro Kano.
Sakujiro Yokoyama was de voorzitter in de Kodokan toen de jonge Mifune
daar met 20 jaar binnenkwam; Mifune besteedde zijn tijd vrijwel alleen
met judo; zo veel dat zijn vader liever had dat hij ermee stopte.
Ondertussen studeerde Kyuzo toch nog economie aan de universiteit van
Keio en verdiende hij de kost met allerlei baantjes. Zijn judo-carrière
ging pijlsnel vooruit. Al in 1912 toen hij pas 29 jaar was, had hij de
hoge graad van Rokudan, en werd hij voorgedragen als instructeur in de
Kodokan; zijn techniek was zo bijzonder dat men hem “the God of the
Judo” noemde. Op zijn dertigste trouwde hij met een vrouw uit zijn
geboorteplaats.
In de 20 jaren die volgden, onderrichtte
Mifune het judo met de nadruk op de wetenschappelijke basis, de
methodologie van de werking van de natuurwetten, in Kuzushi,
de Shintai, de Kata’s, en Randori waarvan gezegd werd:
Randori met Mufune is als vechten met een spook. Je kijkt, je
grijpt, en hij is al weer verdwenen.
In het jaar 1937, toen hij 54 jaar was, bood Dr. Kano hem één van de
hoogste onderscheidingen aan, de Kudan (9e dan). Tot aan de dood van
Kano in 1938, onder Jiro Nango als president van de Kodokan, bleef
hij een van de hoogste judosenseis.
Op 25 mei 1945, op de leeftijd van 62, werd hij geëerd met de 10e
Dan; slechts drie anderen hadden ooit zo’n graad behaald in de
Kodokan.
In 1956 publiceerde hij zijn beroemde boek “the Canon of Judo”,
waarin hij zijn ideeën over de filosofie, de geschiedenis en de
techniek van het judo uitlegde.
Het judo van Mifune had zonder twijfel een grote invloed op de
verspreiding van het judo in de wereld. Kano was meer de man van de
grote maatschappelijke ideeën geworden, terwijl Mifune eigenlijk de pure
judo-perfectie bracht. De expansie van het judo zelf was het werk van
Kano, maar de inhoud kwam meer en meer van de Kodokan, van de meester,
Mifune zelf.
In 1964, op de leeftijd van 81 jaar en al aangetast door de kanker, was
hij een van de judo-officials bij de Olymische Spelen in Tokyo; in
December van dat jaar ging zijn gezondheid definitief achteruit in op 27
januari 1965 overleed hij.
Er
is in al die jaren in de Kodokan niemand meer opgestaan die zo’n
verbluffende technische perfectie had als die ene meester Mifune. In de
techniek van Mifune is de kuzushi met een indrukwekkend gemak tot stand
gebracht, alles klopt: het juiste tijdstip, de hoek, de afstand, de
beweging, de draai, de richting en het gevoel. In waza als
sumi-otoshi, tai-otoshi, hane-goshi, yoko-wakare, O-guruma, ashi-
guruma, de-ashi-barai, sasae-tsurikomi-ashi, uchi-mata; en zijn
formidabele coördinatie van de kaeshi-waza heeft niemand ooit
verbeterd.
Sensei Mifune heeft school gemaakt, een stijl. De meest schitterende
artistieke expressie van het judo gemaakt. Door de kunst en de
wetenschap van de balansverstoring zoals hij die heeft gepraktiseerd, is
het judo in zijn oorsprong geworden zoals het bedoeld was.
Mitesco gelooft daarom dat Kano weliswaar de stichter is met de theorie
van de principes, in de praktijk op de tatami is echter niemand
geweest die het zo goed heeft begrepen als Kyuzo Mifune.
Hieronder een video in het Japans (let op: 1 uur lang), waarbij Mifune
technieken doet, samen met studenten. De eerste minuten zijn taai, maar
u ziet een heleboel prachtig judo.
Kimura was een legendarische judoka uit Japan die 13 jaar ongeslagen
bleef, en die door velen wordt beschouwd als de beste judoka aller
tijden. Ofschoon het winnen van toernooien nooit het enige kan zijn,
oogst zijn kracht en technische vaardigheid nog steeds grote
bewondering. Hij was afkomstig uit de Kosen-school (nadruk op ne-waza,
zie menu 'judgeschiedenis' punt 5) en leraar van de Gracie-familie die
aan de wieg stondenvan het Braziliaans JuJutsu. Ude garami werd
door hem zo perfect gehanteerd, dat het wel de Kimura-klem werd genoemd.
Als het gaat over legenden en
grootsheid, dan kunnen we Kimura misschien de grootste
'wedstrijdjudoka' noemen.
Voorbeeld: In 1951 daagden de vertegenwoordigers van het Braziliaans
ju-jutsu Brazilie, waaronder Helio Gracie, de beste Japanse judoka’s uit
voor een toernooi.
Natuurlijk ging Masahiko Kimura. Ten overstaan van 20.000 fans,
inclusief de president en vice-president, kwam Kimura tegenover Gracie
te staan. De wedstrijd begon Kimura wierp Gracie keer op keer. Maar de
Gracies hadden een erg zachte mat neergelegd, zodat Helio niet gewond
raakte door Kimura’s handelsmerk: snelle en harde worpen. Dus ging
Kimura na de worpen Gracie ook in de houdgreep leggen. Toen Gracie
probeerde Kimura om te rollen, nam deze hem in een armklem. In de
traditie weigerde Gracie af te tikken en dus brak Kimura Gracie's
elleboog. Nog steeds weigerde Gracie op te geven, en Kimura nam zijn
hoofd in een klem. Toen er bloed uit Gracie's ook kwam, vroeg Kimura,
"gaat het nog?" Toen Gracie ‘ja’ antwoordde, begon Kimura zijn hoofd als
een meloen te kraken. De familie Gracie gooide de handdoek in de ring.
Zoals vaker, ook hier een filmpje, met
alleen geen verstaanbare tekst...
3.
Kenshiro Abe (阿部
謙四郎Abe Kenshirō) (1915-1985) : de filosoof van de Busen
Kenshiro Abe (of Abbe) die ook wel
Abe Kenshirō gerd genoemd, was een Japanse judoka, maar ook groot in
Kendo en Aikido. Hij bracht Aikido naar Europa en hoewel hij niet de
eerste was die het judo in Engeland introduceerde, was hij wel de
grootste verspreider. Hij richtte de British Judo Council, de British
Kendo Council, de British Karate Council, en de International Budo
Council op. Hij was afkomstig uit de Busen-school. Kenshiro trainde
onder Korei Isogai en in zijn eerste jaar werd hij de jongste Yodan (4e
dan) in judo.
In 1937 vocht Kenshiro Abe met Masahiko
Kimura, Abe versloeg Kimura en dat was diens enige nederlaag. Kimura
zei over Abe daarna: “Het was alsof ik een schaduw bevocht en ik de wind
probeerde te pakken.”
Abe was dus een top-judoka. Al die successen maakten hem arrogant, wat
hij zelf ook heel goed wist. Voorbeeld daarvan was de eerste ontmoeting
met Morihei Ueshiba, de grondlegger van het Aikido. Het gebeurde tijdens
een treinreis, waar Abe Ueshiba ontmoette. Hij wist niet wie de man was,
en toen Ueshiba hem onderzoeken aankeek, zei hij: "Waar kijkt u naar,
oude man?" Ueshiba antwoordde: "Ik weet wie u bent", waarop Abe zei:
"Iedereen weet wie ik ben, ik ben Kenshiro Abe, Kampioen van heel
Japan". Ueshiba zei vervolgens dat hij de grondlegger van het Aikido
was, en Abe zei ijskoud dat hij vond dat de man er niet sterk genoeg
uitzag voor een gevechtskunstenaar. Ueshiba bood Abe zijn pink aan en
zei: "Jonge man, u ziet er inderdaad heel sterk uit. Alstublieft, breek
mijn vinger." Abe weigerde eerst, maar op het laatst aanvaardde hij het
verzoek. Toen Abe de vinger probeerde vast te pakken om hem te breken,
lag hij een seconde later op de vloer van de coupé en helemaal
gecontroleerd. Nog op de grond vroeg Abe hem om bij hem te mogen
studeren. Abe studeerde daarna 10 jaar onder Ueshiba en werd een van
zijn beste leerlingen.
In
1945 kreeg Abe van de Butokukai zijn 7e dan judo en de 6e dan Kendo.
Ondanks de sluiting van de Butokukai kort daarop, werd hij judoleraar
aan de Kyoto Prefectural Police Department.
In
1955 kwam hij, na een uitnodiging van de London Judo Society,
toen al met een 8e dan naar Engeland. Ook daar speelde zijn eigenzinnige
karakter hem parten, zodat hij nogal wat meningsverchillend had met
anderen. In Londen introduceerde hij zijn Kyushindo als nieuwe
gevechtsfilosofie.
Abe introduceerde aikido, maar ook kendo, kyūdō (de weg
van de boog), jukendo (de weg van de bajonet), iaido (-
het zwaard), yarido (- de speer) and naginatado (- de
hellebaard) in Europa. In 1960 waren er wel 25.000 studenten zijn weg
aan het volgen, maar een auto-ongeluk maakte Abe permanent gehandicapt
aan nek en rug. Training werd daarom bijna onmogelijk. Tijdens zijn
verblijf in Engeland reisde hij echter wel door heel Europa om zijn leer
te verspreiden. In 1964 ging hij terug naar Japan voor de Olympische
Spelen en daar zou hij tot zijn dood in 1985 blijven
Na
zijn dood stond er op zijn grafsteen: "Shou Tokuin Shikai Kyushin Kantsu
Taiishi", vertaald: de grote man van grote deugden, die verder ging dan
zijn hart en over 4 oceanen. In Japan wordt hij meer herdacht als een
van de weinige judoka’s die ooit Masahiko Kimura versloeg, in plaats van
de man die de Butokukai wilde herbouwen in zijn Kyu-Shin-Do…
Kyushindo - de geestelijke
herrijzenis van de Butokukai
Abe was niet bepaald de man van judo alleen. In die zin was hij echt een
man van de vooroorlogse Busen, die alle gevechtskunsten onder één dak
wilde brengen. Het judo dat hij naar Europa bracht was dan ook een
mengvorm van Busen, maar ook vooral Aikido en daarmee een eigen
martial spirit. Dat eigene, dat paste goed bij zijn verder
onmogelijke karakter. Zijn leer was daarmee ook mooier dan zijn
persoon... Kyushindo zouden we het beste kunnen omschrijven als
geestelijke filosofie van de Neo-Busen.
Het principe kan worden bezien als het
midden van een wiel, waaruit een oneindig aantal spaken naar buiten
steken. Als je iets wilt perfectioneren, moet je daarom niet aan de
uiteinden van de spaak zoeken, maar door het centrale principe te
ontdekken, kun je in elke denkbeeldige richting gaan.
Kyushindo stelt dat de optelsom van
inspanningen een bestendige beweging rondom het center of gravity
(zwaartepunt) is, en dat alles is terug te brengen tot een
fundamenteel cyclisch patroon. Dat ontdekken is het belangrijkste
van Kyushindo, wat ook voortkomt uit de naam:
Kyu:
verlangen, zoeken naar iets. Het is méér dan studie, meer een
verlangen van het hart.
Shin:
Hart, geest, ziel, de essentie van alles. In Kyushindo ook: de
diepere natuur in tegenstelling tot de oppervlakkige
verschijningsvormen.
Do: de
weg, een levensdoel, een alles-insluitende richting.
Kyushindo is dan ook: verlangen naar
de fundamentele kennis van alles. De weg naar perfectie. De
zoektocht naar waarheid.
Kyushindo was de centrale statement voor Abe's persoonlijke benadering
van de gevechtskunsten. Hij voelde dat er drie basisprimcipes zijn die
in de gevechtskunst en in het dagelijks leven moesten terugkomen
Alle dingen in het heelal zijn in een voortdurende staat van beweging
(Banbutsu Ruten)
Deze beweging is rythmisch en vloeiend (Ritsu Do).
Alle dingen werken samen in een perfecte harmonie. (Cho wa).
Abe Sensei begon te werken aan deze theorie in de jaren 40. Kyushindo
als filosofie was niet een zuivere eigen uitvinding, maar meer het
harmoniseren en samenbrengen van verschillende Japanse gedachtenstromen
en theorieën op terreinen van kosmologie, natuurkunde, wetenschap,
filosofie, godsdienst en Budo (martial arts). Om de volmaaktheid
in een techniek te bereiken moet men ook tot volmaaktheid komen als
menselijk wezen, en door oefening een betere persoon en nuttig voor de
samenleving worden. De Kyushindo-leer is dus ook stevig gebaseerd op een
morele wet en de verbetering van het menselijk karakter. De kracht van
de Kyushindo-discipline ligt in het begrip van het innerlijke principe
achter geweld en aggressie, dat is, dat alle gewelddadige en aggressieve
handelingen in wezen immoreel zijn.
Kyushindo is dus niet zozeer een technisch systeem, als wel een state
of mind. Abe Sensei was enorm bezorgd over de moderne trend van het
materialisme en hij wilde een geestelijk alternatief - en dat zag hij
als de geestelijke waarde van Kyushindo. In wezen is Kyushindo zo breed,
dat iedereen het op zijn eigen manier kan verstaan en toepassen. Toch is
het duidelijk dat moderne wetenschap samen kan gaan met de Samurai
Warrior Code en de Boeddhistische leer van Nichiren.
Het doel van Kyushindo is om iedereen te laten zien wat er mogelijk te
bereiken is voor het menselijk geslacht. De leer betekent dat men
onzelfzuchtig en vriendelijk samenwerkt, en zo wederzijds begrip en
geluk brengt. Deze ideeën leiden tot vrijheid en verlossing van
zelfzuchtig en immoreel gedrag, van vooroordelen en misverstanden die
leiden tot geweld en leed.
Kenshiro Abe nam een oude Japanse religie, formuleerde een filosofie die
hij Kyushindo noemde en verbond met de oefening van Budo. Bewegingen
moeten soepel en harmonieus zijn, zonder gewelddadige tegenstellingen
tussen de krachten van elkaar. Het gebruiken van de kracht van je
partner kun je het in je voordeel veranderen.
Kyushindo Judo leert: gebruik
de natuurlijke, cirkelvormige bewegingen die de ander uit balans
brengen, in plaats van kracht om hem te overwinnen. Kracht wordt
naderhand toegevoegd, maar is van geringere betekenis, zeker als je
tegenover een sterkere tegenstander staat. Focus is dus: kuzushi
en techniek vanuit zachtmoedigheid en seiryouku zenyo.
Door te concentreren op techniek en niet op kracht en competitie, is
Kyushindo Judo niet zoveel afwijkend van wat we Kano-judo noemen. Wel is
er nog meer verwijderd uit oogpunt van veiligheid en vreedzaamheid, niet
alleen de atemi, maar ook meer wedstrijdgerichte technieken als
sterke armklemmen en verwurgingen - allemaal niet meer aanwezig in het
Kyushindo Judo.
Beoordeling
Kyushindo is een syncretistische en eigenzinnige theorie van een
eigenzinnig mens. Het staat geheel in de lijn van de Butokukai, in de
zin dat het een centraal principe wil zijn wat de Budo-kunsten
samenbrengt. Neo-Busen, omdat er nu geen centrale organisatie is die de
kunsten vereent, maar wel een centraal, sterk-Japans principe. Waarin
het ook geheel afwijkt van de Butokukai is, omdat het zo geweldloos, en
niet-nationalistisch is! Abe had ook na zijn ervaringen in de oorlog en
in de leerschool van Ueshiba zijn buik waarschijnlijk vol van de moderne
tijd vol wapengeweld en overheersing. Daarin was hij vreemd genoeg toch
wel weer heel erg op de Butokukai-lijn. Want ook de Butokukai greep -
uit onbehagen - terug op een verdwenen Japanse cultuur. Retrospectief,
conservatief, romantisch zelfs. Idealen terughalen. In de Kyushindo kan
men zien, dat de Busen-lijn op meerdere manieren uit te leggen is: zowel
militair als strikt geweldloos.
Mitesco vindt de Kyushindo erg inspirerend. Het is erg aikido, maar past
ook wonderwel bij de principes van het judo, zoals Kano die heeft
geformuleerd. Kano was allang dood toen Abe zijn leer verkondigde, maar
Kano zou er zeker mee hebben kunnen instemmen - al was Abe gebrouilleerd
met de Kodokan. Het kyushindo-judo is wat Mitesco betreft een
ideaal-judo. Helemaal uitgaande van de natuurlijke bewegingen, de
natuurwetten, en idealen van vrede en menselijkheid. Daarmee heeft
Kenshiro Abe een systeem aan het Budo gegeven, wat meer waardering
verdient dan het nu (nog) krijgt...
als u hierheen bent geklikt vanuit het
menu 'geschiedenis / butokukai', kunt u
via deze link terug naar het menu.
Over Tokio Hirano (1,50 groot, 75 kg),
zijn geen boeken volgeschreven, ofschoon hij in West-Europa zo lang
heeft gewoond en nog steeds door de leerlingen van zijn leerlingen
wordt vereerd. Hij was eerder de legende van de praktijk.
Waarom eigenlijk? Hij was - zo zouden we
misschien mogen zeggen - de hervormer, de grondlegger van een
speciale Europese judotraditie, degene die de techniek niet opnieuw
indeelde zoals Kawaishi deed, maar de inhoud logisch begrijpelijk
maakte voor de moderne West-Europeaan.
Hij had al de graad van Godan (5e dan)
toen hij 19 was. Hirano had meerdere leermeesters, maar Hirano vocht
vóór zijn Tokyose tijd bij Ushijima vooral in de Butokukai-traditie
en kende die als zijn eerste leerschool. Sowieso bleef hij later
gebrouilleerd met de Kodokan. Mede daarom was Hirano sinds 1952
jaren onafgebroken in Europa en was o.a. de leermeester van een
grootheid als Opa Ger Schutte, de oprichter van Kenamju, en boven
alles Wim Ruska. Hirano perfectioneerde de aanvalstechniek,
in plaats van de volgorde tsukuri, kuzushi en kake,
werd de volgorde (zoals hij ook moet zijn volgens de principes) :
eerst kuzushi, en dan tsukuri en kake. Alleen
dan kun je grotere
tegenstanders aan - wat bij Ruska ook bleek. Ruska werd
wereldkampioen in 1967 en 1971 en tweede in 1969 (toen nog in de
open gewichtsklasse). Ruska werd tweevoudig gouden medallist in twee
klassen bij de Olympische Spelen in 1972 in München.
Hirano no Kata
Nergens blijkt beter wat Hirano wilde en deed, dan in zijn eigen kata.
Daarin zie je dat technieken niet zomaar een techniekje zijn, maar een
logica van opeenvolgende bewegingen hebben. Het is een onofficiele kata,
die door Hirano zelf werd samengesteld. Het Hirano-no-Kata is dan
ook geen kata zoals de grote kata die we kennen. Hij ontwikkelde het ook
als een soort levensgeschiedenis van zijn eigen judo. In zijn jonge
judojaren had hij een voorkeur voor de O-soto-gari. Omdat die
gemakkelijk af te weren en te counteren is, vroegen zijn leerlingen hem
een worp te ontwikkelen die uit de afweer van de eerste voortkwam. Zo
volgde op de O-Soto-gari een O-soto-Otoshi. Ook die
afweer-/vervolgtechniek werd doorzien, en zo ontwikkelde zich weer een
andere logische opvolger. Dit werd met de tijd een ketting van worpen
die in de huidige vorm als kata kan worden getoond. De grote waarde van
dit kata ligt in het zichtbaar maken van steeds het zwakke punt in de
ander en daarvan gebruik maken voor een volgende aanval.
Dit kata wordt ook "Kata van de zeegolven" genoemd
(Nami-no-kata). Het omvat zeven technieken, zinnebeelden. Het
bestaat uit de groep Omote met zeven technieken, waarvan elke
techniek eerst als aanval wordt getoond. Dan komt de groep Ura,
waarbij de countertechnieken worden getoond, welke uit de zeven Omote
voortkomen.
Kanô geloofde sterk in de
betekenis van jû, wat hij vaak uitlegde met verwijzingen naar water.
Hirano ging echter een stap verder, en niet alleen bij jû geloofde hij
dat jûdô altijd functioneert zoals water in de natuur. Voor
Kanô was water iets passiefs, maar voor Hiranô had water een soort
geest, wat hij geloofde bevestigd te zien als er golven worden gevormd
in water. Volgens Hirano-sensei bestaan er verschillende typen golven
en elke van hen heeft zijn plaats in judo en leidt tot de dynamiek van
judo. (Cichorei Kano, Judoforum 13-7-2008)
O Nami (Grote golf), Worp: O Soto Gari
Uchi Age (Zandstrand), Worp: O Soto Otoshi
Juwa Kudaki (Grote rots), Worp: Harai Goshi
Uchi Gaeshi (Branding), Worp: O Uchi Gari
Tatumaki (Windhoos), Worp: Morote Seoi Nage
Saka Maki (Vloedgolf), Worp: Uchi Mata
Uzumaki (Waterhoos), Worp: Tai Otoshi
In volgorde met counters en bewegingen:
Tori - aanval
Uke - verdediging
Tori - worp
O-Soto-gari
rechterbeen terug
O-soto-otoshi
O-soto-otoshi
rechterarm drukt
Harai-goshi
Harai-goshi
beide armen drukken
O-uchi-gari
O-uchi-gari
beide benen terug
Seoi-nage
Seoi-nage
beide armen drukken
Uchi-mata
Uchi-mata
handen in de band
Tai-otoshi
Tori pakt bij alle technieken met een gebruikelijke rechsthandige
kumi-kata, behalve bij uchi-mata op de rug van de ander.
De golven van Hirano
Hirano's judo is is
gebouwd op de traditie van golven. Golven zijn steeds aanwezig en
als ze er niet zijn, stuur je ze en zie je hoe ze zich ontwikkelen,
je kaatst ze terug of ze spatten uiteen. Dat staat centraal in
Hirano's judo. Ook veranderde hij de volgorde van tsukuri,
kuzushi, kake in kuzushi, tsukuri, kake, wat wezenlijk is
in zijn theorie, omdat de golven die worden geproduceerd door de
tegenstander al kuzushi representeren, en afhankelijk van de
soort golf, heb je je tsukuri. Behalve dan in het hedendaagse
non-judo waar de judoka elkaar krachtig vastgrijpen, de armen
spannen om de tegenstander te weerstaan. Maar zoiets bestaat niet in
de Hirano-judostijl. Alles wat gebeurt, bestaat omdat de
tegenstander een fout maakt die een logische kuzushi veroorzaakt als
gevolg. Het meest karakteristieke dat je zult waarnemen als je twee
meesters zo ziet vechten, is de continue series van stimuli of
impulsen die gegenereerd worden door de tegenstander, iets dat
aanvoelt als een zich-herhalende tsuri-komi. Je móet daarop
reageren, ofwel door weerstand te bieden of mee te geven, of niet te
reageren (wat ook een reactie is). Dat bepaalt de uitkomst.
Cichorei Kano, 30-10-2008
Volgens mij was Hirano's
tai-otoshi niet alleen een techniek op zichzelf, maar een
manifestatie van een diep begrip en toepassing van dit principe van
golven en water. Dit is waarschijnlijk ook de reden, dat volgens mijn
beste weten, hij - ondanks dat hij zo'n buitengewone tai-otoshi-specialist
was - niet één van zijn leerlingen ooit in staat is geweest het
compleet te beheersen. Het (niet alleen tai-otoshi, maar de
plaats van tai-otoshi in zijn judo) was zo persoonlijk, zo
indivdidueel, dat je je hele judo opnieuw zou moeten uitvinden om het
succesvol te kunnen doen.
Cichorei Kano, 13-7-2008
De blijvende
betekenis
Afgezien van zijn
werkelijk perfecte Tai-Otoshi heeft Hirano op het gebied van de
Nage-Waza duidelijk als eerste Japanse Jûdô-Leraar geprobeerd de
Europeanen bij te brengen hoe men worpen zinvol voorbereidt,
kombineert en countert. Hirano's kumi-kata, worpaanzetten etc.
zijn zo effectief, dat men alles wat men eerder heeft geleerd dan snel
wil vergeten...Ik herinner me zijn O-Soto-Gari, die zo simpel
maar ook zo dwingend is, dat men daarmee ook een tegenstander kan
werpen die het aangevallen been al heeft teruggetrokken. Ik herinner
me aan Hirano's manier om Harai-Goshi te werpen, zijn simpele,
extreem-effectieve Uchi-Mata, en zijn ongelooflijk eenvoudige
Hiza-Guruma en Sasae-Tsurikomi-Ashi.
Hij werd geboren in 1912. Zijn naam
staat niet in de lijst van de grootste legenden, maar zijn betekenis
voor het judo is niet te onderschatten. Hij was een leerling van
Tamio Kurihara, in de Butokukai. Van die weg werd hij – samen met
Kenshiro Abe (wiens kata-partner hij was) – dé apostel in Europa.
Hij zei daarover.
“Hoewel Japan de oorlog had verloren,
verloor ze niet haar mentaliteit. Al zijn onze lichamen klein, ze
kunnen een grotere tegenstander aan. Om de geest van
yamatodamashi (Japanse spirit) en bushido (samurai)
spirit, te verspreiden, reisde ik overzee.”
In 1953 kwam hij naar Frankrijk, terwijl
Abe naar Engeland reisde. Men mag daarbij zeker niet misverstaan,
dat na de oorlog de spanningen tussen de Kodokan en de Busen enorm
hoog opgelopen waren. De oude Butokukai-leraren waren er van
overtuigd dat de Kodokan de oorspronkelijke budo-principes
verkwanselde, en nu was Europa het welwillende missiegebied om de
leer opnieuw te laten strijden – met de Japanse geest tegen de
nieuwe geest van Japan.
Na de Tweede Wereldoorlog, domineerden de Europeanen de regelgeving.
Het is triest dat het Japanse judo het leiderschap verloor. Terwijl
Europa probeert het internationaal judo te domineren, is het
traditionele judo weggedrukt.”
Toch was hij sterk overtuigd van zijn
klassieke gelijk: “Als de Butokukai had voortbestaan, zou het Judo
er anders uit hebben gezien, zowel technisch als mentaal. Allen in
de Butokukai leerden judo op een erg hoog niveau. Ik ben zeker dat
de Kodokan ook zulke mensen had, maar de leraren hadden meer de
mentaliteit van de onderzoeker en/of businessman. Jigoro Kano was
wel een heel intelligent filosoof. (…) Toen ik Master Kano eens
tegenkwam, zei hij ons dat wij de judo-specialisten waren en dat hij
wilde dat door ons de techniek en spirit over de wereld verspreid
werd. Ik vergat die woorden niet toen ik naar Frankrijk vertrok.
Toen ik eens terug was in Japan in 1961, vroeg ik een onderhoud met
de leider van de Kodokan. (…)De
volgende dag hoorde ik dat een ontmoeting niet nodig was, en dat
"Michigami niets te maken heeft met de Kodokan."
"Zonder hoop schreef ik de "Bombshell
Announcement Towards Kodokan Judo" in de Bungei Shunju in
1963, een jaar voor de Tokyo Olympics. Ik wilde een waarschuwing geven
om het traditionele judo te bewaren, maar de boodschap kwam niet aan.
Daarna had ik geen contact meer met de Kodokan. Helaas, maar niets aan
te doen."
In
1955 kwamen Nederlandse judoka’s op bezoek en vroegen me ook naar
Holland te komen, waar hij een paar keer paar jaar trainingen gaf. In
die groep zat Anton Geesink. Het lijkt er sterk op dat Michigami een
soort voorpgezet plan had om via Geesink het traditionele judo een
nieuwe kans te geven in de wereld, als een nieuwe held, apostel.
Anton Geesink
“Wanneer ik trainde in Holland, was ik daar eens in de twee maanden,
aangezien mijn missie in Frankrijk lag. Dus dacht ik over een plan om in
Holland een model-judoka op te leiden die mij kon vervangen als ik er
niet was. Een jonge man trok mijn aandacht, hij was 198cm lang en woog
82kg. Hij was dun, had een erg lang gezicht en nek en zag er uit als een
bierfles. Dat was Geesink toen hij 20 jaar was. Zijn serieuze karakter
trof me en ik besloot van hem de model-atleet te maken.”
Dát is dus de feitelijke geschiedenis van Geesink en het Nederlands
judo. Een uiterst slimme Busen-diplomaat die via deze Nederlander de
Kodokan een lesje zou leren.
Het lukte, omdat de Kodokan natuurlijk zijn zwakkke punten had die
Michigami met Geesink zou blootleggen, desnoods door Japan te
vernederen. Wat gebeurde. Men noemt de overwinning van Geesink op
Kaminaga in de open gewichtsklasse tijdens de Tokyo Olympics op 23
Oktober 1964, het “keerpunt van de judogeschiedenis”. Het leek alsof
Japan voor de tweede keer de oorlog verloor. Maar het was meer de
Butokukai die wraak nam op de na-oorlogse vernedering door de Kodokan.
Allemaal het vooropgezet plan van Haku Michigami, de trainer.
“Geesink was soms mentaal zwak. Op de Tokyo Olympics, wilde ik in een
tempel in Kamakura met ongeveer 100 Franse judoka’s het gevecht van
Geesink op tv zien. Maar Geesink zei dat hij bang en bezorgd was, en
me erbij wilde hebbem. Dus ik haastte mezelf en zag zijn wedstrijden.
Wat me beviel was, dat hij, nadat hij Kaminaga versloeg in de finales,
de Nederlandse (media-)mensen verbood om de tatami op te strormen. Hij
groette Kaminaga, de Japanse keizerlijke familie en de Nederlandse
koningin, en verliet de mat. Dáár zag ik de geest van de bushido,
die ik zo hoog achtte. Ik geloof dat velen bij die scene zagen dat
Geesink een groot judoka was.”
Geesink wordt internationaal nog
steeds gewaardeerd om zijn houding en men rekent hem bij de
traditionele judoka’s wat hij zeker ook is. Toch was en is Geesink
ook een rondborstig karakter die vaak zijn eigen wegen ging. Later
was het contact met Michigami maar matig, omdat deze maar moeilijk
kon verkroppen dat Geesink de weg ging van media-aandacht en films
(1966 in de Spaans-Italiaanse bijbelfilm I grandi condottieri,
waarin Geesink de rol speelt van de gespierde reus Samson.), of
meedeed aan MMA-activiteiten. Ook was Geesink een promotor van de
blauwe judogi, hoewel de traditionalisten (en Japanners) dat
verfoeien. Michigami was daar overigens zelf ook vóór.
In de IOC-tijd heeft Geesink in ieder
geval ook bijgedragen aan de verspreiding van de budo-spirit over
de wereld, al is zijn optreden daar helaas niet zonder
kleerscheuren verlopen.
Voor een recensie van het nieuwe
Geesink-Boek 'Een killer in kimono', kijk op mijn
weblog:
Hieronder de integrale tekst van de “Bombshell
announcement” van Michigani uit 1963, waarin hij de nederlaag van
het Japanse judo voorspelt… en een inkijk geeft in de Nederlandse
judogeschiedenis! (Bungei Shunju maart 1963)
De Tokyo Olympics
staan voor komende oktober op het programma. Met minder dan 600 dagen te
gaan, is de vraag: hoe heeft Japan als moederland het judo bevorderd?
Men moet niet denken dat
Japan onoverwinnelijk is. De paniek van Japan na het derde
Wereldkampioenschap in Parijs moet iets vreselijks zijn geweest ten
overstaan van de buitenlanders. Zelfs ik, die toen in Holland was op dat
moment, kon zich de verwarring goed voorstellen. Japan zei dat ze zich
meer moesten concentreren op grond-tactieken en dat de kracht hun
techniek had overweldigd. Allemaal smoesjes om het verlies een plaats te
geven.
De redenering is echter niet
aanvaardbaar. Is kracht niet onderdeel van de techniek? Hoewel kracht
niet hetzelfde is als techniek, is kracht nodig om iemands techniek te
optimaliseren. Om iemands techniek te optimaliseren (fysiek en
geometrisch) is het essentieel om een sterke geest en lichaam te hebben
(spierkracht en snelheid) De training die ik Geesink liet ondergaan, was
altijd op die manier, om bewust te worden welke spieren je nodig hebt om
te vechten. Het is dan ook geen toeval, maar onvermijdelijk dat Geesink
gaat winnen. Het verhaal dat kracht de techniek overwint, is sowieso
ongeldig. Het is nog niet zo erg als iemand in het publiek zo denkt,
maar als de leiders van het Japanse judo zoiets zeggen, betekent dat,
dat ze de verantwoordelijkheid ontwijken.
Ik verlang twee dingen:
Eén is dat de leiders
toegeven dat ze hebben verloren en de verantwoordelijkheid accepteren.
Twee is dat het Japanse judo
wordt hervormd en mensen met capaciteiten de organisatie gaan leiden.
Zonder deze twee punten, is
Japan in gevaar tijdens de Tokyo Olympics. Als Japan verliest ten
overstaan van de hele wereld, zal judo niet meer een Japanse
specialiteit zijn.
Mijn relatie met de
Nederlandse Judo Federatie begon op een dag in 1955 toen de voorzitter
van de Franse Judo Associatie, Bonemori, me vroeg om ’s middags het
Nederlandse team les te geven. Aangezien ik al moe was van de gewone
training, was ik niet in de stemming om de aanbieding te beantwoorden.
Maar de Nederlanders gaven niet op en ik voelde me gedwongen 2 uur les
te geven. Ik had geen idee dat het zou leiden tot mijn huidige status.
Mij viel snel een lange,
bleke Nederlandse arbeider op. Zijn enige beweging was uchimata,
en nog niet eens zo’n krachtige. Hij scheen mij echter iets te hebben
wat kon verbeteren en hij was heel eerlijk. Zijn naam was Geesink (20
jaar oud).
Ondanks zijn grote lichaam presteerde hij matig tegenover anderen. Ik
probeerde met hem te communiceren, maar hij maakte alleen een verward
gezicht als hij naar me keek. Andere Nederlandse judoka’s vertelden over
hem dat hij alleen maar kracht had, maar geen vaardigheden. Ik meende
dat het, om de judo-populatie in Holland te doen groeien, een
model-judoka nodig zou zijn. En Geesink was mijn kandidaat. Hoewel velen
eerst tegenstribbelden, werkten ze wel mee.
De eerste
Wereldkampioenschappen werden gehouden in 1956. Ik zond Geesink om de
atmosfeer te laten proeven, niet om te winnen. Zoals ik gedacht had,
verloor hij erg gemakkelijk. Twee jaren later zond ik hem weer. Ik
waarschuwde hem om zijn bewegingen niet zo snel te laten zien, maar hij
was al door Japanse judoka’s gecheckt voor het toernooi en hij verloor.
Geesink en Holland leerden veel van de verliezen en werden meer
geconcentreerd in de training. Wat deed hij om zijn fysieke kracht te
doen toenemen? Ik liet hem bijvoorbeeld fietsen en voetballen en stukken
ijzer op zijn nek dragen om zijn nekspieren te trainen, en worstelen,
etc. Bij dat alles vroeg hij altijd toestemming voor hij ging trainen.
Op zondagen ging hij met vrienden de bergen in, om frisse lucht in te
ademen, voor hij weer aan het werk ging. Hoewel Holland beroemd was om
zijn goedkope en goede sigaretten, bleef Geesink daar verre van, net als
van alcohol. Dat laat ook zijn sterke doelgerichtheid zien. Twee jaren
verstreken. Geesink ging alleen naar Japan, en kwam twee maanden later
terug. Ik was verrast dat hij veranderd was van een stuk
minderwaardigheid, naar een man met zelfvertrouwen en kalmte. Het was de
sfeer van een toekomstig kampioen. Geesink zag en voelde het Japanse
judo. Hij analyseerde zijn tegenstanders, liet zijn ware kracht niet
zien en kwam terug met een lach. Op dit punt ging ik er in geloven dat
hij zou kunnen winnen.
Op 21 maart was het mijn
beurt om naar Japan te gaan. Ik ging terug om te praten over de status
van het Europese judo en zijn toekomst. Ofschoon dit doel helemaal niet
bereikt werd. Hoewel ik met veel mensen sprak, gaf niemand een goed en
stevig antwoord. Toen ik teleurgesteld achterbleef, vertelde men dat ik
Risei Kano zou kunnen ontmoeten, het hoofd van de Kodokan. De eerste
twee ontmoetingen kwamen evenwel niet tot stand. Uiteindelijk was er op
2 mei een ontmoeting van 20 minuten, meteen na het All-Japan
tournament. Die minuten gingen snel voorbij. Ik kwam niet aan het
belangrijkste punt toe. Ik wilde presenteren wat Europa en de rest van
de wereld wilden zeggen over judo. Ik wilde ook mening zeggen over
Kodokan-judo, omdat dat een sportjudo was geworden. Bijvoorbeeld de
promotie van de dangraad. Als iemand judo als pure sport ziet, moeten
die graden meer rationeel worden gegeven. De kampioen van een bepaald
jaar zou 10e dan moeten krijgen en dan teruggaan vanaf dat punt.
Dangraden zouden moeten worden gegeven aan de sterke judoka’s van het
moment. Daarvoor moeten we dan bedenken of judo een soort sport is. Ja,
judo heeft enkele componenten zoals een sport, maar de mentaliteit is
een way of life. Ik focuste op "traditioneel judo" wat beoogt om
een goed mens te worden door dagelijkse training. Daarover wilde ik
praten. Maar Kano zei dat we opnieuw zouden spreken na de bijeenkomst
van het IOC in juni en dat ik op zijn woorden moest vertrouwen. Ik werd
wanhopig. Er wachtten echter dagen van intensieve training in Holland.
De Europese Kampioenschappen
werden gehouden in Milaan, Italie. Nederlandse judoka’s wonnen de
individuele- en teamwedstrijden en gingen met 12 bekers naar huis. Terug
in Frankrijk wachtte ik op contact met de Kodokan. Ik wist dat ze op
tournee waren in Europa, dus wachtte ik met verwachtingen. Hoewel ik
door de Nederlandse Judo Federatie al had vernomen dat ze al terug waren
naar Japan. Ik kreeg ook een vragenlijst. Ik beantwoordde de vragen,
wilde wel gillen. Ik was woedend. Waarom zetten ze me voor het blok? Een
Nederlander verklapte me de conversatie tussen het gezelschap van Kano
en de mensen van de Kodokan in Europa. Ik betwijfelde hoe Japanse
judoka’s zoiets konden zeggen. Men zei dat als de Nederlandse Judo
Federatie doorging met Michigami als trainingsleider te houden, de
Kodokan geen steun meer zou geven, omdat Michigami geen licentie zou
hebben. Men zei ook dat de Kodokan een goede adviseur als Kaminaga (5e
Dan) zouden sturen als vervanger. De vragenlijst informeerde of dat waar
was. Ik antwoordde eerlijk en zorgvuldig. Ik voegde toe dat ik klaar was
om alle banden met de Kodokan te verbreken en alles zou doen voor de
vooruitgang van het Nederlands judo. Een bestuurder gaf me een
schouderklopje en zei dat de Nederlandse Judo Federatie sowieso nooit
iets had gehad van support vanuit de Kodokan. Ik was gered door deze
woorden. Ik heb die conversatie op band bewaard.
Ik was nu vastbesloten om
een Nederlands judoka de Wereldkampioenschappen te laten winnen, tegen
elke prijs. Dat was de manier om mijn respect en dankbaarheid te tonen
ten overstaan van het Japanse judo. Ik meende ook dat het beste was voor
de toekomst van het judo. Gelukkig begrepen Geesink en de Nederlandse
bondsbestuurders de situatie. Ze zeiden dat ze niets hoefden te leren
van de Kodokan. Alles wat ze van Japan wilden leren was de weg van de
samurai die was bewaard bij de politie. [lees: de Butokukai. M.]. Ze
waren klaar om te winnen en wraak te nemen op de Kodokan. De training
ging door in Bordeaux en Holland tot eind November. De tijd verstreek
snel en de Wereldkampioenschappen begonnen 2 februari 1961. Die morgen
bleef ik in bed en keek terug op de laatste 8 jaar. Ik besloot ook om me
terug te trekken uit de judowereld als de Nederlandse judoka’s niet
zouden winnen. Plotseling ging de telefoon. Geesink sprak met een stem
vol angst. Kaminaga (5e Dan) zou ook meedoen. Geesink ging verder en zei
dat hij hem zou tegenkomen in de 3e ronde, en dat de Japanners geen
gevoel voor hoffelijkheid hadden. Geesink’s klachten gingen maar door en
ik zei hem dat hij rustig moest blijven tot ik naar zijn kamer zou
komen. Ik vertelde hem dat een kampioen klaar moest zijn voor elke
uitdaging en dat ik teleurgesteld was in zijn houding. Zelfs als hij
anders had gewonnen, zou men kunnen zeggen: "Wat als Kaminaga had
meegedaan?"
Ik voelde de tranen stromen
toen ik zo sprak. Ik vertelde hem over de dag waarop een Japanse judoka
kwam en zei dat Kaminaga weer zou winnen dit jaar. Omdat ze Geesink’s
echte kracht niet kenden, was er geen probleem. Ik besloot dat hij in
staat zou zijn om van iedereen te winnen, of het Kaminaga was of een
duivel. Geesink beloofde te winnen, en vroeg me om hem terzijde te staan
op de dag, om hem te steunen.
De resultaten hoef ik niet
hier te beschrijven Zoals je weet, werd hij kampioen door drie sterke
Japanse judoka’s te verslaan. Net voor de finale riep Geesink me op het
podium te komen als hij zou winnen, om me te bedanken. In al die 25 jaar
had ik nooit een dankbaar woord gehad van een leerling. Ik had wel
kunnen schreeuwen van geluk. Na 7 minuten en 50 seconden van de finale,
werd Geesink de sterkste judoka van de wereld. De bel van de 30 seconden
osaekomi ging en mijn lichaam werd het podium opgeduwd door de
Nederlandse supporters. Geesink kwam en ik had de eer om de handen te
schudden met de nummer-een-judoka van de wereld. Ik kon niets zeggen. Ik
had niets te zeggen. Het genot van te winnen na al die jaren vechten was
mijn geluk.
Alles kwam ten einde en
alles begon weer. Na het gevecht… wat waren de reacties van het
moederland van het judo? Velen bekritiseerden Geesink’s tegenstanders
bijvoorbeeld voor het verlies in een houdgreep die niet eens een
kesagatame was. De greep was echter een munegatame, één van Geesink’s
beste grepen. De echte kritiek kwam echter op degenen die het
buitenlands judo, speciaal dat van Geesink niet serieus hadden genomen.
Velen zeiden weer dat kracht de techniek had overwonnen en dat ze alleen
van Geesink hadden verloren. Deze woorden zouden niet hebben mogen komen
van de leiders uit het land van de samurai.
Een ander probleem kwam nu
op. Geesink had me gevraagd of hij een dangraad erbij zou krijgen als
hij zou winnen. Hoewel ik deze vraag wilde vermijden, wist ik dat ik dit
zou moeten verhelderen. Velen kwamen me zeggen dat Geesink de 6e Dan zou
moeten krijgen. Ik zei dat we het zouden vragen aan het hoofd van de
Kodokan, die ook de voorzitter was van de International Judo Federation.
De vraag om een ontmoeting met Kano werd echter verworpen. Ik deed dus
mijn best. Ik had de kans om met Kano te spreken op een receptie. Ik
deed 20 minuten mijn best om hem te overtuigen. Alles wat hij zei, was
dat het moeilijk lag. Ik wil de mensen van mijn land niet bekritiseren
noch het systeem van dan-promotie, maar ik zie echter geen probleem om
de 6e Dan aan Geesink te geven omdat hij wereldkampioen is. In feite is
het veel erger om Geesink niets te geven. Als de technisch directeur had
ik de verantwoordelijkheid om de federatie te adviseren. Ik zei hen dat
het geen verschil zou maken om Geesink zelf een 6e dan te geven, in
plaats van die van Japan te verwachten. Zo werd Geesink 6e Dan. Het was
de beslissing van de Nederlandse Judo Federatie. Er werd daarna besloten
in de eerste internationale bijeenkomst dat de Dangraden van elk land
zouden worden erkend en dat het dwaas zou zijn als een dangraad van de
Kodokan de enige zou zijn die internationaal wordt aanvaard.
Ik heb hier neergeschreven
wat ik heb ervaren en wat ik zag en hoorde, Ik ben bang dat ik misschien
iets niet goed heb beschreven. Maar de richting van het Japanse judo
laat niet toe dat ik dit niet opschrijf. Er is geen tijd meer om het
judo rustig te laten slapen onder het mom van traditie. Is er niemand
anders in de International Judo Federation, zoals ik hoor dat die
in de Kodokan is? Er moet toch iemand anders zijn dan de favoriet van
het hoofd [van de Kodokan]. De overwinning van Bonemori in de
bestuursverkiezing is een teken dat Japan meer moet doen dan te
vertrouwen op alleen maar verwante politici die dichtbij het hoofd van
de Kodokan staan. Dit is de moeilijke situatie waarin het Japanse judo
nu verkeert.
En nu, is het niet
overdreven om te zeggen dat de hedendaagse kracht van het internationale
judo wordt vertegenwoordigd door Bonemori. Voor de sterke en snelle
beweging in de wereld, betekent "traditie" helemaal niets..
"Spirit" is het
belangrijkste deel van een judoka. Michigami is bezorgd dat dit vandaag
de dag wordt vergeten.
Vooral in Europa, zijn er
die een houding, pose aannemen als ze winnen. Ik accepteer dat niet van
een van mijn leerlingen. Ik zie het zelfs op het All Japan Tournament.
Deze trend is heel erg verkeerd. In het verleden moesten we respect
tonen tegenover de tegenstander, door hem te zeggen dat hij succesvol
zal zijn in de toekomst.
Om overzee les te geven, heb
ik "shin-gi-tai"(spirit, techniek, fysiek) als thema gebruikt.
Men moet door pijn de techniek verbeteren. Gedurende dit proces zal het
lichaam gevormd worden, en hij zal beseffen welke bewegingen efficient
zijn. Het zal tot gevolg hebben dat hij zelfvertrouwen ontwikkelt en een
goed mens zal worden.
Ik heb een leerling die niet
wil deelnemen aan internationale competities zelfs ondanks dat hij de
Franse kampioen is. Hij is ook niet geinteresseerd in dan-promoties. Hij
heeft de techniek van een 8e dan maar hij is maar 3e dan. Ik geloof dat
het doel van judo niet is om de Olympische Spelen te winnen of medailles
te winnen. Train jezelf en geef aan anderen. Dat is de ware bushido
spirit.
Kyuzo Mifune was als leerling van Jigoro
Kano niet alleen geniaal in judotechniek, maar ook in het helder maken
van de leer over judo. Kano kan als echte professor nogal eens in
herhaling vallen, terwijl Mifune vaak beter bij de les blijft. Bovendien
is Mifune minder gefocusd op educatie, en meer op het spirituele
element. Mitesco houdt daar wel van. Daarom enkele mooie teksten van
deze "tweede meester"... ofschoon ook Mifune gelooft in de kracht van
eindeloze herhaling van dezelfde principes.
Om een techniek echt te
beheersen, moet je eerst een geestelijke cultuur hebben.
Om een techniek te
verwerven moet je een zorgvuldige, bescheiden, niet-gemene, vrije en
oplettende geest hebben.
Met andere woorden: een
speler moet zijn uiterste best doen en niets minder.
Laat
geen valsheid toe in je geest.
Weerzin of bedrog leiden niet tot de innerlijke harmonie die je nodig
hebt voor judo-oefening.
Verlies
het zelfvertrouwen niet.
Leer om te handelen als mens uit één stuk, zonder aarzeling. Heb
eerbied voor de judo-oefening, en houd je geest wakker.
Houd
je balans.
Je zwaartepunt volgt de beweging van je lichaam. Het zwaartepunt is is
het belangrijkste om stabiel te blijven. Als dat weg is, is je lichaam
van nature uit balans. Dus, focus je geest zodat je lichaam altijd in
balans blijft..
Benut
je kracht efficient.
Minimaliseer het gebruik van je kracht door de snelste beweging van je
lichaam. Besef dat wat men stilstand en beweging noemt niets anders is
dan een eindeloos herhalen van hetzelfde proces.
Blijft
continu trainen.
judo leren is niet iets wat je snel onder de knie hebt. Aangezien
vaardigheid afhangt van geestelijke en lichamelijke toepassingen, is
continue training noodzakelijk.
Blijf
nederig.
Als je egocentrisch wordt, bouw je een muur om je heen en zul je je
vrijheid verliezen. Als je je klein houdt in de voorbereiding van een
gebeurtenis, zul je zeker beter in staat zijn om een oordeel te vellen
en het te begrijpen. In een wedstrijd zul je in staat zijn om het
zwakke punt bij de ander te ontdekken en hem/haar snel controleren.
In de eerste fase van zijn ontwikkeling was judo alleen een manier om
een tegenstander te werpen. Er waren ook fasen waarin lichamelijke
discipline werd benadrukt. Het streven naar waarheid, lag echter in de
vraag: welk niveau van judo is mogelijk in het menselijk leven?
Het is moeilijk om de betekenis van judo simpel uit te leggen. Het heeft
een rijke en diverse doelstelling, en zijn waarde kent meerdere
facetten. Het meest fundamentele aspect is de vereniging van geest en
lichaam. Met andere woorden, judo brengt het geestelijke element tot
eenheid en harmonie. De term 'geestelijk' mag daarbij zowel filosofisch
als religieus worden vertaald, maar de geest van judo is met name
verweven met deugd en moraal. Daar komt natuurlijk ook de techniek bij.
De essentie van deugd is een uitgebalanceerde geest en vorm, waarbij
immorele zaken en oneerlijkheid niet passen; zij worden veroorzaakt door
het verlies van die balans. Als consequentie daarvan is het duidelijk
dat het normaal is voor de geest en in overeenstemming met deze
essentie, om te bewegen met lichtheid, veelzijdigheid en zonder
obstakels. 'Ju' is natuurlijk en vrij, zonder starheid en hardheid, en
daarom is het ook niet te meten of te pakken. Het is ook daarom dat
iemand die iets doet wat tegen deze essentie is, niet deugdzaam is, en
gemakkelijk overwonnen kan worden door iemand die wel in harmonie is met
'ju'. Het is simplistisch om te geloven dat judo een eindstation is, dat
kan worden bereikt met louter spierkracht. In feite is het een
uitdrukking van wijsheid; zijn principes zijn nauw verbonden met de
groei van samenwerking in iedere samenleving en voor de wereld om zich
te ontwikkelen naar vrede. Het staat geen enkele immoraliteit toe.
Het grote ideaal van de judospirit zit in zijn zuivere en sterke
karakter. Het kan niet bereikt worden door alleen academische theorie,
maar wel door de weg te bestuderen en vooral door voortdurende
onzelfzuchtige training, of het nu in een snikhete zomer is, of in een
ijskoude winter. Training wordt alleen volgehouden met een geest van
hard werken, doorzettingsvermogen en bescheidenheid.
De
geest van judo moet zuiver zijn. Als oudere leraren een uitmuntende
techniek hebben, maar ook liefde en respect, zal dat jongere studenten
inspireren om hun eigen karakter tot volmaaktheid te brengen. Het laat
hen begrijpen dat geestelijke en lichamelijke oefening altijd samengaan.
Training van judotechniek geeft een sterk lichaam, dat vrij en
gemakkelijk kan bewegen. Maar ook geeft het inzicht om de rechte weg te
volgen en kennis van geest en lichaam. Echt judo kan het geloof van de
persoon aanvullen, waarin gestreefd wordt naar waarheid, goedheid en
schoonheid.
De sleutel om judo te leren
Jūjūtsu en judo zijn verschillend, qua naam en concept. De term jūjūtsu
was al in gebruik sinds lang. (...) Jitsu geeft al aan dat
techniek het belangrijkste principe was. Dat wil zeggen: de studie hoe
je een tegenstander kunt doden, hoe je de energie van zijn aanval kunt
verminderen, hoe je te verdedigen, en hoe een gevecht te winnen. Die
studies werden met name in de Edo-periode ontwikkeld, toen militaire
kunsten belangrijk waren en de meeste jūjūtsu-stijlen werden gesticht.
Trainings- en overmeesteringstechniek hebben natuurlijk grote betekenis,
en dat is ook waar voor judo. Iemand kan een vaardigheid niet in enkele
dagen leren, maar men moet ijveren om een flinke oefen- en
studiepraktijk op te bouwen.
Een belangrijk keerpunt voor judo was het moment waarop meester Kano
judo ontwikkelde, van de techniek (jitsu) naar de weg (do).
Bij judo moet iemand niet helemaal op techniek concentreren, maar in
plaats daarvan moraliteit in zijn training opnemen. Daarin ligt een pad
van voortgang besloten: van techniek naar principe. Techniekstudie moet
altijd beginnen met het aanleren van vaardigheden. Maar als dat in het
dagelijks leven gestalte krijgt, samen met de geest en de weg van judo,
wordt het belang van judo pas duidelijk.
Als de student gelooft in de ethiek van judo, moet hij zijn leven op
dezelfde manier inrichten. Als hij evenwel arrogant is, of
ongedisciplineerd in zijn training, zal hij de ernstige consequenties
voelen. Zelfs een effectieve techniek, bereikt door louter kracht, zal
snel overweldigd worden door een techniek die in harmonie is met de
judoprincipes.
Het is verkeerd om te denken dat de studie van techniek alleen van
toepassing zou zijn op judo. Oppervlakkig gezien lijkt judo een
lichamelijk gevecht, waarbij elkaars krachten gemeten worden. In
werkelijkheid is het echter de uitdrukking van de geestelijke energie
van beide deelnemers, die de lichamelijke kracht opwekt. [vgl. wat
eerder door Mitesco gezegd is over ki en seiryoku] Op elk
moment moet je de principes van waarheid actualiseren en verenigen met
de fysieke wetten van de beweging. Daarom, als iemand alleen wint door
kracht en krachtpatserij, moet dat als incompleet en opgeblazen worden
beschouwd.
Voortgang in judo is onbeperkt, en de volmaaktheid en vervulling van een
techniek zijn onbegrensd. Er zijn soms ongeduldige studenten die
proberen om sneller een techniek te leren, door hun training te
forceren. Dat is hetzelfde als je leven willen voltooien in een
ademtocht. De ware student moet volharden met langzame, maar consistente
oefening dat voert tot het totaalverstaan van de ware judoprincipes.
De
student kan ook worden geïntimideerd door de kracht of technische
kunsten van de tegenstander. Dat zal er toe leiden dat hij zijn geest en
lichaam verhardt. De student moet echter de tegenstander noch
onderschatten, noch vrezen, maar integendeel kalm en met een open geest
vechten en zijn best doen. Deze mentale houding is de sleutel tot
volmaaktheid in judo, en is ook waar voor iedere andere vorm van kunst
of levensvervulling.
Verstand in harmonie met de natuur
De
basis van judo is dat je correctheid uitdrukt met het verstand. Het is
nodig dat het verstand de handeling begeleidt. Beide elementen hangen
onlosmakelijk met elkaar samen. De afwezigheid van eenheid tussen geest
en lichaam kan menselijke handelingen verpesten, en de medemens schade
berokkenen. Door geest en lichaam te verenigen, kan het verstand zich op
een natuurlijke manier in een handeling uitdrukken.
Het planetenstelsel wordt bestuurd door de wetten van het heelal, en
deze wetten zijn natuurlijk en waar. Logischerwijze kan gezegd worden
dat alle waarheid natuurlijk is. Ik geloof dat judo, in zijn zoektocht
naar waarheid, in harmonie is met de natuur. Omdat de judofundamenten
gebaseerd zijn op de natuurwet, en judo wordt beoefend door mensen die
nadenken, oordelen en handelen; met andere woorden: judo wordt vergezeld
door een handeling. Het belangrijk om te onthouden dat judotechniek niet
in de eerste plaats de kunst van het vechten is, aangezien judo's
zuiverheid gebaseerd is op waarheid. Techniek is de zuiverste handeling
in judo, en is om die reden de uitdrukking van waarheid en perfectie.
Technieken kunnen niet gemakkelijk worden verstaan, en de enige manier
om ze te bereiken, is door oprechtheid. Als een student technieken
oefent zonder oprechtheid, is hij een dwaas. Zo ook: als hij er op uit
is om zijn tegenstander te verslaan op een oneerlijke manier, is hij een
lafaard. Dit is ook van toepassing op iemand in de samenleving. Als lid
van een samenleving moet iedereen altijd handelen met het 'algemeen
welzijn' als doel in gedachte. Daaraan bij te dragen zal de mens geluk
en waardigheid schenken. Als iemand die coöperatieve geest niet heeft,
en zich alleen concentreert op persoonlijk succes en anderen niet ziet
staan, zal hij hard en obstinaat worden. judo is, net als de
samenleving, onverenigbaar met zulk onrecht.
In
een judowedstrijd moeten beide partijen eerlijk en vastbesloten vechten,
al hun kracht gebruiken - en dat zal de judoprincipes perfect
uitdrukken. Zij moeten de wedstrijd beëindigen in wederzijds respect en
met goede zin. Dat zal uiteindelijk leiden tot het voornaamste doel van
judo - het zal de toeschouwers inspireren en hen aansporen tot
verbetering van de samenleving. De judoprincipes strekken zich uit tot-
en worden vervuld in het algemeen welzijn van een vreedzame en gelukkige
samenleving.
judo is gebaseerd op een deugdzame filosofie, die onderscheid maakt
tussen goed en kwaad. Het is dus aanmerkelijk meer dan alleen een manier
van vechten. Het is de overgang van jitsu naar do - dat is
judo's weg van verlichting.
judo is een uitdrukking van waarheid
Als we uitleggen wat judo is, zeggen we dat "zachtheid hardheid
overwint." judo geeft je de vrijheid om te bewegen in een flexibele
lichaamshouding en een vrije geest die door niets of niemand wordt
gehinderd. Daarom kun je in elke gevaarlijke situatie meteen
reageren om het gevaar te vermijden met een brede waaier aan bewegingen,
aangepast aan tijd en omstandigheden.
Bij judo wint iemand op een natuurlijke manier, door de energie van de
tegenstander te neutraliseren zonder onnodige kracht, in plaats van te
winnen door zijn eigen energie ten toon te spreiden. Dat is de beste
manier om je energie te gebruiken - de beste resultaten met de minste
inspanning. Daarom is het mogelijk om een tegenstander te verslaan met
de minste lichamelijke energie. Het is als het onkruid dat wordt
verpletterd door de zware rots. Het zal opnieuw opkomen als er licht,
zonneschijn en water bijkomt. De rots daarentegen, zal daardoor eroderen
en verslijten. Leven is een sterke kracht die prima groeit in
zachtmoedige omstandigheden. Dat kan ook worden toegepast op het hele
menselijk bestaan. Als het aan spanning wordt blootgesteld, is ju
een grotere kracht dan hardvochtigheid wanneer het kan buigen om de
stress tegemoet te komen.
Natuurlijk zijn sommige mensen sterker dan anderen. Als natuurlijke
kracht echter rigide wordt, zal het ontbreken aan aanpassingsvermogen en
flexibiliteit, en onnatuurlijk worden. Het kan dan gemakkelijk
overwonnen worden, omdat het zwaartepunt uit balans kan worden gebracht
door een zwakkere kracht. Het laat maar zien dat kracht alleen niet
genoeg is. In feite is het veel logischer dat een beweging die in
harmonie is met de wetten van natuur en wetenschap een levenskracht in
zich draagt die groeit en ontwikkelt. Om zo'n levenskracht te bezitten,
moet iemand eerst op een rustige manier klaar zien te komen met
situaties en zich niet van de wijs laten brengen - alleen dan komt
iemand tot inzicht.
Bij Kodokan judo wordt het gezegde "goed gebruik van energie is van
onschatbare waarde" vaak gebruikt. Het beste gebruik van je energie
betekent: het grootste resultaat met zo min mogelijk krachtsinspanning,
en zonder onnodige bewegingen. We moeten altijd onthouden dat het niet
waardig is, om alleen te winnen door de kracht van de tegenstander tegen
te werken, maar veel meer door de kracht van de ander tegen hem te
gebruiken. Het echte doel van judo is niet alleen de overwinning, maar
het belichamen van de waarheid die in judo ligt besloten - om de levende
wetten van beweging te beheersen en te tonen, toegepast op de spontante
beweging van het lichaam van de tegenstander.
De essentie van judo-oefening.
De
essentie van judo is: bewaar je centrale zwaartepunt. Als iets valt is
dat altijd omdat het zijn zwaartepunt verloren heeft. We kunnen daarom
zeggen dat alles wat zijn balans verliest, gemakkelijk instabiel is.
Bijvoorbeeld, in tachiwaza moeten we zeggen dat het belangrijkste
is, hoe iemand zijn balans vasthoudt, terwijl de ander zijn balans
verliest. Als je die waza verder analyseert, kun je zeggen dat er
een centraal punt is in de vorm van twee mensen die vechten. De
wezenlijke bewegingen worden geschapen door de beide personen die dat
punt verdedigen. Een roterende beweging met het middelpunt op een
horizontaal vlak vormt een cirkel. Als je dat drie-dimensionaal bekijkt
krijg je de vorm van een bol. De zuiverste natuurlijke vorm is een bol -
en zo is het ook in de geest: de juiste ronde vorm is vaak synoniem met
uitmuntendheid.
Alles in de natuur en het heelal probeert balans en stabiliteit vast te
houden. Dat is ook waar voor menselijke wezens. Mensen zijn voortdurend
in verandering gedurende hun leven. Van alle levende wezens hebben ze de
hoogste coginitieve mogelijkheden, en ze zijn in staat om beslissingen
te nemen en voor zichzelf te kiezen. Ze bezitten verbluffende talenten
en ze moeten zonder uitzondering blijven zoeken om stabiliteit te
verwerven,zowel in hun mentale als fysieke leefwereld.
Vaste objecten bezitten een natuurlijk zwaartepunt, wat ze nodig hebben
voor hun stabiliteit. De oorsprong van waarachtig karakter en instinct
komt voort uit dit concept. Om die reden moeten mensen die zich bewegen
in een veranderende mentale en fysieke wereld, zichzelf voortdurend
trainen om hun zwaartepunt niet te verliezen, wat ze eigenlijk
instinctief zouden moeten kunnen vinden.
judo is de meest geschikte oefening om dit type training te doen. Zijn
volmaaktheid is gelegen in het vinden van stabiliteit die zich vlug kan
aanpassen aan verandering, en een geest te gebruiken die zowel zuiver
als intelligent is, geïntegreerd in een lichaam dat soepel en vrij
beweegt. Het moet allemaal natuurlijk gebeuren. Balans en zwaartepunt
worden gevormd op het moment dat een wedstrijd begint. Vanaf dat punt
moet de kunst van stabiliteit en het vasthouden van balans worden
toegepast.
Een goede judoka zal zich zeer bewust zijn van al deze punten en nooit
zijn eigen wedstrijd van tevoren plannen. In plaats daarvan moet zijn
geest als een gepoetste spiegel zijn. Dat zal hem helpen om accuraat te
voorzien wat er gaat gebeuren. Hij zal de lichamelijke beweeglijkheid
hebben om aan elke verandering direct het hoofd te kunnen bieden. Deze
combinatie van mentale instelling en handeling wordt koraisei
(oude rust) genoemd en do (handeling). Het kan ook ju go
(zacht en sterk) worden genoemd. Of ook in yo (positief en
negatief)
Bij judo zal een goede tegenstander meteen in de gaten hebben dat iemand
een techniek van tevoren heeft gepland, en die overwinnen. Dat gebeurt
omdat de geest zo gefixeerd is op iets dat de vrijheid van beweging en
handeling erdoor worden gehinderd. Het is prima om te proberen te zien
wat de tegenstander van plan is en op die manier op voordeel te komen.
Dat betekent niet dat je de tegenstander snel moet zien te raken, maar
meer dat je het juiste moment kiest om als eerste te handelen. Dat zal
het gewenste resultaat hebben!
Een egocentrische mentaliteit is nooit aanvaardbaar. De meeste dingen in
de natuur houden hun evenwicht onbewust, zoals eerder aangegeven. We
moeten begrijpen dat op het moment dat ze in het bestaan werden
geroepen, ze hun eigen natuurlijk leven hebben. Nu, je weet dat de
kihon (fundamentele dingen) van de judo-oefeningen en -geheimen in
harmonie zijn met de waarheid van het leven dat zich ontwikkelt in het
grotere zijn dat het heelal beheerst.
The Canon of Judo: Classic Teachings on Principles and Techniques. Door
Kyuzo Mifune. (vertaling Françoise White) Kodansha 2004, p.22-27.
by Kyuzo Mifune
(written in 1952, published for the 1964 Olympics)
In time of practice, without distraction,
Light in heart and light in limb,
Let us endeavor with full attention,
To concentrate our mind within.
This is the genuine way of Judo,
This is the genuine way of Judo.
Trained through practice to perfection,
Skilled in the art to rise and fall,
Let us enter the way of salvation,
Freely moving about like a ball.
This is the genuine way of Judo,
This is the genuine way of Judo.
The way of Judo knows no bound,
The mild of heart no enmity,
Let us, all nations hand in hand,
Build the ideal of amity.
This is the genuine way of Judo,
This is the genuine way of Judo.