website metrics

 

  Menu

 

  Waarom?

 

  Geschiedenis

  indeling:

   Kano

   Kodokan

   Butokukai

   Judolegenden

   Nederlands judo

 

  Mind over Muscle

 

  Seiryoku Zenyo

  toepassingen:

     deugd

     orde

     strategie

     beheersing

     volharding

     kuzushi

    

  Jita Kyoei

  toepassingen:

     opvoeding

     respect        

     beschaving

     sportiviteit

     de 'dō'

     

  Judo-praktijk

  indeling:

     sport ?

     kata

     kumi-kata

     shiai

     arbitrage

     kinderjudo

     studie

     herbronning

 

  Koppelingen

 

  E-Cards

 

 

 

 

 

  

 

Arbitrage

 

 

Dit punt komt meer voort uit algemene observaties dan uit de rest van het menu. Een gevoelig punt! De beste scheidsrechters staan niet op de mat, want dat zijn alle toeschouwers zelf. Makkelijk praten en kritiek geven. Om die reden moeten de critici altijd voorzichtig zijn en respectvol blijven.

 

Op deze pagina:

1. Reglementen en scheidsrechters

2. Nieuwe wedstrijdregels zijn een verbetering

3. Straffen

4. Aanvullende aanbevelingen

 


 

1. Reglementen en scheidsrechters

 

a. Reglementen

 

Sommigen denken dat de wedstrijdregels die we nu kennen een recente uitvinding zijn en door boze mannen in schimmige comité's van de Internationale Judo Federatie zijn bedacht. Al maakt daar thans (2008) een goed aangeschreven Nederlander deel van uit, maar goed...

Nee. De eerste judoregels zijn 'uitgevonden' door de stichter zelf:

Het reglement voor de Kodokan scheidsrechters kwam tot stand in het jaar na de oprichting van het Kodokan judo, maar pas in 1900 werden de regels definitief, nadat de gemeenschappelijke regels van de Kodokan en de Butokukai waren vastgesteld. Tot die tijd had de Butokukai de regels van de Kodokan gebruikt bij de arbitrage. Zij meenden echter dat er behoefte was aan extra regels en omdat de Kodokan dezelfde mening was toegedaan, schreef ik nieuwe regels. Deze regels werden voltooid nadat ik zorgvuldig had beluisterd wat de mening was van de meesters die in het hele land actief waren. 

De meesten die tegenwoordig samenkomen in de Butokukai zijn direct of indirect leerlingen van de Kodokan, maar in die tijd waren er ook nog leerlingen van diverse ju-jutsu-scholen bij. Daarom was het gebruik van de Kodokan-judo-regels voor hen ongunstig. Dat leidde er toe dat bij voorstellen inzake het reglement verschillende punten gedoogd moesten worden. Een voorbeeld was, dat als iemand excessief slechte techniek had gebruikt en op de grond lag uit vrees om geworpen te worden, zulk gedrag door de vingers werd gezien omdat er geen overtreding werd geconstateerd. Op het moment dat we die regel formuleerden, meenden we dat het met de negatieve effecten wel mee zou vallen, maar toen we hem echt gingen toepassen ontdekten we dat het op verschillende manieren fout ging. Ik consulteerde samen met anderen het hoofd van de Butokukai en vroeg wat we konden doen om de situatie te verbeteren. Uiteindelijk besloten we om het reglement te herzien en na veelvuldige ontmoetingen met de leiders in Tokyo en Kyoto formuleerden we in 1922 een herzien reglement. We vonden natuurlijk nog wel meer tekortkomingen in dat reglement, maar na enkele revisies werd een nieuw reglement in 1925 vastgesteld. Er zal in de toekomst nog wel meer aanleiding zijn om de reglementen aan te passen, maar ik denk dat we de reglementen al heel veel hebben verbeterd na vele jaren van studie.

Jigoro Kano, Mind over Muscle, p.31-32.

 

En zo veranderen de reglementen na verloop van jaren voortdurend, met de technieken die steeds verbeteren, de judoka die veranderen en maar al te vaak tactisch judo spelen (met hun coaches) en die zelfs via hun judopak proberen om voordeel te behalen op de tegenstanders in het toernooi. Om tegemoet te komen aan die veranderingen en soms zelfs opzet bij de judoka, moet de IJF steeds opnieuw waken voor de juiste regels en waar nodig het judo proberen te herstellen in zijn oorspronkelijke opzet.

 

Waarbij men moet opmerken dat de reglementen eigenlijk alleen invloed hebben op het alledaagse judo als er wordt getraind voor toernooien. Want in de gewone praktijk van de dojo en randori heb je niet alles te maken met de al dan niet verboden handelingen. Maar wel kan het een postieve oplettendheid met zich meebrengen bij judoka die soms deelnemen aan wedstrijden. Om altijd te vermijden wat door de reglementen wordt aangegeven. Of beter gezegd: altijd positief te judoën zoals de regels het bedoelen te regelen.

 

 

b. Scheidsrechters

 

Een belangrijk punt is de scheidsrechter zelf. Wie worden er scheidsrechter? De 'gepensioneerde' wedstrijdjudoka die echt zijn doorgebroken internationaal (en zelf hogere danhouders zijn) hebben vaak wel een 'betere' taak in de judowereld. Ze hebben een eigen dojo, worden coach of hebben een andere hogere bestuursfunctie in de judowereld. Wie worden er dan scheidsrechter? Zijn dat de beste judoka die je kunt vinden? Meestal niet. De minimale vereisten zijn ikkyu, en je moet 16 jaar oud zijn. Wedstrijdervaring is niet vereist...

Misschien is dat laatste wel het grootste probleem. Je kunt nóg zo goed weten hoe alle technieken in elkaar zitten en hoe de puntentellingen lopen, en waarvoor punten of straffen worden gegeven. Maar in het toernooi spelen ook andere dingen. Tactiek. Inspelen op punten die je kunt krijgen. Een zekere manipulatie soms zelfs. Het is niet voor niets dat de coaches bij grote wedstrijden niet meer langs de mat mogen staan roepen. En dan is er de snelheid van het gevecht... zeker in newaza moet je ogen onder de tatami hebben om te zien wat er soms gebeurt. Wanneer geef je mate of wanneer geef je kansen en punten? Het zijn fracties van seconden. En je moet álles zien. En dus veel ervaring en intuitie kunnen inbrengen. En de stress van boze gezichten bij de verliezers kunnen verdragen. Want het hangt wél af van jouw beslissing. De eisen aan scheidsrechters zouden misschien best wat hoger mogen liggen dan graad, leeftijd en de cursusdagen.

We hebben scheidsrechters. We hebben goede scheidsrechters en scheidsrechters die niks zijn. We vinden beide soorten op alle niveau's. Een scheidsrechter die op hoog niveau wedstrijden heeft gedaan, heeft een voordeel boven scheidsrechters die geen wedstrijdervaring hebben, en dat kan hem beter op de mat laten staan. De verbinding is echter niet absoluut, maar er is een link. De hogere niveua's van de scheidsrechter bereiken is geen kwestie van verdienste, maar een mix van politiek en verdienste. Afhankelijk van de persoon, kan dat in balans of uit balans zijn, en uit balans zijn kan goed en kwaad betekenen. 99% verdienste en 1% politiek is goed; 99% politiek en 1% verdienste is niet goed voor het judo.
Ik denk dat de meeste scheidsrechters voornamelijk intelligent zijn, maar dat geldt voor de meerderheid van de bevolking. Je kunt dat beledigend of denigrerend vinden, maar het is een puur feit waar je de grens legt. (...) Extreem intelligent zijn is geen vereiste voor een scheidsrechter, hoewel een voldoende niveau van intelligentie nodig is om eenvoudige lichamelijke functies te volbrengen en waarnemingen te kunnen doen.

Cichorei Kano, Judoforum 13 november 2008

En heel vaak gaat het dan ook fout, om allerlei redenen. Tot frustratie van velen...

Ik herinner me heel scherp een belangrijke wedstrijd waarbij ik ooit (hoek)scheidsrechter was, waar iemand tani-otoshi probeerde, welke perfect werd gecounterd door de tegenstander door o-uchi-gari tot op de grond. De scheidsrechter gaf een score voor de tani-otoshi, en ik protesteerde onmiddellijk en zei dat hij had moeten worden gegeven aan de andere judoka. De andere scheidsrechter was een gewetenloos stuk vreten, en voor zover ik weet kon hij de actie nauwelijks hebben gezien, maar hij toonde een compleet gebrek aan verantwoordelijkheid en interesse door te zeggen: "laten we het geven aan de tani-otoshi". Ik wilde het liefste de mat verlaten en weigeren verder te werken met zulke incompetente nitwits. Ik snap nog niet hoe ze scheidsrechters waren geworden. Het hele publiek had gezien dat er een counter was, maar mijn beide collega's niet. Beiden hadden nauwelijks wedstrijdervaring  - ik zou ze bureauscheidsrechters willen noemen. Er was in die dagen nog nauwelijks video, maar degenen van het het scheidsrechterscomité die de actie gezien hadden, bevestigden natuurlijk mijn visie. Ik had geen comité nodig om te weten wat de juiste beslissing was. Maar laat ik luid en duidelijk zeggen: elke  judoscheidsrechter die het comité nodig heeft om hem te vertellen wat de juiste beslissing is, hoort niet op de mat te staan om judowedstrijden te scheidsrechteren.

Cichorei Kano, Judoforum 20 oktober 2008

 

Dit soort situaties komen overal voor. Ik kies er heel bewust voor om geen voorbeeld aan te halen uit de verhalen en webpagina's van mijn judovrienden of van wedstrijden die ik zelf heb gezien. Het is echt geen probleem van de regionale jeugdtoernooien - het komt ook voor bij wereldkampioenschappen. Sommige kampioenen gaan naar huis zonder prijs omdat de scheidsrechters er zo'n potje van maken. Het is een probleem van menselijke fouten, maar soms ook van onwil of incompetentie. Dat zouden de Judobonden zich moeten aantrekken. Want het werpt soms wel een schaduw over het goede van de shiai...

 

naar boven

 

 


 

 

2. Nieuwe wedstrijdregels zijn een verbetering

 

 

Januari 2009 was een belangrijke peildatum voor het judo. Wereldwijd. Wat behelzen de veranderingen? Wij citeren wat de JBN op de webpagina daarover weergeeft:

Judo nieuws - Wijzigingen judo wedstrijdreglement

Op 1 januari 2009 zal ook de JBN de gewijzigde wedstrijdregels gaan invoeren. Deze regels zijn in 2008 op meerdere evenementen getest, onder meer op het EK onder 23 te Zagreb en op de wereldkampioenschappen judo voor junioren in Bangkok. De wijzigingen in het wedstrijdreglement zijn als volgt:

Afschaffen koka
De koka zal met ingang van 1 januari niet meer bestaan. Dit betekent dat voor een aantal situaties waar voorheen een koka-, nu een yuko gegeven zal worden. Het moeten dan wel landingen/situaties zijn die voorheen tussen de koka en yuko landingen in zaten. De echte duidelijke koka-landingen, (dus een landing op alleen maar bil, dijbeen of schoudertop en dus niets meer) worden dus geen yuko. Een landing op bil en dan iets meer naar rug of naar zij geland, worden dus wel yuko.

In/Uit regel
Alle acties zijn geldig zolang één van de deelnemers nog contact heeft met de gevechtsruimte (net als in ne-waza.) Als men buiten de gevechtsruimte staat en er is geen actie meer, het gevecht ligt dus stil, dan wordt het gevecht onderbroken (maté).

Golden score
De tijdsduur van de golden score wordt teruggebracht naar 3 minuten.

Shido
De eerste shido resulteert nu alleen in een waarschuwing, ook in de golden score. De tweede shido resulteert direct in een yuko voor de tegenstander.

Stringenter straffen bij negatief judo
De arbitrage zal stringenter straffen bij het negatieve judo waarbij voornamelijk genoemd wordt:
- Het vermijden en blokkeren van kumi kata;
- Het maken van zogenaamde schijnaanvallen;
- Het (diep) gehoekt voorovergebogen staan en afhouden.

Broekspijp pakken
Het vastpakken van de broekspijp wordt direct bestraft met shido. Ook al volgt direct een actie/aanval en wordt de tegenstander door die actie geworpen.

In de onderstaande presentatie wordt een overzicht gegeven van de wijzingen en de daarmee gepaard gaande gevolgen. (Klik en er opent zich een nieuw venster van de webpagina van de JBN:


Wijzigingen judo wedstrijdreglement

 

Wat moeten we denken van al die veranderingen? De mening van onze landgenoot Jan Snijders, lid van de IJF scheidsrechterscommissie, was al eerder bekend. Het artikel en de reacties, o.a. van Chris de Korte, geven wij hier weer:

 

Judo offert koka voor meer eenvoud

 

Rotterdam 29 september 2008 - Het internationale judo nam in Rotterdam afscheid van de koka. De Super World Cup in het Topsportcentrum was het laatste toernooi waarin de scheidsrechters nog koka’s konden geven. De kleinste score in het judo wordt afgeschaft om de sport transparanter te maken voor het grote publiek én om de vervuiling in de vechtsport strenger en gerichter aan te kunnen pakken.

‘Judo is te moeilijk voor het grote publiek’, zegt Jan Snijders in Rotterdam, waar de Olympia-gangers niet op de tatami verschenen. ‘Het moet eenvoudiger. Wij kiezen voor de kiss-methode: keep it stupid simple.’ Het aantal scores wordt daarom beperkt, van vier naar drie. De koka verdwijnt, de yuko, waza’ari en ippon blijven over.

Als het aan Snijders zelf had gelegen, zou ook de waza’ari zijn geschrapt. ‘Mijn ideaalbeeld is de yuko en de ippon, een kleine score en een grote score. Maar dat is toekomstmuziek, absoluut nog niet haalbaar in dit wereldje van tradities en oosterse symboliek.’

Snijders (65) is een machtig en bevlogen man in de judowereld. Hij is lid van het bestuur van de wereldfederatie IJF en de Europese judofederatie EJU. In beide bonden is hij als voorzitter van de scheidsrechterscommissie verantwoordelijk voor de arbitrage, altijd een heikel punt in een jurysport.

De Brabander irriteert zich mateloos aan de vervuiling in zijn sport. ‘Er zijn technieken ingeslepen die veel lijken op vrij worstelen: sjorren, trekken, een loopje nemen met de sportiviteit, kortom negatief judo. Dat willen wij niet. Judo moet terug naar de basis en het eigen, esthetische karakter beschermen.’

Daarom is Snijders voorstander van de afschaffing van de koka. ‘Voor de kleinste straf, de shido, wordt een koka gegeven. Judo wordt een straffensport. Judoka’s gaan zo’n koka op een tactisch uitgekookte manier verdedigen. Dat hoort niet in mijn judo. De aanvaller is in het nadeel geraakt.’

Door de afschaffing wordt een straf voortaan een yuko, twee straffen een waza’ari en bij drie straffen (ippon) is de partij voorbij. ‘Arbiters krijgen straks de opdracht verboden technieken in een vroeg stadium direct te bestraffen en daardoor de speelruimte voor de vervuiler te minimaliseren.’

In een folder heeft Snijders zes voorbeelden uitgetekend en beschreven waarin de arbiter een shido moet geven. ‘De grootste vervuilers zijn het ‘niet vastpakken’ en de benenpakkerij. Dat is schering en inslag. Daar moeten we streng tegen optreden, anders gaat onze sport naar de donder.’

Volgens Snijders moeten de spelregels zo veranderen dat die technieken zwaarder kunnen worden bestraft. Dat kost geduld en diplomatie. ‘We gaan gedoseerd te werk, om niet teveel tegen conservatieve benen te schoppen.’

Snijders weet wel welke richting hij op wil met het judo. ‘Elke worp is hoe dan ook een score. Twee scores: yuko en ippon. Eén scheidsrechter zonder hoekmannen, met gebruik van elektronische hulpmiddelen. Geen coaches langs de mat om intimidatie van de arbiter met wilde armgebaren en woest geschreeuw te voorkomen. Een oseakomi (houdgreep) van 5, 10 en 20 seconden voor yuko, waza’ari en ippon.’

De man uit Nuenen beseft dat zijn stappenplan amper een kans maakt in de vier jaar tot Londen 2012, waar hij afscheid wil nemen. ‘Veel te progressief. Het wereldje zal steigeren van protest.’

Dat doen de praktijkmensen nu al bij het verdwijnen van de koka. Bondscoaches Marjolein van Unen en Maarten Arens zijn faliekant tegen de ontwikkeling. ‘Het is een cosmetische ingreep, het lost in de realiteit niets op’, vinden beiden.

Beide coaches onderstrepen de mening van Snijders dat judo terug moet naar de basis, maar kiezen voor een andere aanpak. Van Unen: ‘We moeten wereldwijd bij de jeugd beginnen. Die moeten we zo opleiden dat ze als vanzelfsprekend nooit terugvallen op vertragingstechnieken en allergisch zijn voor afwachtend judoën.’

Chris de Korte, de grijze eminentie in het judo en succescoach van Mark Huizinga en Edith Bosch, vindt dat Snijders met zijn plannen op hol slaat. ‘Judo wordt nooit een sport voor het grote publiek. Daarvoor is het te gecompliceerd, te mysterieus. De huidige scores zijn perfect. Als je zo hard op je rug valt dat je dood bent, is dat een ippon. Ben je halfdood is het een waza’ari.’

Dat leren de Japanners van oudsher. De koka en yuko zijn door Europa ingevoerd (in 1973). ‘De verschillen zijn marginaal’, zegt De Korter. ‘Zo marginaal dat de scheidsrechters er zelf niet mee overweg kunnen en er regelmatig een rotzooitje van maken.

‘De meeste arbiters hebben zelf nooit op de mat gestaan en voelen niet aan wat er gebeurt. Als ik Snijders was, zou ik mijn tijd besteden aan een gedegen opleiding en verbetering van het niveau van de arbiters.’

Rob Kramp, De Volkskrant 29 september 2008

 

 

Op het Judoforum heb ik daarover een onderwerp gestart, zie: judoforum.com/30379 (discussie aldaar inmiddels gesloten)

 

Over het algemeen is de redenering van Jan Snijders meer dan juist. Er was in het judo teveel vervuiling ingslopen. Onzuivere technieken, te veel kracht, te weinig aanval (passiviteit), en véél te veel beentjes grijpen, voorover buigen tijdens kumi-kata. Wie al mijn ideeën op deze webpagina leest, zal begrijpen dat ik de veranderingen in de regels van harte toejuich. Weg met dat negatieve judo!

Desondanks moeten we wel kritisch blijven kijken. Judoka moeten van harte instemmen met de geest van judo, dat wil zeggen: niet in de eerste plaats vechten om alleen te winnen. Als die mentaliteit niet verandert ten gunste van de echte judoprincipes, dan zijn er steeds nieuwe regels nodig tegen zogenaamd 'tactisch' judo, wat in feite dan niets meer is dan anti-judo. Er moeten op een gegeven moment misschien nog duidelijker grenzen worden gesteld aan het gedrag van sommige judoka. Want het kan niet zo zijn dat de hele arbitrage op scherp moet staan om in te grijpen als slechts een paar het verpesten. En in die zin heeft Marjolein van Unen gelijk: dat moet onderaan, bij de jeugd beginnen. Of misschien moeten we de jeugd eerst opvoeden voor ze aan toernooien deelnemen. Zie daarvoor ook het menu 'kinderjudo'...

 

Inmiddels zijn er in de loop van 2009 een aantal nieuwe wijzigingen bekendgemaakt die per 1 januari 2010 algemeen geldend gaan worden. Belangrijk is daarbij dat aanvallen 'op de benen' nu helemaal niet meer worden toegestaan als 'eerste aanval'. Dus geen kata-guruma meer, net als morote-gari en een heel aantal andere veel toegepaste worpen.

Van de kata-guruma vind ik als enige dat dit een verlies is. Hoe kun je nou één van de technieken die door de stichter in NNK zijn geplaatst, verbieden? Aan de andere kant, zoals kata-guruma werd gedaan tegenwoordig, zonder veel kuzushi, gewoon ram pakken en op volle kracht proberen te draaien, desnoods op de knieën... iedereen mag van het wedstrijdjudo vinden wat hij wil, maar ik vond het afzichtelijk. Ippon op de rug, maar inderdaad meer worstelen dan judo. Dat vonden Jan Snijders en de IJF dus ook.

 

Jan Snijders is in ieder geval te spreken over de nieuwe regels zoals die werden toegepast bij het WK Junioren in Parijs:

"Het is fantastisch om te zien hoe de judoka reageren op de nieuwe regels. We hebben nu één scheidsrechter, ze hebben allemaal oortjes bij zich en zij kunnen geadviseerd worden door middel van de videobeelden die wij zien. Echter gebeurt het veel minder, omdat er nu geen discussie meer is tussen de andere twee scheidsrechters. Maar het belangrijkste is dat we met deze regelgeving het judo weer zien ontwikkelen. We hebben fantastisch judo kunnen zien dit toernooi."

 

naar boven

 

 


 

 

3. Straffen

 

 

Straffen zijn over het algemeen niet ingevoerd om de judoka te martelen bij hun straf. Het gaat er net zo mee als andere straffen, in gezinnen, in het verkeer, of zelfs als iemand naar de gevangenis wordt gestuurd.
Zijn straffen niet ingevoerd om mensen te verbeteren, ze op te voeden, ze te laten voelen in de straf dat ze iets verkeerd hebben gedaan, met als doel om ze het beter te laten doen de volgende keer? Iemand straffen is in zekere zin iemand onderwijzen, zij het niet op de gemakkelijke manier. Gestraft worden is leren, en uitgedaagd worden om je gedrag te verbeteren.
 

Ik wil daarom niet begrijpen dat judoka zo negatief zijn over bestraffingen.

In de eerste plaats is het helemaal tegen de geest van en de leer van Jigoro Kano om te klagen over anderen en niet naar jezelf te kijken. Judo gaat over het groeien naar perfectie voor jezelf en bij te dragen aan anderen en de samenleving. Negatief doen over anderen (scheidstrechters of tegenstanders) draagt nergens toe bij en is verspilling van energie.

In de tweede plaats is Judo ook altijd opvoeding en er is geen opvoeding zonder intrinsieke waarden. Elke opvoeding die zijn eigen waarden serieus neemt, zal ook iets ondernemen als deze waarden met voeten worden getreden, zeker als ze zijn neergelegd in vastgestelde regels. Aldus is er geen waardevolle opvoeding mogelijk zonder regels, en geen enkelcomplex systeem van technieken kan zonder een complex regelsysteem. Daarom moet judo noodzakelijkerwijs een complex systeem van regels hebben, ontwikkeling van regels kennen, en een systeem van straffen, aangepast aan de bestande regels.

Daarom wil ik de gedachten rondom straffen en shido's meer positief benaderen, en daarom de volgende vragen stellen:

- Kunnen we elke shido die we krijgen beschouwen als een uitdaging om onze eigen technieken te verbeteren? Als een kans voor opvoeding, en er voor te vechten niet weer een shido op te lopen de volgende keer?
- Kunnen we de IJF en de scheidsrechters beschouwen als helpers in onze opvoeding tot betere judoka, zoals we ook de instructies en soms harde kritiek van onze eigen sensei aanvaarden?
- Kunnen we de positieve kanten zien van veranderingen in de judoregels, en ons voorstellen waarom sommige technieken als slecht judo worden beschouwd om ons te leren wat goed judo is?
- Kunnen de nieuwe regels en de straffen een positief effect hebben op onze dojo training, ons werken aan meer technische vooruitgang, om judo te beoefenen volgens de principes.?
 

 

 

naar boven

 

 


 

4. Aanvullende aanbevelingen

 

 

Hoewel MItesco natuurlijk geen scheidsrechter is, en ook geen zitting heeft in gezaghebbende comité's, kan hij natuurlijk wel een paar gedachten via deze webpagina ventileren...

 

a) Weg met de golden score. Dit sluit aan op het pleidooi voor verplichte goede kumi-kata. Moet het wedstrijdjudo niet snel af van die vreselijke 'golden score' uit het voorlaatste IJF-reglement van 2003? Is dat een gouden score, of een modderscore? Als twee judoka in de gewone tijd niet hebben gescoord, is er toch meestal niks uitgevoerd, of te passief gejudood, of de punten die de judoka verdienen niet gegeven? Het kán gewoon bijna niet voorkomen dat twee judoka wél constant dicht op elkaar aanvallen (goede kumi-kata) en geen van beide goed geworpen wordt. Zelfs als dat in een uitzondelijk geval eens zo zou zijn, is het aan de scheidsrechters of jury om vervolgens te beoordelen wie van de twee topjudoka toch beter was - niet op resultaat maar op durf en aanvalskracht. Kortom: pas meer hantei toe, maar geen verlenging. Natuurlijk, veel judoka zijn als de dood voor de hantei-vlaggetjes. O ja, we kennen het argument van Jan Snijders: "Golden score is spannend, want de beslissing wordt door de judoka genomen, niet door de scheidsrechters." (Scheidsrechtersbijeenkomst 2007, Stavanger) Ja ja. Waar zijn de scheidsrechters dan voor, of kennen de judoka de punten voortaan zelf toe? Zou het misschien zo kunnen zijn: de judoka zijn iets te krachtig en de scheidsrechters iets te zwak of te onbetrouwbaar of te incompetent? Dan is het zoals bij alles: herstel de balans, maak de judoka iets minder krachtig, en de arbitrage iets minder zwak...

Het is in ieder geval al weer een hele verbetering dat de Golden Scoretijd onder de nieuwe regels niet meer zo gemakkelijk wordt beslist op de eerste de beste shido...

 

Het gaat hierbij echter om het principe. Heel het oorspronkelijk judo wordt aangetast door allerlei praktische argumentaties die alleen maar draaien om wedstrijdbelangen. (Om over commercie, tv-rechten e.d. nog maar te zwijgen.) Ga toch naar de kern! Die hele golden score is een armoedige beloning voor passiviteit, verspilling van energie, en meestal negatief judo. Passiviteit is echter zó tegen de geest van judo dat er geen enkele beloning tegenover zou mogen staan, en dus ook geen verlenging. Geen score? Geen positief oordeel door de scheidsrechters? Dan maar: uitslag onbeslist, alletwee verloren. Bij voetbal telt 0-0 ook als eindstand.

Maar passiviteit kan ook actiever worden bestreden. In plaats van yuko's te geven voor toevallige krachttoeren in 'blessuretijd' moest het shido's regenen voor elke poging om een aanval uit te stellen in de gewone tijd: straf voor angsthazen die te beroerd zijn uit hun verdediging te komen. Straf die ook gegeven zou moeten worden bij wat voorheen werd genoemd het 'koka-judo': judoka die na een kleine score niks meer uitvoeren omdat ze denken ook op kleine scores kunnen winnen. Bij sommige wedstrijden heb je zó een scorebord vol en geen golden score meer nodig. Maar ja, dan struikel je over punt 2...

 

b) Pas reglementen consequent toe. Mitesco begrijpt totaal niet waarom het heldere reglement van verboden handelingen (IJF 1998) of de JBN niet gewoon onverkort wordt toegepast. Er zijn zo veel elementen van art. 27 (verboden handelingen) die momenteel straffeloos plaatsvinden, dat het wel lijkt alsof de gedoogcultuur van ons land de tatami nog meer heeft veroverd dan drugs de Amsterdamse binnenstad. Is dat fair play? 'Fair play' is ook: regels toepassen en niet wegkijken. (zie ook menu 'sportiviteit'. nr. 2) Natuurlijk, het argument dat judo-scheidsrechters menen dat judo geen 'straf-judo' mag worden en er daarom vooral positief wordt gekeken, is bekend. Maar dat is nou typisch die mentaliteit die we uit de gedoogcultuur kennen: alsof straf per se negatief is, in plaats van het te-bestraffen-wangedrag. Zo draaien we tegenwoordig alles om, en maken we ook het blauw op straat tot machteloze dienders die kamervragen kunnen verwachten als ze even te beslist optreden. Zijn de scheidsrechters soms bang voor de grote monden van de judoka? Kano was in zijn Kodokan-tijd in ieder geval niet van de gedoogcultuur en al was dat een andere tijd, het gaat wel over hetzelfde judo. Of hebben we het judo zelf veranderd na zoveel herziene reglementen...?

 

Wie daarover meer wil weten, kan op judoforum.com wel een paar uurtjes lezen... dan begrijp je daarna beter de reglementen (en hoe het zo heeft kunnen gebeuren).

 

 

Het judotoernooi van de duivel - judohumor...

 

Op een dag daagde de duivel God uit voor een judotoernooi.

God glimlachte en zei: "Je hebt geen schijn van kans. Ik heb Kano, Mifune, Kotani, Kimura en al de grootste judoka hier in de hemel."
"O jazeker", grijnsde de duivel, "maar ik heb alle scheidsrechters."

 

(bron: judoinfo.com)

 

 

naar boven

 

(reclame)

 

 

 

 

 

 

klik om te reageren

op mitesco 

       

Dese site is geoptimailseerd voor gebruik

door MS IE7 of Mozilla Firefox 2.x

Resolutie 1024x728 pixels.

© MITESCO.NL 2009

Alle rechten voorbehouden.