|
1. Reglementen en
scheidsrechters
a. Reglementen
Sommigen denken dat de wedstrijdregels die we nu kennen een recente
uitvinding zijn en door boze mannen in schimmige comité's van de
Internationale Judo Federatie zijn bedacht. Al maakt daar thans (2008)
een goed aangeschreven Nederlander deel van uit, maar goed...
Nee. De eerste judoregels zijn 'uitgevonden' door de stichter zelf:
Het reglement voor de
Kodokan scheidsrechters kwam tot stand in het jaar na de oprichting
van het Kodokan judo, maar pas in 1900 werden de regels definitief,
nadat de gemeenschappelijke regels van de Kodokan en de Butokukai
waren vastgesteld. Tot die tijd had de Butokukai de regels van de
Kodokan gebruikt bij de arbitrage. Zij meenden echter dat er behoefte
was aan extra regels en omdat de Kodokan dezelfde mening was
toegedaan, schreef ik nieuwe regels. Deze regels werden voltooid nadat
ik zorgvuldig had beluisterd wat de mening was van de meesters die in
het hele land actief waren.
De meesten die
tegenwoordig samenkomen in de Butokukai zijn direct of indirect
leerlingen van de Kodokan, maar in die tijd waren er ook nog
leerlingen van diverse ju-jutsu-scholen bij. Daarom was het gebruik
van de Kodokan-judo-regels voor hen ongunstig. Dat leidde er toe dat
bij voorstellen inzake het reglement verschillende punten gedoogd
moesten worden. Een voorbeeld was, dat als iemand excessief slechte
techniek had gebruikt en op de grond lag uit vrees om geworpen te
worden, zulk gedrag door de vingers werd gezien omdat er geen
overtreding werd geconstateerd. Op het moment dat we die regel
formuleerden, meenden we dat het met de negatieve effecten wel mee zou
vallen, maar toen we hem echt gingen toepassen ontdekten we dat het op
verschillende manieren fout ging. Ik consulteerde samen met anderen
het hoofd van de Butokukai en vroeg wat we konden doen om de situatie
te verbeteren. Uiteindelijk besloten we om het reglement te herzien en
na veelvuldige ontmoetingen met de leiders in Tokyo en Kyoto
formuleerden we in 1922 een herzien reglement. We vonden natuurlijk
nog wel meer tekortkomingen in dat reglement, maar na enkele revisies
werd een nieuw reglement in 1925 vastgesteld. Er zal in de toekomst
nog wel meer aanleiding zijn om de reglementen aan te passen, maar ik
denk dat we de reglementen al heel veel hebben verbeterd na vele jaren
van studie.
Jigoro Kano, Mind over
Muscle, p.31-32.
En
zo veranderen de reglementen na verloop van jaren voortdurend, met de
technieken die steeds verbeteren, de judoka die veranderen en maar al te
vaak tactisch judo spelen (met hun coaches) en die zelfs via hun judopak
proberen om voordeel te behalen op de tegenstanders in het toernooi. Om
tegemoet te komen aan die veranderingen en soms zelfs opzet bij de
judoka, moet de IJF steeds opnieuw waken voor de juiste regels en waar
nodig het judo proberen te herstellen in zijn oorspronkelijke opzet.
Waarbij men moet opmerken dat de reglementen eigenlijk alleen invloed
hebben op het alledaagse judo als er wordt getraind voor toernooien.
Want in de gewone praktijk van de dojo en randori heb je niet
alles te maken met de al dan niet verboden handelingen. Maar wel kan het
een postieve oplettendheid met zich meebrengen bij judoka die soms
deelnemen aan wedstrijden. Om altijd te vermijden wat door de
reglementen wordt aangegeven. Of beter gezegd: altijd positief te judoën
zoals de regels het bedoelen te regelen.
b. Scheidsrechters
Een belangrijk punt is de scheidsrechter zelf. Wie worden er
scheidsrechter? De 'gepensioneerde' wedstrijdjudoka die echt zijn
doorgebroken internationaal (en zelf hogere danhouders zijn) hebben vaak
wel een 'betere' taak in de judowereld. Ze hebben een eigen dojo, worden
coach of hebben een andere hogere bestuursfunctie in de judowereld. Wie
worden er dan scheidsrechter? Zijn dat de beste judoka die je kunt
vinden? Meestal niet. De minimale vereisten zijn ikkyu, en je
moet 16 jaar oud zijn. Wedstrijdervaring is niet vereist...
Misschien is dat laatste wel het grootste probleem. Je kunt nóg zo goed
weten hoe alle technieken in elkaar zitten en hoe de puntentellingen
lopen, en waarvoor punten of straffen worden gegeven. Maar in het
toernooi spelen ook andere dingen. Tactiek. Inspelen op punten die je
kunt krijgen. Een zekere manipulatie soms zelfs. Het is niet voor niets
dat de coaches bij grote wedstrijden niet meer langs de mat mogen staan
roepen. En dan is er de snelheid van het gevecht... zeker in newaza
moet je ogen onder de tatami hebben om te zien wat er soms
gebeurt. Wanneer geef je mate of wanneer geef je kansen en
punten? Het zijn fracties van seconden. En je moet álles zien. En dus
veel ervaring en intuitie kunnen inbrengen. En de stress van boze
gezichten bij de verliezers kunnen verdragen. Want het hangt wél af van
jouw beslissing. De eisen aan scheidsrechters zouden misschien best wat
hoger mogen liggen dan graad, leeftijd en de cursusdagen.
We hebben scheidsrechters.
We hebben goede scheidsrechters en scheidsrechters die niks zijn. We
vinden beide soorten op alle niveau's. Een scheidsrechter die op hoog
niveau wedstrijden heeft gedaan, heeft een voordeel boven
scheidsrechters die geen wedstrijdervaring hebben, en dat kan hem
beter op de mat laten staan. De verbinding is echter niet absoluut,
maar er is een link. De hogere niveua's van de scheidsrechter bereiken
is geen kwestie van verdienste, maar een mix van politiek en
verdienste. Afhankelijk van de persoon, kan dat in balans of uit
balans zijn, en uit balans zijn kan goed en kwaad betekenen. 99%
verdienste en 1% politiek is goed; 99% politiek en 1% verdienste is
niet goed voor het judo.
Ik denk dat de meeste scheidsrechters voornamelijk intelligent zijn,
maar dat geldt voor de meerderheid van de bevolking. Je kunt dat
beledigend of denigrerend vinden, maar het is een puur feit waar je de
grens legt. (...) Extreem intelligent zijn is geen vereiste voor een
scheidsrechter, hoewel een voldoende niveau van intelligentie nodig is
om eenvoudige lichamelijke functies te volbrengen en waarnemingen te
kunnen doen.
Cichorei Kano, Judoforum
13 november 2008
En
heel vaak gaat het dan ook fout, om allerlei redenen. Tot frustratie van
velen...
Ik herinner me heel scherp een belangrijke
wedstrijd waarbij ik ooit (hoek)scheidsrechter was, waar iemand
tani-otoshi probeerde, welke perfect werd gecounterd door de
tegenstander door o-uchi-gari tot op de grond. De scheidsrechter gaf
een score voor de tani-otoshi, en ik protesteerde onmiddellijk en zei
dat hij had moeten worden gegeven aan de andere judoka. De andere
scheidsrechter was een gewetenloos stuk vreten, en voor zover ik weet
kon hij de actie nauwelijks hebben gezien, maar hij toonde een
compleet gebrek aan verantwoordelijkheid en interesse door te zeggen:
"laten we het geven aan de tani-otoshi". Ik wilde het liefste de mat
verlaten en weigeren verder te werken met zulke incompetente nitwits.
Ik snap nog niet hoe ze scheidsrechters waren geworden. Het hele
publiek had gezien dat er een counter was, maar mijn beide collega's
niet. Beiden hadden nauwelijks wedstrijdervaring - ik zou ze
bureauscheidsrechters willen noemen. Er was in die dagen nog
nauwelijks video, maar degenen van het het scheidsrechterscomité die
de actie gezien hadden, bevestigden natuurlijk mijn visie. Ik had geen
comité nodig om te weten wat de juiste beslissing was. Maar laat ik
luid en duidelijk zeggen: elke judoscheidsrechter die het comité
nodig heeft om hem te vertellen wat de juiste beslissing is, hoort
niet op de mat te staan om judowedstrijden te scheidsrechteren.
Cichorei Kano, Judoforum
20 oktober 2008
Dit soort situaties komen overal voor. Ik kies er heel bewust voor om
geen voorbeeld aan te halen uit de verhalen en webpagina's van mijn
judovrienden of van wedstrijden die ik zelf heb gezien. Het is echt geen
probleem van de regionale jeugdtoernooien - het komt ook voor bij
wereldkampioenschappen. Sommige kampioenen gaan naar huis zonder prijs
omdat de scheidsrechters er zo'n potje van maken. Het is een probleem
van menselijke fouten, maar soms ook van onwil of incompetentie. Dat
zouden de Judobonden zich moeten aantrekken. Want het werpt soms wel een
schaduw over het goede van de shiai...
naar boven
2. Nieuwe wedstrijdregels zijn
een verbetering
Januari 2009 was een belangrijke peildatum voor het judo. Wereldwijd.
Wat behelzen de veranderingen? Wij citeren wat de JBN op de webpagina
daarover weergeeft:
Judo nieuws -
Wijzigingen judo wedstrijdreglement
Op 1 januari 2009
zal ook de JBN de gewijzigde wedstrijdregels gaan invoeren. Deze
regels zijn in 2008 op meerdere evenementen getest, onder meer op het
EK onder 23 te Zagreb en op de wereldkampioenschappen judo voor
junioren in Bangkok. De wijzigingen in het wedstrijdreglement zijn als
volgt:
Afschaffen koka
De koka zal met ingang van 1 januari niet meer bestaan. Dit betekent
dat voor een aantal situaties waar voorheen een koka-, nu een yuko
gegeven zal worden. Het moeten dan wel landingen/situaties zijn die
voorheen tussen de koka en yuko landingen in zaten. De echte
duidelijke koka-landingen, (dus een landing op alleen maar bil,
dijbeen of schoudertop en dus niets meer) worden dus geen yuko. Een
landing op bil en dan iets meer naar rug of naar zij geland, worden
dus wel yuko.
In/Uit regel
Alle acties zijn geldig zolang één van de deelnemers nog contact heeft
met de gevechtsruimte (net als in ne-waza.) Als men buiten de
gevechtsruimte staat en er is geen actie meer, het gevecht ligt dus
stil, dan wordt het gevecht onderbroken (maté).
Golden score
De tijdsduur van de golden score wordt teruggebracht naar 3 minuten.
Shido
De eerste shido resulteert nu alleen in een waarschuwing, ook in de
golden score. De tweede shido resulteert direct in een yuko voor de
tegenstander.
Stringenter straffen bij negatief judo
De arbitrage zal stringenter straffen bij het negatieve judo waarbij
voornamelijk genoemd wordt:
- Het vermijden en blokkeren van kumi kata;
- Het maken van zogenaamde schijnaanvallen;
- Het (diep) gehoekt voorovergebogen staan en afhouden.
Broekspijp pakken
Het vastpakken van de broekspijp wordt direct bestraft met shido. Ook
al volgt direct een actie/aanval en wordt de tegenstander door die
actie geworpen.
In de onderstaande presentatie wordt een overzicht gegeven van de
wijzingen en de daarmee gepaard gaande gevolgen. (Klik en er opent
zich een nieuw venster van de webpagina van de JBN:
Wat moeten we denken van al die veranderingen? De mening van onze
landgenoot Jan Snijders, lid van de IJF scheidsrechterscommissie, was al
eerder bekend. Het artikel en de reacties, o.a. van Chris de Korte,
geven wij hier weer:
Judo offert koka voor meer
eenvoud
Rotterdam 29 september
2008 - Het internationale judo nam in Rotterdam afscheid van de
koka. De Super World Cup in het Topsportcentrum was het laatste
toernooi waarin de scheidsrechters nog koka’s konden geven. De
kleinste score in het judo wordt afgeschaft om de sport transparanter
te maken voor het grote publiek én om de vervuiling in de vechtsport
strenger en gerichter aan te kunnen pakken.
‘Judo is te moeilijk voor
het grote publiek’, zegt Jan Snijders in Rotterdam, waar de
Olympia-gangers niet op de tatami verschenen. ‘Het moet eenvoudiger.
Wij kiezen voor de kiss-methode: keep it stupid simple.’ Het aantal
scores wordt daarom beperkt, van vier naar drie. De koka verdwijnt, de
yuko, waza’ari en ippon blijven over.
Als het aan Snijders zelf
had gelegen, zou ook de waza’ari zijn geschrapt. ‘Mijn ideaalbeeld is
de yuko en de ippon, een kleine score en een grote score. Maar dat is
toekomstmuziek, absoluut nog niet haalbaar in dit wereldje van
tradities en oosterse symboliek.’
Snijders (65) is een
machtig en bevlogen man in de judowereld. Hij is lid van het bestuur
van de wereldfederatie IJF en de Europese judofederatie EJU. In beide
bonden is hij als voorzitter van de scheidsrechterscommissie
verantwoordelijk voor de arbitrage, altijd een heikel punt in een
jurysport.
De Brabander irriteert
zich mateloos aan de vervuiling in zijn sport. ‘Er zijn technieken
ingeslepen die veel lijken op vrij worstelen: sjorren, trekken, een
loopje nemen met de sportiviteit, kortom negatief judo. Dat willen wij
niet. Judo moet terug naar de basis en het eigen, esthetische karakter
beschermen.’
Daarom is Snijders
voorstander van de afschaffing van de koka. ‘Voor de kleinste straf,
de shido, wordt een koka gegeven. Judo wordt een straffensport.
Judoka’s gaan zo’n koka op een tactisch uitgekookte manier verdedigen.
Dat hoort niet in mijn judo. De aanvaller is in het nadeel geraakt.’
Door de afschaffing wordt
een straf voortaan een yuko, twee straffen een waza’ari en bij drie
straffen (ippon) is de partij voorbij. ‘Arbiters krijgen straks de
opdracht verboden technieken in een vroeg stadium direct te bestraffen
en daardoor de speelruimte voor de vervuiler te minimaliseren.’
In een folder heeft
Snijders zes voorbeelden uitgetekend en beschreven waarin de arbiter
een shido moet geven. ‘De grootste vervuilers zijn het ‘niet
vastpakken’ en de benenpakkerij. Dat is schering en inslag. Daar
moeten we streng tegen optreden, anders gaat onze sport naar de
donder.’
Volgens Snijders moeten de
spelregels zo veranderen dat die technieken zwaarder kunnen worden
bestraft. Dat kost geduld en diplomatie. ‘We gaan gedoseerd te werk,
om niet teveel tegen conservatieve benen te schoppen.’
Snijders weet wel welke
richting hij op wil met het judo. ‘Elke worp is hoe dan ook een score.
Twee scores: yuko en ippon. Eén scheidsrechter zonder hoekmannen, met
gebruik van elektronische hulpmiddelen. Geen coaches langs de mat om
intimidatie van de arbiter met wilde armgebaren en woest geschreeuw te
voorkomen. Een oseakomi (houdgreep) van 5, 10 en 20 seconden voor
yuko, waza’ari en ippon.’
De man uit Nuenen beseft
dat zijn stappenplan amper een kans maakt in de vier jaar tot Londen
2012, waar hij afscheid wil nemen. ‘Veel te progressief. Het wereldje
zal steigeren van protest.’
Dat doen de praktijkmensen
nu al bij het verdwijnen van de koka. Bondscoaches Marjolein van Unen
en Maarten Arens zijn faliekant tegen de ontwikkeling. ‘Het is een
cosmetische ingreep, het lost in de realiteit niets op’, vinden
beiden.
Beide coaches onderstrepen
de mening van Snijders dat judo terug moet naar de basis, maar kiezen
voor een andere aanpak. Van Unen: ‘We moeten wereldwijd bij de jeugd
beginnen. Die moeten we zo opleiden dat ze als vanzelfsprekend nooit
terugvallen op vertragingstechnieken en allergisch zijn voor
afwachtend judoën.’
Chris de Korte, de grijze
eminentie in het judo en succescoach van Mark Huizinga en Edith Bosch,
vindt dat Snijders met zijn plannen op hol slaat. ‘Judo wordt nooit
een sport voor het grote publiek. Daarvoor is het te gecompliceerd, te
mysterieus. De huidige scores zijn perfect. Als je zo hard op je rug
valt dat je dood bent, is dat een ippon. Ben je halfdood is het een
waza’ari.’
Dat leren de Japanners van
oudsher. De koka en yuko zijn door Europa ingevoerd (in 1973). ‘De
verschillen zijn marginaal’, zegt De Korter. ‘Zo marginaal dat de
scheidsrechters er zelf niet mee overweg kunnen en er regelmatig een
rotzooitje van maken.
‘De meeste arbiters hebben
zelf nooit op de mat gestaan en voelen niet aan wat er gebeurt. Als ik
Snijders was, zou ik mijn tijd besteden aan een gedegen opleiding en
verbetering van het niveau van de arbiters.’
Rob Kramp, De Volkskrant
29 september 2008
Op
het Judoforum heb ik daarover een onderwerp gestart, zie:
judoforum.com/30379
(discussie aldaar inmiddels gesloten)
Over het algemeen is de redenering van Jan Snijders meer dan juist. Er
was in het judo teveel vervuiling ingslopen. Onzuivere technieken, te
veel kracht, te weinig aanval (passiviteit), en véél te veel beentjes
grijpen, voorover buigen tijdens kumi-kata. Wie al mijn ideeën op deze
webpagina leest, zal begrijpen dat ik de veranderingen in de regels van
harte toejuich. Weg met dat negatieve judo!
Desondanks moeten we wel kritisch blijven kijken. Judoka moeten van
harte instemmen met de geest van judo, dat wil zeggen: niet in de eerste
plaats vechten om alleen te winnen. Als die mentaliteit niet verandert
ten gunste van de echte judoprincipes, dan zijn er steeds nieuwe regels
nodig tegen zogenaamd 'tactisch' judo, wat in feite dan niets meer is
dan anti-judo. Er moeten op een gegeven moment misschien nog duidelijker
grenzen worden gesteld aan het gedrag van sommige judoka. Want het kan
niet zo zijn dat de hele arbitrage op scherp moet staan om in te grijpen
als slechts een paar het verpesten. En in die zin heeft Marjolein van
Unen gelijk: dat moet onderaan, bij de jeugd beginnen. Of misschien
moeten we de jeugd eerst opvoeden voor ze aan toernooien deelnemen. Zie
daarvoor ook het menu 'kinderjudo'...
Inmiddels zijn er in de loop van 2009 een aantal nieuwe wijzigingen
bekendgemaakt die per 1 januari 2010 algemeen geldend gaan worden.
Belangrijk is daarbij dat aanvallen 'op de benen' nu helemaal niet meer
worden toegestaan als 'eerste aanval'. Dus geen kata-guruma meer, net
als morote-gari en een heel aantal andere veel toegepaste worpen.
Van de kata-guruma vind ik als enige dat dit een verlies is. Hoe kun je
nou één van de technieken die door de stichter in NNK zijn geplaatst,
verbieden? Aan de andere kant, zoals kata-guruma werd gedaan
tegenwoordig, zonder veel kuzushi, gewoon ram pakken en op volle kracht
proberen te draaien, desnoods op de knieën... iedereen mag van het
wedstrijdjudo vinden wat hij wil, maar ik vond het afzichtelijk. Ippon
op de rug, maar inderdaad meer worstelen dan judo. Dat vonden Jan
Snijders en de IJF dus ook.
Jan Snijders is in ieder geval te spreken over de nieuwe regels zoals
die werden toegepast bij het WK Junioren in Parijs:
"Het is fantastisch om te zien hoe de
judoka reageren op de nieuwe regels. We hebben nu één
scheidsrechter, ze hebben allemaal oortjes bij zich en zij kunnen
geadviseerd worden door middel van de videobeelden die wij zien.
Echter gebeurt het veel minder, omdat er nu geen discussie meer is
tussen de andere twee scheidsrechters. Maar het belangrijkste is dat
we met deze regelgeving het judo weer zien ontwikkelen. We hebben
fantastisch judo kunnen zien dit toernooi."
naar boven
3.
Straffen
Straffen zijn over het algemeen niet ingevoerd om de judoka te martelen
bij hun straf. Het gaat er net zo mee als andere straffen, in gezinnen,
in het verkeer, of zelfs als iemand naar de gevangenis wordt gestuurd.
Zijn straffen niet ingevoerd om mensen te verbeteren, ze op te voeden,
ze te laten voelen in de straf dat ze iets verkeerd hebben gedaan, met
als doel om ze het beter te laten doen de volgende keer? Iemand straffen
is in zekere zin iemand onderwijzen, zij het niet op de gemakkelijke
manier. Gestraft worden is leren, en uitgedaagd worden om je gedrag te
verbeteren.
Ik
wil daarom niet begrijpen dat judoka zo negatief zijn over
bestraffingen.
In de eerste plaats is het helemaal tegen de geest van en de leer van
Jigoro Kano om te klagen over anderen en niet naar jezelf te kijken.
Judo gaat over het groeien naar perfectie voor jezelf en bij te dragen
aan anderen en de samenleving. Negatief doen over anderen
(scheidstrechters of tegenstanders) draagt nergens toe bij en is
verspilling van energie.
In
de tweede plaats is Judo ook altijd opvoeding en er is geen opvoeding
zonder intrinsieke waarden. Elke opvoeding die zijn eigen waarden
serieus neemt, zal ook iets ondernemen als deze waarden met voeten
worden getreden, zeker als ze zijn neergelegd in vastgestelde regels.
Aldus is er geen waardevolle opvoeding mogelijk zonder regels, en geen
enkelcomplex systeem van technieken kan zonder een complex regelsysteem.
Daarom moet judo noodzakelijkerwijs een complex systeem van regels
hebben, ontwikkeling van regels kennen, en een systeem van straffen,
aangepast aan de bestande regels.
Daarom wil ik de gedachten rondom straffen en shido's meer positief
benaderen, en daarom de volgende vragen stellen:
- Kunnen we elke shido die we krijgen beschouwen als een
uitdaging om onze eigen technieken te verbeteren? Als een kans voor
opvoeding, en er voor te vechten niet weer een shido op te lopen
de volgende keer?
- Kunnen we de IJF en de scheidsrechters beschouwen als helpers in onze
opvoeding tot betere judoka, zoals we ook de instructies en soms harde
kritiek van onze eigen sensei aanvaarden?
- Kunnen we de positieve kanten zien van veranderingen in de judoregels,
en ons voorstellen waarom sommige technieken als slecht judo worden
beschouwd om ons te leren wat goed judo is?
- Kunnen de nieuwe regels en de straffen een positief effect hebben op
onze dojo training, ons werken aan meer technische vooruitgang, om judo
te beoefenen volgens de principes.?
naar boven
4.
Aanvullende aanbevelingen
Hoewel MItesco natuurlijk geen scheidsrechter is, en ook geen zitting
heeft in gezaghebbende comité's, kan hij natuurlijk wel een paar
gedachten via deze webpagina ventileren...
a) Weg met de golden score. Dit sluit aan
op het pleidooi voor verplichte goede kumi-kata. Moet het
wedstrijdjudo niet snel af van die vreselijke 'golden score' uit het
voorlaatste IJF-reglement van 2003? Is dat een gouden score, of een
modderscore? Als twee judoka in de gewone tijd niet hebben gescoord,
is er toch meestal niks uitgevoerd, of te passief gejudood, of de punten
die de judoka verdienen niet gegeven? Het kán gewoon bijna niet
voorkomen dat twee judoka wél constant dicht op elkaar aanvallen
(goede kumi-kata) en geen van beide goed geworpen wordt. Zelfs
als dat in een uitzondelijk geval eens zo zou zijn, is het aan de
scheidsrechters of jury om vervolgens te beoordelen wie van de twee
topjudoka toch beter was - niet op resultaat maar op durf en
aanvalskracht. Kortom: pas meer
hantei toe, maar geen verlenging. Natuurlijk, veel judoka zijn als
de dood voor de hantei-vlaggetjes. O ja, we kennen het argument van
Jan Snijders: "Golden score is spannend, want de beslissing wordt door
de judoka genomen, niet door de scheidsrechters."
(Scheidsrechtersbijeenkomst 2007, Stavanger) Ja ja. Waar zijn de
scheidsrechters dan voor, of kennen de judoka de punten voortaan zelf
toe? Zou het misschien zo kunnen zijn: de judoka zijn iets te krachtig
en de scheidsrechters iets te zwak of te onbetrouwbaar of te incompetent? Dan is het zoals bij alles: herstel
de balans, maak de judoka iets minder krachtig, en de arbitrage iets
minder zwak...
Het is in ieder geval al weer een hele verbetering dat de Golden
Scoretijd onder de nieuwe regels niet meer zo gemakkelijk wordt beslist
op de eerste de beste shido...
Het gaat hierbij echter om het principe. Heel het oorspronkelijk judo
wordt aangetast door allerlei praktische argumentaties die alleen maar
draaien om wedstrijdbelangen. (Om over commercie, tv-rechten e.d. nog
maar te zwijgen.) Ga toch naar de kern! Die hele golden score is een
armoedige beloning voor passiviteit, verspilling van energie, en meestal
negatief judo. Passiviteit is echter zó tegen de geest van judo dat er
geen enkele beloning tegenover zou mogen staan, en dus ook geen
verlenging. Geen score? Geen positief oordeel door de scheidsrechters?
Dan maar: uitslag onbeslist, alletwee verloren. Bij voetbal telt 0-0 ook
als eindstand.
Maar passiviteit kan ook actiever worden bestreden. In plaats van yuko's
te geven voor toevallige krachttoeren in 'blessuretijd' moest het
shido's regenen voor elke poging om een aanval uit te stellen in de
gewone tijd: straf voor angsthazen die te beroerd zijn uit hun
verdediging te komen. Straf die ook gegeven zou moeten worden bij wat
voorheen werd genoemd het 'koka-judo': judoka die na een kleine score niks meer uitvoeren
omdat ze denken ook op kleine scores kunnen winnen. Bij sommige wedstrijden heb
je zó een scorebord vol en geen golden score meer nodig. Maar ja, dan
struikel je over punt 2...
b) Pas reglementen consequent toe. Mitesco
begrijpt totaal niet waarom het heldere
reglement van verboden handelingen (IJF
1998) of de
JBN niet
gewoon onverkort wordt toegepast. Er zijn zo veel elementen van art. 27
(verboden handelingen) die momenteel straffeloos plaatsvinden, dat het
wel lijkt alsof de gedoogcultuur van ons land de tatami nog meer
heeft veroverd dan drugs de Amsterdamse binnenstad. Is dat fair play?
'Fair play' is ook: regels toepassen en niet wegkijken. (zie ook menu
'sportiviteit'. nr. 2) Natuurlijk, het argument dat judo-scheidsrechters
menen dat judo geen 'straf-judo' mag worden en er daarom vooral positief
wordt gekeken, is bekend. Maar dat is nou typisch die mentaliteit die we
uit de gedoogcultuur kennen: alsof straf per se negatief is, in plaats
van het te-bestraffen-wangedrag. Zo draaien we tegenwoordig alles om, en
maken we ook het blauw op straat tot machteloze dienders die kamervragen
kunnen verwachten als ze even te beslist optreden. Zijn de
scheidsrechters soms bang voor de grote monden van de judoka? Kano was
in zijn Kodokan-tijd in ieder geval niet van de gedoogcultuur en al was
dat een andere tijd, het gaat wel over hetzelfde judo. Of hebben we het
judo zelf veranderd na zoveel herziene reglementen...?
Wie daarover meer wil weten, kan op
judoforum.com wel een paar uurtjes lezen... dan begrijp je daarna beter
de reglementen (en hoe het zo heeft kunnen gebeuren).
Het judotoernooi van de
duivel - judohumor...
Op een dag daagde de
duivel God uit voor een judotoernooi.
God glimlachte en zei: "Je
hebt geen schijn van kans. Ik heb Kano, Mifune, Kotani, Kimura en al
de grootste judoka hier in de hemel."
"O jazeker", grijnsde de duivel, "maar ik heb alle scheidsrechters."
(bron: judoinfo.com)
naar boven
(reclame)


|
klik om te reageren
op mitesco |
 |
|
Dese site is geoptimailseerd
voor gebruik
door MS IE7 of Mozilla
Firefox 2.x
Resolutie 1024x728 pixels.
©
MITESCO.NL 2009
Alle rechten voorbehouden.
|
|