website metrics

 

  Menu

 

 

  Waarom?

 

  Geschiedenis

  indeling:

   Kano

   Kodokan

   Butokukai

   Judolegenden

   Nederlands judo

 

  Mind over Muscle

 

  Seiryoku Zenyo

  toepassingen:

     deugd

     orde

     strategie

     beheersing

     kuzushi

    

  Jita Kyoei

  toepassingen:

     opvoeding

     respect        

     beschaving

     sportiviteit

     de 'dō'

     

  Judo-praktijk

  indeling:

     sport ?

     kata

     kumi-kata

     shiai

     arbitrage

     kinderjudo

     studie

     herbronning

 

  Koppelingen

 

  E-Cards

 

 

 

 

  

 

Beschaving - een judoka is een gentleman in de letterlijke zin van het woord

 

 

Wat is 'beschaving' of 'beschaafdheid'? In verband met de jita kyoei heeft het woord verschillende betekenissen die vooral te maken hebben met de morele verplichtingen ten opzichte van de menselijke maatschappij. In het woord zit iets van 'beschaven', 'bijschaven' of 'minder ruw maken met een schaaf'. Jigoro Kano zou zeggen: 'welopgevoed', of: door opvoeding tot meer perfectie als mens komen. Iemand die beschaafd is, kuurt niet zijn eigen grillen uit, maar is beheerst en ordelijk. Daardoor bouwt hij aan beschaving om zich heen: een wereld waarin ruimte is voor iedereen.

Een beschaafd mens kent de wetten van de natuurlijke wereld, kan deze daarom beheersen en het geluk van de mensheid vergroten. Tegelijkertijd onderzoekt hij de fenomenen van de geestelijke wereld. Met betrekking tot de geschiedenis van de mensheid ziet hij de sporen van bloei en verval, van oorlog en vrede. Hij begrijpt de menselijke natuur, denkt na over de gebruiken, vormt een staat die op wetten gebaseerd is. Op die manier ontstaat er bloei, voortgang in productie, een paraat leger en maakt de opvoeding vooruitgang. (Kano, 1917)

 

Toegepast op de judoka is het een norm van gedrag, gelijkend op fatsoen, etiquette, wellevendheid. 'Beschaafd' gedrag of 'beschaafdheid' is het tegenovergestelde van ruw, lomp, onfatsoenlijk, eigengereid. In deze betekenis heeft beschaving te maken met 'verfijning', deugd en welzijn. De judoka als gentleman.

 

 


 

 

1. De beeldvorming is anders dan de werkelijkheid

 

Proberen om het eerder genoemde en wijdverbreide misverstand, namelijk dat judo gevaarlijk en gewelddadig is, uit de wereld te helpen, is altijd een enorm probleem voor me geweest. (Jigoro Kano, Judo Memoirs, p. 72)

 

 

Beginners denken vaak dat judo-experts hard zijn, en dat klopt. Maar beginners denken dat ze daarom lukraak straffen kunnen uitdelen en onverslaanbaar zijn. In films is de sterkste vechtsporter degene die iedereen verslaat, maar het is een algemeen misverstand dat judo je hard maakt. Het tegengestelde is waar. De hardheid van de judo-expert is het resultaat van volharding tijdens zware beproevingen, u kunt de hardheid beter afmeten aan wat u kunt incasseren dan wat u kunt uitdelen." (Neil Ohlenkamp)

 

Vechtsporten hebben helaas nog steeds een slechte naam. 'Mensen met fatsoen' doen niet aan de ruwe sporten die de meesten alleen uit de films kennen. Bruce Lee is dan nog netjes, maar Rambo, Rocky en andere vechtmachines zijn niet de dingen waar beschaafde mensen naar kijken. Welke ontwikkelde mens gaat er nou naar films als 'Fight Club' kijken? (Het zou nog verbazen hoe veel, maar dat terzijde.) Om over de vele computerspelletjes met vechters nog maar te zwijgen. Veel mensen schudden het hoofd als ze posters zien van 'vechtsportgala's' en denken dat het er op de judomat net zo aan toegaat.

 

In de tijd van Jigoro Kano had jujitsu dezelfde naam als vechtsporten in de ogen van de niet-vechtsporters hebben. Mensen die tegen geweld zijn, hebben het idee dat alle martial arts gewelddadig, onbeschaafd, ruw en onmenselijk zijn. Dat judoka valse straatvechters zijn. Het is gebaseerd op onkunde, maar het beeld blijft hangen - en is iets van alle tijden. Zoals er ook altijd mensen zijn die principieel tegen iets als een leger zijn. Terwijl je heel goed judoka én pacifist kunt zijn.

 

Nu willen we niet ontkennen dat er vechtsporten zijn, waarin geweld zeker onderdeel van het spel is. Mohammed Ali heeft niet voor niets al op jonge leeftijd Parkinson ontwikkeld. Boksen en alle sporten waarbij stoten tegen een onbeschermd hoofd (of lichaam) onderdeel van de sport zijn, en waar een knockout bij het risico hoort, zijn ook riskanter voor de lichamelijke gezondheid op langere termijn. Zeker als technieken op volle kracht moeten worden uitgevoerd, is beheersing nu eenmaal moeilijker. Als je kijkt naar een K1-toernooi in Tokyo kun je denken dat alle Japanse vechtsporten een soort freefight zijn: weinig beschaafd, veel geweld.

 

Maar judo volgens de principes van Jigoro Kano is principieel anders. Deze webpagina probeert dat in alle toonaarden te bezingen. judo is alleen hard qua discipline en training, maar nooit en te nimmer ten opzichte van de medemens. Vallen doet geen pijn - al lijkt het voor niet-judoka misschien doodeng. Jigoro Kano verwijderde alle elementen uit het jujitsu van zijn tijd die op enige wijze de ander zouden kunnen schaden, of pijn doen. Hoewel kansetsu- en shimewaza nog steeds onderdeel van judo zijn, zijn de toepassingen op de armen en nek zeer beperkt, en horen heel veel mogelijkheden van klemmen en verwurgingen tot de verboden handelingen. Hansokumake krijg je niet zo snel, maar vast en zeker bij elke handeling die een ander zou kunnen verwonden. Want dat is tegen de geest van judo. Atemiwaza zijn mede om die reden geen onderdeel meer van het gewone judo. judo mag ook nooit op straat worden gebruikt - tenzij om jezelf wettig te verdedigen. judo is van alle martial arts de meest zachte en beschaafde, sterker nog: het werkt mee aan meer beschaving. Alleen... hoe komt het hooggeëerd publiek daar achter?

 

Judoka moeten in heel hun levenshouding laten zien, dat de beeldvorming omtrent judo als vechtsport niet klopt. In principe moeten andere mensen die niets hebben met judo, verrast kunnen zijn als ze vernemen dat je een judoka bent - tenzij je al voorbeeldig leeft. Mensen die leven met de stereotiepe beelden van judo als geweldssport, kunnen beter zeggen "dat had ik niet achter je gezocht" dan: "past precies bij je," of "dat zul je wel nodig hebben." Kortom: een judoka moet in zijn dagelijkse leven zó leven dat hij een voorbeeld is van beschaving. Hij is de beste ambassadeur voor judo als hij is zoals een mens moet zijn: open en fatsoenlijk, de medemens tot zijn recht laten komen en daarmee bouwen aan geluk en welzijn van allen.

 

 


 

 

2. Judoka hebben een voorbeeldfunctie

 

judo als levensweg betekent dat de houding van de judoka is: om de medemens altijd het beste toe te wensen in woord en daad. De beheerste toepassing van technieken ten opzichte van een medemens leert om ook in de omgang altijd een waardige medemens te zijn voor een ander. Judoka zijn waardige mensen. Kenmerken van de beschaving van een judoka zouden dan ook mogen zijn:

  • rustige beheersing in alles

  • hulpvaardigheid

  • vriendelijkheid in taalgebruik en omgangsvormen

  • persoonlijke verzorging en etiquette

  • discipline

  • trouw aan beloften

  • actief burgerschap in het land en de gemeenschap

De technieken, oefenmethoden, filosofie en morele basis zijn in overeenstemming met de zoektocht naar zelfinzicht en ontwikkeling van een sterk, individueel karakter. (...) U ontwikkelt kwaliteiten als geduld, doorzettingsvermogen, optimisme, betrouwbaarheid, eerlijkheid, bedachtzaamheid, volharding, aanpassingsvermogen, nederigheid, moed, discipline, zelfredzaamheid, intensiteit, oprechtheid, flexibiliteit en samenwerking. Ook ontwikkelt u zelfrespect, behoedzaamheid, vriendelijkheid, kalmte en zelfbeheersing. Dit komt samen in een van de doelen van judo: jika no kansei, het streven naar perfectie. (Neil Ohlenkamp, Handboek p.36)

 

Judoka zijn ambassadeurs voor judo: mensen die zo perfect mogelijk zijn, en daarin tegelijk ontspannen. Een judoka is:

  1. Rustig en beheerst in alles. Denk aan wat in het menu 'beheersing' is gezegd. Woedende en klagerige mensen zondigen tegen alle principes van seiryoku zenyo. Wie beheerst omgaat met zijn energie laat zich nooit gaan, ook niet als daar voor andere mensen best aanleiding toe zou kunnen zijn. Een judoka zoekt altijd naar uitwegen, laat zich mentaal niet in de houdgreep leggen. Juist in een land waar 'korte lontjes' zo in de mode zijn, laat de judoka zien dat zijn lont zo lang is als een judoband, en onontvlambaar. Een judoka beseft bovendien dat de medemens, hoe vervelend hij ook kan zijn, altijd eerbied en respect verschuldigd is. Op de tatami behoud je immers ook je respect als de ander onsportief of lomp is. 

  2. Hulpvaardig. Denk aan wat jita kyoei oorspronkelijk is: onderlinge hulp. Wat je samen kunt doen, gaat altijd beter. Een judoka beseft dat hij op de tatami ook nooit in zijn eentje bezig is, maar altijd een ander tegemoet komt. Wie zwakker is, of dat nu gaat om iemand met een beperking in het G-judo, of gewoon een medejudoka die nog niet zo goed is, wordt door de hogere graad geholpen om te groeien en zelfvertrouwen te krijgen. Dat strekt zich uit naar de medemens in nood, waar hij die ook ontmoet. Een judoka laat een medemens nooit in de kou staan, maar gebruikt zijn eigen kracht om moedig bij te springen.

  3. Vriendelijk. Wie als judoka de ander als een vriend beschouwt, ook tijdens een gevecht, leert dat ook in het algemeen op mensen toe te passen. Niemand is concurrent, of hij wordt in de eerste plaats als mens behandeld. Wie op de tatami graag als gentleman wordt behandeld, gedraagt zich ook zo naar een ander. Ook in taalgebruik blijft een judoka altijd correct. Wie tijdens randori zou beginnen met schelden, kan als het goed is buiten de mat afkoelen. Nu zijn de omgangsvormen tussen mensen in onze tijd soms wat ruw en iedereen meent te mogen zeggen wat hem op het hart ligt. Een judoka weet altijd wanneer hij moet ophouden, met zijn hart en zijn mond. Een judoka weet hoe hij emoties van anderen moet bespelen: niet met ruwheid of stemverheffing, maar met zachtmoedigheid.

  4. Verzorgd. De persoonlijke verzorging en etiquette voor een judoka liggen min of meer vast. Je buigt niet alleen netjes naar de ander, de scheidsrechter, of de sensei. Je verzorgt uit respect voor de andere judoka je hele lichaam correct. Je bent hygiënisch, hebt een schoon judo, de band netjes omgeknoopt. Je haren hangen niet los, piercings steken niet uit, en de nagels van vingers en tenen zijn geknipt. Die houding is ook buiten de dojo vanzelfsprekend. Een judoka oogt en ruikt nooit als een varken, en weet zich in gezelschap correct te gedragen. Als hij zichzelf meent te moeten zijn, doet hij dat altijd met respect voor anderen.

  5. Gedisciplineerd. Een judoka traint zijn lichaam en geest om in balans te blijven. Dat vraagt wilskracht en toeleg. Een judoka kan niet in balans zijn, als hij dat in de uren van judotraining wél is, en in de uren van studie, werk, maaltijden, slaap en omgang met vrienden niet is. Een judoka zegt ja als dat goed of nuttig is, maar ook nee als dat nodig is. En consequent. Een judoka is iemand die zichzelf in de hand heeft en zo totaal in balans is.

  6. Trouw aan beloften. Wie niet gemotiveerd is om zijn ja ja te laten zijn, en zijn nee nee, verschijnt niet of te laat op de training als dat moet, maar maakt ook niet waar wat hij bij elke graad belooft. Wie judo beoefent, maakt van zijn judogi en band een belofte om te leven in de geest van judo. Daar moet je je dan aan houden. Dat is dan in het hele leven zo. Een judoka moet betrouwbaar zijn en in zijn hele houding laten zien dat de jita kyoei bij hem in veilige handen is.

  7. Actief burger. Wie tenslotte de grotere doelen van judo in beeld heeft, zet zich in voor de samenleving in de geest van het Kodokan-judo. Dat houdt in dat burgerschap in land en gemeenschap een normale zaak is. Een judoka is per se een sociaal en open mens, die zich niet afsluit voor de doelen van de wereld en de mensheid. Ongenuanceerde en generaliserende meningen over medeburgers passen niet bij hem; eerder probeert hij bruggen te slaan tussen groepen en mensen zoals hij dat ook in de dojo doet. Een judoka bouwt aan vrede in klein en groot en geeft zijn energie aan die grote doelen. Engagement in de samenleving is een hartszaak, vanuit het diepe beleven van de idealen van de jita kyoei .

Een judoka is dus een echte gentleman: 'gentle' in de betekenis van 'the gentle way' zoals judo vaak wordt vertaald: zachtmoedig, open, vriendelijk, beschaafd. Van een judoka mag je verwachten dat hij vanuit zijn judospirit handelt en ook buiten de tatami laat zien wat hij waard is.

Juist als mensen die van niets weten denken dat judo zo'n harde sport is, moet de judoka extra zijn best doen om het tegendeel te laten zien.

   naar boven

 

klik om te reageren

op mitesco 

       

Dese site is geoptimailseerd voor gebruik

door MS IE7 of Mozilla Firefox 2.x

Resolutie 1024x728 pixels.

© MITESCO.NL 2008-2009

Alle rechten voorbehouden.