website metrics

 

  Menu

 

  Waarom?

 

  Geschiedenis

  indeling:

   Kano

   Kodokan

   Butokukai

   Judolegenden

   Nederlands judo

 

  Mind over Muscle

 

  Seiryoku Zenyo

  toepassingen:

     deugd

     orde

     strategie

     beheersing

     volharding

     kuzushi

    

  Jita Kyoei

  toepassingen:

     opvoeding

     respect        

     beschaving

     sportiviteit

     de 'dō'

     

  Judo-praktijk

  indeling:

     sport ?

     kata

     kumi-kata

     shiai

     arbitrage

     kinderjudo

     studie

     herbronning

 

  Koppelingen

 

  E-Cards

 

 

 

 

   

 

Judolegenden

 

Naast de grondlegger Kano Shihan, kende het judo natuurlijk grote navolgers. De eerste onder hen was wel Kyuzo Mifune, waarvan sommigen zelfs beweren, dat hij een groter judoka was dan Kano zelf. Wat niet helemaal onzin is, omdat Kano een groot deel van zijn leven meer met mensen zat te praten dan te vechten.

Maar er waren vele helden, legenden. Enkele willen we wel laten spreken in dit verband. Het is een keuze, die niet wetenschappelijk onderbouwd is. Wel gaat het om personen die met name van invloed zijn geweest op het Europees en Nederlands judo.

 

Klik op de blauwe namen om naar de legenden te gaan:

1. Kyuzo Mifune - de perfectie

2. Masahiko Kimura - de grootste wedstrijdjudoka

3. Kenshiro Abe - de filosoof van de Busen

4. Tokio Hirano - het judo-genie

5. Haku Michigami en Anton Geesink - de overwinning op de Kodokan

extra: Teksten van Mifune uit The Canon of Judo

 

Voor Kano was perfect judo een middel van morele opvoeding; voor Mifune was het maken van judo dat perfecter was dan perfect een doel in zichzelf; en voor Hirano betekende een perfecte overwinning het opnieuw bedenken van sommige principes.

(Chicorei Kano, Judoforum 19-9-2008)

 


 

 

1. Kyuzo Mifune (三船久蔵) (1883-1965) : de perfectie

 

 

De eersteklas meester Kyuzo Mifune ontwikkelde het prachtigste judo, zoals dat sindsdien nooit meer vertoond is. Hij bezat een buitengewone harmonie, waarin alles wat aan de basis lag van de biomechanica van het judo samenkwam, de schoonheid, de synchroniteit, de flexibiliteit, de kracht en de elasticiteit, het ju.

Meester Mifune deed met groot gemal de moeilijkste technieken uit de Gokyo no waza, toonde hun elegantie, zijn doorwrochte kennis van de natuurwetten en dat alles met een fysieke kracht, wat de toeschouwers verbaasd deed staan over deze kleine man van slechts 1.64 groot en 46 kilo zwaar.
Dankzij de technologie van de video, kunnen we nog steeds genieten van zijn uitmuntende techniek tijdens randori, al is het zwart-wit en oud, nog steeds een genoegen om naar te kijken en het laat overduidelijk zijn dat de meester Mifune is, al was hij toen al 60 jaar oud.


Hij werd geboren op 21 April 1983 in Kuji, bij Iwate, op het eiland Honshu. Het schijnt dat hij een rusteloze, maar briljante jongeman was, en zeven broers had.
Mifune begon al op jonge leeftijd met judo, en op 13-jarige leeftijd deed hij het op de Middelbare school. Later in Tokyo studeerde hij aan de universiteit van Waseda, waar hij het eerste contact had met de Kodokan en Jigoro Kano.
Sakujiro Yokoyama was de voorzitter in de Kodokan toen de jonge Mifune daar met 20 jaar binnenkwam; Mifune besteedde zijn tijd vrijwel alleen met judo; zo veel dat zijn vader liever had dat hij ermee stopte.
Ondertussen studeerde Kyuzo toch nog economie aan de universiteit van Keio en verdiende hij de kost met allerlei baantjes. Zijn judo-carrière ging pijlsnel vooruit. Al in 1912 toen hij pas 29 jaar was, had hij de hoge graad van Rokudan, en werd hij voorgedragen als instructeur in de Kodokan; zijn techniek was zo bijzonder dat men hem “the God of the Judo” noemde. Op zijn dertigste trouwde hij met een vrouw uit zijn geboorteplaats.

 

In de 20 jaren die volgden, onderrichtte Mifune het judo met de nadruk op de wetenschappelijke basis, de methodologie van de werking van de natuurwetten, in Kuzushi, de Shintai, de Kata’s, en Randori waarvan gezegd werd: Randori met Mufune is als vechten met een spook. Je kijkt, je grijpt, en hij is al weer verdwenen.
In het jaar 1937, toen hij 54 jaar was, bood Dr. Kano hem één van de hoogste onderscheidingen aan, de Kudan (9e dan). Tot aan de dood van Kano in 1938, onder Jiro Nango als president van de Kodokan, bleef hij een van de hoogste judosenseis.
Op 25 mei 1945, op de leeftijd van 62, werd hij geëerd met de 10e Dan; slechts drie anderen hadden ooit zo’n graad behaald in de Kodokan.
In 1956 publiceerde hij zijn beroemde boek “the Canon of Judo”, waarin hij zijn ideeën over de filosofie, de geschiedenis en de techniek van het judo uitlegde.


Het judo van Mifune had zonder twijfel een grote invloed op de verspreiding van het judo in de wereld. Kano was meer de man van de grote maatschappelijke ideeën geworden, terwijl Mifune eigenlijk de pure judo-perfectie bracht. De expansie van het judo zelf was het werk van Kano, maar de inhoud kwam meer en meer van de Kodokan, van de meester, Mifune zelf.
In 1964, op de leeftijd van 81 jaar en al aangetast door de kanker, was hij een van de judo-officials bij de Olymische Spelen in Tokyo; in December van dat jaar ging zijn gezondheid definitief achteruit in op 27 januari 1965 overleed hij.

 

Er is in al die jaren in de Kodokan niemand meer opgestaan die zo’n verbluffende technische perfectie had als die ene meester Mifune. In de techniek van Mifune is de kuzushi met een indrukwekkend gemak tot stand gebracht, alles klopt: het juiste tijdstip, de hoek, de afstand, de beweging, de draai, de richting en het gevoel. In waza als sumi-otoshi, tai-otoshi, hane-goshi, yoko-wakare, O-guruma, ashi- guruma, de-ashi-barai, sasae-tsurikomi-ashi, uchi-mata; en zijn formidabele coördinatie van de kaeshi-waza heeft niemand ooit verbeterd.
Sensei Mifune heeft school gemaakt, een stijl. De meest schitterende artistieke expressie van het judo gemaakt. Door de kunst en de wetenschap van de balansverstoring zoals hij die heeft gepraktiseerd, is het judo in zijn oorsprong geworden zoals het bedoeld was.

Mitesco gelooft daarom dat Kano weliswaar de stichter is met de theorie van de principes, in de praktijk op de tatami is echter niemand geweest die het zo goed heeft begrepen als Kyuzo Mifune.

 

zie ook:

 

meer youtube-video's van Mifune zie hier.

 

- foto links: de perfecte worp.

- foto rechts: Kano en Mifune samen tijdens randori.

 

 

 

 naar boven

 

Hieronder een video in het Japans (let op: 1 uur lang), waarbij Mifune technieken doet, samen met studenten. De eerste minuten zijn taai, maar u ziet een heleboel prachtig judo.

 



 


 

 

2. Masahiko Kimura (木村 政彦) (1917- 1993) : de grootste wedstrijdjudoka

 

 

Kimura was een legendarische judoka uit Japan die 13 jaar ongeslagen bleef, en die door velen wordt beschouwd als de beste judoka aller tijden. Ofschoon het winnen van toernooien nooit het enige kan zijn, oogst zijn kracht en technische vaardigheid nog steeds grote bewondering. Hij was afkomstig uit de Kosen-school (nadruk op ne-waza, zie menu 'judgeschiedenis' punt 5) en leraar van de Gracie-familie die aan de wieg stondenvan het Braziliaans JuJutsu. Ude garami werd door hem zo perfect gehanteerd, dat het wel de Kimura-klem werd genoemd.

 

Als het gaat over legenden en grootsheid, dan kunnen we Kimura misschien de grootste 'wedstrijdjudoka' noemen.

 

Voorbeeld: In 1951 daagden de vertegenwoordigers van het Braziliaans ju-jutsu Brazilie, waaronder Helio Gracie, de beste Japanse judoka’s uit voor een toernooi.

Natuurlijk ging Masahiko Kimura. Ten overstaan van 20.000 fans, inclusief de president en vice-president, kwam Kimura tegenover Gracie te staan. De wedstrijd begon Kimura wierp Gracie keer op keer. Maar de Gracies hadden een erg zachte mat neergelegd, zodat Helio niet gewond raakte door Kimura’s handelsmerk: snelle en harde worpen. Dus ging Kimura na de worpen Gracie ook in de houdgreep leggen. Toen Gracie probeerde Kimura om te rollen, nam deze hem in een armklem. In de traditie weigerde Gracie af te tikken en dus brak Kimura Gracie's elleboog. Nog steeds weigerde Gracie op te geven, en Kimura nam zijn hoofd in een klem. Toen er bloed uit Gracie's ook kwam, vroeg Kimura, "gaat het nog?" Toen Gracie ‘ja’ antwoordde, begon Kimura zijn hoofd als een meloen te kraken. De familie Gracie gooide de handdoek in de ring.

 

Zoals vaker, ook hier een filmpje, met alleen geen verstaanbare tekst...

 

  naar boven

 

 


 

 

3. Kenshiro Abe (阿部 謙四郎 Abe Kenshirō) (1915-1985) : de filosoof van de Busen

 

 

Kenshiro Abe (of Abbe)  die ook wel Abe Kenshirō gerd genoemd, was een Japanse judoka, maar ook groot in Kendo en Aikido. Hij bracht Aikido naar Europa en hoewel hij niet de eerste was die het judo in Engeland introduceerde, was hij wel de grootste verspreider. Hij richtte de British Judo Council, de British Kendo Council, de British Karate Council, en de International Budo Council op. Hij was afkomstig uit de Busen-school. Kenshiro trainde onder Korei Isogai en in zijn eerste jaar werd hij de jongste Yodan (4e dan) in judo.

In 1937 vocht Kenshiro Abe met Masahiko Kimura, Abe versloeg Kimura en dat was diens enige nederlaag. Kimura zei over Abe daarna: “Het was alsof ik een schaduw bevocht en ik de wind probeerde te pakken.”

 

Abe was dus een top-judoka. Al die successen maakten hem arrogant, wat hij zelf ook heel goed wist. Voorbeeld daarvan was de eerste ontmoeting met Morihei Ueshiba, de grondlegger van het Aikido. Het gebeurde tijdens een treinreis, waar Abe Ueshiba ontmoette. Hij wist niet wie de man was, en toen Ueshiba hem onderzoeken aankeek, zei hij: "Waar kijkt u naar, oude man?" Ueshiba antwoordde: "Ik weet wie u bent", waarop Abe zei: "Iedereen weet wie ik ben, ik ben Kenshiro Abe, Kampioen van heel Japan". Ueshiba zei vervolgens dat hij de grondlegger van het Aikido was, en Abe zei ijskoud dat hij vond dat de man er niet sterk genoeg uitzag voor een gevechtskunstenaar. Ueshiba bood Abe zijn pink aan en zei: "Jonge man, u ziet er inderdaad heel sterk uit. Alstublieft, breek mijn vinger." Abe weigerde eerst, maar op het laatst aanvaardde hij het verzoek. Toen Abe de vinger probeerde vast te pakken om hem te breken, lag hij een seconde later op de vloer van de coupé en helemaal gecontroleerd. Nog op de grond vroeg Abe hem om bij hem te mogen studeren. Abe studeerde daarna 10 jaar onder Ueshiba en werd een van zijn beste leerlingen.

 

In 1945 kreeg Abe van de Butokukai zijn 7e dan judo en de 6e dan Kendo. Ondanks de sluiting van de Butokukai kort daarop, werd hij judoleraar aan de Kyoto Prefectural Police Department.

In 1955 kwam hij, na een uitnodiging van de London Judo Society, toen al met een 8e dan naar Engeland. Ook daar speelde zijn eigenzinnige karakter hem parten, zodat hij nogal wat meningsverchillend had met anderen. In Londen introduceerde hij zijn Kyushindo als nieuwe gevechtsfilosofie.

 

Abe introduceerde aikido, maar ook kendo, kyūdō (de weg van de boog), jukendo (de weg van de bajonet), iaido (- het zwaard), yarido (- de speer) and naginatado (- de hellebaard) in Europa. In 1960 waren er wel 25.000 studenten zijn weg aan het volgen, maar een auto-ongeluk maakte Abe permanent gehandicapt aan nek en rug. Training werd daarom bijna onmogelijk. Tijdens zijn verblijf in Engeland reisde hij echter wel door heel Europa om zijn leer te verspreiden. In 1964 ging hij terug naar Japan voor de Olympische Spelen en daar zou hij tot zijn dood in 1985 blijven

Na zijn dood stond er op zijn grafsteen: "Shou Tokuin Shikai Kyushin Kantsu Taiishi", vertaald: de grote man van grote deugden, die verder ging dan zijn hart en over 4 oceanen. In Japan wordt hij meer herdacht als een van de weinige judoka’s die ooit Masahiko Kimura versloeg, in plaats van de man die de Butokukai wilde herbouwen in zijn Kyu-Shin-Do…

 

 

Kyushindo - de geestelijke herrijzenis van de Butokukai

 

Abe was niet bepaald de man van judo alleen. In die zin was hij echt een man van de vooroorlogse Busen, die alle gevechtskunsten onder één dak wilde brengen. Het judo dat hij naar Europa bracht was dan ook een mengvorm van Busen, maar ook vooral Aikido en daarmee een eigen martial spirit. Dat eigene, dat paste goed bij zijn verder onmogelijke karakter. Zijn leer was daarmee ook mooier dan zijn persoon... Kyushindo zouden we het beste kunnen omschrijven als geestelijke filosofie van de Neo-Busen.

 

Het principe kan worden bezien als het midden van een wiel, waaruit een oneindig aantal spaken naar buiten steken. Als je iets wilt perfectioneren, moet je daarom niet aan de uiteinden van de spaak zoeken, maar door het centrale principe te ontdekken, kun je in elke denkbeeldige richting gaan.

Kyushindo stelt dat de optelsom van inspanningen een bestendige beweging rondom het center of gravity (zwaartepunt) is, en dat alles is terug te brengen tot een fundamenteel cyclisch patroon. Dat ontdekken is het belangrijkste van Kyushindo, wat ook voortkomt uit de naam:

  • Kyu: verlangen, zoeken naar iets. Het is méér dan studie, meer een verlangen van het hart.

  • Shin: Hart, geest, ziel, de essentie van alles. In Kyushindo ook: de diepere natuur in tegenstelling tot de oppervlakkige verschijningsvormen.

  • Do: de weg, een levensdoel, een alles-insluitende richting.

Kyushindo is dan ook: verlangen naar de fundamentele kennis van alles. De weg naar perfectie. De zoektocht naar waarheid.

 

Kyushindo was de centrale statement voor Abe's persoonlijke benadering van de gevechtskunsten. Hij voelde dat er drie basisprimcipes zijn die in de gevechtskunst en in het dagelijks leven moesten terugkomen

  • Alle dingen in het heelal zijn in een voortdurende staat van beweging (Banbutsu Ruten)

  • Deze beweging is rythmisch en vloeiend (Ritsu Do).

  • Alle dingen werken samen in een perfecte harmonie. (Cho wa).

 

Abe Sensei begon te werken aan deze theorie in de jaren 40. Kyushindo als filosofie was niet een zuivere eigen uitvinding, maar meer het harmoniseren en samenbrengen van verschillende Japanse gedachtenstromen en theorieën op terreinen van kosmologie, natuurkunde, wetenschap, filosofie, godsdienst en Budo (martial arts). Om de volmaaktheid in een techniek te bereiken moet men ook tot volmaaktheid komen als menselijk wezen, en door oefening een betere persoon en nuttig voor de samenleving worden. De Kyushindo-leer is dus ook stevig gebaseerd op een morele wet en de verbetering van het menselijk karakter. De kracht van de Kyushindo-discipline ligt in het begrip van het innerlijke principe achter geweld en aggressie, dat is, dat alle gewelddadige en aggressieve handelingen in wezen immoreel zijn.

Kyushindo is dus niet zozeer een technisch systeem, als wel een state of mind. Abe Sensei was enorm bezorgd over de moderne trend van het materialisme en hij wilde een geestelijk alternatief - en dat zag hij als de geestelijke waarde van Kyushindo. In wezen is Kyushindo zo breed, dat iedereen het op zijn eigen manier kan verstaan en toepassen. Toch is het duidelijk dat moderne wetenschap samen kan gaan met de Samurai Warrior Code en de Boeddhistische leer van Nichiren.

Het doel van Kyushindo is om iedereen te laten zien wat er mogelijk te bereiken is voor het menselijk geslacht. De leer betekent dat men onzelfzuchtig en vriendelijk samenwerkt, en zo wederzijds begrip en geluk brengt. Deze ideeën leiden tot vrijheid en verlossing van zelfzuchtig en immoreel gedrag, van vooroordelen en misverstanden die leiden tot geweld en leed.

Kenshiro Abe nam een oude Japanse religie, formuleerde een filosofie die hij Kyushindo noemde en verbond met de oefening van Budo. Bewegingen moeten soepel en harmonieus zijn, zonder gewelddadige tegenstellingen tussen de krachten van elkaar. Het gebruiken van de kracht van je partner kun je het in je voordeel veranderen.

 

Kyushindo Judo leert: gebruik de natuurlijke, cirkelvormige bewegingen die de ander uit balans brengen, in plaats van kracht om hem te overwinnen. Kracht wordt naderhand toegevoegd, maar is van geringere betekenis, zeker als je tegenover een sterkere tegenstander staat. Focus is dus: kuzushi en techniek vanuit zachtmoedigheid en seiryouku zenyo.

Door te concentreren op techniek en niet op kracht en competitie, is Kyushindo Judo niet zoveel afwijkend van wat we Kano-judo noemen. Wel is er nog meer verwijderd uit oogpunt van veiligheid en vreedzaamheid, niet alleen de atemi, maar ook meer wedstrijdgerichte technieken als sterke armklemmen en verwurgingen - allemaal niet meer aanwezig in het Kyushindo Judo.

 

Beoordeling

 

Kyushindo is een syncretistische en eigenzinnige theorie van een eigenzinnig mens. Het staat geheel in de lijn van de Butokukai, in de zin dat het een centraal principe wil zijn wat de Budo-kunsten samenbrengt. Neo-Busen, omdat er nu geen centrale organisatie is die de kunsten vereent, maar wel een centraal, sterk-Japans principe. Waarin het ook geheel afwijkt van de Butokukai is, omdat het zo geweldloos, en niet-nationalistisch is! Abe had ook na zijn ervaringen in de oorlog en in de leerschool van Ueshiba zijn buik waarschijnlijk vol van de moderne tijd vol wapengeweld en overheersing. Daarin was hij vreemd genoeg toch wel weer heel erg op de Butokukai-lijn. Want ook de Butokukai greep - uit onbehagen - terug op een verdwenen Japanse cultuur. Retrospectief, conservatief, romantisch zelfs. Idealen terughalen. In de Kyushindo kan men zien, dat de Busen-lijn op meerdere manieren uit te leggen is: zowel militair als strikt geweldloos.

Mitesco vindt de Kyushindo erg inspirerend. Het is erg aikido, maar past ook wonderwel bij de principes van het judo, zoals Kano die heeft geformuleerd. Kano was allang dood toen Abe zijn leer verkondigde, maar Kano zou er zeker mee hebben kunnen instemmen - al was Abe gebrouilleerd met de Kodokan. Het kyushindo-judo is wat Mitesco betreft een ideaal-judo. Helemaal uitgaande van de natuurlijke bewegingen, de natuurwetten, en idealen van vrede en menselijkheid. Daarmee heeft Kenshiro Abe een systeem aan het Budo gegeven, wat meer waardering verdient dan het nu (nog) krijgt...

 

  • als u hierheen bent geklikt vanuit het menu 'geschiedenis / butokukai', kunt u via deze link terug naar het menu.

 

zie ook: kenshiroabbe.com ; www.kyushindo.info ; wheelswithinwheels.net

 

 

naar boven

 


 

 

4. Tokio Hirano (1922-1993) : het judo-genie

 

 

Over Tokio Hirano (1,50 groot, 75 kg), zijn geen boeken volgeschreven, ofschoon hij in West-Europa zo lang heeft gewoond en nog steeds door de leerlingen van zijn leerlingen wordt vereerd. Hij was eerder de legende van de praktijk.

Waarom eigenlijk? Hij was - zo zouden we misschien mogen zeggen - de hervormer, de grondlegger van een speciale Europese judotraditie, degene die de techniek niet opnieuw indeelde zoals Kawaishi deed, maar de inhoud logisch begrijpelijk maakte voor de moderne West-Europeaan.

 

Hij had al de graad van Godan (5e dan) toen hij 19 was. Hirano had meerdere leermeesters, maar Hirano vocht vóór zijn Tokyose tijd bij Ushijima vooral in de Butokukai-traditie en kende die als zijn eerste leerschool. Sowieso bleef hij later gebrouilleerd met de Kodokan. Mede daarom was Hirano sinds 1952 jaren onafgebroken in Europa en was o.a. de leermeester van een grootheid als Opa Ger Schutte, de oprichter van Kenamju, en boven alles Wim Ruska. Hirano perfectioneerde de aanvalstechniek, in plaats van de volgorde tsukuri, kuzushi en kake, werd de volgorde (zoals hij ook moet zijn volgens de principes) : eerst kuzushi, en dan tsukuri en kake. Alleen dan kun je grotere tegenstanders aan - wat bij Ruska ook bleek. Ruska werd  wereldkampioen in 1967 en 1971 en tweede in 1969 (toen nog in de open gewichtsklasse). Ruska werd tweevoudig gouden medallist in twee klassen bij de Olympische Spelen in 1972 in München. 

 

Hirano no Kata

 

Nergens blijkt beter wat Hirano wilde en deed, dan in zijn eigen kata. Daarin zie je dat technieken niet zomaar een techniekje zijn, maar een logica van opeenvolgende bewegingen hebben. Het is een onofficiele kata, die door Hirano zelf werd samengesteld. Het Hirano-no-Kata is dan ook geen kata zoals de grote kata die we kennen. Hij ontwikkelde het ook als een soort levensgeschiedenis van zijn eigen judo. In zijn jonge judojaren had hij een voorkeur voor de O-soto-gari. Omdat die gemakkelijk af te weren en te counteren is, vroegen zijn leerlingen hem een worp te ontwikkelen die uit de afweer van de eerste voortkwam. Zo volgde op de O-Soto-gari een O-soto-Otoshi. Ook die afweer-/vervolgtechniek werd doorzien, en zo ontwikkelde zich weer een andere logische opvolger. Dit werd met de tijd een ketting van worpen die in de huidige vorm als kata kan worden getoond. De grote waarde van dit kata ligt in het zichtbaar maken van steeds het zwakke punt in de ander en daarvan gebruik maken voor een volgende aanval.

 

Dit kata wordt ook "Kata van de zeegolven" genoemd (Nami-no-kata). Het omvat zeven technieken, zinnebeelden. Het bestaat uit de groep Omote met zeven technieken, waarvan elke techniek eerst als aanval wordt getoond. Dan komt de groep Ura, waarbij de countertechnieken worden getoond, welke uit de zeven Omote voortkomen.

Kanô geloofde sterk in de betekenis van jû, wat hij vaak uitlegde met verwijzingen naar water. Hirano ging echter een stap verder, en niet alleen bij jû geloofde hij dat jûdô altijd functioneert zoals water in de natuur. Voor Kanô was water iets passiefs, maar voor Hiranô had water een soort geest, wat hij geloofde bevestigd te zien als er golven worden gevormd in water. Volgens Hirano-sensei bestaan er verschillende typen golven en elke van hen heeft zijn plaats in judo en leidt tot de dynamiek van judo. (Cichorei Kano, Judoforum 13-7-2008)

  • O Nami (Grote golf), Worp: O Soto Gari

  • Uchi Age (Zandstrand), Worp: O Soto Otoshi

  • Juwa Kudaki (Grote rots), Worp: Harai Goshi

  • Uchi Gaeshi (Branding), Worp: O Uchi Gari

  • Tatumaki (Windhoos), Worp: Morote Seoi Nage

  • Saka Maki (Vloedgolf), Worp: Uchi Mata

  • Uzumaki (Waterhoos), Worp: Tai Otoshi

In volgorde met counters en bewegingen:

 

Tori - aanval

Uke - verdediging

Tori - worp

O-Soto-gari

rechterbeen terug

O-soto-otoshi

O-soto-otoshi

rechterarm drukt

Harai-goshi

Harai-goshi

beide armen drukken

O-uchi-gari

O-uchi-gari

beide benen terug

Seoi-nage

Seoi-nage

beide armen drukken

Uchi-mata

Uchi-mata

handen in de band

Tai-otoshi

 

Tori pakt bij alle technieken met een gebruikelijke rechsthandige kumi-kata, behalve bij uchi-mata op de rug van de ander.

 

De golven van Hirano

 

Hirano's judo is is gebouwd op de traditie van golven. Golven zijn steeds aanwezig en als ze er niet zijn, stuur je ze en zie je hoe ze zich ontwikkelen, je kaatst ze terug of ze spatten uiteen. Dat staat centraal in Hirano's judo. Ook veranderde hij de volgorde van tsukuri, kuzushi, kake in kuzushi, tsukuri, kake, wat wezenlijk is in zijn theorie, omdat de golven die worden geproduceerd door de tegenstander al kuzushi representeren, en afhankelijk van de soort golf, heb je je tsukuri. Behalve dan in het hedendaagse non-judo waar de judoka elkaar krachtig vastgrijpen, de armen spannen om de tegenstander te weerstaan. Maar zoiets bestaat niet in de Hirano-judostijl. Alles wat gebeurt, bestaat omdat de tegenstander een fout maakt die een logische kuzushi veroorzaakt als gevolg. Het meest karakteristieke dat je zult waarnemen als je twee meesters zo ziet vechten, is de continue series van stimuli of impulsen die gegenereerd worden door de tegenstander, iets dat aanvoelt als een zich-herhalende tsuri-komi. Je móet daarop reageren, ofwel door weerstand te bieden of mee te geven, of niet te reageren (wat ook een reactie is). Dat bepaalt de uitkomst.

Cichorei Kano, 30-10-2008

 

Volgens mij was Hirano's tai-otoshi niet alleen een techniek op zichzelf, maar een manifestatie van een diep begrip en toepassing van dit principe van golven en water. Dit is waarschijnlijk ook de reden, dat volgens mijn beste weten, hij - ondanks dat hij zo'n buitengewone tai-otoshi-specialist was - niet één van zijn leerlingen ooit in staat is geweest het compleet te beheersen. Het (niet alleen tai-otoshi, maar de plaats van tai-otoshi in zijn judo) was zo persoonlijk, zo indivdidueel, dat je je hele judo opnieuw zou moeten uitvinden om het succesvol te kunnen doen.

 

Cichorei Kano, 13-7-2008

 

 

De blijvende betekenis

 

Afgezien van zijn werkelijk perfecte Tai-Otoshi heeft Hirano op het gebied van de Nage-Waza duidelijk als eerste Japanse Jûdô-Leraar geprobeerd de Europeanen bij te brengen hoe men worpen zinvol voorbereidt, kombineert en countert. Hirano's kumi-kata, worpaanzetten etc. zijn zo effectief, dat men alles wat men eerder heeft geleerd dan snel wil vergeten...Ik herinner me zijn O-Soto-Gari, die zo simpel maar ook zo dwingend is, dat men daarmee ook een tegenstander kan werpen die het aangevallen been al heeft teruggetrokken. Ik herinner me aan Hirano's manier om Harai-Goshi te werpen, zijn simpele, extreem-effectieve Uchi-Mata, en zijn ongelooflijk eenvoudige Hiza-Guruma en Sasae-Tsurikomi-Ashi. 

Tom Herold 15-10-2007

 

meer youtube-video's van Hirano zie hier.

 

naar boven

 


 

5. Haku Michigami (1912) en Anton Geesink (1934) : de overwinning op de Kodokan

 

 

Haku Michigami

 

Hij werd geboren in 1912. Zijn naam staat niet in de lijst van de grootste legenden, maar zijn betekenis voor het judo is niet te onderschatten. Hij was een leerling van Tamio Kurihara, in de Butokukai. Van die weg werd hij – samen met Kenshiro Abe (wiens kata-partner hij was) – dé apostel in Europa. Hij zei daarover.

“Hoewel Japan de oorlog had verloren, verloor ze niet haar mentaliteit. Al zijn onze lichamen klein, ze kunnen een grotere tegenstander aan. Om de geest van yamatodamashi (Japanse spirit) en bushido (samurai) spirit, te verspreiden, reisde ik overzee.”

In 1953 kwam hij naar Frankrijk, terwijl Abe naar Engeland reisde. Men mag daarbij zeker niet misverstaan, dat na de oorlog de spanningen tussen de Kodokan en de Busen enorm hoog opgelopen waren. De oude Butokukai-leraren waren er van overtuigd dat de Kodokan de oorspronkelijke budo-principes verkwanselde, en nu was Europa het welwillende missiegebied om de leer opnieuw te laten strijden – met de Japanse geest tegen de nieuwe geest van Japan.
Na de Tweede Wereldoorlog, domineerden de Europeanen de regelgeving. Het is triest dat het Japanse judo het leiderschap verloor. Terwijl Europa probeert het internationaal judo te domineren, is het traditionele judo weggedrukt.”

Toch was hij sterk overtuigd van zijn klassieke gelijk: “Als de Butokukai had voortbestaan, zou het Judo er anders uit hebben gezien, zowel technisch als mentaal. Allen  in de Butokukai leerden judo op een erg hoog niveau. Ik ben zeker dat de Kodokan ook zulke mensen had, maar de leraren hadden meer de mentaliteit van de onderzoeker en/of businessman. Jigoro Kano was wel een heel intelligent filosoof. (…) Toen ik Master Kano eens tegenkwam, zei hij ons dat wij de judo-specialisten waren en dat hij wilde dat door ons de techniek en spirit over de wereld verspreid werd. Ik vergat die woorden niet toen ik naar Frankrijk vertrok. Toen ik eens terug was in Japan in 1961, vroeg ik een onderhoud met de leider van de Kodokan. (…)De volgende dag hoorde ik dat een ontmoeting niet nodig was, en dat "Michigami niets te maken heeft met de Kodokan."

"Zonder hoop schreef ik de "Bombshell Announcement Towards Kodokan Judo" in de Bungei Shunju in 1963, een jaar voor de Tokyo Olympics. Ik wilde een waarschuwing geven om het traditionele judo te bewaren, maar de boodschap kwam niet aan. Daarna had ik geen contact meer met de Kodokan. Helaas, maar niets aan te doen."

 

In 1955 kwamen Nederlandse judoka’s op bezoek en vroegen me ook naar Holland te komen, waar hij een paar keer paar jaar trainingen gaf. In die groep zat Anton Geesink. Het lijkt er sterk op dat Michigami een soort voorpgezet plan had om via Geesink het traditionele judo een nieuwe kans te geven in de wereld, als een nieuwe held, apostel.

 

Anton Geesink

 

“Wanneer ik trainde in Holland, was ik daar eens in de twee maanden, aangezien mijn missie in Frankrijk lag. Dus dacht ik over een plan om in Holland een model-judoka op te leiden die mij kon vervangen als ik er niet was. Een jonge man trok mijn aandacht, hij was 198cm lang en woog 82kg. Hij was dun, had een erg lang gezicht en nek en zag er uit als een bierfles. Dat was Geesink toen hij 20 jaar was. Zijn serieuze karakter trof me en ik besloot van hem de model-atleet te maken.”

 

Dát is dus de feitelijke geschiedenis van Geesink en het Nederlands judo. Een uiterst slimme Busen-diplomaat die via deze Nederlander de Kodokan een lesje zou leren.

Het lukte, omdat de Kodokan natuurlijk zijn zwakkke punten had die Michigami met Geesink zou blootleggen, desnoods door Japan te vernederen. Wat gebeurde. Men noemt de overwinning van Geesink op Kaminaga in de open gewichtsklasse tijdens de Tokyo Olympics op 23 Oktober 1964, het “keerpunt van de judogeschiedenis”. Het leek alsof Japan voor de tweede keer de oorlog verloor. Maar het was meer de Butokukai die wraak nam op de na-oorlogse vernedering door de Kodokan. Allemaal het vooropgezet plan van Haku Michigami, de trainer.


“Geesink was soms mentaal zwak. Op de Tokyo Olympics, wilde ik in een tempel in Kamakura met ongeveer 100 Franse judoka’s het gevecht van Geesink op tv zien. Maar Geesink zei dat hij bang en bezorgd was, en me erbij wilde hebbem. Dus ik haastte mezelf en zag zijn wedstrijden. Wat me beviel was, dat hij, nadat hij Kaminaga versloeg in de finales, de Nederlandse (media-)mensen verbood om de tatami op te strormen. Hij groette Kaminaga, de Japanse keizerlijke familie en de Nederlandse koningin, en verliet de mat. Dáár zag ik de geest van de bushido, die ik zo hoog achtte. Ik geloof dat velen bij die scene zagen dat Geesink een groot judoka was.”

Geesink wordt internationaal nog steeds gewaardeerd om zijn houding en men rekent hem bij de traditionele judoka’s wat hij zeker ook is. Toch was en is Geesink ook een rondborstig karakter die vaak zijn eigen wegen ging. Later was het contact met Michigami maar matig, omdat deze maar moeilijk kon verkroppen dat Geesink de weg ging van media-aandacht en films (1966 in de Spaans-Italiaanse bijbelfilm I grandi condottieri, waarin Geesink de rol speelt van de gespierde reus Samson.), of meedeed aan MMA-activiteiten. Ook was Geesink een promotor van de blauwe judogi, hoewel de traditionalisten (en Japanners) dat verfoeien. Michigami was daar overigens zelf ook vóór.

In de IOC-tijd heeft Geesink in ieder geval ook bijgedragen aan de verspreiding van de budo-spirit over de wereld, al is zijn optreden daar helaas niet zonder kleerscheuren verlopen.

 

Voor een recensie van het nieuwe Geesink-Boek 'Een killer in kimono', kijk op mijn weblog:

 

 

zie ook:

en over Michigami, klik rechts:

 

Hieronder de integrale tekst van de “Bombshell announcement” van Michigani uit 1963, waarin hij de nederlaag van het Japanse judo voorspelt… en een inkijk geeft in de Nederlandse judogeschiedenis! (Bungei Shunju maart 1963)

 

 

De Tokyo Olympics staan voor komende oktober op het programma. Met minder dan 600 dagen te gaan, is de vraag: hoe heeft Japan als moederland het judo bevorderd?

Men moet niet denken dat Japan onoverwinnelijk is. De paniek van Japan na het derde Wereldkampioenschap in Parijs moet iets vreselijks zijn geweest ten overstaan van de buitenlanders. Zelfs ik, die toen in Holland was op dat moment, kon zich de verwarring goed voorstellen. Japan zei dat ze zich meer moesten concentreren op grond-tactieken en dat de kracht hun techniek had overweldigd. Allemaal smoesjes om het verlies een plaats te geven.

 

De redenering is echter niet aanvaardbaar. Is kracht niet onderdeel van de techniek? Hoewel kracht niet hetzelfde is als techniek, is kracht nodig om iemands techniek te optimaliseren. Om iemands techniek te optimaliseren (fysiek en geometrisch) is het essentieel om een sterke geest en lichaam te hebben (spierkracht en snelheid) De training die ik Geesink liet ondergaan, was altijd op die manier, om bewust te worden welke spieren je nodig hebt om te vechten. Het is dan ook geen toeval, maar onvermijdelijk dat Geesink gaat winnen. Het verhaal dat kracht de techniek overwint, is sowieso ongeldig. Het is nog niet zo erg als iemand in het publiek zo denkt, maar als de leiders van het Japanse judo zoiets zeggen, betekent dat, dat ze de verantwoordelijkheid ontwijken.

Ik verlang twee dingen:

Eén is dat de leiders toegeven dat ze hebben verloren en de verantwoordelijkheid accepteren.

Twee is dat het Japanse judo wordt hervormd en mensen met capaciteiten de organisatie gaan leiden.

Zonder deze twee punten, is Japan in gevaar tijdens de Tokyo Olympics. Als Japan verliest ten overstaan van de hele wereld, zal judo niet meer een Japanse specialiteit zijn.

 

Mijn relatie met de Nederlandse Judo Federatie begon op een dag in 1955 toen de voorzitter van de Franse Judo Associatie, Bonemori, me vroeg om ’s middags het Nederlandse team les te geven. Aangezien ik al moe was van de gewone training, was ik niet in de stemming om de aanbieding te beantwoorden. Maar de Nederlanders gaven niet op en ik voelde me gedwongen 2 uur les te geven. Ik had geen idee dat het zou leiden tot mijn huidige status.

Mij viel snel een lange, bleke Nederlandse arbeider op. Zijn enige beweging was uchimata, en nog niet eens zo’n krachtige. Hij scheen mij echter iets te hebben wat kon verbeteren en hij was heel eerlijk. Zijn naam was Geesink (20 jaar oud).
Ondanks zijn grote lichaam presteerde hij matig tegenover anderen. Ik probeerde met hem te communiceren, maar hij maakte alleen een verward gezicht als hij naar me keek. Andere Nederlandse judoka’s vertelden over hem dat hij alleen maar kracht had, maar geen vaardigheden. Ik meende dat het, om de judo-populatie in Holland te doen groeien, een model-judoka nodig zou zijn. En Geesink was mijn kandidaat. Hoewel velen eerst tegenstribbelden, werkten ze wel mee.

 

De eerste Wereldkampioenschappen werden gehouden in 1956. Ik zond Geesink om de atmosfeer te laten proeven, niet om te winnen. Zoals ik gedacht had, verloor hij erg gemakkelijk. Twee jaren later zond ik hem weer. Ik waarschuwde hem om zijn bewegingen niet zo snel te laten zien, maar hij was al door Japanse judoka’s gecheckt voor het toernooi en hij verloor. Geesink en Holland leerden veel van de verliezen en werden meer geconcentreerd in de training. Wat deed hij om zijn fysieke kracht te doen toenemen? Ik liet hem bijvoorbeeld fietsen en voetballen en stukken ijzer op zijn nek dragen om zijn nekspieren te trainen, en worstelen, etc. Bij dat alles vroeg hij altijd toestemming voor hij ging trainen. Op zondagen ging hij met vrienden de bergen in, om frisse lucht in te ademen, voor hij weer aan het werk ging. Hoewel Holland beroemd was om zijn goedkope en goede sigaretten, bleef Geesink daar verre van, net als van alcohol. Dat laat ook zijn sterke doelgerichtheid zien. Twee jaren verstreken. Geesink ging alleen naar Japan, en kwam twee maanden later terug. Ik was verrast dat hij veranderd was van een stuk minderwaardigheid, naar een man met zelfvertrouwen en kalmte. Het was de sfeer van een toekomstig kampioen. Geesink zag en voelde het Japanse judo. Hij analyseerde zijn tegenstanders, liet zijn ware kracht niet zien en kwam terug met een lach. Op dit punt ging ik er in geloven dat hij zou kunnen winnen.

 

Op 21 maart was het mijn beurt om naar Japan te gaan. Ik ging terug om te praten over de status van het Europese judo en zijn toekomst. Ofschoon dit doel helemaal niet bereikt werd. Hoewel ik met veel mensen sprak, gaf niemand een goed en stevig antwoord. Toen ik teleurgesteld achterbleef, vertelde men dat ik Risei Kano zou kunnen ontmoeten, het hoofd van de Kodokan. De eerste twee ontmoetingen kwamen evenwel niet tot stand. Uiteindelijk was er op 2 mei een ontmoeting van 20 minuten, meteen na het All-Japan tournament. Die minuten gingen snel voorbij. Ik kwam niet aan het belangrijkste punt toe. Ik wilde presenteren wat Europa en de rest van de wereld wilden zeggen over judo. Ik wilde ook mening zeggen over Kodokan-judo, omdat dat een sportjudo was geworden. Bijvoorbeeld de promotie van de dangraad. Als iemand judo als pure sport ziet, moeten die graden meer rationeel worden gegeven. De kampioen van een bepaald jaar zou 10e dan moeten krijgen en dan teruggaan vanaf dat punt. Dangraden zouden moeten worden gegeven aan de sterke judoka’s van het moment. Daarvoor moeten we dan bedenken of judo een soort sport is. Ja, judo heeft enkele componenten zoals een sport, maar de mentaliteit is een way of life. Ik focuste op "traditioneel judo" wat beoogt om een goed mens te worden door dagelijkse training. Daarover wilde ik praten. Maar Kano zei dat we opnieuw zouden spreken na de bijeenkomst van het IOC in juni en dat ik op zijn woorden moest vertrouwen. Ik werd wanhopig. Er wachtten echter dagen van intensieve training in Holland.

 

De Europese Kampioenschappen werden gehouden in Milaan, Italie. Nederlandse judoka’s wonnen de individuele- en teamwedstrijden en gingen met 12 bekers naar huis. Terug in Frankrijk wachtte ik op contact met de Kodokan. Ik wist dat ze op tournee waren in Europa, dus wachtte ik met verwachtingen. Hoewel ik door de Nederlandse Judo Federatie al had vernomen dat ze al terug waren naar Japan. Ik kreeg ook een vragenlijst. Ik beantwoordde de vragen, wilde wel gillen. Ik was woedend. Waarom zetten ze me voor het blok? Een Nederlander verklapte me de conversatie tussen het gezelschap van Kano en de mensen van de Kodokan in Europa. Ik betwijfelde hoe Japanse judoka’s zoiets konden zeggen. Men zei dat als de Nederlandse Judo Federatie doorging met Michigami als trainingsleider te houden, de Kodokan geen steun meer zou geven, omdat Michigami geen licentie zou hebben. Men zei ook dat de Kodokan een goede adviseur als Kaminaga (5e Dan) zouden sturen als vervanger. De vragenlijst informeerde of dat waar was. Ik antwoordde eerlijk en zorgvuldig. Ik voegde toe dat ik klaar was om alle banden met de Kodokan te verbreken en alles zou doen voor de vooruitgang van het Nederlands judo. Een bestuurder gaf me een schouderklopje en zei dat de Nederlandse Judo Federatie sowieso nooit iets had gehad van support vanuit de Kodokan. Ik was gered door deze woorden. Ik heb die conversatie op band bewaard.

 

Ik was nu vastbesloten om een Nederlands judoka de Wereldkampioenschappen te laten winnen, tegen elke prijs. Dat was de manier om mijn respect en dankbaarheid te tonen ten overstaan van het Japanse judo. Ik meende ook dat het beste was voor de toekomst van het judo. Gelukkig begrepen Geesink en de Nederlandse bondsbestuurders de situatie. Ze zeiden dat ze niets hoefden te leren van de Kodokan. Alles wat ze van Japan wilden leren was de weg van de samurai die was bewaard bij de politie. [lees: de Butokukai. M.]. Ze waren klaar om te winnen en wraak te nemen op de Kodokan. De training ging door in Bordeaux en Holland tot eind November. De tijd verstreek snel en de Wereldkampioenschappen begonnen 2 februari 1961. Die morgen bleef ik in bed en keek terug op de laatste 8 jaar. Ik besloot ook om me terug te trekken uit de judowereld als de Nederlandse judoka’s niet zouden winnen. Plotseling ging de telefoon. Geesink sprak met een stem vol angst. Kaminaga (5e Dan) zou ook meedoen. Geesink ging verder en zei dat hij hem zou tegenkomen in de 3e ronde, en dat de Japanners geen gevoel voor hoffelijkheid hadden. Geesink’s klachten gingen maar door en ik zei hem dat hij rustig moest blijven tot ik naar zijn kamer zou komen. Ik vertelde hem dat een kampioen klaar moest zijn voor elke uitdaging en dat ik teleurgesteld was in zijn houding. Zelfs als hij anders had gewonnen, zou men kunnen zeggen: "Wat als Kaminaga had meegedaan?"

Ik voelde de tranen stromen toen ik zo sprak. Ik vertelde hem over de dag waarop een Japanse judoka kwam en zei dat Kaminaga weer zou winnen dit jaar. Omdat ze Geesink’s echte kracht niet kenden, was er geen probleem. Ik besloot dat hij in staat zou zijn om van iedereen te winnen, of het Kaminaga was of een duivel. Geesink beloofde te winnen, en vroeg me om hem terzijde te staan op de dag, om hem te steunen.

 

De resultaten hoef ik niet hier te beschrijven Zoals je weet, werd hij kampioen door drie sterke Japanse judoka’s te verslaan. Net voor de finale riep Geesink me op het podium te komen als hij zou winnen, om me te bedanken. In al die 25 jaar had ik nooit een dankbaar woord gehad van een leerling. Ik had wel kunnen schreeuwen van geluk. Na 7 minuten en 50 seconden van de finale, werd Geesink de sterkste judoka van de wereld. De bel van de 30 seconden osaekomi ging en mijn lichaam werd het podium opgeduwd door de Nederlandse supporters. Geesink kwam en ik had de eer om de handen te schudden met de nummer-een-judoka van de wereld. Ik kon niets zeggen. Ik had niets te zeggen. Het genot van te winnen na al die jaren vechten was mijn geluk.

 

Alles kwam ten einde en alles begon weer. Na het gevecht… wat waren de reacties van het moederland van het judo? Velen bekritiseerden Geesink’s tegenstanders bijvoorbeeld voor het verlies in een houdgreep die niet eens een kesagatame was. De greep was echter een munegatame, één van Geesink’s beste grepen. De echte kritiek kwam echter op degenen die het buitenlands judo, speciaal dat van Geesink niet serieus hadden genomen. Velen zeiden weer dat kracht de techniek had overwonnen en dat ze alleen van Geesink hadden verloren. Deze woorden zouden niet hebben mogen komen van de leiders uit het land van de samurai.

 

Een ander probleem kwam nu op. Geesink had me gevraagd of hij een dangraad erbij zou krijgen als hij zou winnen. Hoewel ik deze vraag wilde vermijden, wist ik dat ik dit zou moeten verhelderen. Velen kwamen me zeggen dat Geesink de 6e Dan zou moeten krijgen. Ik zei dat we het zouden vragen aan het hoofd van de Kodokan, die ook de voorzitter was van de International Judo Federation. De vraag om een ontmoeting met Kano werd echter verworpen. Ik deed dus mijn best. Ik had de kans om met Kano te spreken op een receptie. Ik deed 20 minuten mijn best om hem te overtuigen. Alles wat hij zei, was dat het moeilijk lag. Ik wil de mensen van mijn land niet bekritiseren noch het systeem van dan-promotie, maar ik zie echter geen probleem om de 6e Dan aan Geesink te geven omdat hij wereldkampioen is. In feite is het veel erger om Geesink niets te geven. Als de technisch directeur had ik de verantwoordelijkheid om de federatie te adviseren. Ik zei hen dat het geen verschil zou maken om Geesink zelf een 6e dan te geven, in plaats van die van Japan te verwachten. Zo werd Geesink 6e Dan. Het was de beslissing van de Nederlandse Judo Federatie. Er werd daarna besloten in de eerste internationale bijeenkomst dat de Dangraden van elk land zouden worden erkend en dat het dwaas zou zijn als een dangraad van de Kodokan de enige zou zijn die internationaal wordt aanvaard.

 

Ik heb hier neergeschreven wat ik heb ervaren en wat ik zag en hoorde, Ik ben bang dat ik misschien iets niet goed heb beschreven. Maar de richting van het Japanse judo laat niet toe dat ik dit niet opschrijf. Er is geen tijd meer om het judo rustig te laten slapen onder het mom van traditie. Is er niemand anders in de International Judo Federation, zoals ik hoor dat die in de Kodokan is? Er moet toch iemand anders zijn dan de favoriet van het hoofd [van de Kodokan]. De overwinning van Bonemori in de bestuursverkiezing is een teken dat Japan meer moet doen dan te vertrouwen op alleen maar verwante politici die dichtbij het hoofd van de Kodokan staan. Dit is de moeilijke situatie waarin het Japanse judo nu verkeert.

En nu, is het niet overdreven om te zeggen dat de hedendaagse kracht van het internationale judo wordt vertegenwoordigd door Bonemori. Voor de sterke en snelle beweging in de wereld, betekent "traditie" helemaal niets..

 


 

 

"Spirit" is het belangrijkste deel van een judoka. Michigami is bezorgd dat dit vandaag de dag wordt vergeten.

 

Vooral in Europa, zijn er die een houding, pose aannemen als ze winnen. Ik accepteer dat niet van een van mijn leerlingen. Ik zie het zelfs op het All Japan Tournament. Deze trend is heel erg verkeerd. In het verleden moesten we respect tonen tegenover de tegenstander, door hem te zeggen dat hij succesvol zal zijn in de toekomst.

Om overzee les te geven, heb ik "shin-gi-tai"(spirit, techniek, fysiek) als thema gebruikt. Men moet door pijn de techniek verbeteren. Gedurende dit proces zal het lichaam gevormd worden, en hij zal beseffen welke bewegingen efficient zijn. Het zal tot gevolg hebben dat hij zelfvertrouwen ontwikkelt en een goed mens zal worden.

Ik heb een leerling die niet wil deelnemen aan internationale competities zelfs ondanks dat hij de Franse kampioen is. Hij is ook niet geinteresseerd in dan-promoties. Hij heeft de techniek van een 8e dan maar hij is maar 3e dan. Ik geloof dat het doel van judo niet is om de Olympische Spelen te winnen of medailles te winnen. Train jezelf en geef aan anderen. Dat is de ware bushido spirit.

 

 

naar boven


 

 

Teksten van Kyuzo Mifune

 

 

 

Kyuzo Mifune was als leerling van Jigoro Kano niet alleen geniaal in judotechniek, maar ook in het helder maken van de leer over judo. Kano kan als echte professor nogal eens in herhaling vallen, terwijl Mifune vaak beter bij de les blijft. Bovendien is Mifune minder gefocusd op educatie, en meer op het spirituele element. Mitesco houdt daar wel van. Daarom enkele mooie teksten van deze "tweede meester"... ofschoon ook Mifune gelooft in de kracht van eindeloze herhaling van dezelfde principes.

 

 

 

1. Regels van de Dojo

 

Om een techniek echt te beheersen, moet je eerst een geestelijke cultuur hebben.

Om een techniek te verwerven moet je een zorgvuldige, bescheiden, niet-gemene, vrije en oplettende geest hebben.

Met andere woorden: een speler moet zijn uiterste best doen en niets minder.

Laat geen valsheid toe in je geest.

Weerzin of bedrog leiden niet tot de innerlijke harmonie die je nodig hebt voor judo-oefening.

Verlies het zelfvertrouwen niet.

Leer om te handelen als mens uit één stuk, zonder aarzeling. Heb eerbied voor de judo-oefening, en houd je geest wakker.

Houd je balans.

Je zwaartepunt volgt de beweging van je lichaam. Het zwaartepunt is is het belangrijkste om stabiel te blijven. Als dat weg is, is je lichaam van nature uit balans. Dus, focus je geest zodat je lichaam altijd in balans blijft..

Benut je kracht efficient.

Minimaliseer het gebruik van je kracht door de snelste beweging van je lichaam. Besef dat wat men stilstand en beweging noemt niets anders is dan een eindeloos herhalen van hetzelfde proces.

Blijft continu trainen.

judo leren is niet iets wat je snel onder de knie hebt. Aangezien vaardigheid afhangt van geestelijke en lichamelijke toepassingen, is continue training noodzakelijk.

Blijf nederig.

Als je egocentrisch wordt, bouw je een muur om je heen en zul je je vrijheid verliezen. Als je je klein houdt in de voorbereiding van een gebeurtenis, zul je zeker beter in staat zijn om een oordeel te vellen en het te begrijpen. In een wedstrijd zul je in staat zijn om het zwakke punt bij de ander te ontdekken en hem/haar snel controleren.

 

 

2. De principes van judo

 

Twee sleutelbegrippen

 

In de eerste fase van zijn ontwikkeling was judo alleen een manier om een tegenstander te werpen. Er waren ook fasen waarin lichamelijke discipline werd benadrukt. Het streven naar waarheid, lag echter in de vraag: welk niveau van judo is mogelijk in het menselijk leven?

Het is moeilijk om de betekenis van judo simpel uit te leggen. Het heeft een rijke en diverse doelstelling, en zijn waarde kent meerdere facetten. Het meest fundamentele aspect is de vereniging van geest en lichaam. Met andere woorden, judo brengt het geestelijke element tot eenheid en harmonie. De term 'geestelijk' mag daarbij zowel filosofisch als religieus worden vertaald, maar de geest van judo is met name verweven met deugd en moraal. Daar komt natuurlijk ook de techniek bij. De essentie van deugd is een uitgebalanceerde geest en vorm, waarbij immorele zaken en oneerlijkheid niet passen; zij worden veroorzaakt door het verlies van die balans. Als consequentie daarvan is het duidelijk dat het normaal is voor de geest en in overeenstemming met deze essentie, om te bewegen met lichtheid, veelzijdigheid en zonder obstakels. 'Ju' is natuurlijk en vrij, zonder starheid en hardheid, en daarom is het ook niet te meten of te pakken. Het is ook daarom dat iemand die iets doet wat tegen deze essentie is, niet deugdzaam is, en gemakkelijk overwonnen kan worden door iemand die wel in harmonie is met 'ju'. Het is simplistisch om te geloven dat judo een eindstation is, dat kan worden bereikt met louter spierkracht. In feite is het een uitdrukking van wijsheid; zijn principes zijn nauw verbonden met de groei van samenwerking in iedere samenleving en voor de wereld om zich te ontwikkelen naar vrede. Het staat geen enkele immoraliteit toe.

Het grote ideaal van de judospirit zit in zijn zuivere en sterke karakter. Het kan niet bereikt worden door alleen academische theorie, maar wel door de weg te bestuderen en vooral door voortdurende onzelfzuchtige training, of het nu in een snikhete zomer is, of in een ijskoude winter. Training wordt alleen volgehouden met een geest van hard werken, doorzettingsvermogen en bescheidenheid.

De geest van judo moet zuiver zijn. Als oudere leraren een uitmuntende techniek hebben, maar ook liefde en respect, zal dat jongere studenten inspireren om hun eigen karakter tot volmaaktheid te brengen. Het laat hen begrijpen dat geestelijke en lichamelijke oefening altijd samengaan. Training van judotechniek geeft een sterk lichaam, dat vrij en gemakkelijk kan bewegen. Maar ook geeft het inzicht om de rechte weg te volgen en kennis van geest en lichaam. Echt judo kan het geloof van de persoon aanvullen, waarin gestreefd wordt naar waarheid, goedheid en schoonheid.

 

De sleutel om judo te leren

 

Jūjūtsu en judo zijn verschillend, qua naam en concept. De term jūjūtsu was al in gebruik sinds lang. (...) Jitsu geeft al aan dat techniek het belangrijkste principe was. Dat wil zeggen: de studie hoe je een tegenstander kunt doden, hoe je de energie van zijn aanval kunt verminderen, hoe je te verdedigen, en hoe een gevecht te winnen. Die studies werden met name in de Edo-periode ontwikkeld, toen militaire kunsten belangrijk waren en de meeste jūjūtsu-stijlen werden gesticht. Trainings- en overmeesteringstechniek hebben natuurlijk grote betekenis, en dat is ook waar voor judo. Iemand kan een vaardigheid niet in enkele dagen leren, maar men moet ijveren om een flinke oefen- en studiepraktijk op te bouwen.

Een belangrijk keerpunt voor judo was het moment waarop meester Kano judo ontwikkelde, van de techniek (jitsu) naar de weg (do). Bij judo moet iemand niet helemaal op techniek concentreren, maar in plaats daarvan moraliteit in zijn training opnemen. Daarin ligt een pad van voortgang besloten: van techniek naar principe. Techniekstudie moet altijd beginnen met het aanleren van vaardigheden. Maar als dat in het dagelijks leven gestalte krijgt, samen met de geest en de weg van judo, wordt het belang van judo pas duidelijk.

Als de student gelooft in de ethiek van judo, moet hij zijn leven op dezelfde manier inrichten. Als hij evenwel arrogant is, of ongedisciplineerd in zijn training, zal hij de ernstige consequenties voelen. Zelfs een effectieve techniek, bereikt door louter kracht, zal snel overweldigd worden door een techniek die in harmonie is met de judoprincipes.

Het is verkeerd om te denken dat de studie van techniek alleen van toepassing zou zijn op judo. Oppervlakkig gezien lijkt judo een lichamelijk gevecht, waarbij elkaars krachten gemeten worden. In werkelijkheid is het echter de uitdrukking van de geestelijke energie van beide deelnemers, die de lichamelijke kracht opwekt. [vgl. wat eerder door Mitesco gezegd is over ki en seiryoku] Op elk moment moet je de principes van waarheid actualiseren en verenigen met de fysieke wetten van de beweging. Daarom, als iemand alleen wint door kracht en krachtpatserij, moet dat als incompleet en opgeblazen worden beschouwd.

Voortgang in judo is onbeperkt, en de volmaaktheid en vervulling van een techniek zijn onbegrensd. Er zijn soms ongeduldige studenten die proberen om sneller een techniek te leren, door hun training te forceren. Dat is hetzelfde als je leven willen voltooien in een ademtocht. De ware student moet volharden met langzame, maar consistente oefening dat voert tot het totaalverstaan van de ware judoprincipes.

De student kan ook worden geïntimideerd door de kracht of technische kunsten van de tegenstander. Dat zal er toe leiden dat hij zijn geest en lichaam verhardt. De student moet echter de tegenstander noch onderschatten, noch vrezen, maar integendeel kalm en met een open geest vechten en zijn best doen. Deze mentale houding is de sleutel tot volmaaktheid in judo, en is ook waar voor iedere andere vorm van kunst of levensvervulling.

 

Verstand in harmonie met de natuur

 

De basis van judo is dat je correctheid uitdrukt met het verstand. Het is nodig dat het verstand de handeling begeleidt. Beide elementen hangen onlosmakelijk met elkaar samen. De afwezigheid van eenheid tussen geest en lichaam kan menselijke handelingen verpesten, en de medemens schade berokkenen. Door geest en lichaam te verenigen, kan het verstand zich op een natuurlijke manier in een handeling uitdrukken.

Het planetenstelsel wordt bestuurd door de wetten van het heelal, en deze wetten zijn natuurlijk en waar. Logischerwijze kan gezegd worden dat alle waarheid natuurlijk is. Ik geloof dat judo, in zijn zoektocht naar waarheid, in harmonie is met de natuur. Omdat de judofundamenten gebaseerd zijn op de natuurwet, en judo wordt beoefend door mensen die nadenken, oordelen en handelen; met andere woorden: judo wordt vergezeld door een handeling. Het belangrijk om te onthouden dat judotechniek niet in de eerste plaats de kunst van het vechten is, aangezien judo's zuiverheid gebaseerd is op waarheid. Techniek is de zuiverste handeling in judo, en is om die reden de uitdrukking van waarheid en perfectie.

Technieken kunnen niet gemakkelijk worden verstaan, en de enige manier om ze te bereiken, is door oprechtheid. Als een student technieken oefent zonder oprechtheid, is hij een dwaas. Zo ook: als hij er op uit is om zijn tegenstander te verslaan op een oneerlijke manier, is hij een lafaard. Dit is ook van toepassing op iemand in de samenleving. Als lid van een samenleving moet iedereen altijd handelen met het 'algemeen welzijn' als doel in gedachte. Daaraan bij te dragen zal de mens geluk en waardigheid schenken. Als iemand die coöperatieve geest niet heeft, en zich alleen concentreert op persoonlijk succes en anderen niet ziet staan, zal hij hard en obstinaat worden. judo is, net als de samenleving, onverenigbaar met zulk onrecht.

In een judowedstrijd moeten beide partijen eerlijk en vastbesloten vechten, al hun kracht gebruiken - en dat zal de judoprincipes perfect uitdrukken. Zij moeten de wedstrijd beëindigen in wederzijds respect en met goede zin. Dat zal uiteindelijk leiden tot het voornaamste doel van judo - het zal de toeschouwers inspireren en hen aansporen tot verbetering van de samenleving. De judoprincipes strekken zich uit tot- en worden vervuld in het algemeen welzijn van een vreedzame en gelukkige samenleving.

judo is gebaseerd op een deugdzame filosofie, die onderscheid maakt tussen goed en kwaad. Het is dus aanmerkelijk meer dan alleen een manier van vechten. Het is de overgang van jitsu naar do - dat is judo's weg van verlichting.

 

judo is een uitdrukking van waarheid

 

Als we uitleggen wat judo is, zeggen we dat "zachtheid hardheid overwint." judo geeft je de vrijheid om te bewegen in een flexibele lichaamshouding en een vrije geest die door niets of niemand wordt gehinderd.  Daarom kun je in elke gevaarlijke situatie meteen reageren om het gevaar te vermijden met een brede waaier aan bewegingen, aangepast aan tijd en omstandigheden.

Bij judo wint iemand op een natuurlijke manier, door de energie van de tegenstander te neutraliseren zonder onnodige kracht, in plaats van te winnen door zijn eigen energie ten toon te spreiden. Dat is de beste manier om je energie te gebruiken - de beste resultaten met de minste inspanning. Daarom is het mogelijk om een tegenstander te verslaan met de minste lichamelijke energie. Het is als het onkruid dat wordt verpletterd door de zware rots. Het zal opnieuw opkomen als er licht, zonneschijn en water bijkomt. De rots daarentegen, zal daardoor eroderen en verslijten. Leven is een sterke kracht die prima groeit in zachtmoedige omstandigheden. Dat kan ook worden toegepast op het hele menselijk bestaan. Als het aan spanning wordt blootgesteld, is ju een grotere kracht dan hardvochtigheid wanneer het kan buigen om de stress tegemoet te komen.

Natuurlijk zijn sommige mensen sterker dan anderen. Als natuurlijke kracht echter rigide wordt, zal het ontbreken aan aanpassingsvermogen en flexibiliteit, en onnatuurlijk worden. Het kan dan gemakkelijk overwonnen worden, omdat het zwaartepunt uit balans kan worden gebracht door een zwakkere kracht. Het laat maar zien dat kracht alleen niet genoeg is. In feite is het veel logischer dat een beweging die in harmonie is met de wetten van natuur en wetenschap een levenskracht in zich draagt die groeit en ontwikkelt. Om zo'n levenskracht te bezitten, moet iemand eerst op een rustige manier klaar zien te komen met situaties en zich niet van de wijs laten brengen - alleen dan komt iemand tot inzicht.

Bij Kodokan judo wordt het gezegde "goed gebruik van energie is van onschatbare waarde" vaak gebruikt. Het beste gebruik van je energie betekent: het grootste resultaat met zo min mogelijk krachtsinspanning, en zonder onnodige bewegingen. We moeten altijd onthouden dat het niet waardig is, om alleen te winnen door de kracht van de tegenstander tegen te werken, maar veel meer door de kracht van de ander tegen hem te gebruiken. Het echte doel van judo is niet alleen de overwinning, maar het belichamen van de waarheid die in judo ligt besloten - om de levende wetten van beweging te beheersen en te tonen, toegepast op de spontante beweging van het lichaam van de tegenstander.

 

De essentie van judo-oefening.

 

De essentie van judo is: bewaar je centrale zwaartepunt. Als iets valt is dat altijd omdat het zijn zwaartepunt verloren heeft. We kunnen daarom zeggen dat alles wat zijn balans verliest, gemakkelijk instabiel is. Bijvoorbeeld, in tachiwaza moeten we zeggen dat het belangrijkste is, hoe iemand zijn balans vasthoudt, terwijl de ander zijn balans verliest. Als je die waza verder analyseert, kun je zeggen dat er een centraal punt is in de vorm van twee mensen die vechten. De wezenlijke bewegingen worden geschapen door de beide personen die dat punt verdedigen. Een roterende beweging met het middelpunt op een horizontaal vlak vormt een cirkel. Als je dat drie-dimensionaal bekijkt krijg je de vorm van een bol. De zuiverste natuurlijke vorm is een bol - en zo is het ook in de geest: de juiste ronde vorm is vaak synoniem met uitmuntendheid.

Alles in de natuur en het heelal probeert balans en stabiliteit vast te houden. Dat is ook waar voor menselijke wezens. Mensen zijn voortdurend in verandering gedurende hun leven. Van alle levende wezens hebben ze de hoogste coginitieve mogelijkheden, en ze zijn in staat om beslissingen te nemen en voor zichzelf te kiezen. Ze bezitten verbluffende talenten en ze moeten zonder uitzondering blijven zoeken om stabiliteit te verwerven,zowel in hun mentale als fysieke leefwereld.

Vaste objecten bezitten een natuurlijk zwaartepunt, wat ze nodig hebben voor hun stabiliteit. De oorsprong van waarachtig karakter en instinct komt voort uit dit concept. Om die reden moeten mensen die zich bewegen in een veranderende mentale en fysieke wereld, zichzelf voortdurend trainen om hun zwaartepunt niet te verliezen, wat ze eigenlijk instinctief zouden moeten kunnen vinden.

judo is de meest geschikte oefening om dit type training te doen. Zijn volmaaktheid is gelegen in het vinden van stabiliteit die zich vlug kan aanpassen aan verandering, en een geest te gebruiken die zowel zuiver als intelligent is, geïntegreerd in een lichaam dat soepel en vrij beweegt. Het moet allemaal natuurlijk gebeuren. Balans en zwaartepunt worden gevormd op het moment dat een wedstrijd begint. Vanaf dat punt moet de kunst van stabiliteit en het vasthouden van balans worden toegepast.

Een goede judoka zal zich zeer bewust zijn van al deze punten en nooit zijn eigen wedstrijd van tevoren plannen. In plaats daarvan moet zijn geest als een gepoetste spiegel zijn. Dat zal hem helpen om accuraat te voorzien wat er gaat gebeuren. Hij zal de lichamelijke beweeglijkheid hebben om aan elke verandering direct het hoofd te kunnen bieden. Deze combinatie van mentale instelling en handeling wordt koraisei (oude rust) genoemd en do (handeling). Het kan ook ju go (zacht en sterk) worden genoemd. Of ook in yo (positief en negatief)

Bij judo zal een goede tegenstander meteen in de gaten hebben dat iemand een techniek van tevoren heeft gepland, en die overwinnen. Dat gebeurt omdat de geest zo gefixeerd is op iets dat de vrijheid van beweging en handeling erdoor worden gehinderd. Het is prima om te proberen te zien wat de tegenstander van plan is en op die manier op voordeel te komen. Dat betekent niet dat je de tegenstander snel moet zien te raken, maar meer dat je het juiste moment kiest om als eerste te handelen. Dat zal het gewenste resultaat hebben!

Een egocentrische mentaliteit is nooit aanvaardbaar. De meeste dingen in de natuur houden hun evenwicht onbewust, zoals eerder aangegeven. We moeten begrijpen dat op het moment dat ze in het bestaan werden geroepen, ze hun eigen natuurlijk leven hebben. Nu, je weet dat de kihon (fundamentele dingen) van de judo-oefeningen en -geheimen in harmonie zijn met de waarheid van het leven dat zich ontwikkelt in het grotere zijn dat het heelal beheerst.

 

The Canon of Judo: Classic Teachings on Principles and Techniques. Door Kyuzo Mifune. (vertaling Françoise White) Kodansha 2004, p.22-27.

 

 

Kyuzo Mifune

3. Song of Judo

by Kyuzo Mifune
(written in 1952, published for the 1964 Olympics)

In time of practice, without distraction,
Light in heart and light in limb,
Let us endeavor with full attention,
To concentrate our mind within.
This is the genuine way of Judo,
This is the genuine way of Judo.

Trained through practice to perfection,
Skilled in the art to rise and fall,
Let us enter the way of salvation,
Freely moving about like a ball.
This is the genuine way of Judo,
This is the genuine way of Judo.

The way of Judo knows no bound,
The mild of heart no enmity,
Let us, all nations hand in hand,
Build the ideal of amity.
This is the genuine way of Judo,
This is the genuine way of Judo.


http://judoinfo.com/judopoems.htm

 

 

 

naar boven

 

 

 


 

 

 

 

klik om te reageren

op mitesco 

       

Dese site is geoptimailseerd voor gebruik

door MS IE7 of Mozilla Firefox 2.x

Resolutie 1024x728 pixels.

© MITESCO.NL   2008-2009

Alle rechten voorbehouden.