|
In het judo, leert de
student allereerst de 'do', ofwel de weg om iemands leven te leven,
met andere woorden: een levensstijl, en later leert hij de gepaste
gevechtsvaardigheden voor beoefenen van judo.
Jigoro Kano, Judo Memoirs,
p.15
1. De ontwikkeling als judoka
a. De Tao
Het idee dat judo een weg is, komt ten dele uit de Oosterse wijsheid van
het Taoisme. Het Taoïsme streeft naar een vervolmaking en realisatie van
het zelf. Dit wordt gerealiseerd door het volgen van de weg, de tao,
of in het Japans (en Koreaans) de do.'. Dit is zoveel als een
mystiek ervaringsproces van leren en leven tegelijk. Verschillende
gevechtkunsten zijn opgebouwd uit enkele karakters plus het woord do
in hun naam, zoals ju-do, tae-kwon-do, aiki-do. Het zoeken van de tao
of do is in de Oosterse denkwijze een levenslange weg, een
proces dat eigenlijk nooit als afgerond mag worden beschouwd.
Voor Kano en de judoka was deze weg echter meer een aards gegeven,
zoals bekend uit het neo-confucianisme. De weg is niet de weg naar een
hemel(zoals bij het boeddhisme) noch naar onsterfelijkheid (zoals vaak
bij het zuivere taoïsme). Deze filosofie legt de nadruk op het vinden
van zelfontplooiing en het sociale element van de mens (in tegenstelling
tot het zuivere taoïsme, dat afkerig is van deze wereld). Dit sociale
element wordt (evenals bij het vroegere confucianisme) vervuld in de
verantwoordelijkheid van de mens voor de jita kyoei. Jigoro Kano
beschouwde daarnaast de gevechtskunst judo met als leidraad het
energiezuinige seiryoku zenyo als het middel om de weg naar de
vervolmaking te gaan.
Maar niet alleen het Oosten heeft beseft dat een mens nooit
klaar is met zichzelf. In de hele geschiedenis van de wereld en de
wijsheid van alle tijden, zien we beelden van ontwikkeling, vordering.
In feite is de basis van het Westers denken vanuit het christendom
eveneens gebaseerd op de notie dat we op weg zijn en doorheen
beproevingen op een bestemming aankomen.
b. Kano Shihan
Jigoro Kano heeft zelf eveneens een weg bewandeld en een hele
persoonlijke ontwikkeling doorgemaakt. Hij begon als jong jūjūtsu-beoefenaar en eindigde als
wereldburger en wereldverbeteraar. Het is de vraag of hij in 1938 nog
veel op de tatami stond. Hij trad meer op om de principes en
idealen van de Jita Kyoei - een ideaal dat hij pas na 1922 zo
uitdrukkelijk formuleerde - te promoten.
-
De tiener en twintiger. De jonge Kano ontwikkelde eerst zijn
technieken, van de jonge en schuchtere puber die zichzelf wilde kunnen
verdedigen, tot de krachtige jongeman. Eerst in de Kito Ryu, en later
in 'zijn' Kodokan. Hij was in de bloei van zijn leven en de nadruk lag
op de fysieke kant van het judo.
-
De twintiger en dertiger. De jonge ambtenaar Kano oefende nog steeds
zijn judotechnieken, maar dankzij zijn studie, ervaringen en
werkkringen, had hij daar ook minder tijd voor. Bovendien kwamen de
opvoedkundige idealen steeds duidelijker op de voorgrond: de nadruk
lag op judo als nationale lichamelijke en intellectuele opvoeding,
gesteund door de eerste morele principes.
-
De veertiger. Kano maakte zijn eerste grote reizen en had zijn eerste
topfuncties in de diplomatie. Op 48-jarige leeftijd wordt hij lid van
het IOC, en in dezelfde tijd worden de principes van seiryoku zenyo
(en alles wat daarmee samenhangt in de volle omvang van intellectuele,
morele en fysieke opvoeding) beschreven. De nadruk ligt nu op judo en
zijn principes.
-
De vijftiger en zestiger. Kano is nu helemaal gefocusd op zijn grotere
missies en het mag niet verwonderen dat hij zich steeds verder
ontwikkelt tot de spreker, diplomaat, professor. Zijn internationale
contacten maken hem tot meer dan een judoleraar: hij wordt de Grote
Sensei voor meer dan alleen zijn leerlingen in de Kodokan. Als hij 61
is, wordt de Kodokan Culturele Associatie opgericht, met als doel de
Jita Kyoei. De nadruk ligt nu op de grote idealen.
-
De zeventiger. De oude Kano sterft op 77-jarige leeftijd. Een oude
man. Vol van zijn missie. judo als wereldideaal, vlak voor de oorlog
die zijn vaderland zo zal schaden. Een man met wijsheid, maar ook
desillusies. judo was voor hem in het esthetische stadium aangekomen:
Tenslotte wil ik nog een
paar woorden wijden aan het emotionele stadium van het judo. We zijn
ons allemaal bewust van de prettige gevoelens die de oefeningen
opwekken in onze zenuwen en spieren, en we hebben ook plezier van het
verkrijgen van vaardigheden, bij het gebuik van onze spieren, en ook
door het gevoel van superioriteit over anderen in de wedstrijd. Maar
behalve deze genoegens is er ook een liefde voor schoonheid en
verrukking uit te destilleren, als we kunnen waarnemen hoe mooi gedrag
is en hoe fraai bewegingen worden uitgevoerd, ook als we dat bij
anderen zien. De oefening daarin, samen met het plezier dat we
ondervinden als we bewegingen zien die verschillende ideeën
uitdrukken, vormt wat we noemen het emotionele of esthetische stadium
van het judo.
(Jigoro Kano: de betekenis
van judo voor de opvoeding, 1932, op 71-jarige leeftijd...)
Zo
ging het met de O Sensei. Op het laatst lijkt het wel alsof hij
vooral nog naar judo kan kijken.
Hoe vergaat het ons judoka als we ouder en stijver worden? De Sensei uit mijn jeugd (geboren 1932) is inmiddels ook een
zeventiger. Lichamelijke beperkingen maken dat hij nooit meer op de mat
zal staan zoals ik hem kende in de tijd dat ik mijn eerste uki-goshi
bij hem trainde. Er komt het moment dat hij zich net als Kano de vraag
zal stellen: "ben ik door judo tot een betere mens geworden, wat heb ik
bijgedragen aan de ontwikkeling van de wereld?" Is dat niet de weg van
ons allen?
De waarde van iemand wordt
bepaald door wat iemand tijdens zijn leven heeft bijgedragen aan de
samenleving.
(Mind over Musle, p. 92)
c. Oudere judoka
Judo is een levensweg. Maar het is een illusie om te menen dat je daarin
altijd dezelfde blijft. Mitesco kan met ontzettend veel plezier kijken
naar de inspanningen van jonge judoka die zich helemaal geven in een
toernooi voor de min-vijftien. Maar als hij met ze praat en verneemt dat
ze nog nooit van Mifune hebben gehoord, maar wel net een ippon
hebben gescoord; dan weet hij dat er een wereld van verschil ligt tussen
zijn eigen judowereld en die van de twaalfjarige. Wat de jonge jongen op
de mat klaarspeelt, zou uitputting en blessures betekenen voor de
veertiger. Maar als hij als veertiger een minuut later spreekt met een
oude rot van zestig die na twee hartaandoeningen vooral nog zijn
wijsheid deelt, of op het Judoforum leert van de ervaringen van grote
mannen met de zevende en achtste dan, dan voelt hij zich fit en tegelijk heel klein. Want dan
spreekt de ervaring van een levenslang judoleven tot hem. Zo is het
leven, zo is de judoweg. Een dō.
Eén van die oude wijzen in de judowereld zegt dan ook uit ervaring:
De focus van judo is om te werken aan "wereldvrede", zo zegt de
Shihan [Kano] zelf. Dat klinkt vreemd in eerste instantie en dat
moet ook. judo is een werk in uitvoering en je kunt nooit het
voltooide product (onszelf) zien, tenzij je het werk voltooid hebt.
Sommige dingen kun je niet uitleggen met woorden, die móet je gevoeld
en ervaren hebben.
'Sensei Mike Hanon',
Judoforum 20-4-2008
De
meest actieve schrijver op het Amerikaanse Judoforum is een oude judoka,
die zijn wijsheid nu dagelijks deelt met de jongere forumleden. Niemand
weet hoe hij heet, maar hij noemt zich Cichorei Kano. Hij vertelt over
de ontwikkeling van een judoka:
Het doel van dat moment
[het beginstadium, M.] was - aangezien dat alles was wat we konden
bevatten - het verslaan van je tegenstander, maar het echte doel was
om je technieken te ontwikkelen. Daarna kwam de evolutie automatisch.
Het moment dat je meer kon dan winnen door slechts een koka, wilde je
winnen met ippon. Daarna wilde je winnen met een mooie techniek. Nadat
je dat had bereikt, wilde je dat je die techniek zonder veel
krachtsinspanning kon doen. Voor je het wist was zelfs de techniek
niet het eindpunt, maar de manier waarop je hem toepaste, en je begon
te begrijpen wat jū werkelijk betekent en op het laatst wilde je niet
anders dan jū in elke techniek. Uiteindelijk ging je begijpen wat de
jū-no-kata betekent, en je werd erg oud en helemaal geobsedeerd en je
probeerde zelfs Itsutsu en Koshiki te begrijpen. De overwinningen
kunnen een obsessie zijn voor wie ze niet heeft meegemaakt, maar
geloof me: dat effect blijft niet lang. Voor je het weet ben je aan
het trainen voor het volgende kampioenschap, en als je goud won en de
laatste keer naar huis ging met zilver of brons, ben je een
teleurstelling ondanks je vrienden en je district die pathetische
pogingen doen om het publiek te overtuigen dat je het geweldig gedaan
hebt. Niemand zal openlijk ontkennen dat je dat bent, maar hun
bewondering zal uitgaan naar degene die jou heeft verslagen en wel
goud heeft gewonnen. Als je niet die super-atleet bent zoals Okano,
Ruska, Geesink, Tmenov, Ryoko Tamura en een paar anderen die constant
met goud thuiskwamen, zal je snel vergeten zijn. Als die overwinningen
je judodoel waren... stop ermee als je dertig bent, want judo zal je
dan niets meer te bieden hebben.
"Sensei Cichorei Kano", Judoforum 5-5-2008
Als judo een leven lang meegaat, dan komen er dus steeds nieuwe idealen
bij. In eerste instantie zijn die idealen nog binnen de techniek van het
judo te vinden, van shiai naar kata, van harde
overwinningen naar perfecte zachte technieken, maar uiteindelijk komt er
aan alle inspanningen op de mat een einde. Jigoro Kano wist wat hij
verder moest doen met zijn judo. Anderen worden trainer, scheidsrechter,
judovader/-coach, of bondsbobo. Weer anderen blijven rustig op de mat
wat doen, in hun eigen tempo, zolang hun gezondheid het toelaat. Of ze
blijven kijken en genieten van mooi judo, en de wijsheid die er in
verborgen ligt. Of ze zoeken de weg van de idealen in het alledaagse
leven. Zoiets als deze Mitesco-pagina propageert...
Zelfs als judo niet [meer]
wordt beoefend in de vorm van kata en randori, zolang de
betekenis wordt begrepen, kan iedereen het leven beleven dat de doelen
van het judo vervult. (Mind over Muscle, p.94)
2.
Jika no Kansei: de ippon van het leven en de weg
naar je eigen volmaaktheid
a. Volmaaktheid
Jika no kansei was de derde judodoelstelling van Jigoro Kano
naast de seiryoku zenyo en de jita kyoei. Het betekent:
streef naar de perfectie van jezelf als totale persoon die je bent. Wat
betekent dat concreet?
De waarde van iemand wordt
bepaald door wat iemand tijdens zijn leven heeft bijgedragen aan de
samenleving. En omdat deze bijdragen degenen die ernaar streeft om
zichzelf te vervolmaken en dit te bereiken daartoe in staat stelt, is
het doel van judo ook om jezelf te vervolmaken zodat je kunt bijdragen
aan de samenleving. (Mind over Muscle, p.92)
In
de jeugd is de perfectie vooral een kwestie van soepel leren. En
zelfvertrouwen opbouwen; je eigen plaats in je leven en je eigen
omgeving bijna letterlijk leren bevechten. Technieken ontwikkelen
(binnen en buiten het judo) van aanval en verdediging als mens. Positie
bepalen. En daarmee je eigen identiteit ontwikkelen.
In
de volwassenheid heeft een mens als het goed is niet meer dat
'strijdbare' in zich. Alles wordt rustiger, en dat is niet alleen een
kwestie van lichamelijkheid, hormonen, of het eerste begin van de
lichamelijke aftakeling (welke gemiddeld begint rond de 30). Topsport na
de 30 is daarom bijna een grote uitzondering. Wijsheid begint dan wel
vorm te krijgen - als het goed is.
De
idealen van het judo zoals deze webpagina die beschrijft, zijn meer de
morele idealen voor de gevorderden (30+) en de sportieve idealen voor de
oudere sportbeoefenaars. Voor de judoka onder de twintig moeten de
idealen worden verteld op een mildere manier, met meer nadruk op
sportiviteit dan op moraal. En de toepassing van het judo met de
technische perfectie? Eigenlijk zouden de oorspronkelijke principes van
kuzushi, ju, seiryoku zenyo al in het eerste stadium van de
training moeten worden aangeleerd, maar ja... zeker bij jongens is judo
in de kinderjaren toch vaak meer snelle actie, een soort stoeien dat
steeds meer orde krijgt, maar nog niet meteen mooie judotechniek wordt.
Dat vraagt toch wat meer abstractievermogen.
Opvoeding van kinderen en volwassenen is echter een stapsgewijs groeien
in wijsheid. Dat is zo in het leven, waar een groot wiskundige pas alle
formules kan toepassen na een universitaire studie, terwijl hij eerst in
zijn jeugd de tafels heeft geleerd. Zo kan de judoka ook pas alle fijne
kata's leren als hij eerst begonnen is met ukemi en een
uki-goshi. Zo kan een gevorderde judoka de principes van ju
pas toepassen als hij ze van de mat kan abstraheren naar het dagelijks
leven. Als het goed is, groeit dat vanzelf.
Neil Ohlenkamp zegt daarover:
"De lichamelijke training
leidt op een natuurlijke manier tot het waarderen van de hogere
principes."
In
de praktijk betekent het, dat de judoka vanuit het lichamelijke stadium
naar het intellectuele stadium groeit, naar het morele stadium, naar het
esthetische, de pure schoonheid. (zie ook: menu 'opvoeding', nr 4:
De bijdrage van judo aan de
opvoeding) Zo worden de judoka van sportieve, krachtige winnaars, tot
krachtige verdedigers van de menselijkheid, voor hun eigen welzijn en
dat van de hele samenleving.
We hebben nu vastgesteld
wat de drie aspecten van judo zijn: training voor de verdediging tegen
een aanval; cultivering van geest en lichaam, en je energie optimaal
gebruiken. We hebben ook vastgesteld dat het hoogste doel van judo is:
jika no kansei, de perfectie van de eigen persoon, met als
hoogste doel de perfectie van de samenleving. Om het duidelijk te
maken: We plaatsen het eerste - de training om je tegen een aanval te
verdedigen, onderaan en we noemen dat: judo op het laagste niveau.
Laten we de training in cultivering, wat bijproducten zijn van de
training voor de verdediging tegen een aanval, judo op midden-niveau
noemen. De studie hoe iemand zijn energie ten dienste kan
stellen van de samenleving noemen we judo op het hoogste niveau. Als
we judo verdelen over deze drie niveau's, kunnen we zien dat het niet
beperkt is tot de training voor het gevecht in de dojo, en zelfs als
je je lichaam traint en je geest cultiveert, kun je niet bijdragen aan
de samenleving als je niet een niveau hoger gaat. Het maakt niet uit
wat voor een geweldig persoon je bent, hoe superieur je intelligentie,
of hoe sterk je lichaam, als je doodgaat zonder iets bereikt te
hebben, geldt het spreekwoord: "een schat die je niet hebt gebruikt,
heb je weggegooid." Je kunt zeggen dat je jezelf hebt vervolmaakt,
maar er kan niet gezegd worden dat je hebt bijgedragen aan de
samenleving. Ik benadruk dat allen die aan judo doen, erkennen dat het
bestaat uit deze drie niveau's en om te trainen zonder het ene of
andere aspect te verwaarlozen.
(Jigoro Kano: Mind over
Muscle, p.94-95)
Op
die manier kan iedere judoka judo beleven op het niveau waar hij staat
in zijn ontwikkeling. Kinderen doen heel goed judo in het eerste
stadium. Maar als volwassenen daar in blijven steken, is er iets niet
goed gegaan. Hoe ouder men wordt, hoe perfecter men zou moeten worden in
de judogeest. Lichaam en geest worden steeds meer één.
b. De ippon van het leven of
een koka-leven?
De kick om iemand te
werpen voor de ippon moet je hebben gevoeld om het te
begrijpen. Al dat werk en training in de dojo om dan het kampioenschap
binnen te stappen en goed te vechten, en te winnen of te verliezen
door een grote, heerlijke, zuivere ippon is een geweldig
gevoel. De gedachte om iemand naar de grond te trekken en al dat soort
rotzooi, hoe zou ik me voelen om zo de tatami te verlaten? Wat
zou dat kampioenschap dan waard zijn? Het is zoveel meer dan door te
winnen door een koka of slechte waza in het judo, net
als in het leven zijn er die het maar wat bij elkaar schrapen met een
koka-leventje, maar er zijn er ook die trainen voor de ippon en
die geest leeft in de judoka door heel zijn leven, ongeacht waar hij
zich aan geeft, een soort passie voor alles wat iemand doet.
'Sensei Mike Hanon'
Judoforum 18-7-2008
Als een jongen van twaalf een ippon scoort, is dat op de
tatami. En dat moet worden aangemoedigd. Want ook al op die leeftijd
zijn er luie judoka die liever met gestrekte armen proberen in de
golden-scoretijd een kokaatje (tegenwoordig dus een yukootje) te scoren en zo de beker te pakken. Dat
zullen wel dezelfde lamballen zijn die op school hun huiswerk laten
zitten en tevreden zijn met een zes-min op hun rapport. Nu moeten niet
alle kinderen irritante strebertjes worden, maar ijver (mits met de mate
van seiryoku zenyo) is niet verkeerd. Op de mat ga je voor de
ippon, de perfecte techniek en anders moet je geen wedstrijdjudoka
willen zijn.
Als een judoka ouder wordt, dan heeft hij geleerd van zijn jeugd-ippons.
Hij voelt niet alleen omwille van de beker dat het goed is om voor de
ippon te gaan, maar zoals Sensei Hanon zegt, ook omwille van je
eigen gevoel van volmaaktheid. Je wilt gewoon niet voor minder gaan. Je
voelt jezelf, als mens en judoka, tekortschieten als je met yuko
ook tevreden bent. Dat streven, dat vertaalt zich door het hele leven.
Je oefent ervoor op de tatami en in shiai. Maar de echte
wedstrijd is in je werk, je gezin, je vriendenkring, je buurt. Je wilt
passie hebben, harstocht, liefde, toewijding, er voor gáán - zoals we
tegenwoordig zeggen. Voor minder doen we het niet.
Die houding van passie en toewijding, dat is in de shiai van het
leven, dat je alles wat je doet met maximale efficiëntie en de grootst
mogelijke ijver volbrengt. De scheidsrechter van ons leven zal als alles
voorbij is, zijn hand omhoog heffen, en voordat je dit leven verlaat het
volle punt toekennen...
c. Als je dan oud en wijs
bent geworden...
Als je dan oud
bent, kun je ook wijs geworden zijn. Iemand die dat geworden is, een
zeventiger uit Californie, zegt dan het volgende:
Judo heeft verschillende
betekenissen voor ieder van ons gedurende een leven van oefening. Dit
is waar voor alles wat we doen in het leven En zelfs als we niet meer
op de tatami kunnen staan, om valbewegingen te kunnen nemen, of worpen
te kunnen toepassen, kunnen we doorgaan met judo in onze fantasie,
nadenken over de filosofie er achter, de vaardigheden bewonderen van
degenen die nog steeds wedstrijden doen, en het beetje dat we hebben
geleerd delen met degenen nog steeds in staat zijn, met hun lichaam en
geest.
Een van mijn
boeddhistische leraren zei eens, dat er drie belangrijke gedragingen
zijn in het leven: dankbaarheid voor het verleden, dienstbaarheid in
het heden, en verantwoordelijkheid voor de toekomst. Hij ging door met
de diepere betekenis daarvan uit te leggen. judo geeft de beoefenaar
de gelegenheid al deze drie gedragingen uit te voeren. Weinigen van
ons begrijpen dit als ze jong zijn en willen winnen in het toernooi.
Degenen die ouder worden hebben een verantwoordelijkheid tegenover
degenen die we onderwijzen (dienstbaarheid) en vinden een weg die hen
in staat stelt te profiteren van hun judo lang nadat hun athletische
mogelijkheden verdwenen zijn, waarop ze kunnen genieten van de
voordelen van wat ze hebben geleerd in de overvloed van hun jeugd.
Richard Riehle, Judoforum
24-4-08
Hij is gekomen tot de perfectie van zijn eigen zelf door zijn
levenslange judoweg...
Judo is een werk in uitvoering en je kunt nooit het
voltooide product (onszelf) zien, tenzij je het werk voltooid hebt.
'Sensei Mike Hanon'
|

Ontwikkel jezelf, zoveel als je kunt
Opdat jij en anderen harmonieus kunnen leven |
3. De laatste wens van
Jigoro Kano Shihan:

"Judo is de weg van
Maximale Efficientie.
De ware betekenis van deze
Weg is het begrijpen van zijn ascetische oefening in aanval en
verdediging,
wat discipline geeft aan
lichaam en ziel.
Op die manier is het
belangrijkste doel van judo-oefening de persoonlijke ontwikkeling,
en uiteindelijk het
welzijn van de samenleving."
*** dank aan
JudoSensei Neil Ohlenkamp voor de Engelse vertaling. Bron.
Judoinfo.com.
平和 -
heiwa - pax - peace - vrede
|
 |
Een kleine inspanning
voor de vrede.
Laat het niet uitdoven! |

|
klik om te reageren
op mitesco |
 |
|
Dese site is geoptimailseerd
voor gebruik
door MS IE7 of Mozilla
Firefox 2.x
Resolutie 1024x728 pixels.
©
MITESCO.NL
2008-2009
Alle rechten voorbehouden.
|
|