website metrics

 

 Menu

 

  Waarom?

 

  Geschiedenis

  indeling:

   Kano

   Kodokan

   Butokukai

   Judolegenden

   Nederlands judo

 

  Mind over Muscle

 

  Seiryoku Zenyo

  toepassingen:

     deugd

     orde

     strategie

     beheersing

     volharding

     kuzushi

    

  Jita Kyoei

  toepassingen:

     opvoeding

     respect        

     beschaving

     sportiviteit

     de 'dō'

     

  Judo-praktijk

  indeling:

     sport ?

     kata

     kumi-kata

     shiai

     arbitrage

     kinderjudo

     studie

     herbronning

 

  Koppelingen

 

  E-Cards

 

 

 

 

 

  

 

Jita Kyoei -  een rechtvaardig doel

 

 

  • Doel: jita kyoei - algemeen welzijn

  • Middel: seiryoku zenyo

    • inhoud = seiryoku - energie

    • vorm / manier = zenyo - effecientie

 

jita kyoei - letterlijk:

 

"jij en ik schitteren samen"

"gezamelijke rijkdom voor u en anderen"

 

 

 

1. Ontstaan van het principe uit gemeenschappelijk nut

 

Het ideaal van jita kyoei is door de principes van Jigoro Kano een hooggegrepen, wereldomvattend doel van vrede en gerechtigheid geworden. Maar wat een groot ethisch ideaal werd, begon voor hem allemaal heel praktisch, vanuit zijn filosofische studies en de ervaringen in de dojo, en natuurlijk de toepassing van het principe van seiryoku zenyo:

Seiryoku zenyo, het principe van judo, kan worden toegepast op alle aspecten van het sociale leven. Maar een nieuw probleem, is dit: hóe kan seiryoku zenyo worden toegepast als twee of meer personen een groep vormen?

Als mensen alleen zijn, kan het principe van seiryoku zenyo zonder probleem worden toegepast, maar als er een groep van twee of meer personen is, hoeft er maar één persoon aanwezig te zijn die zelfzuchtig handelt om een conflict te hebben. Maar als alle leden van de groep zelfzucht vermijden, en handelen overeenkomstig de noden en omstandigheden van de andere personen in de groep, kan een conflict op een hele natuurlijke manier worden vermeden en harmonie worden bereikt. Conflict schept wederzijdse vernietiging, terwijl harmonie wederzijdse winst oplevert.

Dus, als een groep mensen samenleeft, kan men niet alleen vermijden om tegenover elkaar te komen staan, maar men kan elkaar ook helpen. Er zijn dingen die je niet alleen kunt doen, maar alleen samen met anderen. Voorts kunnen de deugden en sterke kanten van iemand alleen maar andere mensen aanvullen en stimuleren. Aldus brengt die situatie voordeel voor iedereen, iets wat ze alleen niet zouden hebben. Dat noemen we sojo sojou jita kyoei, wat betekent: onderlinge welvaart door wederzijdse hulp en toegeeflijkheid. dat kan worden verkort tot jita kyoei. Om die reden kunnen we zeggen: als alle leden van een groep elkaar helpen en onzelfzuchtig handelen, kan de groep harmonieus zijn en als een eenheid opereren. Zo kan die groep zijn energie optimaal benutten, net als een individu. Dit principe blijft waar, ook in het geval van een complexe samenleving met miljoenen inwoners. Dus, als seiryoku zenyo  en jita kyoei worden gerealiseerd, zal het sociale leven zich natuurlijk blijven ontwikkelen en vooruitgaan, en als leden van die samenleving kan iedereen bereiken waarop ze hopen. (Mind over Muscle, p. 70-71)

Tot zover kan men het principe van jita kyoei misschien nog niet zien als een ethisch ideaal, maar dat is het wel. Kano geeft hier zijn eigen toepassing van een bepaalde westerse ethiek, het liberale utilitarisme (nuttigheidsethiek) van Herbert Spencer (noot). Ook putte Kano voor het idee van de onderlinge hulpverlening uit de leer van John Dewey (The School and Society, 1899), en de leer over het 'wederzijds respect' van IOC-oprichter Pierre de Coubertin.

Voor Kano is het een heel berekenend idee om met zo min mogelijk energieverspilling doelen te bereiken - eigenlijk nog ongeacht welke. Dat vult hij later wél in. Wie juist op dit punt meer Westerse ideeën in de jita-kyoei-filosofie herkent, heeft gelijk. (Zo beweert ook Niehaus in zijn dissertatie, blz. 172 e.v.)

Nuttigheidsfilosofie (utilitarisme) = een filosofische ethiek die de morele waarde van handelingen afweegt aan het nut (Latijn "utilis") voor het geheel. Normaal betekent dit in dat een utilitarist streeft naar wat bevordelijk is voor het hoogst haalbare geluk van de mensheid.

Daarom zegt hij ook, heel modern aandoend:

Teneinde op een vreedzame manier samen te leven met onze naasten, is een relatie die wederzijdse hulp en samenwerking bevordert, te verkiezen. Dat betekent dat we genegen moeten zijn om aandacht te geven aan de meningen van anderen en moeten laten zien dat we bereid zijn tot compromissen. Dat wil zeggen, dat we de praktijk van het nut verwerven niet alleen op onszelf, maar ook op anderen moeten toepassen. We moeten dus niet een soort passieve burgers zijn, maar ons inspannen om deze manier van sociale interactie te stimuleren en bij te dragen tot de vooruitgang van de samenleving.

Jigoro Kano, Judo Memoirs, p.107

 

 

Want we moeten bij Jigoro Kano bedenken dat zijn principes zijn voortgekomen uit:

  • een doorgedreven nuttigheidsdenken, overgenomen van de (Engelse) filosoof Herbert Spencer, wat Kano combineerde met de Tao van de Chinese filosofie en de geest van Kito Ryu. (nuttigheidsdenken/versmelting van ideeën)

  • een moreel idealime, dat geweld en conflicten verafschuwde, gefundeerd in absolute en universele nomen van waarheid, schoonheid, goedheid, en eenheid in alles (holisme/Japanse en Chinese religie en filosofie).

  • een sportief ideaal: de filosofie van Pierre de Coubertin en het Internationaal Olympisch denken, waarbij sport als middel werd beschouwd om volken bij elkaar te brengen.

Bij dit alles moeten we bedenken dat Kano in de tijd kort na de eerste wereldoorlog door Europa had gereisd en in levende lijve de verschrikkingen van de oorlog had gezien. Zowel de onmenselijkheid van de verwoesting, als de manier waarop mensen na de oorlog met bijna niets efficient moesten omgaan om het leven vorm te geven, hadden een diepe indruk op hem gemaakt.

 

Jigoro Kano was ten diepste een syncretist: hij verenigde uit alle ideeën die hij ontmoette de elementen die hem goed leken. Die paste hij toe op zijn judofilosofie.

 

 


 

 

2. Het woord 'ei' (栄)

 

 

Ji-ta kyo-ei bevat als laatste het woord 'ei' (栄). Het betekent zoveel als 'geluk, welvaart, voorspoed, rijkdom.' Maar dat moeten we wel verstaan zoals Kano het zelf verstond:

Het teken voor 'ei' wordt gebruikt in een woord als 'luxe' (eiga), in de betekenis van materiele voorspoed. Maar in het woord 'eer' (eijoku) betekent het roem, als geestelijk welzijn. Ik versta onder 'ei' een ideale toestand, waarin tegelijkertijd de grootste materiele tevredenheid bestaat, en ook, door het bereiken van het hoogste niveau van wijsheid en deugd, de hoogste geestelijke tevredenheid ontstaat.  (Jigoro Kano, 1923.)

Alles bij elkaar is dit geluk de vervolmaking van het zelf. Maar daarbij moeten we niet denken aan de verlichting zoals die bijvoorbeeld door het zen-boeddhisme wordt geleerd. judo is een andere soort gevechtskunst als veel andere oosterse systemen. Bij Kano is volmaaktheid altijd een morele volmaaktheid, waarbij de mens tot een hoger niveau van beschaving wordt gebracht. Ten diepste is beschaving nooit gericht op het individu, want de mens is altijd een sociaal wezen volgens Kano. Vanuit zijn eigen opvoeding (zijn moeder) wist Kano hoe belangrijk het was om altruïstisch te denken, vanuit medemenselijkheid en liefde. Op het niveau van principes en de samenleving betekent dit: ook je eigen ik kunnen loslaten omwille van het geluk van mensen samen. Dat is de basis van de wederzijdsheid in het begrip jita kyo-ei.

Over het algemeen hebben menselijke handelingen een doel. Vaak doen we dingen onbewust, maar in de regel hebben we ook een intentie. Daarbij gaat het er uiteindelijk om: handelen we omwille van ons eigen nut, of voor het nut van de wereld? (Kano, 1917)

Het individu moet er met alles wat er in hem is, naar streven om de volmaaktheid te bereiken in een ideale samenleving:

Oppervlakkige mensen denken dat men zich niet voor de medemens of de staat kan inzetten, omdat je eerst je eigen geluk moet verwezenlijken. Misschien denken ze, dat men andere landen schade mag toebrengen, als men zich voor het eigen land inzet. Maar in werkelijkheid is het zo, dat de intentie om je eigen geluk te realiseren, een weg voor de mens en de staat moet worden. (...) Daarom wil men, bij de ontplooiing van het ik, andere mensen, de samenleving, de overheid en de mensen in andere landen niet tot hinder zijn. En terwijl men naar zelfontplooiing streeft, bezorgt men de ander zoveel mogelijk nut. Dat is de weg die het menselijk leven moet gaan. (Kano, 1931)

Daarom ook de beheersing (zie menu Seiryouku zenyo - beheersing) als zo'n belangrijk element. De mens moet loskomen van oppervlakkige en minderwaardige verlangens, om diepere en hoogwaardiger verlangens op te wekken. De mens is geen slaaf van zijn behoeften, maar een vrij mens die zichzelf in de hand kan houden omwille van hogere doelen.

Moraal is kort gezegd de weg, waarop we harmonie vinden tussen de behoeften van andere mensen, de samenleving, de overheid en de mensheid. Daarom is zedelijke opvoeding een morele opleiding, de inzet om van onaangepast naar volledig aangepast gedrag te geraken. (Kano 1924)

 

 


 

 

3. De geest van de Samurai 

 

De Japanner Kano was bekend met alle moderne filosofieën, maar in zekere zin ook ouderwets met zijn idealen. Hij was gedrenkt in de cultuur van de oude militaire martial arts, waarvan hij diepgaande studies maakte. Moderne toepassingen en idealen waren voor hem geworteld in de geest van de voorgangers. De waardevolle ideeën uit het verleden moesten voor hem een plaats houden in de judospirit van de toekomst. Daarbij grijpt hij terug op de geestelijke idealen van de Samurai, te weten:

  • trouw / loyaliteit

  • integriteit / nobelheid

  • onzelfzuchtigheid

Daarbij moeten we aantekenen dat hij de "nobele militaire dienaren" sterk idealiseerde op basis van de oorspronkelijke religieus-morele doelstellingen van deugdzaamheid en integriteit. Dat was niet de realiteit van het militaire apparaat in Japan. Want de laatste versies van het Samurai-leger waren vanaf 1868 (in het Meji-rijk) op het tweede plan gezet, ten gunste van een modern leger. Het Samurai-principe werd net als het zwaardvechten als museumstuk behandeld. Maar dit slechts terzijde.

 

Jigoro Kano maakte van de eerzame en dienstbare spiritualiteit van de Samurai iets geheel nieuws, een sociaal concept, wat voortkwam uit een concrete zorg over zijn eigen tijd:

Alle intellectuelen beseffen dat de regering vandaag de dag niet de interesses van de burgers op het oog heeft, met de staat als fundament. Verkiezingen zijn tegenwoordig verre van ideaal; in veel gevallen komt namelijk het persoonlijke winstbejag op de eerste plaats, en pas dan het goede voor de samenleving. In de industrie, de agrarische sector en de handel worden zaken gedaan met als doel: de eigen interesse. Natuurlijk, het is inherent aan de natuur van prive-ondernemingen en bedrijven dat ze focussen op winst. Maar of het nu een individu is, of een bedrijf - om winst te maximaliseren moet je ook denken aan een manier van werken die de samenleving niet schaadt. (Mind over Muscle p.127)

Vanuit het nuttigheidsdenken van seiryoku zenyo  en jita kyoei zoals boven aangehaald, groeit vanuit de maatschappelijke toepassing bij Jigoro Kano een ideaal op basis van een klassenstrijd die in onze ogen bijna socialistisch aandoet:

Hoewel er uitzonderingen zijn, hebben de kapitalisten over algemeen alleen hun eigen interesses en hebben niet genoeg aandacht voor het welzijn van de arbeiders. Zo missen de kapitalisten de vriendelijkheid die de samurai-meesters lieten zien ten opzichte van hun dienaren in het verleden. Dat leidt tot conflicten in de samenleving. (p. 129)

Daarmee heeft Kano een punt, wat overigens ook gefundeerd is op een nuttigheidfilsosofie. Want het is onloochenbaar dat egoïsme de bron is van alle conflicten en oorlogen en dat botst met optimale efficiëntie. Maar je hoeft ook geen socialist of linkse jongen te zijn om in te zien dat we geen samenleving zijn of worden, als iedereen in de eerste plaats aan zichzelf denkt. Voor Kano is er een onoverbrugbare kloof tussen zelfzucht en onzelfzuchtigheid. In 'zijn' judo is er geen plaats voor zelfzucht:

In deze tijd is het boven alles totaal waardevol dat mensen echt karakter tonen, de vaardigheid hebben om moeilijkheden te overwinnen, verdraagzaam en geduldig zijn, iemands eer beschermen, en een geest van integriteit bewaren. Ik zou willen dat allen die aan judo doen, deze geest van de Samurai in ere houden. (p.130)

 


 

 

4. Onzelfzuchtigheid

 

De kern van Jigoro Kano's leer over jita kyoei kan worden samengevat met één woord: onzelfzuchtigheid. Dat had Kano gewoon thuis geleerd van zijn moeder, maar ook in de leer van de Samurai. Dat waren mensen die "onzelfzuchtig handelden, met aandacht voor de grotere samenleving, waar tegenwoordig de ideeën van trouw en integriteit naar de achtergrond zijn gedrongen en mensen algemeen ik-gecentreerd zijn geworden." (p.129)

 

                                                                    onzelfzuchtigheid <-> egoïsme

 

judo in de geest van Kano is dus: een sociaal systeem waarin de judoka niet egocentrisch mag zijn. Alleen vanuit die houding kan hij het algemeen welzijn dienen, rechtvaardig zijn, eerbied (rei) hebben voor de ander, beschaafd en sportief zijn. Daarom juist die elementen in het menu links. Jita Kyoei betekent dus ook: overwin jezelf ! Het idee van zelf-overwinning en zelf-opoffering ten bate van het algemeen welzijn, had Kano overigens ook uit Engeland gehaald, waar het al langer een sportief en maatschappelijk principe was.

 

Maar onzelfzuchtigheid is een morele instelling die door meerderen in onze tijd wordt gewaardeerd, tegen de stroom in. Wie denkt dat Kano overdrijft, of ouderwets is, hoeft alleen maar het onderstaande citaat te lezen. Dat is niet van de eerste de beste. En zeer actueel !

"Individualisering die doorslaat naar puur egoïsme doet afbreuk aan het algemeen belang.  Als we het zicht verliezen op wat ons allen tezamen aangaat, ondermijnen wij onze samenleving. Een maatschappij die in zichzelf is gekeerd, sluit ook de ogen voor de wijdere wereld, ontloopt verantwoordelijkheid voor gerechtigheid en miskent de noodzaak tot solidariteit. 

Spanningen en conflicten zullen zich altijd voordoen en kunnen dan ook niet worden ontkend. Maar in plaats van ze  aan te wakkeren, moeten we zoeken naar wegen om ze te beheersen en op te lossen. Over en weer vraagt dat aandacht en begrip voor de angst en onvrede die bij andere maatschappelijke groeperingen kunnen leven. In wat een mens dierbaar is en heilig, ligt zijn grootste kwetsbaarheid. Voorkomen moet worden dat gekwetste gevoelens omslaan in wanhoop en agressie. Waar het op aan komt is dat grieven worden onderkend en ernstig genomen. (...)

Samenlevingsproblemen zijn niet op te lossen met simpele recepten voor een geïntegreerde maatschappij. In elk geval wordt een gemeenschappelijke inspanning gevraagd voor discipline in de omgang tussen mensen, het bijstellen van ongenuanceerde oordelen en het doorbreken van negativisme. Hoewel het niet altijd gemakkelijk is, kan weerstand toch overwonnen worden door toenadering te zoeken tot mensen uit andere tradities en overtuigingen. Dat vergt een instelling van luisteren en leren. Een dialoog wordt mogelijk als allen daadwerkelijk bereid zijn ook éigen zekerheden in de discussie te betrekken.

Sociale vaardigheden en medemenselijk gedrag kunnen door opvoeding en goede voorbeelden worden overgedragen. Wie van kinds af vertrouwen meekrijgt zal ook eerder wantrouwen kunnen overwinnen en gemakkelijker anderen respecteren en ontzien.  In de dagelijkse omgang vormen het rekening houden met elkaar, het oog hebben voor wat een ander nodig heeft en het aandacht schenken aan mensen met problemen het cement van een leefbare gemeenschap. Door de betrokkenheid van allen kunnen wij kwetsbaarheid omzetten in kracht.

Aan gemeenschapszin bestaat vandaag meer dan ooit behoefte. Dat geldt ook voor de wereld om ons heen die zozeer roept om vrede en gerechtigheid.

“Gerechtigheid groeit waar vrede is, en wie vrede zaait, zal gerechtigheid oogsten.” Dit woord uit de Bijbel is vandaag niet minder actueel dan twee duizend jaar geleden.  Toen werd de boodschap van vrede voor alle mensen op aarde verkondigd. Ook nu vraagt dat de inzet van een ieder. De weg daartoe is die van de naastenliefde."

 

Uit de Kerstrede 2007 van H.M. Koningin Beatrix, Nederland (© RVD)


 

 

5. Van individu naar het grote geheel

 

De toepassing van Seiryoku Zenyo en Jita Kyoei werd ook voor Jigoro Kano in de loop van de tijd steeds duidelijker. In 1922 werd de Kodokan Bunkakai (Kodokan Culturele Associatie) opgericht met als doel om de samenleving te dienen door de principes van seiryoku zenyo in de praktijk te brengen in een wereldwijde jita kyoei, wat blijkt uit het volgende manifest:

 

Deze associatie heeft als ideaal om het doel van de mensheid te bereiken, door de beste toepassing van seiryoku. Gebaseerd op deze leer, zal deze associatie:

  • vastbesloten zijn om ieder en elk lichaam te laten ontwikkelen tot robuuste gezondheid, om ieders kennis en morele kwaliteit te verfijnen, en om een effectief deel van de samenleving te zijn;

  • met betrekking tot de natie: de nationale eenheid respecteren, de geschiedenis hoogachten, en ijverig zijn om te bevorderen wat voor het welzijn van de natie nodig is;

  • met betrekking tot de samenleving: streven naar het bereiken van diepe harmonie door wederzijdse hulp en wederzijds op elkaar afstemmen tussen individuen en groepen;

  • met betrekking tot de wereld als geheel: zichzelf verre houden van raciale vooroordelen en streven om op basis van gelijkheid de cultuur op een hoger niveau te brengen, en het welzijn van de mensheid te zoeken.

Om die reden verkondigt Jigoro Kano overal waar hij komt, dat de doelen van judo veel verder reiken dan de dojo en de Culturele Associatie mag daarbij helpen:

Het is moeilijk om de echte doelen van het judo te bereiken, die nut brengen voor de samenleving, door vooral te wachten tot dingen gebeuren of door vooral judo te boefenen in de dojo. Deze doelen kunnen echter wel volledig worden gerealiseerd door het volgen van de additionele intellectuele onderrichtingen van de Kodokan Culturele Associatie. (Jigoro Kano, Judo Memoirs, p. 126)

 

Wat daar geleerd wordt, moet worden geleerd op basis van een concrete spiritualiteit van eerbied en respect, maar vooral die levensweg worden van eerbied en respect.

De geest van jita kyoei moet worden gerespecteerd tussen volkeren. Als we kijken naar internationale samenwerking is het zo, dat als landen alleen hun eigen gewin zoeken en neerkijken op andere landen, zullen zij hun echte doelen niet bereiken. Elk land moet principieel werk maken van gezamelijk welzijn en voorspoed, en moet zichzelf vastbesloten gedragen om het beste voor te wereld te doen. (...) Ik geloof dat wereldvrede en het welzijn van de mensheid gerealiseerd moet worden door de geest die judo uitdraagt. (Jigoro Kano, tijdens de Interparlementaire unie in Madrid)

 

De Internationale Judo Federatie (IJF) probeert dit duidelijk te maken als het judo beschrijft:

Judo is veel meer dan alleen het leren en toepassen van gevechtstechnieken. In zijn totaliteit is het een prachtig systeem van lichamelijke, intellectuele, en morele opvoeding. Judo heeft zijn eigen cultuur, systemen, erfgoed, gebruiken en tradities. Maar belangrijker is, dat de pricipes van zachtheid vanuit het oefenen op de mat worden doorgegeven in het leven van de studenten, in de interactie met hun vrienden, hun familie, werk, collega's en zelfs vreemdelingen. Judo geeft de studenten een ethische code mee, een manier van leven en een manier van zijn. (...)

 

Buiten de ontwikkeling van lichamelijke krachten en atletische capciteiten, leren judoka nog veel meer. Ze leren hoe ze hun gevoelens, emoties en impulsen kunnen beheersen. Ze leren over de waarden van volharding, respect, loyaliteit en discipline. Judoka ontwikkelen een uitstekend etisch gevoel, alsook belangrijke sociale manieren en etiquette. Ze leren hoe ze angst overwinnen, en moed houden in stress-situaties. Door de competitie en de alledaagse praktijk, leren ze rechtvaardigheid en eerlijkheid. Door hun ervaring leren ze beleefdheid, bescheidenheid en allerlei andere prachtige waarden die bijdragen tot hun ontwikkeling als succesvolle burgers in de samenleving. Als zodanig, maakt judo het mogelijk om belangrijke morele kennis en waarden te ontwikkelen, welke belangrijk zijn om mensen te helpen om een actieve bijdrage te leveren als leden van hun gemeenschappen, naties en de wereld. Op die manier spelen judoka een belangrijke rol on de ontwikkeling van samenlevingen en scheppen ze nieuwe en betere gemeenschappen voor de toekomst.

 

Judoka leren ook waardevolle sociale vaardigheden, en bouwen aan duurzame en betekenisvolle relaties met anderen. De kameraadschap, en de banden die ontstaan tussen partners die samen de uitdagingen hebben gevoeld van de moeilijke lichamelijke en mentale training, zijn diep. Vaak leggen die ervaringen de basis voor vriendschappen voor het leven. Door judo zijn mensen in staat om vriendschappen te ontwikkelen en sociaal bijna overal te integreren. (...) Judo is niet alleen een lichamelijke activiteit; het is een internationale taal die nationale grenzen, culturele barrieres en taalproblemen overstijgt. Judo verbindt mensen, gemeenschappen en landen. Het speelt een belangrijek rol, niet alleen in onze individuele levens, maar ook in het toekomstig geluk van onze samenlevingen in de hedendaagse onderling afhankelijke wereld.

 

IJF.ORG, Judo Corner, Introduction

Mitesco heerneemt wat ook al op de pagina over seiryoku zenyo is gezegd:

  • Seiryoku zenyo is een principe van evenwicht in de mens - optimaal gebruik van energie om in balans te komen / te blijven.

  • Jita kyoei is een principe van evenwicht in de samenleving en de wereld - alle mensen worden / zijn optimaal in balans.

Het evenwicht tussen seiryoku zen you en jita kyoei is fascinerend. Ze zijn tegengesteld aan elkaar en houden elkaar in evenwicht. Ik denk tot op zekere hoogte dat de geschiedenis van de mensheid het verhaal is van balanceren tussen competitie en cooperatie. Het aan-elkaar-koppelen van seiryoku zenyo en jita kyoei lijkt dat te weerspiegelen. Zonder de matigende factor van jitakyoei is het zoeken naar efficiency een destructieve kracht. Ik denk, als alles te efficient wordt, dat mensen eindigen in verbrandingsovens. Zonder wederzijds welzijn en geluk echter, zonder de geest van streven (naar perfectie) is het individu nikserig en soft. In theorie zijn die doelen van het communisime waarschijnlijk puur jita kyoei, maar wel resulterend in een totaal verlies van motivatie, met frustratie en een economische en landbouwtechnische ineenstorting op de meeste plaatsen waar ze werd toegepast.

Taigyo, JudoForum 27-1-2009

Op die manier komt de judoka vanuit zijn eigen doelstelling tot de bredere doelstelling van harmonie. Hij bouwt mee aan een wereld die moreel goed is, één, waar en schoon - een wereld waarin het algemeen welzijn voor allen zal bestaan.

 

De leer over jita kyoei is dus niet alleen een vorm van nuttigheidsdenken, het is meer: welzijnsdenken. Jita kyoei wil in dit licht zeggen: algemeen welzijn wordt bereikt als alle mensen samen werken aan welstand voor iedereen, en niet aan zichzelf. In die wereld zal iedereen gelukkig zijn.

Er is geen betere manier voor een natie om tot bloei te komen dan wanneer de autoriteiten hun aandacht richten op de welzijnsontwikkeling van elke inwoner. (Jigoro Kano, Judo Memoirs, p.109)

 


 

 

6. Vrede en gerechtigheid

 

In de beschrijving van de vier grote deugden, hebben we de rechtvaardigheid als deel van de jita kyoei beschouwd. Het welzijn van allen wordt bereikt als elke mens over zijn eigen ik heen kan stappen en de ander, de medemens, kan geven waar hij recht op heeft. In dat opzicht wijkt Jigoro Kano af van de ideeën van de Engelse filosofen. Voor Kano is het recht van een mens absoluut, en kan hij nooit alleen maar beschouwd worden als een instrument voor het hogere doel. Je moet een medemens altijd tegemoet komen, om de diepe eenheid die je in de kosmos hebt met elkaar te kunnen delen.

 

Rechtvaardigheid kan men in het algemeen omschrijven als:

De rechtvaardigheid is de morele deugd die bestaat in de voortdurende en vaste wil om iedereen te geven waar hij recht op heeft. Rechtvaardigheid ten opzichte van de mensen leidt ertoe de rechten van ieder te eerbiedigen en in de menselijke verhoudingen de harmonie tot stand te brengen die de rechtschapenheid bevordert ten opzichte van de personen en het algemeen welzijn.

Door het beleven van echte rechtvaardigheid, wordt een judoka integer. Dat wil zeggen: één geheel met zichzelf en zijn omgeving. Dat is een vaardigheid die noodzakelijk is in het gevecht op de tatami, maar ook in het leven.

Voor een judoka is het niet vreemd om in die geest te zeggen: in die geest van jita kyoei is het gevecht in judo nooit een echt gevecht, en de tegenstander nooit een tegenstander. Alle technieken die bedoeld lijken om iemand te overwinnen, zijn in feite middelen om jezelf te overwinnen. Het gevecht is een uitdrukking van openheid, flexibiliteit en aanpassing aan de ander (ju), en dat resulteert in de bredere zin van iemands persoon in een houding van vrede, zachtmoedigheid, respect (wa). Daarin groeit een mens tot volkomenheid.

 

Een goed voorbeeld:

Op zaterdag 28.6.08, was de stad Haifa in Israel de gastheer voor het Internationale "Cadets Judo for Peace Tournament". Ik ontmoette en sprak met judo coaches en jonge atleten van over de hele wereld - Jordanie, Palestina, Montenegro, Kosovo en Georgie om er maar een paar te noemen. De atmosfeer was elektrisch-geladen, mensen kwam samen vanuit werelddelen die maar een paar kilometer van elkaar vandaan wonen, maar in werelden die door politici en haatdragende mensen uit elkaar worden gehouden. En in die hal vochten ze, verloren en wonnen er sportief, en schudden handen. Dr. Kano zou trots zijn geweest.

Als judo coach doe ik er alles aan om bij mijn leerlingen integriteit, eer en respect te vestigen voor ieders naaste. dat is, zo voel ik, is belangrijker dan medailles.
 

T.Baron, Israel

 

Dat is ten diepste wat Mitesco zoekt en verkondigt in judo. Inspanning voor vrede. Judo for peace and justice.

 

Het is in harmonie met de principes van judo dat er geen conflicten zijn in de ontwikkeling van de wereld, of in de samenlevingen en landen die de mensheid vormt en opbouwt. judo is geëvolueerd tot haar huidige vorm, vanuit de waardering van zuivere rede en ontwikkeling van techniek,  en is nationaal en interntationaal hoog geacht als de meest effectieve methode van lichamelijke en geestelijke zelfdiscipline. judo draagt bij aan de voorspoed van mensen, de ontwikkeling van vrede en het welzijn van de wereld.

Kyuzo Mifune

 

 

Vrede is nodig om de eerbied voor het menselijk leven en de groei ervan mogelijk te maken. Vrede betekent niet slechts afwezigheid van oorlog en beperkt zich niet tot het in stand houden van het evenwicht tussen tegenovergestelde machtsblokken. Vrede op aarde kan niet tot stand komen zonder de bescherming van het persoonlijk eigendom, de vrije communicatie tussen de mensen, de eerbied voor de menselijke waardigheid van personen en volkeren, en van de toegewijde beoefening van de broederlijkheid. Zij is het werk van de gerechtigheid en de vrucht van de naastenliefde.


 

 

 

平和 - heiwa - pax - peace - vrede 

Een kleine inspanning voor de vrede.

Laat het niet uitdoven!

 

  naar boven

 

 

 

De menselijke afhankelijkheid wordt steeds sterker. Inmiddels omvat ze de hele wereld. De eenheid van de menselijke gemeenschap, samengesteld uit mensen met een gelijke natuurlijke waardigheid, houdt in dat er een universeel algemeen welzijn is. Dit gegeven vraagt om een organisatie van de gemeenschap van de naties, die in staat is in de verschillende noden van de mensen te voorzien, zowel voor het sociale terrein (voeding, gezondheid, opvoeding...) als voor sommige bijzondere noodsituaties die zich op een of andere plaats kunnen voordoen (b.v.: noodzakelijke verzorging van de algemene groei van ontwikkelingslanden, hulp in de ellendige situatie van vluchtelingen die over de hele wereld verspreid zijn, zorg voor emigranten en hun gezinnen)".

 

Het algemeen welzijn is altijd gericht op de vooruitgang van de personen: "De ordening van de dingen dient onderworpen te zijn aan de ordening van de personen en niet andersom". Deze ordening heeft de waarheid als grondslag, ze wordt opgebouwd in rechtvaardigheid en wordt door de liefde bezield.

 

Participatie is de vrijwillige en edelmoedige deelname van de persoon aan het sociale leven. Het is nodig dat allen participeren, ieder volgens de plaats die hij inneemt en de rol die hij speelt, om het algemeen welzijn te bevorderen. Die plicht vloeit voort uit de waardigheid van de menselijke persoon.

 

Participatie komt allereerst tot stand op die vlakken waar men persoonlijke verantwoordelijkheid heeft: de mens neemt deel aan het welzijn van de anderen en van de gemeenschap door de zorg voor de opvoeding van zijn gezin en door zijn gewetensvolle arbeid.

 

Burgers moeten zoveel mogelijk actief deelnemen aan het openbaar leven. De vormen van deze participatie kunnen verschillen van land tot land, van cultuur tot cultuur. "Die handelwijze moet geprezen worden bij de volkeren, waar een zo groot mogelijk deel van de burgers in echte vrijheid deelneemt aan het behartigen van de openbare staatsaangelegenheden".

 

Rooms-Katholieke Kerk, Catechismus nrs.1912-1915


 

 

klik om te reageren

op mitesco 

       

Dese site is geoptimailseerd voor gebruik

door MS IE7 of Mozilla Firefox 2.x

Resolutie 1024x728 pixels.

© MITESCO.NL    2008-2009

Alle rechten voorbehouden.