|
Beheersing - de deugd van matigheid in de praktijk
Beheersing is in verband met judo, seiryoku zenyo en het leven
vooral zelfbeheersing.
Zelfbeheersing is een vorm van matigheid, één van de hoofddeugden (zie
ook: menu 'deugd')
Zelfbeheersing kunnen we verdelen in drie aspecten:
In mijn jonge jaren was ik
gemakkelijk geïrriteerd en had ik soms een kort lontje. Na een paar
jaar jujutsu-training merkte ik echter dat mijn gezondheid was
verbeterd. Ik werd rustiger als gevolg van meer zelfbeheersing. Ik
concludeerde dat dezelfde geest die nodig was om in een gevecht op
leven en dood tegen een vijand op het slagveld te overleven, ook kon
worden toegepast in een poging om moeilijkheden te overwinnen die we
tegenkomen in het dagelijks leven.
Jigoro Kano, Judo Memoirs
p. 14.
1. Beheersing van je
lichamelijke behoeften
Jigoro Kano had een enorme hekel aan verspilling. Zowel verspilling van
energie als van andere middelen. Op verschillende plaatsen in zijn
werken waarschuwt hij voor de gevaren van overmaat en luxe. Daarmee is
hij tegen de stroom in.
Zelfbeheersing is zo populair in ons land. Als iedereen leeft om te
genieten en alles voorhanden is, moet je wel heel erg je best doen om
niet te pakken wat je pakken kunt. Of het nu gaat om eten en drinken, of
het gebruik van vrije tijd en communicatiemiddelen, de norm lijkt wel:
doe wat je wilt. Wat op vrijheid lijkt (doen wat je wilt) is echter geen
echte vrijheid. Het maakt je al gauw tot slaaf van je eigen verlangens
en wat anderen vinden. Vrijheid krijg je door deugdzaam te leven. Het
maakt je ontspannen, flexibel en overtuigd van het goede. Dat is ook
jū.
Een goede judoka leert dat je het principe van seiryoku zenyo ook
op je fysieke mogelijkheden moet toepassen. Wie te veel eet of drinkt,
wordt zo zwaar dat de training moeizamer verloopt. Wedstrijdjudoka
zijn al te vaak zo gefocust op hun gewichtsklasse, dat ze alleen al om
die reden weten wat vasten is. De juiste maat blijft moeilijk te
bepalen. Maar vaststaat dat je energie die je niet nodig hebt, ook niet
moet opnemen.
Toch heeft de deugd van matigheid bij Jigoro Kano niet alleen te maken
met efficiëntie in energie. Het gaat ook het doel:
Je moet methoden kiezen
die je in staat stellen de doelen van judo zo goed mogelijk waar te
maken in je dagelijks leven. Bijvoorbeeld: ten aanzien van de
basisbehoeften van je leven zoals eten, drinken, kleding en
huisvesting, en ook in je sociale interactie, moet je serieus bekijken
of je een leven leidt wat maximaal in overeenstemming is met je
bijdrage aan de samenleving. (...) De basis van geluk in het leven is
niet het najagen van materiele verrijking of tijdelijk plezier. (Mind
over Muscle p.92-93)
[Om de samenleving te
dienen] moet je eerst een aantal goede dagelijkse gewoontes
ontwikkelen. Deze goede gewoonten behelzen eenvoud en gematigdheid.
(...) Daarom moet je er allereerst naar streven om een eenvoudig,
bescheiden leven te leiden en te leven met je middelen, zodat je niet
zoveel tijd of geld nodig hebt om jezelf te onderhouden. Het
belangrijkste is om ernaar te streven jezelf zo te ontwikkelen dat je
zoveel mogelijk reserve-energie kunt verwerven om te benutten voor de
samenleving. (Mind over Muscle, p. 130-131)
Beheersing in alles brengt geluk dichterbij, en is ook bevorderlijk voor
een goede gezondheid - essentieel voor judoka, maar voor wie eigenlijk
niet?
Het is ook bijzonder
noodzakelijk om zorg te dragen voor je gezondheid wanneer je judo
oefent als lichamelijke opvoeding. Iemand die aan judo doet, kan
zichzelf overschatten inzake de gezondheid en dan let je gewoon niet
goed genoeg op jezelf. We mogen niet onzorgvuldig zijn waar we leven,
hoe we ons kleden, of onze hygiene. We moeten grote aandacht hebben
voor wat we eten en drinken. Er was een tijd dat mensen het geen
probleem vonden om te eten en te drinken tot overdrijvens toe. Ze
waren er zelfs trots op een overdadig eter te zijn, of een zware
drinker. Die manier van denken bestaat nog steeds en is duidelijk
vernietigend voor de gezondheid. Als je niet oplet inzake je
gezondheid, er is geen enkel voordeel meer om aan judo te doen. (Mind
over Muscle, p. 105)
De
mensen in Nederland en Belgie zouden van judo kunnen leren wat ze
natuurlijk overal wel kunnen leren: minder is meer. Toch vraagt het van
iedereen, judoka of niet, een enorme mentale omschakeling om niet te
leven vanuit de onbegrensde mogelijkheden, maar vanuit gezonde
principes. En steeds bewust de vraag stellen: is dit nodig, of is het
overdaad?
-
Bij eten en drinken steeds de vraag: heeft mijn lichaam nu de
energie-injectie nodig, of ben ik gewoon aan het genieten tot je erbij
neervalt, zoals veel andere mensen doen?
-
Bij kleding de vraag: hoeveel geld en productie-energie verspil ik als
ik meer kleding in de kast hang dan ik kan dragen, of ben ik een
modepop die slaaf is van wat anderen dragen?
-
Bij een auto de vraag: hoeveel energie slurpt het ding en hoeveel
ruimte, vermogen, uitrusting heb ik écht nodig, of ben ik een freak
die zijn ego versterkt met de vier wielen van een suv?
-
Bij alles de vraag: sta ik achter mijn keuze, en is die gemotiveerd?
Heb ik bij mijn keuze alleen mijn eigen belang meegewogen, of ook de
verantwoordelijkheid naar de wereld, de verdeling van goederen en
energie? Ben ik onafhankelijk genoeg, of loop ik achter de mode aan?
Deugd is een kwestie van aanleren:
Na de training hebben de
kinderen dorst en willen ze veel water drinken. Dan moet de trainer
goed opletten. Als hij de passende aansporingen geeft, zullen de
kinderen vanzelf maat houden en zich beheersen. Als de leerlingen dan
in een vergelijkbare situatie komen, hebben ze de gewoonte zich te
beheersen en zal het niet tot excessen komen. (Mind over Muscle,
p.113)
Ik geloof dat een
gedisciplineerd regime een uitstekende methode is om je karakter te
ontwikkelen. Alle regels die ik invoerde waren een middel voor dat
doel. (Judo Memoirs, p.33)
2. Je emoties steeds de baas
blijven
De meeste mensen hebben moeite om met hun emoties om te gaan. Daarbij
gaat het natuurlijk niet over positieve emoties, zoals liefde,
sympathie, of geluk. Al moeten ook zulke gevoelens niet te heftig
worden, want een judoka met teveel vlinders in de buik is ook niet in
balans. Maar het gaat met name over negatieve emoties. Want emoties
kunnen soms zo sterk zijn, dat het niet eenvoudig is om een 'knop om te
zetten'.
Jigoro Kano benadrukt op meerdere momenten dat sommige emoties
ontzettend schadelijk zijn voor een judoka - en iedere mens. Ze kosten
zo veel energie, dat je niet meer in staat bent om judo te beoefenen. Je
kunt totaal kuzushi worden als je je laat meeslepen door
onbeheersbare gevoelens. Ze leiden af van de hoofdzaak en het doel van
je handelingen. Seiryoku zenyo laat je begrijpen dat het
beheersen van je emoties wezenlijk is om goed te kunnen werken met de
gegeven talenten en energie. Rust en orde.
Kano noemt met name:
a. woede
Woede is een heftige emotie die het slechtste in de mens naar boven
haalt en tot de grootste misstappen kan leiden. Jigoro Kano zegt
daarover:
"Kwaad worden vreet
geestelijke energie. En wat voor voordeel heb je er zelf van, of een
ander? Het resultaat van woede is hoe dan ook het uitputten van
mentale energie en je gaat er negatief van worden, naar anderen en
voor anderen." (Mind over Muscle, p.85)
Er
zijn judoka die bijvoorbeeld zó kwaad kunnen worden over beslissingen
van scheidsrechters, onsportief gedrag van anderen, en alle
onregelmatigheiden die op de tatami mogelijk zijn, dat ze nog
dagen overstuur kunnen zijn. Natuurlijk moet een judoka strijden voor
recht en gerechtigheid. Maar wat is de zin van woede? Word je daar een
betere judoka van? Bovendien leidt het heel vaak tot de
energieverspilling van punt b).
Maar ook in het alledaagse leven is woede een destructieve emotie. Het
verkeer is daarvan het beste voorbeeld. Als medeweggebuikers
overtredingen begaan waarvan jij last hebt, hoe reageer je dan? Wat
heeft toeteren voor zin? Mensen met opgestoken middelvingers antwoorden?
Hard gas geven en inhalen, afsnijden, met de lichten knipperen,
kleven... waarom eigenlijk? We weten dat we onszelf en anderen ermee in
gevaar brengen en waarom doen we het?
Zo
reageren mensen ook als ze zich door dienstverleners onheus bejegend
voelen. Agressie en intmidatie van anderen is tegenwoordig maar heel
gewoon. Zo erg zelfs dat hulpverleners hun werk niet meer kunnen doen.
Maar hoeveel energie kost het de mens die kwaad wordt? Hoe voelt het om
dan je bloed te voelen koken? Hoe is het om je middag, je feestje, je
reis, je vakantie te laten bederven door je eigen woede en negatieve
gevoelens? Hoe lang blijf je nog tieren? Lucht het wel zo op om je gram
te halen, of zou je veel relaxter zijn als je de schouders zou ophalen
en zou doorgaan met iets goeds te doen? Dan is het negatieve eerder
vergeten en de stemming gered.
Als je het principe van
seiryoku zenyo volgt, zal je niet in staat zijn om kwaad te worden.
(Mind over Muscle, p.85)
b. ontevredenheid
Op
meerdere plaatsen benadrukt Jigoro Kano dat klagen en ontevredenheid ten
diepste op gespannen voet staat met de principes van seiryoku zenyo.
Daar had hij een enorme hekel aan en het kwam in zijn tijd blijkbaar ook
al veel voor. Het negatieve is destructief. Negatieve energie bestaat
namelijk niet, en kan alleen beschouwd worden als het verspillen,
wegnemen, vernietigen van positieve energie. Dat is zinloos en
tegennatuurlijk.
Ontevredenheid.
“Opgewonden raken is een onnodige verspilling van energie, en heeft
geen enkel voordeel voor iemand. Het beschadigt jezelf en anderen. Een
judoka moet zulk gedrag vermijden. Iemand kan soms ook helemaal vol
zijn van teleurstelling, treurig zijn en geen moed meer hebben om iets
te doen. Voor zo iemand kan judo betekenen dat hij gaat zoeken wat het
beste is wat hij in de gegeven omstandigheden kan doen. Gek genoeg is
zo iemand volgens mij, in dezelfde positie als iemand die op het
toppunt van zijn succes is. In beide gevallen is er maar één weg om te
gaan, namelijk: wat hij na rijp beraad het beste kan doen op dat
moment. Zo kan het leren van judo iemand vanuit de diepste
teleurstelling en geestelijke verlamming brengen tot een staat van
bruisende activiteit en stralende hoop voor de toekomst. Hetzelfde
geldt voor mensen die ontevreden zijn. Ontevreden mensen raken in een
pruilerige en bokkige gemoedstoestand en geven anderen de schuld van
hun eigen falen, zonder op te letten op zichzelf. Judo laat zulke
mensen begrijpen dat zulk gedrag tegen het principe van maximale
efficientie is, terwijl de trouwe toewijding aan dat principe ze meer
opgewekt maakt.” (uit: The Contribution of Judo to Education)
Klagen. "Wat is er
nou zinvol aan klagen? Het is zeker geen pretje voor degenen die naar
de klachten moeten luisteren. De energie die wordt gebruikt om
onplezierige klachten te uiten, kan zeker niet beschouwd worden als
seiryoku zenyo. Nee, al de energie die wordt gebruikt om te klagen
en te mopperen kan veel nuttiger worden besteed. Dat betekent: ruk
jezelf los van al die onplezierige gevoelens en houd op met al die
zieke praat naar anderen toe. Uiteindelijk zal blijken dat je al die
energie het beste kunt geven aan je eigen geluk of de verbetering van
de samenleving. Dit principe moet worden toegepast, overal en altijd.
(Mind over Muscle p. 80)
Nederland (en Belgie)
kunnen wat leren van deze judoprincipes. Er wordt veel woede
geventileerd en mensen worden beschadigd door wat er ondoordacht wordt
uitgeflapt. Er wordt ontzettend veel geklaagd, en mensen zijn niet meer
bereid iets uit te houden of tegenslag als iets van het leven te
beschouwen. Klagen over onrecht gebeurt vaak op hoge toon en mensen
halen hun 'recht' bij onbenullige dingen. Judo kan leren de juiste maat
opnieuw te vinden. Als de judoka tenminste zelf ook eens ophouden te
jammeren over elke tegenslag...
Omdat iemand die
geordend leeft altijd zijn weg vindt in het leven en optimaal gebruik
maken van hun energie, durft Jigoro Kano te zeggen: "hij heeft altijd
een rustige geest, heeft plezier in het leven en is vol initiatief." Dat
is het tegenovergestelde van onbeheerste emotionele uitbarstingen.
Na een, twee jaren
training kon ik veranderingen in mijn lichaam waarnemen, en na drie
jaar was ik duidelijk sterker. Maar ook geestelijk beleefde ik een
opfrisbeurt. Als jongeman was ik driftig en opvliegend. Nu werd ik
geduldiger en mijn temperament werd langzaam rustiger. (Kano, 1915,
in: KJT 3, 121-122)
3. Beheersing van kracht
Het juiste gebruik van lichamelijke kracht is natuurlijk een wezenlijk
punt bij het toepassen van seiryoku zenyo. Wie meer kracht
toepast dan nodig, is niet goed bezig. Kano noemt het een "verspilling
van energie" om tijdens het gevecht je spieren onnodig strak te spannen.
(vgl. Judo Memoirs, p.40) Overdreven gebruik van kracht is
tegen het principe van jū. Kracht is ook geen doel in zich:
"De judoka doen vandaag de dag niet
genoeg moeite om de doelen van het judo te bereiken, en leggen veel te
veel nadruk op sterk-worden en winnen in de competitie, wat in feite
meer middelen zijn dan doelen" (Jigoro Kano, Mind over Muscle, p. 100)
Met name het moderne wedstrijdjudo zou daarvan kunnen leren, want daar
wordt momenteel te weinig gedaan met de nobele principes van 'maximale
efficientie met minimale inspanning'. De spieren winnen het daar van de
techniek. Tot overdrijvens toe.
Ontwikkeling van spieren
tot het uiterste is niet een wenselijke ontwikkeling, maar meer een
lichamelijke flexibiliteit, samen met snelle en vaardige bewegingen om
in staat te zijn aan te vallen of te verdedigen, net wat nodig is.
Jigoro Kano, Judo Memoirs,
p.38.
Neil Ohlenkamp zegt daarover in zijn Handboek:
"Om met minimale
inspanning het maximale effect te bereiken, moet u precies de juiste
hoeveelheid kracht gebruiken. te weinig is niet ideaal, net zo min als
te veel. Een gebruikelijk misverstand is dat het gebruik van kracht
altijd negatief is. Verkeerd, onnodig overtollig gebruik van kracht
leidt tot energieverspilling en dat is niet wenselijk. Maar kracht kan
essentieel zijn tegen een grote of sterke tegenstander met dezelfde
vaardigheden. Techniek verslaat kracht en grootte, maar hoe groter het
verschil in grootte of kracht, hoe beter uw vaardigheid moet zijn ten
opzichte van uw tegenstander." (p. 33)
Wat is de juiste maat? Jigoro Kano leert in zijn leer over de opvoeding:
In randori leren we
de judoka altijd te handelen volgens het fundamentele principe van
Judo [seiryoku zenyo], ongeacht of zijn tegenstander
lichamelijk zwakker is en gemakkelijk kan worden overwonnen door een
beetje kracht. Als de judoka tegen het principe handelt, zal de
tegenstander nooit overtuigd zijn van zijn nederlaag, hoeveel brute
kracht er ook tegen hem is gebruikt. Het is niet nodig om duidelijk te
maken dat de manier om iemand te overtuigen in een discussie nooit
gelegen is in het forceren van overwicht, noch van macht, noch van
kennis, maar om hem te overtuigen volgens de onbetwistbare regels van
de logica. De les is dat overtuiging, niet dwang, effectief is. Dat is
zó totaal waardevol in het gewone leven, en dat kunnen we leren van
randori.
Ook leren we de judoka,
als hij zijn toevlucht neemt tot een trucje om te winnen, hij alleen
zoveel kracht mag toepassen als absoluut nodig voor dat doel. We
waarschuwen hem tegen te veel of te weinig uitoefening van kracht. Er
zijn heel wat gevallen bekend waarbij mensen mislukten in wat ze
ondernamen, simpel omdat ze te ver gingen, niet wisten wanneer ze
moesten ophouden, en vice versa.
(uit: The
Contribution of Judo to Education)
Jigoro Kano noemt deze vorm van zelfbeheersing tomaru tokoro o shire:
weet wanneer je moet ophouden...
Het vraagt echter heel wat zelfkennis en strategisch inzicht om in
concrete situaties de juiste afwegingen te maken.
De
alledaagse toepassing die Jigoro Kano zelf maakt, is de beheersing in
het gesprek. Dat doet hij bij meerdere gelegenheden. Het is duidelijk
dat je in een gesprek niets kunt bereiken als je een ander met
geschreeuw of intimidatie probeert 'ja' te laten zeggen. Krachttermen en
schelden werken in een dialoog altijd contraproductief. Je laten gaan
overtuigt niet. Argumenten wel. Politieagenten leren in hun opleiding om
die reden hoe ze ruzies en intimiderend gedrag moeten benaderen: rustig
blijven en de-escalerend werken. Nooit meeschreeuwen, nooit naar de
wapenstok grijpen, maar heel kalm en beheerst zeggen wat nodig is,
zonder agitatie.
Natuurlijk komt in dit verband ook de pedagoog in Kano boven, die weet
dat je logische argumenten moet gebruiken om leerlingen te overtuigen en
iets te leren.
De
basis voor een beheerste omgang met de medemens is natuurlijk: het
respect voor de ander als persoon. De beheersing van verlangens, emoties
of kracht raken altijd het belang van een ander. Wat onder het kopje
'respect' bij jita kyoei wordt gezegd, moet bij de deugd van
beheersing dan ook worden meegenomen.
naar
boven
De matigheid is de morele
deugd die de aantrekkingskracht van de genoegens tempert en evenwicht
brengt in het gebruik van de geschapen goederen. Ze verzekert de
beheersing van de wil over de instincten en houdt de verlangens binnen
de grenzen van de betamelijkheid. De matige persoon richt de
strevingen van zijn zinnen op het goede, behoudt een gezonde
bescheidenheid en laat zich niet meeslepen door eigen zin en kracht om
te wandelen naar de begeerten van zijn hart.

|
klik om te reageren
op mitesco |
 |
|
Dese site is geoptimailseerd
voor gebruik
door MS IE7 of Mozilla
Firefox 2.x
Resolutie 1024x728 pixels.
©
MITESCO.NL 2008-2009
Alle rechten voorbehouden.
|
|