website metrics

 

  Menu

 

  Waarom?

 

  Geschiedenis

  indeling:

   Kano

   Kodokan

   Butokukai

   Judolegenden

   Nederlands judo

 

  Mind over Muscle

 

  Seiryoku Zenyo

  toepassingen:

     deugd

     orde

     strategie

     beheersing

     volharding

     kuzushi

    

  Jita Kyoei

  toepassingen:

     opvoeding

     respect        

     beschaving

     sportiviteit

     de 'dō'

     

  Judo-praktijk

  indeling:

     sport ?

     kata

     kumi-kata

     shiai

     arbitrage

     kinderjudo

     studie

     herbronning

 

  Koppelingen

 

  E-Cards

 

 

 

 

 

   

 

Jigoro Kano - judo in eigen persoon

 

 

1. Jigoro Kano (嘉納 治五郎) (1860-1938) grondlegger van het judo en een waardig mens

 

Iedere beweging heeft zo zijn helden. judo heeft veel, zo niet alles te danken aan Jigoro Kano. Hij werd geboren op 28 oktober 1860, in Mikage, als derde zoon van Jirosaku Kano, handelaar in scheepvaartmaterialen voor het Tokugawa Shogunaat. In zijn jeugd was hij lichamelijk zwak. Toen hij 16 jaar oud was, begon hij aan de diverse jūjūtsu-scholen te studeren en deed hij aan baseball, roeien, turnen en andere sporten. Een ingebakken lichamelijke lenigheid, vergezeld van een een alerte en geïnteresseerde geest, zorgden ervoor dat hij uitblonk in athletische oefeningen.

Hij studeerde politicologie en literatuur aan de de Keizerlijke Universiteit in Tokyo, op dat moment de enige universiteit in Japan. Universitaire graden waren zeldzaam in die tijd, en toen Kano afstudeerde behoorde hij meteen tot een selecte elite. Hoewel hij niet aan meedeed aan dat wereldje. De meeste afgestudeerden hielden van gouden horloges, brilletjes met gouden randen en andere luxe. Jigoro Kano niet. Hij studeerde af in 1881 en meteen investeerde hij bijna al zijn energie in het judo. Hij ging eenvoudig gekleed en had geen tijd om gek te doen in kleding of gedrag. Men zei wel van hem:  'Kano mag dan wel niet gek zijn, maar hij is zeker origineel'.

 

Hachinosuke Fukuda, een leraar van de Tenjin-Shinyo school, was een van de eerste leraren van de jonge Kano. (...) Een van Fukuda's beste leerlingen, Fukushima, een man van 80 kilo, vond het leuk om Kano, die maar 48 kilo woog, over de mat te smijten. Kano was vastbesloten om aan deze terreur een einde te maken. Hij had ook in het geheim Europees worstelen en Japans Sumo gestudeerd, combineerde enkele elementen daarmee, en op een dag paste hij wat we vandaag de dag een kataguruma (schouder-wiel) zouden noemen op zijn verbaasde tegenstander toe. Terwijl hij zijn balans in de heup kon bewaren, had hij al snel een goshi (heup) techniek waarmee hij de mat schoonveegde. Niet tevreden met wat hij had uitgewerkt, voegde hij elementen toe, en systematiseerde ze. Hij introduceerde beenbewegingen die nog niet bekend waren in het jūjūtsu. Na 1900, ten gevolge van de nederlagen  die de Kodokan-judoka leden tegenover de leerlingen van Tanabe in katame-waza (grondtechnieken), ging hij zich toeleggen op die specifieke gevechtstechnieken. Voordien had hij vooral nadruk gelegd op tachi-waza (staande technieken). Nu kregen beide aandacht van hem.

Hij begon zijn eerste dojo [de Kodokan] in 1882 in de Eishoji Tempel. In zijn pogingen om de ontelbare jūjūtsu-methoden te systematiseren tot een werkbare sport, liep hij ook tegen het ongenoegen aan van de mensen die meenden dat die overblijfselen van het vergane politiek-sociale systeem maar snel moesten worden vergeten. Hoewel Kano een modernist was, geloofde hij dat oude tradities hun betekenis hielden, functioneel waren, en gebruikt moesten worden in een nieuwe tijd, in plaats van ze te vernietigen. Maar het algemene gevoel tegenover de gevechtskunsten in de overgangsperiode, werd verwoord in een opmerking van Kanos beschermheer, de leider van de Eishoji Tempel: 'Meneer Kano is een mens met een groot en ontwikkeld karakter. Het enige minpunt in hem is zijn voorliefde voor jūjūtsu'.

In de eerste jaren waarin het Kodokan-judo zich ontwikkelde ten koste van het jūjūtsu, ging Kano verder op het gebied van de opvoeding. Hij was leraar op verschillende scholen en colleges en werd benoemd tot hoofd van de hogere middelbare school in Tokyo. In 1889 reisde hij voor het eerst naar Europa als diplomaat van het Keizerlijke Ministerie van Opvoeding en vertegenwoordigde het Ministerie van Nationale Opvoeding naar China in 1902 en 1905. Met zo'n bliksemcarrière in overheidsdienst en de enorme inspanning die dat met zich meebracht, was het een wonder dat hij nog wat kon bereiken met het judo. Het feit dat hij in staat was om het judo uit te vinden, het te verspreiden, te stimuleren en te ontwikkelen, samen met al zijn taken als opvoeder, bevestigt dat hij een sterke persoon was, lichamelijk en geestelijk.

Kano had grote organisatorische talenten. Hij bouwde een netwerk van eersteklas judoka rondom zich heen, spoorde de jūjūtsu-meesters aan om zijn methoden over te nemen, en door zijn sterke en waardige persoonlijke voorbeeld zag hij de beweging groeien. Zijn idee over opvoeding was niet alleen 'leren', maar ook invloed hebben, wat zoveel betekent als: een goed voorbeeld zijn. Zijn eerste leerlingen, Yamashita, Isogai, Yokoyama, Saigo, Suzuki, Nagaoka, Mifune, en Tomita, konden zich met hem meten en verspreidden zijn leer en voorbeeld over heel Japan.

Als judoleraar schijnt hij heel menselijk te zijn geweest, hoewel iemand ook eens heeft geschreven dat hij een strenge meester was die door de dojo (club) liep, en die iedereen die niks deed aanspoorde om op te staan en actief te gaan trainen. Een andere student merkte op dat hij zich scherp herinnerde dat de klas soms heel druk en chaotisch was, en dat de sensei (leraar) vaak moeite had om ze stil te krijgen.

judo ontwikkelde zich steeds meer en de tijd brak aan dat de studenten niet langer tegen hun ouders vertelden dat ze naar meester Kano's "literatuur klas" gingen (een bekend smoesje) maar de waarheid vertelden. Kort na 1900 werd judo een onderdeel van de lichamelijke opvoeding aan alle middelbare scholen en colleges.

Kano reisde na 1909 intensief naar Europa en Amerika. In 1911 werd hij voorzitter van de Japanse Maatschappij voor Lichamelijke Opvoeding en in het jaar daarop nam hij twee sporters mee naar de vijfde Olympische Spelen in Stockholm. Hij maakte acht reizen als lid van het Internationaal Olympisch Comité en hij vergeleek de idealen van het judo altijd met die van de Olympische Spelen. Hij stuurde Yamashita in 1902 naar Amerika om daar ook het judo te leren en andere leerlingen naar Europa.

Er zijn veel verhalen verteld over de manier waarop Kano judo toepaste. Er is er niet één waarin men kan beweren dat hij het judo verkeerd gebruikte. In 1889 was hij aan boord van een Franse stoomboot op de Indische Oceaan, waar hij een Russische kleerkast die hem uitdaagde, met gemak wist te werpen. Hij hield de nek van de Rus vast, voor diens lichaam op het dek terechtkwam, en beschermde hem voor letsel. Gedurende de rest van de reis was de Rus zijn meest gewillige leerling. Een andere keer beweerde een Engelsman dat judo wel een zekere waarde zou hebben, maar dat het niet zou werken tegenover een bokser. De Engelsman nam een bokshouding aan. Kano gooide een zakdoek in het gezicht van de man en in dezelfde beweging verstoorde hij diens balans, voerde de tsukuri van de ukigoshi uit en liet hem los zonder hem te werpen - waardoor de man gewond zou zijn geraakt. In alle demonstraties waar ook ter wereld ontmoette hij allerlei mensen die probeerden hem te dwarsbomen. Iemand moest bijvoorbeeld uke zijn in een demonstratie van wurgtechnieken. Op het podium voelde hij zich stoer en begon de kleine Kano te plagen. We zullen maar niet vertellen wat er verder gebeurde...

Naast al zijn officiele verplichtingen als opvoeder en zijn promotiewerk voor de Japanse sport, was Kano ook een filosoof. Hij geloofde dat twee principes alles bepalend waren voor het judo: (1) Seiryoku zenyo, maximale efficiency met minimum inspanning, en (2) jita kyoei, wederzijds ondersteuning en voorspoed. Door efficient en hulpvaardig te zijn, geloofde hij dat iemand niet alleen een betere sporter zou worden, maar ook een perfectere mens. Dat was de basis van zijn leer. (...)

Hij werd een trieste mens in de jaren 30 toen in Japan het militarisme opkwam. Hij trok het judo en zijn Olympische taken als een jas rond zich heen. Hij verlangde vurig naar internationale vriendschap zoals die in de Olympische Spelen werd uitgedrukt. (...) Hij stierf op volle zee in mei 1938, aan boord van de Hikawa Maru terwijl hij terugkeerde van de vergadering van van het Internationaal Olympisch Comité in Cairo. Hij was echt een veelzijdig man: een opvoeder, een vechter, een filosoof - maar ook altijd een gentleman. Hij belichaamde wat Jeffrey Farnol zei: 'een gentleman is iemand die geboren wordt met de goddelijke capaciteit om te denken en te voelen voor anderen, ongeacht hun status of positie... iemand die zulke prachtige idealen bezit, zo'n gevoeldige geest, dat het hem verheft boven alles wat minderwaardig en banaal is, die zijn handen uitsteekt om degenen die gevallen zijn, weer op te richten - ongeacht hoe diep ze zijn gevallen.'
 


Deze korte biografie van Dr. Jigoro Kano, de grondlegger van het judo; is ontleend aan: R.W.Smith: Creator of judo, Gentleman. In: door R.W. Smith: 'A Complete Guide To judo: Its Story and Practice.' Rutland and Tokyo: Charles E. Tuttle, 1958, pagina 21-25.

 

 

Voor de algemene geschiedenis van Japan: klik hier voor een prima artikel uit Hajimé-magazine.

 

 

 

Jigoro Kano op YouTube

 


 

 

2. De drie niveau's van judo

 

We hebben nu vastgesteld wat de drie aspecten van judo zijn: training voor de verdediging tegen een aanval; cultivering van geest en lichaam, en je energie optimaal gebruiken.

We hebben ook vastgesteld dat het hoogste doel van judo is: de perfectie van de eigen persoon, met als hoogste doel de perfectie van de samenleving.

Om het duidelijk te maken:

  • We plaatsen het eerste - de training om je tegen een aanval te verdedigen, onderaan en we noemen dat: judo op het laagste niveau.

  • Laten we de training in cultivering, wat bijproducten zijn van de training voor de verdediging tegen een aanval, judo op midden-niveau noemen.

  • De studie hoe iemand zijn energie ten dienste kan stellen van de samenleving noemen we judo op het hoogste niveau.

Als we judo verdelen over deze drie niveau's, kunnen we zien dat het niet beperkt is tot de training voor het gevecht in de dojo, en zelfs als je je lichaam traint en je geest cultiveert, kun je niet bijdragen aan de samenleving als je niet een niveau hoger gaat. Het maakt niet uit wat voor een geweldig persoon je bent, hoe superieur je intelligentie, of hoe sterk je lichaam, als je doodgaat zonder iets bereikt te hebben, geldt het spreekwoord: "een schat die je niet hebt gebruikt, heb je weggegooid." Je kunt zeggen dat je jezelf hebt vervolmaakt, maar er kan niet gezegd worden dat je hebt bijgedragen aan de samenleving.

Ik benadruk dat allen die aan judo doen, erkennen dat het bestaat uit deze drie niveau's en om te trainen zonder het ene of andere aspect te verwaarlozen.

 

(Jigoro Kano: Mind over Muscle, p.94-95)

 

Jigoro Kano maakte een synthese van de doelen van het judo. Hij beschouwde dat als "de realisatie van de Weg om het menselijk en sociaal leven te begeleiden" Hij verbond dat vooral met de ethiek, tilde het uit boven het eerste niveau van de training voor aanval en verdediging. Dat wil zeggen, op de tweede en derde niveau's gaat het om :

  •   cultiveren van de moraal,

  •   verfijning van geestelijke ontwikkeling,

  •   toepassing van de leer over de judospirit op het dagelijkse leven.

Uit dat laatste punt blijkt: alles wat in de dojo wordt onderwezen en wat over judo wordt geleerd, houdt niet op met de training, maar pas een begin is. Het moet een deel worden van jezelf en op die manier ook onderdeel van de samenleving. Dat is judospirit in de geest van het Kodokan.

 

Wat betekent dat nou voor de judoka als mens, persoonlijk?

  1. Word een waardevol persoon
    Als mens moet je een levensdoel vaststellen en discipline brengen in je natuurlijke gaven en talenten. Mensen kunnen echter niet los van de samenleving bestaan. Je moet je eigen talenten ontwikkelen en in dienst stellen van de samenleving.

  2. Bepalen-beoordelen-inspannen
    Om een waardevol persoon te worden, moet je geloven in het doel om het beste in jezelf naar boven te halen, beoordelen hoe je dat doel gaat bereiken, en als dat gebeurd is: totaal er voor gaan en hard werken om op dat punt uit te komen.

  3. Seiryoku zenyo-toepassing
    Het juiste moment van bepaling, beoordeling en inspanning komt vanuit iemands kracht. Alle fenomenen van het heelal functioneren door die kracht. In vergelijking met andere levende wezens, hebben degenen met veel seiryoku een prachtig leven.

Dat vraagt een ordelijk, deugdelijk leven. (zie de onderdelen van het menu links) Daarom moet je er naar streven je te voeden met seiryoku. Om dat te bereiken moet je matig zijn met eten en drinken, oefenen en slapen, enzovoorts. Het is immers ook belangrijk hoe de seiryoku wordt gebruikt. Dat is belangrijk, niet alleen voor je eigen problemen, maar ook voor de samenleving en heel de natie.

 

Judo is het meest effectieve gebruik van lichaam en geest. judo-training is het oefenen van aanval en verdediging om je lichaam en geest te sterken, en zo kun je de essentie van judo realiseren. Daardoor word je geperfectioneerd en iemand die de samenleving dient. Dat is de ideale doelstelling van judo-training.

 

(uit de "Kodokan Judo Gaisetsu" (samenvatting van Kodokan Judo), 1915)

 

 

naar boven

 

 

 


 

 

Tekst van Jigoro Kano

 

 

 

Judo en spierkracht

 

Jigoro Kano sprak in een toespraak voor de Dai Nippon Kyoikukai de volgende woorden :

 

Randori / oefenwedstrijd is: twee personen zijn vrij aan het vechten, waarbij gevaarlijke methoden verboden zijn.

De eerste vorm van randori gaat vooral over nagawaza, en volgt zorgvuldig de voorschriften van judo. [Noot: Kano gebruikt hier eigenlijk nog het woord jūjūtsu]

De tweede vorm is ook bezig met nagewaza, maar in plaats van techniek wordt kracht toegepast.

Dan is er randori waarbij voornamelijk jime- en kansetsuwaza worden toegepast. In de vierde vorm van randori probeert men de partner te controleren, zodat hij niet meer bewegen kan.

Richten wij onze aandacht eerst op de eerste manier van randori. (Er volgt een demonstratie van die eerste methode). Deze methode is over het algemeen exact de methode die ik in het Kodokan onderwijs. Het enige verschil is, dat de elementen die – naar men aanneemt – gevaarlijk zijn, terzijde zijn geschoven of gesystematiseerd zijn.”

 

Om te verduidelijken hoe sterk het Kodokan judo anders was dan andere scholen (Ryu-ha) van het Koryu Jiu Jitsu, zegt Kano :

“Komen we bij de tweede methode aan. (Er volgt een demonstratie) Deze methode is wel voor het grootste deel een afwijking van de eerste methode. Voor de beginnelingen zijn de echte technieken in elk geval te moeilijk. Daarom kunnen mensen, die van nature sterk zijn, ook met meer of minder moeilijke technieken, alleen door de inzet van spierkracht de overwinning behalen. Als de beginneling bij deze methode niet streng in de hand wordt gehouden, gaat hij wennen aan een training waarbij hij de worpen niet aanleert, en alleen nog onnodige kracht inzet. U ziet dat men bij deze methode zijn kracht kan vormen, maar volgens de wetten van het echte judo kan men dit niet als training betitelen.”

 

(Rede van Kano in : Andreas Niehaus:  Leben und Werk Kano Jigoros (1860 - 1938) Dissertatie. Würzburg, 2003, blz. 273.)

 

 

 

naar boven

 

 

 

 

 

 


 

 

 

NOOT  BIJ DE ETHIEK VAN HERBERT SPENCER

Spencer adopteerde een utilitaristische standaard van absolute waarde: het grootste geluk van het grootste aantal mensen. De voltooiing van het evolutieproces (Spencer was behalve ethicus en socioloog ook Darwinist en bewonderde ook het principe van 'the survival of the fittest') was de maximalisatie van nut. In de perfecte samenleving zouden individuen niet alleen genot (het hoogste doel van de utilitaristen) ervaren door het uitoefenen van altruïsme ('positieve liefdadigdaad') maar ook proberen te vermijden om anderen leed te doen ('negatieve liefdadigheid.'). Ze zouden zo instinctief de rechten van anderen respecteren, en dat leidt tot het algemeen onderhouden van het principe van gerechtigheid (justice).

Spencer had invloed op de Japanse denker Tokutomi Soho, die geloofde dat Japan op het punt stond om van "militaire samenleving" een "industriele samenleving" te worden, en dat het nodig was Westerse ethiek over te nemen. (bron: wikipedia)

Jigoro Kano nam een deel van die redenering over in de beschrijving van de jita kyoei. Je ziet zijn zorgen over de politiek ook terugkomen op dezelfde toon. Wat hij niet overnam van de utilitaristen was het verabsoluteren van genot. Kano was bovendien te zeer in de spirituele school van de Tao onderwezen om het goddeloze genieten (en verspillen van energie) te kunnen billijken. Hij nam dus de termen en sociale doelen over, en vulde die in met absolute normen van deugd en defenities van goed en kwaad (wat echte utilitaristen niet doen.)

Nuttigheidsfilosofie (utilitarisme) = een filosofische ethiek die de morele waarde van handelingen afweegt aan het nut (Latijn "utilis") voor het geheel. Normaal betekent dit in dat een utilitarist streeft naar wat bevordelijk is voor het hoogst haalbare geluk van de mensheid.

terug naar de tekst in het menu 'Kano'.

 

terug naar de tekst in het menu 'Seiryoku'.

 

terug naar de tekst in het menu 'Jita Kyoei'.

 

terug naar de tekst in het menu 'geschiedenis'.

 

 

 

 

klik om te reageren

op mitesco 

       

Dese site is geoptimailseerd voor gebruik

door MS IE7 of Mozilla Firefox 2.x

Resolutie 1024x728 pixels.

© MITESCO.NL 2008-2009

Alle rechten voorbehouden.