website metrics

 

  Menu

 

 

  Waarom?

 

  Geschiedenis

  indeling:

   Kano

   Kodokan

   Butokukai

   Judolegenden

   Nederlands judo

 

  Mind over Muscle

 

  Seiryoku Zenyo

  toepassingen:

     deugd

     orde

     strategie

     beheersing

     volharding

     kuzushi

    

  Jita Kyoei

  toepassingen:

     opvoeding

     respect        

     beschaving

     sportiviteit

     de 'dō'

     

  Judo-praktijk

  indeling:

     sport ?

     kata

     kumi-kata

     shiai

     arbitrage

     kinderjudo

     studie

     herbronning

 

  Koppelingen

 

  E-Cards

 

 

 

 

  

 

 

 

Deugden - bijna een doel op zich

 

 

De deugdenleer van Jigoro Kano is het toppunt van ethiek. Als ergens duidelijk wordt wat hij bedoelt met morele en intellectuele opvoeding, is het wel op dit punt.

Aan de ene kant is morele opvoeding een kwestie van kennis. Dat wil zeggen, het is nodig om met je verstand te weten wat goed is en wat kwaad is. Het is ook nodig om het vermogen op te bouwen om onderscheid te kunnen maken tussen goed en kwaad in verschillende complexe situaties. (...)

Aan de andere kant is morele opvoeding een kwestie van emoties. Ook als je in staat bent met je verstand goed en kwaad te onderscheiden, zul je niet in staat zijn om het goede te doen en het kwade te laten als je niet emotioneel getraind bent om te willen wat goed is en niet te willen wat slecht is.

Maar zelfs als je probeert het goede te doen en het kwade te verwerpen - als je wilskracht zwak is, zal het tegenovergestelde resultaat worden behaald. Daarom is de training van de wil ook een onderdeel van de morele opvoeding. Een zwakke wilskracht kan tot gevolg hebben dat je niet kunt doen waarvan je weet dat het goed is, of de onmogelijkheid om tegen te houden waarvan je weet dat het verkeerd is.

Het is dan ook belangrijk om niet overhet hoofd te zien wat de betekenis van de gewoontes zijn. Zelfs als je de bedoeling hebt om het goede te doen en niet de gewoonte hebt ontwikkeld om het ook daadwerkelijk te doen, zullen de beste intenties gemakkelijk falen. Zelfs de beste intenties om het kwade te verwerpen kunnen mislukken als je niet de gewoonte hebt om zo te handelen. Om die reden moet je er aan werken om goede gewoontes te cultiveren, het goede te beminnen, en het slechte te verwerpen, de hele dag door. (Jigoro Kano, Mind over Muscle, p. 68-69)

 

Kano heeft hier de belangrijkste punten helemaal helder in beeld.

Moreel opvoeden en juist handelen dus hangt af van:

  • kennis van goed en kwaad

  • emoties trainen en beheersen (zie ook in menu onder 'beheersing')

  • wilskracht sterken (zie ook menu volharding)

  • goede gewoontes vasthouden en blijven doen.

Die goede gewoontes, met gemak en overtuiging in de praktijk gebracht, noemen we vanouds een 'deugd'.

 

Moraal (dotoku) moet altijd intellectueel (chiteki), en met gevoel (joteki) en door de gewoonte (shukanteki) gevormd worden. (Jigoro Kano, 1927, KJT 5, 387)

 

De ontsporing van de gemeenschappelijke moraal vandaag de dag is in de eerste plaats het gevolg van het ontbreken van nadruk op de deugden. Ik geloof dus, dat degenen die aan judo doen zich heel bijzonder moeten toewijden aan deze zaken en de tegenwoordig zo vergeten publieke moraal moeten herstellen. (Mind over Muscle, p.105-106)

 

 


 

 

1. Deugdenleer

 

Een klassieke definitie is:

De deugd is een levenshouding, een vaste gesteltenis, om het goede te doen. Ze maakt het de mens mogelijk, niet alleen goede daden te stellen maar ook het beste van zichzelf te geven. De deugdzame mens streeft naar het goede met al zijn zintuigelijke en geestelijke krachten. Hij streeft het na en kiest ervoor in concrete daden. Het worden standvastige houdingen, stabiele gesteltenissen, vervolmakingen van het verstand en wil, die tot levenshoudingen worden, onze daden regelen, onze hartstochten ordenen en ons gedrag leiden volgens de rede. Ze verschaffen gemak, beheersing en vreugde om een moreel goed leven te leiden. De deugdzame mens is hij die in vrijheid het goede doet.

 

In aansluiting op de deugdenleer van Jigoro Kano is het misschien goed om in het algemeen iets te zeggen over deugden zoals wij die vanuit het westen kennen. Kano kende deze leer zo te lezen erg goed. De Griekse filosoof Plato kent aan vier deugden een hele bijzondere plaats toe. Ze worden ook wel 'kardinale deugden' genoemd (kardinaal = ze hebben een spilfunctie.)

  • verstandigheid - de wijsheid die alles (doel en middelen) in de juiste maat ordent. (zie ook menu 'orde')

  • moed - de innerlijke standvastigheid en volharding om te handelen (zie ook menu 'strategie')

  • matigheid - evenwicht in verlangens en emoties (zie ook menu 'beheersing')

  • rechtvaardigheid - iedere mens krijgt waar hij recht op heeft: vrede, harmonie, vrijheid, algemeen welzijn.

Over de eerste drie kardinale deugden spreekt Kano veel en je hebt ze bij judo ook per se nodig. Rechtvaardigheid is wat anders. Dat is bij Kano bijna een doel op zich, je zou het als een morele weg naar de jita kyoei kunnen beschouwen. Het gaat daarbij ook niet om een individuele houding, maar een houding die betrekking heeft op de orde tussen mensen en de samenleving. De rechtvaardigheid is als het ware de absolute norm voor goed en kwaad.

Kano sluit aan bij de deugdenethiek van het westen (die hij kende vanuit zijn contacten met westerse filosofen). Volgens Aristoteles is een deugdenleer altijd doelgericht (met een moeilijk woord: teleologisch). Bij Kano is dat doel van menselijk leven de jita kyoei, en de vervolmaking van de mens als persoon in relatie tot de samenleving en de wereld. Het grootste geluk is als je een waardevol persoon bent geworden, iemand die iets goeds heeft kunnen betekenen voor anderen. De deugd is een manier waarop het doel wordt bereikt.

 

 


 

 

2. Wilskracht en motivatie

 

Belangrijk voor een judoka en voor elke mens is: motivatie. Je kunt nog zo'n mooie ethiek of moraal onderwijzen, maar je hebt niets aan deugden als de leerlingen ze niet willen toepassen. Daarom ook niet alleen onderwijs, maar vooral opvoeding. Opvoeding is meer dan leren. Het is het motiveren tot een levenshouding. Dat was dus volgens Jigoro Kano de belangijkste taak van het Kodokan (judo).

 

Tegenwoordig wordt er veel gesproken over normen en waarden in de opvoeding. Alsof het dat alleen is.

  • Normen zijn objectief. Het zijn een soort wetten, stellen grenzen. Ongemotiveerde mensen zoeken die grenzen op - om ze te overschrijden.

  • Waarden zijn subjectief. Het belang is wat iemand er zelf van vindt. Ongemotiveerde mensen halen door een lage waardering normen onderuit en relativeren hun belang.

Daarom is het trainen van motivatie en wilskracht zo belangrijk. Deugden helpen daarbij. Omdat deugden de weg wijzen naar een concreet doel en zelfs voor luie of egocentrische mensen inzichtelijk maken dat je er beter van wordt, kunnen deugden motiveren. Deugden zijn bovendien controleerbaar aan te leren, en scheppen voldoening als iets goeds wordt bereikt. Ook vanuit het opvoedkundige element "inspanning - beloning" hebben ze dus waarde.

 

De rechtvaardigheid (de jita kyoei) als doel van alle deugden ordent het streven van mensen. Het is de norm voor goed of kwaad. Je kunt namelijk ook heel erg gemotiveerd zijn om met veel verstand en moed slechte doelen te stellen. Dat is de drijfveer van criminelen die medemensen doden, en tirannen die ten oorlog trekken. Maar ook sommige judoka vechten op een oneerlijke manier, door alleen te willen winnen, zelfs met vuile methoden. Zeer gemotiveerd, alleen is hun moed en verstand op het verkeerde gericht. Dan is de objectieve orde van het algemeen menselijk welzijn van belang, weergegeven in de principes van jita kyoei. Wie zijn deugden daarop afstemt is in de ware betekenis: ‘van goede wil’. Een goede intentie is dus vreselijk belangrijk. Goed is niet wat goed voelt, maar wat genormeerd is door het doel. Iets anders moet je niet willen.
 

De motivatie om met de deugden tot het doel te komen, moet van binnenuit komen. In de dojo en in het leven doen we het goede niet omdat het moet, maar omdat we met ons verstand inzien dat die weg verreweg de beste is en we met ons hart voelen dat we daardoor gelukkige mensen zullen zijn. Op die manier is de ethiek van de deugden (wat Kano noemt) echte "zelfverwerkelijking" , een weg, een levenskunst.

 

 


 

 

3. Deugd en seiryoku zenyo

 

Wat hebben de deugden te maken met het principe van seiryoku zenyo? Horen ze niet thuis bij de jita kyoei?

Het antwoord is: natuurlijk hebben de deugden te maken met de jita kyoei, want ze brengen dat doel dichterbij.

 

Deugden scheppen echter vooral orde in de middelen om bij het doel te komen. Deugdzaamheid is: door herhaalde training maakt de mens zich een aantal fundamentele bewegingen en houdingen eigen die hem helpen om zijn doel zo efficient mogelijk te bereiken. Wie leeft zonder deugden, leeft zonder structuur of principes. Vaste structuur en motivatie zijn nodig om efficient te kunnen werken.

  • Als een bedrijf dat bijvoorbeeld vrachtwagens assembleert, geen duidelijke en gestructureerde opzet zou hebben bij de lopende band, werden de trucks niet in de juiste volgorde in elkaar gezet, wat veel extra arbeid en energie kost. Handelen volgens de principes van assembleren helpt om efficient en kostenbesparend trucks te bouwen.

  • Als een judoka elke o soto gari op een 'nieuwe' manier wil uitvoeren, en zomaar wat met zijn been zwaait, de ene dag zus, de andere dag zo, leert hij de worp nooit. Dat kost veel extra energie. Trainen volgens de principes van judo helpt hem om de worp beter en efficiënter aan te leren.

  • Als een mens naar zijn doel toewerkt, en daarbij de ene dag dit doet en de andere dag dat, moet hij zichzelf steeds weer hernemen en eigenlijk elke keer het wiel uitvinden. Dat kost veel extra energie. Deugdzaam handelen volgens principes kan hem helpen efficienter zijn doel te bereiken.

Jigoro Kano leert dan terecht dat, als we judo consequent en deugdzaam beoefenen, we leren om op de tatami en in het gewone leven met meer gemak en zo min mogelijk inspanning ons doel te bereiken. Op die manier zijn deugden een deel van de leer over seiryoku zenyo.

 

De judoka moet zijn geest in orde maken, nooit angst voelen, nooit zijn beheersing verliezen, zichzelf nooit laten gaan. Hij moet cool en kalm blijven, maar niet wegdromen. Hij moet handelen zo snel als zijn gedachten gaan, aangepast aan de omstandigheden. Hij moet behendig en vrijpostig zijn in aanval en verdediging.

 

Sakujiro Yokoyama en Eisuke Oshima

"Geestelijk zijn" kan zowel ethisch als religieus worden geïnterpreteerd, maar judogeest gaat abosluut samen met rechtvaardigheid en is niet te verenigen met onrecht. Dus de techniek volgt per se het principe van de moraal. Welnu, rechtvaardigheid betekent: uitgebalanceerd zijn, geestelijk en lichaamelijk.  Onrecht of onrechtvaardigheid betekent niet in balans zijn. Dat is gemakkelijk te begrijpen want als de geest in harmonie is met het verstand, is je humeur zuiver en kun je totaal vrij handelen. Daarom, "ju" of met andere woorden "door niets worden verstoord", is: tolererantie of vrede stichten. (...)

Het is oppervlakkig om te denken dat judo zomaar een individuele zaak is, omdat het zich afspeelt tussen twee personen. Echt judo betekent: de manifestatie van verstandigheid en niet alleen van fysieke kracht. judo-waarheid laat geen onrecht toe en is alleen maar in overeenstemming te brengen met het ontwikkelen van een wereld die er uitziet als een vredig en mooi menselijk, samenwerkend lichaam

Kyuzo Mifune

 

  naar boven

 

klik om te reageren

op mitesco 

       

Dese site is geoptimailseerd voor gebruik

door MS IE7 of Mozilla Firefox 2.x

Resolutie 1024x728 pixels.

© MITESCO.NL    2008-2009

Alle rechten voorbehouden.